Murat Isisk – Wees onzichtbaar

Ineens kom ik de naam Murat Isik regelmatig tegen tot in plaatselijke media aan toe. En toevallig heb ik nu zijn tweede boek gelezen, de roman over de Bijlmer. Net als het eerste boek, Verloren grond, is ook deze roman sterk biografisch, maar de schrijver wist mij ook wel op het verkeerde been te zetten.

Verloren grond eindigt wanneer een verarmd berooid boerengezin zich vestigt in Izmir. Ouders, twee broers en een zus. In deze roman gaat het over één van de twee broers. Het lijkt wel of de karakters van de broers nu zijn omgewisseld en de bedachtzame teruggetrokken broer is ontwikkeld tot een zelfzuchtig communistisch projectiel.

Deze Harun is jong getrouwd en laat moeder en jonge kinderen achter om zich in Hamburg te vestigen. Moeder en kinderen komen wat later ook en het blijkt een flop. Zo reizen ze door richting Amsterdam en belanden ze in de Bijlmer, in Fleerde. Het verhaal wordt verteld door de dan nog jonge zoon en gaat zowel over de Bijlmer als over zijn jeugd in een problematisch gezin. Nou ja, een gezin met een problematische vader die geen tegenspraak duldt, de handen los heeft zitten, de uitkering vergokt en verzuipt en niet aanspreekbaar is op zijn gedrag. Gevolg is dat de moeder werk zoekt en zowaar carrière zal maken als voedingsassistente in het AMC.

Het gaat dus over de Bijlmer, over de vader, over de wijk en over migrant zijn in die wijk en in Nederland. De verteller gaat dankzij dreigingen van Harun op school VWO doen en wordt daar de eerste jaren gepest. Dan verschijnt er een andere Turkse jongen in de klas, Kaja, en ze worden vrienden. Kaja is wat de verteller niet is. Vrij en niet bang.

Als de verteller rechten studeert op de UVA gaan ze eindelijk verhuizen naar Reigerbos. De Bijlmer gaat op de schop en zo eindigt het boek wanneer de verteller terug is in de wijk om te zien wat er nog staat en wat totaal vernieuwd is.

Het boek is zo geschreven dat het niet meevalt om het weg te leggen. Het leest makkelijk, maar geeft toch te denken. Bijvoorbeeld over de vraag of dit literatuur is. Dat komt omdat ik aanvankelijk de indruk kreeg dat het niet meer dan een smaakvolle vertelling is. Ondertussen neig ik ertoe om te erkennen dat er meer aan de hand is en dat het winnen van de Librisprijs misschien wel heel terecht was.

 

Advertenties

Murat Isik – Verloren grond

Een treurige roman uit Turkije. Het begint in het dorpje Sobyan in het Oosten van het land waar Zaza wonen. Zaza spreken Zazaki. Het verhaal wordt verteld door Mehmet, zoals hij door een verturkingactie was gaan heten. Het gezin leeft van extensieve veeteelt en bestaat uit ouders een oudere broer en een jonger zusje. Het gezin is groter geweest, maar er zijn kinderen jong overleden.

Op een dag krijgt de vader een zware steen op zijn scheenbeen terwijl hij iemand met bouwen aan het helpen was. Hij wordt gespalkt door Atilla de slager die het op zijn vee heeft gemunt. Het been is veel te strak afgebonden en zo komt hij in het ziekenhuis van Mouce als het al te laat is. Het been wordt afgezet, ze verkopen het vee aan Atilla voor te weinig geld en zonder dat het beloofde bedrag wordt betaald en vertrekken naar het geboortedorp van de vader.

Daar zijn ze helemaal niet welkom en dreigen ze weggepest of vermoord te worden. Dan wordt het dorp getroffen door een aardbeving en verandert de sfeer iets. Via de regering krijgen ze geld en zo vertrekken ze naar Izmir, waar ze via een relatie van een oom in een huisje kunnen wonen.

Yusef, de oude broer, was altijd al tegendraads en raakt aan de drank waardoor het gezin opnieuw in de problemen dreigt te komen.

En zo ben ik als lezer ineens in het Turkije van de jaren 60 geweest, wat me trouwens niet in het bijzonder enthousiast heeft gemaakt voor het land. De heftige omgang van mensen onderling is echt anders in deze roman, anders dan ik het gewend ben en gewenst vind. waar ik mee blijf zitten is of dit literatuur is. Dat is lastig, want dan moet ik dus meteen gaat zeggen wat dan wél literatuur is en moet het gaan over stijl, thema’s en gelaagdheid. Ach, wat doet het er toe? Misschien geen literatuur, wel een mooi boek.

Hadassa Ben Itto; Anatomie van een vervalsing; De protocollen van de wijzen van Sion

Natuurlijk had ik wel van de protocollen gehoord. Zeker ook toen die laatste roman van Umberto Ecco uitkwam. Een boek waarin het uiteindelijk helemaal niet zo duidelijk over de protocollen ging. En toen kwam ik dit tegen. We hebben het gelezen en zijn toch wel onder de indruk.
Het boek zelf is onnodig dik uitgevallen omdat de schrijfster het hele verhaal ook nog wilde inbedden in een prettige vertelling. Dat levert dan overbodige sfeer en weerbeschrijvingen op.

De protocollen van de wijzen van Sion is een document, een boekje dat eind 19e eeuw is ontstaan in Frankrijk. Het is overgenomen uit een boek van Maurice Joly uit 1864 over Napoleon III, een dialoog tussen Montesqieu en Machiavelli. Al het lelijks wat hier over Napoleon werd beweerd zoals streven naar wereldheerschappij is overgenomen. Zo ontstond er een boek dat de Joodse gemeenschap in de schoenen is geschoven waarin krasse beweringen staan die voeding gaven en geven aan anitsemitisme.

Het boek gaat heel uitgebreid in over een proces tegen dit boek dat in Bern heeft plaatsgevonden vanaf 1934. In dat jaar was er trouwens ook een proces in Zuid-Afrika dat leidde tot een veroordeling. Heel grondig wordt het ontstaan en de verspreiding – aanvankelijk vooral in het Rusland van de laatste Tsaar – van het boek besproken.

Overigens is het boek pas echt in druk gekomen in Rusland en daar is de naam van Nilus aan verbonden. Henri Ford, de man van de automobielen is ook lange tijd erg enthousiast geweest van het boek en heeft na druk afstand genomen.

Uiteindelijk heeft Hitler veel overgenomen in zijn ‘Kampf’ en wordt het boek in de huidige Arabische wereld nog steeds voor waar gehouden.

Opmerkelijk dat je weinig hoort over dit boek. Het boek van Ben-Itto maakt ook opnieuw duidelijk hoeveel breder anit-semitisme verbreid was in de tientallen jaren voor de oorlog. Dat was niet alleen maar een Duits ding.

Op internet is van alles te vinden over de protocollen. Het verhaal, maar ook idiote opmerkingen van mensen die geloven dat de protocollen waar zijn. Het boek van Ben Itto is, hoewel niet altijd even helder geschreven, nog steeds actueel.

Ishiguro – Never let me go

Een herinnering van Kathy aan haar jeugd in Hailsham, de tijd daarna in de Cottages en haar carrière als ‘carer’ voordat ook zij donor zal worden.
Het wordt langzaam duidelijk hoe de wereld in elkaar zit. Er worden klonen gemaakt met als doel donor te worden voor de burgers van het land tot ze op zijn. Het experiment van Hailsham was bedoeld om het allemaal wat humaner te doen.

In een rustig tempo wordt er verteld over Ruth en Tommy met wie Kath het meest omgaat. Met Ruth heeft ze een intense maar ook ingewikkelde verhouding en met Tommy eigenlijk ook maar dan op een heel andere manier. De schrijver weet op prachtige wijze de subtiliteiten in de menselijke omgang en overwegingen weer te geven.

Een boek over verloren jeuged, dood en sex, maar ook een methafoor voor de dingen waar de samenleving niet zonder kan waarvan herkomst of gevolgen worden weggehouden van het publiek (overconsumptie, vliegen, vlees eten, enz). Je raakt er aan gewend en kan niet zonder zoals in de roman de uit klonen gekweekte donors.

Een boek uit 2005 waarvan de titel verwijst naar een song die een rol speelt in het geheel.

David van Reybrouck – Congo

Heb het Congoboek ondergaan, het is me voorgelezen en dat was een heel project. De monniken van Slangenburg lezen als zwijgende Benedictijnen voor tijdens de maaltijd. Elke dag gaat dat voort en zo nemen ze heel wat tot zich. Theologie, filosofie en geschiedenis. Toen één van de jongere monniken theologie ging studeren bleek dat een eitje te zijn; hij had immers al zoveel ‘gelezen’ tijdens die sobere maaltijden in het refter van Slangenburg. Daar moest ik aan denken toen we hier voor het eerst op vergelijkbare wijze een informatief boek uit hadden. En we hebben de smaak te pakken.

Eerst over de stijl. Die is als in een documentaire. Van Reybroek wisselt gesprekken, ontmoetingen en stukjes reisverslag af met het verhaal van de geschiedenis van Congo. In die zin is de aanpak vergelijkbaar met die van Geert Mak, wat het boek leesbaar maakt en veel ruimte geeft aan verschillende stemmen.

Het boek begint zo’n beetje met de komst van Stanley die de Congo per schip afvoer. De jaren erna werden er missieposten gesticht. In België was de jonge koning Leopold II gefascineerd door centraal Africa en op wonderbaarlijke wijze wist hij grote delen land in bezit te krijgen. Zo ontstond in 1885 de Congo-vrijstaat. Congo was toen nog geen Belgische kolonie, maar een uit de hand gelopen wingewest van de Koning van België. Vanaf 1909 werd Congo wel een Belgische kolonie wat de situatie wel wat verbeterde, want het ging in de Leopoldtijd om het leegroven van het land. Daarin is ondertussen niet veel veranderd behalve in het feit dat het aanvankelijk ging om rubber en nu om koper, coltan en andere bijzondere metalen. De Belgische tijd was een tijd van vriendelijke onderdrukking, discriminatie en uitbuiting. Eind jaren ’50 werd duidelijk dat daar een eind aan zou komen. Men dacht aan een geleidelijk proces, maar daar is niets van terecht gekomen. Hals over kop werd in 1960 de republiek uitgeroepen met aanvankelijk Lumumba als belangrijke man. Nadat hij is vermoord en na een periode van chaos werd de legerman Mobutu de president en de soms wrede dictator. Het land verviel in een door vriendjespolitiek vergiftigde rommeligheid waardoor het geld aan alle kanten wegstroomde maar niet voor de opbouw van een staat. In de jaren `90 vond de genocide in buurland(je) Rwanda plaats waardoor er, toen het tij was gekeerd, in Congo Hutuvluchtelingen binnenstroomden die bedreigd werden door Tutsi’s. Kabila had zich in jaren eerder in het Oosten gevestigd naar een eerdere opstand waar zelf Che Gevarra iets mee te maken had gehad. Nu sloot hij zich aan bij een legertje met Tutsi invloed en zo werd Mobutu uiteindelijk, er zijn ondertussen meer dan 30 jaar verstreken, vervangen. In de tijd van Kabila-fils zijn er eindelijk verkiezingen geweest. Kabila werd gekozen, maar daarmee was er geen democratie gevestigd. Dat was wat veel gevraagd geweest. De verkiezing was een soort legitimering van een bewind dat werd voortgezet.
Ondertussen was de macht van bedrijven (Heineken) groter geworden dan die van de staat.
En toen kreeg China belangstelling voor Congo’s enorme voorraden aan grondstoffen waar met alle economische ontwikkeling aldaar heel veel behoefte aan was. Er ontstond een megadeal en China ging aan het bouwen en grondstoffen wegvoeren. Het boek eindigt met de Congolese gemeenschap in China die zich in Guangzhou heeft gevestigd om handel te drijven en zeecontainers vol goederen naar Kinshassa te laten verschepen.

Alain de Botton – Hoe Proust je leven kan veranderen

Dit boek heb ik met horten en stoten gelezen terwijl ik bezig ben ‘al la recherge’ te lezen. Het gaat om bespiegelingen die misschien ook wel naar aanleiding van heel andere romans naar voren gebracht hadden kunnen worden. Het boek heeft een wat babbelend karakter, maar al babbelend kom ik toch leuke dingen aan de weet over Proust. Het is zeker ook een grappig boek. Zo citeert de schrijver de broer van Proust, Robert: Het vervelende is dat mensen heel erg ziek moeten zijn of een been moeten breken om tijd te hebben voor “De verloren tijd”. En zo is het maar net.

Wat ik het meest indrukwekkend vond is dat Botton erop wijst hoe zorgvuldig Proust formuleert. Dat had ik natuurlijk al ondervonden. Het gaat erom dat hij moeite doet om gebruikelijke zegswijzen te voorkomen. Bij Proust zal het nooit pijpenstelen regenen. Hij zal iets nieuws verzinnen om duidelijk te maken dat het heel hard regent. Dat vind ik nu inspirerend.

Kamel Daoud – Moussa; of de dood van een Arabier.

In het Frans heeft de roman een heel andere titel: Meursault, contre-enquête, een term die letterlijk zo in de roman voorkomt. Zo geeft de Franse titel meer weg dan de Nederlandse en dat is zeker in dit geval opmerkelijk. In l’Étranger van Camus ging het over deze Meursault die een zinloze moord pleegt en ter dood wordt veroordeeld. In deze roman zit de broer van het slachtoffer van die moord in een café te praten tegen iemand voor wie Camus een held was.

Zo vertelt hij over hun moeder, wiens man al eerder was verdwenen en die nu ook een zoon heeft verloren. Als Algerije onafhankelijk is geworden weten ze het huis van de mensen waar zij werkte over te nemen (in te pikken). Daar zwerft op een nacht een blanke man rond die hij heeft doodgeschoten. Opnieuw een volstrekt onnodige moord. Hij wordt tijdelijk opgepakt, eigenlijk vooral omdat hij niet had deelgenomen aan het verzet tegen de Fransen.

En dan staat de mooie Meriem op de stoep. Ze doet onderzoek naar de eerste moord uit 1942 en wil er een scriptie over schrijven. En dan lijkt het of Meurault ook een boek heeft geschreven over de affaire: Le titre en était L’autre, le nom de l’assanssin était écrit en lettres noires et stricte, en haut à droite: Meursault.

Daoud speelt een spel van intertextualiteit. Aan de ene kant is er de reactie op het boek van Camus. Als boek, maar eigenlijk als weergave van feiten. Heeft camus zich destijds gebaseerd op een werkelijk gebeurd nieuwsfeit? Ook al zou dat zo zijn, toch reageert deze roman op die van Camus alsof die feiten beschreef. En dan wordt er een andere roman genoemd.

Een boek dat de ideeën van Camus globaal lijkt te onderschrijven – het leven is absurd – en een boek dat mij als lezer een andere kijk geeft op kolonialisme en dekolonialisme.