Accordeonpraatjes

|Mijn knoppenaccordeon b-griff is nooit onderhouden. Ik ben dus vandaag naar van Willigen in Barneveld gefietst om het instrument daar achter te laten voor een beurt. Ik kom daar niet heel vaak, de laatste keer moet zeker zeven jaar geleden zijn geweest. Alle reden om een praatje te houden. zo begreep ik dat:

  • Het aantal B- griff spelers afneemt. Het is letterlijk een uitstervend fenomeen. Sterker, de verkoper had nog niet eerder zo’n jeugdige (ha, ha) knoppenspeler ontmoet. Dat was mogelijk wat overdreven, maar dan nog steeds opmerkelijk.
  • C- Griff is wel gepropageerd, dat zou voordelen hebben bij heel defdige instrumenten zodat je de melodie en bas- kant kunt wisselen.
  • Het zo blijkt te zijn dat B- griff spelers vooral in Nederland zitten en ergens ver weg in Rusland. Verder wordt er in andere systemen gespeeld.
  • Hij meer wist over de accordeonzaak uit Amsterdam. Ik vertelde dat ik mijn eerste accordeon, een Paolo Soprano, had gekocht in Amsterdam. Ha, zei de verkoper, bij Jan Timmermans op de Bilderdijkstraat. Die straatnaam herkende ik in deze context. Dat moest ‘m dus inderdaad zijn. Hij vertelde dat de zaak in 1989 ten onder is gegaan omdat er een groot bedrijfspand was betrokken met veel personeel (en misschien ook wel omdat heer Timmermans te veel vrouwen moest onderhouden). Op een site met herinneringen aan Amsterdam kwam ik de volgende anonieme tekst tegen: Dag Leo, Wat apart, heel toevallig kom ik op deze site en kom de naam Timmermans tegen. Ik ben boven de accordeonwinkel op nr, 138 geboren en opgegroeid. Ik heb daar ruim 20 jaar gewoond. Mijn opa heeft nog een tijd beneden bij Timmermans gewerkt, ik denk dat jouw overgrootvader toen de eigenaar was met later zijn zoon Jan en er liep nog een Ad rond maar was geen familie, geloof ik. Later hebben ze ook nog een platenzaak gehad op nr. 140 die jouw overgrootmoeder runde. Frits Kemper woonde met zijn gezin op 136 1hoog naast ons. Ik denk, dat jouw vader mijn buurjongen was maar ik had daar geen contact mee, hij was een stuk jonger dan ik.
    Leuk ineens al die herinneringen, die weer boven komen.
    Overigens kom ik ook nr. 36 tegen als adres van de winkel.

Advertenties

Ilja Leonard Pfeiffer – La Superba

Ik heb nog één laatste verzoek, maar dat zal geen verrassing voor je zijn. Ik zal deze notities nooit uitwerken tot een roman. Daarvoor zijn ze te pijnlijk. Ik wil dat niemand in het vaderland ooit te weten komt waar ik ben en hoe het met mij is vergaan en ik verzoekje dan ook met klem om alles wat ik je heb gestuurd te vernietigen. ik weet dat je mij begrijpt en dat ik op je kan rekenen. Dank je wel.

We hebben dus te maken met een roman die enorm lijkt op een bundeling brieven, autobiografische verslagen van de schrijver, die Ilja Leonard Pfeiffer heet, aan een vriend, misschien wel de uitgever. Wij weten dat de echte schrijver in Genua woont en deze roman gaat over I.L. Pfeiffer, woonachtig in Genua en dichter, schrijver van beroep. De schrijver gebruikt zichzelf als personage en wil mij doen geloven dat we met een waargebeurd verslag te maken hebben.

Hij speelt een spel van fantasie en verbeelding en de soortnaam van dat spel staat in oranje letters op de voorkant van het boek: Roman.

Deze roman gaat over een schrijver die zich in Genua heeft gevestigd en verslag doet van zijn wederwaardigheden. Hij spreekt al een aardig mondje Italiaans en beleeft absurde dingen. Het begint al met de vondst in een container van een vrouwenbeen dat hij gebruikt om een seksuele fantasie mee te beleven. Als hij het uiteindelijk in zee heeft gegooid blijkt het later door blusvliegtuigen te zijn opgevist om in nabije brandende bossen te zijn afgeworpen. Het been blijkt een mannenbeen te zijn, afgehakt van een travistiet met wie hij in zijn peeskamertje heeft zitten praten. Deze persoon helpt hem overigens op de laatste pagina op weg om ook in dit wereldje terecht te komen.

Hij hangt bijzonder veel rond op terrasjes. Zo maakt hij kennis met het mooiste meisje van Genua, een ontluikende liefde die de mist in gaat wanneer een vrouw namens de uitgever langs komt.

En dan ontmoet hij Walter, ook een buitenlander met wie hij probeert een theatertje te kopen. Het blijkt helemaal niet te koop. Daar komt hij achter via een soort tovenares. Overigens dacht hij in een rijkere al iets oudere vrouw (En onder haar geraffineerdezijden designbloesje prangden de twee grootste tieten die jij en ik ooit hebben gezien) een geldschietster te hebben gevonden. Ze heeft hem vooral hilarische ellende opgeleverd en een hoop geld gekost. De affaire met het theater loopt uit op een nare rechtzaak.

Ondertussen zijn er ook nog gesprekken met vluchtelingen en zo passeert en een compleet en pijnlijk vluchtverhaal dat wordt gecontrasteerd met de luxe vlucht van de hoordpersoon én de schrijver uit het Noorden naar Italië.

En passant maken we mee hoe Genua het vertrekpunt was van kruisvaarders en de aankomsthaven van de pest. Wat we daarnaast meemaken zijn eindeloze omzwervingen door eeuwenoude steegjes, langs pleinen en pallazzio’s en heel veel bars. En een heel aantal vrouwen. Zo komt de verteller naar voren als iemand die het met menig vrouw heeft aangelegd en daar met toewijding en plezier over schrijft. Op het eind komt hij het mooiste meisje van Genua weer tegen. Ze had hem met de Hollandse vrouw zien scharrelen en toen alle contact verbroken. Nu was ze prostituee geworden en het lijkt erop dat de verteller, ondertussen berooid en ietwat gebroken hetzelfde van plan is te doen.

Een roman waarin dezelfde truc is toegepast als in Hotel Europa. Ik moet het natuurlijk andersom zeggen, maar dit was de volgorde waarin ik heb gelezen. Ik vond deze roman minder sterk dan het Europaboek. Ik vond de structuur minder strak. Het is een soort schelmenroman; vlot geschreven en met regelmatig verrassende wendingen. De preoccupatie met de pik van de verteller – ik gebruik maar even zijn eigen woord – is groot. Ik constateer het maar even. Wat ik jammer vond is dat het rijke, wollige taalgebruik waar de schrijver zich graag van bedient ook uit de mond van vluchtelingen rolt, mensen die nog niet zo heel handig zijn met de taal. Dat kwam op mij toch wel raar over en dat viel me in Hotel Europa ook al op.

Harari – Homo Deus

Net als bij de andere twee boeken van Harari gaat het me niet meevallen om er samenvattend wat van te zeggen. Dit boek is erg verwant met de andere boeken van Hariri. Het begint in de toekomst van AI in de 21e eeuw en eindigt opnieuw in onze eeuw waarin data en algoritmes de klok slaan en de macht vertegenwoordigen. Dit is ook de eeuw waarin er sprake kan zijn van Homo Deus, een mens als god.

De weg hiernaartoe is een weg die hij deels in Homo Sapiens ook al had geschilderd, een weg die begon met jagers en verzamelaars die ooit waren overgestapt op graan en zo tot steden en machthebbers kwamen. En er ontstonden verhalen, er ontstonden goden.

Met de verlichting was het geloof in een door mensen verzonnen verhaal minder overheersend geworden. Hoewel, dat geldt voor religie met een god, een boek, gebruiken en een gebouw. Geloof verandert in een humanistich geloof, een communistisch geloof, een liberaal geloof. Dat is wel een grappig ding in dit boek. Mensen blijven gewoon geloven, ook al geloven ze niet meer in een geopenbaard boek en een god die bestiert. En daarmee zijn mensen vrij geworden te kiezen wat ze willen.

Dat laatste blijkt niet het geval. Mensen waren al veel minder vrij omdat ze gestuurd worden door evolutionaire ontwikkelingen en chemische reacties. Het boek zet een groot vraagteken bij dingen als een persoon, een eigen identiteit (de schrijver speelt met de term dentiteit) en al helemaal bij het bestaan van een ziel. Wanneer we bestuurd worden door tal van impulsen uit genen en chemie dan kan er geen sprake zijn zijn een authentiek zelf en al zeker niet van een ziel.

In deze onze tijd zal de macht van de data alleen maar groter worden. Het zijn de steeds verder ontwikkelende computers die intelligentie (niet het bewustzijn) steeds weer doen toenemen. Hebben ze op zeker moment nog mensen nodig?

Het grappige is dat Hariri met enorme historische omwegen een toekomstbeeld schetst dat enorme ontwikkelingen en veranderingen inhoudt zonder daar alarmistisch over te doen en zonder er bijzonder enthousiast over te zijn. Hoe het werkelijke zal gaan weet hij ook niet en hij werpt zich niet op als profeet.

Hariri heeft een redelijk kloek boek geschreven met bonte uitweidingen en boeiende gezichtspunten. Op de een of andere manier vind ik het net als bij zijn andere boeken lastig om er een scherpe samenvatting van te geven.

Het boek eindigt met de volgende opmerkingen die meteen door de schrijver in twijfel worden getrokken:

  1. Science is converging on an all-encompassing dogma, which says that organims are algorithms and life is data processing.
  2. Intelligence is decoupling from consiousness
  3. Non-conscious but highly intelligent algoritms may soon know us better than we know ourselves.

Hilary Mantel – Wolf Hall

Een dikke historische roman waarmee Mantel in 2009 de Man Booker Prize won. Het verhaal wordt verteld vanuit de persoon van Cromwell, beginnend met een scene in Putney, aan de Engelse kust , waar de jonge Thomas voor de zoveelste keer in elkaar is geslagen door zijn vader. Hij ontvlucht het land en we komen hem in 1527 weer tegen wanneer hij de assistent is van kardinaal Wolsey.

De kardinaal en Cromwell kunnen het prima vinden. Toch zorgt Cromwell er wel voor dat hij niet wordt meegetrokken in de val van de kardinaal, die het niet voor elkaar heeft gekregen dat het huwelijk van de koning ongeldig verklaard kon worden zodat deze kon trouwen met Anna Boleyn.

Als de kardinaal weg en dood is wordt Cromwell meer en meer de machtige man van het land en trouwt Hendrik VIII met Anna. Thomas More, de vriend van Erasmus, speelt een belangrijke rol in het boek. More blijkt niet alleen de schrijver van Utopia, maar ook een fervent vervolger van ketters. Op de achtergrond spelen in dit verband Tyndale, Luther en zelfs de toestanden in Münster een rol.

Cromwell wordt steeds machtiger en het tij keert in de samenleving, hoewel niet zo radikaal als in delen van Duistland. Nu worden meer en meer de Katholieken de ketters en zo wordt uiteindelijk More terechtgesteld omdat hij niet wilde tekenen voor de de nieuwe situatie: Henry als hoofd van de kerk.

Dat is heel grof de verhaalde geschiedenis en dat maakt de roman niet meteen bijzonder. Wat dat wel doet is de manier waarop het verhaal wordt verteld. Levendig, gebruik makend van een heel rijke taal. Als lezer zitten we in de ervaring van Cromwell zonder dat dit de ik-persoon is. Dat is even wennen. Is er zomaar sprake van he, dan gaat het haast altijd over Cromwell tenzij de context een andere optie biedt. Omdat we zo dicht op deze persoon zitten gaan het soms ook alle kanten op. Iets over het weer, de ruimte waarin een gesprek plaatsvindt, een flard herinnering, een deel conversatie, een andere herinnering.

De Cast of characters voorin is geen overbodige luxe. Sterker, zoiets is mijn redding want het zijn er veel en er zijn er meerdere die Thomas, Mary of Anne heten. En dan worden mensen soms alleen met hun titel of professie genoemd. Alle reden om te blijven opletten.

De titel komt overeen met de laatste twee woorden van het boek. We zitten in een soort coda en Cromwell bespreekt met zijn assistent het reisschema voor de komende tijd. “Now here, before we go to Winchester, we have time to spare, and what I think is, Rafe, we shall visit the Seymours”. He writes it down. Eary September. Five days. Wolf Hall.

We kijken met die titel dus uit naar wat vrije dagen en naar de volgende episode in het leven van Henry en Cromwell, waar we als romanlezer nog niets van weten…

Italo Svevo – Bekentenissen van Zeno

De vertaling die ik hier heb is die van Jenny Tuin uit 1984, misschien wel de enige in het Nederlands, dat weet ik eigenlijk niet. Svevo kwam uit Triëst en de roman speelt ook in deze stad.

De roman bestaat uit de biografie van Zeno die hij heeft geschreven in opdracht van dokter S., bij wie hij in (psycho)analyse was. Uit het voorwoord weten we dat het verhaal wordt gepubliceerd uit wraak en (ik) hoop dat het hem ongenoegen doet.

Het eerste hoofdstuk over ‘het roken’ toont op kostelijke wijze het karakter van Zeno. Eigenlijk is het een slappeling die zich van alles kan voornemen waar dan toch niets van terecht komt. Zo komt hij ook nooit van het roken af.

De roman komt pas echt onder stoom wanneer Zeno’s vader is overleden. Zeno is bemiddeld, heeft kort scheikunde en kort rechten gestudeerd, en is zonder hiervoor een neus te hebben toch wat in de handel terecht gekomen. Gelukkig is er iemand die zijn kapitaal beheert. De handel, of wat erop lijkt brengt hem in contact met Giovanni Malfenti, een schreeuwerige man en zijn familie. Met name de dochters van Malfenti trekken zijn aandacht en hij wordt verliefd op Ada. Dat wordt niets, mede door zijn onhandigheid en zo trouwt hij met haar zus Augusta terwijl Ada trouwt met Guido, een flamboyante man die deksels goed viool kan spelen en ook in de handel zit. Uiteindelijk worden hij en Zeno een soort van compagnons. Voor dat dit verder wordt beschreven worden we bijgepraat over de tijdelijke affaire die Zeno heeft met een zangeres voor wie hij een deel van de lessen betaalt.

Het handelsbureau dat Zeno en Guido leiden wordt een ramp net als het huwelijk van Guido en Ada. Deze Guido gaat liever jagen en vissen en laat zijn vrouw, die onderhand ziek is geworden veelal links liggen. Ondertussen heeft Zeno een gelukkig leven met een vrouw waar hij eigenlijk niet echt van houdt en die van zijn affaire nooit heeft geweten. Het bureau eindigt in schulden die zijn toegenomen door speculatie en uiteindelijk leiden tot de zelfmoord van Guido die waarschijnlijk niet als zelfmoord was bedoeld.

Het hele kader van het boek bestaat uit psychoanalyse waar Zeno ondertussen duidelijk over is. De psychoanalyse kan me verder gestolen worden. Hij is dus gestopt met de behandeling, maar heeft wel zijn hele verhaal geschreven waar ook nog een stukje eerste wereldoorlog in voorkomt. De roman eindigt met een bespiegeling over ziekte en gezondheid. Misschien zullen we door een ongekende catastrofe…tot de gezondheid terugkeren…Er zal een eweldige explosie komen, die niemand zal horen, en de aarde, tot zijn nevelvorm teruggekeerd, zal door de ruimte zweven, vrij van parasieten en ziekten. En daarmee eindigt de roman.

Het is een roman uit 1923 die rustig voortgaat in een luchtige stijl en niet zonder humor. Dat maakt de roman veel toegankelijker dan die van tijdgenoten als Proust, Kafka of Joyce. Door de wijze waarop ik als lezer steeds meer zicht krijg op de persoon van Zeno moest ik eerder denken aan een andere tijdgenoot: Stefan Zweig.

I.L.Pfijffer – Grand Hotel Europa

De roman was gehortlist voor een mooie literaire prijs. Dat snap ik wel, maar dat de keuze op een andere roman viel snap ik ook.

Ik heb het boek met plezier en in een voor mijn doen enorm tempo gelezen. Is dat dankzij de hoogdravende, regelmatig bombastische taal of ondanks de stijl van Pfijffer? Wat een flauwe opmerking. Natuurlijk doet hij iets waardoor ik wil doorlezen. Maar inderdaad, de taal is nogal barok en de schrijver lijkt daar heel tevreden mee.

De roman gaat over de schrijver Ilja Leonid Pfijffer die zijn intrek heeft genomen in Grand Hoter Europa. Een hotel waarbij de glans en glorie er al lang vanaf is. Het hotel wordt overgenomen door een Chinees en er treden veranderingen in. En daarmee hebben we het thema van het boek te pakken en dat is wat mij betreft knap gedaan. Het boek gaat over Europa, het land van cultuur en geschiedenis dat met de blik naar het verleden staat en met de rug naar de toekomst terwijl andere landen niet zo’n last hebben van dat verleden en de blik op de toekomst hebben gericht. Eigenlijk heeft Europa maar één toekomst en dat is de rol van openluchtmuseum voor al die andere wereldburgers die graag komen kijken hoe het was in Europa.

Pfijffer heeft zich in het hotel teruggetrokken na een op de klippen gelopen relatie met Clio, een jongere, slimme en mooie kunsthistorica. Samen waren ze voor haar werk in Venetië gaan wonen waar het destructieve en ontwrichtende van het moderne toerisme zo zichtbaar is. De relatie wordt gaandeweg moeizamer en loopt definitief stuk wanneer Clio een baan aanneemt in Dhubai.

Pfijffer raakt, terwijl ze nog in Venetië wonen, betrokken bij een soort filmproject over toerisme waar uiteindelijk niets van terecht komt, maar wat wel het denken over dit thema inhoud geeft. Zo spreekt hij een wethouder in Amsterdam die haarfijn uitlegt dat toerisme de stad meer kost dan oplevert, zeker ook door AirBnb, waardoor geld weer verdwijnt terwijl de overlast blijft. Later, als hij eenmaal in het hotel woont heeft hij soms gesprekken met een oudere intellectueel die hier ook veel over te zeggen heeft en zeker ook over de uitgespeelde rol van Europa. Ja, er is misschien nog wel een rol als toeristische attractie, maar dat is meteen de vernietigende nekslag voor plaatsen als Venetië, Giethoorn en Amsterdam.

Door het boek speelt ook nog een zoektocht naar het laatste en vermiste schilderij van Carravagio. Een geinige lijn met een verrassende plot.

Nog even over stijl en aanpak. Pfijffer is heel nadrukkelijk aanwezig in de roman. Eigenlijk wordt de indruk gewekt dat we te maken hebben met de aantekeningen en bespiegelingen van de schrijver. Niet met de roman zelf. Zo wordt de lezer soms ook aangesproken op een manier die ik voor het eerst meemaakte in Hhhh van Binet. De stijl is als gezegd vol krullen en versierselen. Wat ik daaraan niet sterk vindt is dat te veel andere personen in de roman ook zo lijken te praten. Dat vindt ik, hoe mooi het soms ook is, zwak. Wat ook opvalt is dat sommige passages eerder het karakter hebben van een essay dan van een roman. Je kunt zoiets bezwaarlijk vinden; voordeel is wel dat het de roman dus wel inhoudelijk maakt en dat vond ik toch wel sterk. Want, eerlijk is eerlijk, dit boek heeft mijn denken over toerisme meer beïnvloed dan een artikel in de krant hierover.

Wat ik me afvraag is of deze schrijver werkelijk zo’n arrogante kwast is, of dat hij die rol heeft aangenomen in de roman. Want pas op, het is een roman en ieder schrijver is een leugenaar.

Niet uit; Küng over Islam en 1493

Het boek van Hans Küng, oorspronkelijk uit 2004, maakt deel uit van zijn project over Christendom, Jodendom en Islam. De aanpak komt overeen met die ik meemaakte in Jodendom. Ik zat nog in de vroegere geschiedenis toen ik er rond blz. 280 mee stopte. Dat deed ik niet omdat het geen goed boek is. Ik denk dat het boek al iets gedateerd is, dat wel, maar erg de moeite waard. Küng probeert op een kritische manier een eerlijk beeld van de Islam te schetsen. Ik kan me voorstellen dat dat voor de Islamitische lezer raar kan overkomen. Küng kan met al zijn nuances wat betweterig uit de hoek komen.

1493 van Charles C. Mann is een boek uit 2011 dat pas in 2018 als Rainbowpocket (688 pagina’s) is uitgegeven. Het is onmiskenbaar de moeite waard omdat het grondig uitlegt wat er met de wereld is gebeurd sinds Columbus in 1492 America ontdekte. Een jaar later is hij teruggegaan en zo is er een start gemaakt met de kolonisatie van dit werelddeel. Daarmee gingen er bewust en onbewust gewassen en organismen de wereld over met beslissende gevolgen. Europeanen gingen landbouw op hun vertrouwde manier in de praktijk brengen in gebieden waar altijd indianen in de weer waren geweest waardoor het ecosysteem definitief veranderde. Door het heen en weer reizen kwamen er wormen in de latere VS die daar nooit geweest waren en ook weer een onvoorstelbare invloed hadden op de bodem met alle gevolgen van dien.

Het is een bere-interessant boek dat ik zeker ooit ga verwerven en uitlezen.