Diarmaid Macculloch – Roformation; Europe’s house devided 1490-1700

Een dikke Penguin met betrekkelijk kleine lettertjes. Desalniettemin een prachtig boek uit 2003. Eigenlijk is het een geschiedenis van Europa in de 16e en 17e eeuw met wat extra aandacht voor reformatie en contra-reformatie. Het is niet mogelijk naar Europa in deze periode te kijken zonder ook naar wat er in de kerken gebeurde omdat de kerk, komend uit de Middeleeuwen, gewoon een enorm belangrijke rol speelde. Of je het leuk vind of niet, je kan er niet omheen.

In dit boek ga je er zeker niet omheen, maar dat maakt het niet tot saaie stof. Deze Macculloch kan het allemaal smaakvol en soms grappig vertellen en probeert het beeld heel breed te houden. Dat begint al met het voorspel. Natuurlijk noemt hij Wiclyfe en Hus – ik wist niet dat er een link was tussen deze bewegingen – maar hij noemt ook andere hervormingsneigingen binnen de kerk van vóór 1517. Bij het voorspel hoort ook de renaissance, de pest, de strijd tegen het Ottomaanse rijk en de Islamangst.

En dan is er aandacht voor de politiek, de Habsburgers met Karel V en Philips II, Engeland met Hendrik de VIII, zijn opvolgers waar onder Elisabeth I en Jacobus, de tijdgenoot van Shakespeare en de man van de King James Version. Frankrijk en de Hugenoten komen natuurlijk aan bod met de Bartelomeüsnacht (1572), het edict van Nantes (1598) en het einde ervan onder Lodewijk XIV.

Het aardige is dat de focus niet op de Nederlanden ligt, maar er is toch ook veel gedetailleerde aandacht voor de rol die deze streek speelde. Zo was Amsterdam samen met Londen toch wel een plaats waar je terecht kon met rare meningen, uiteraard tot op zekere hoogte en afwijkende sexuele voorkeuren. En dat brengt me tot het laatste deel van het boek, Patterns of life, waarin het levensgevoel aan de orde komt en dus ook – naast merkwaardige heksenmanie – sexualiteit.

En dan heb ik het nog niet gehad over ontwikkelingen in Polen en Transsylvanië, over de Dertigjarige oorlog, de grote invloed van Erasmus, de synode van Dordrecht, de anabaptisten, Cromwell, de Toestanden in Spanje, Schotland en Ierland of de nieuwe koloniën in wat later de VS is geworden…

Advertenties

Arnon Grunberg – Vriend & vijand; decadentie, ondergang en verlossing

Nieuw licht, dat is de naam van een nieuwe filosofische pamflettenserie van Frank Meester en Coen Simon uitgegeven door Prometheus. In deze serie is er dus een soort pamflet uitgekomen van Grunberg. Hij heeft van de genoemde lieden de vraag gekregen of we hier in het Westen decadent zijn en of hij op die vraag wil ingaan naar aanleiding van Het begrip politiek van Carl Schmitt. Dat heeft hij dus gedaan.

Het resultaat is een boekje van het formaat boekenweekgeschenk met een lastig leesbare tekst. Het komt op mij over als een moedige tekst en een tekst die aan het denken zet en waar ik het na eerste lezing niet echt mee eens ben.

Ja, we zijn decadent en dat komt omdat we geen vijanden willen. In het Westen willen geen vijanden omdat we geen oorlog willen. Omdat we geen vijanden en geen oorlog willen is er geen sprake van echte politiek. We willen vermaakt worden en dat is het. Dat levert een soort maatschappelijke slapte op.

Dat is waar het boekje over gaat en daarmee doe ik het meteen ernstig tekort want zo simpel wordt het niet gebracht. Hoe dan ook, ook al is dit kort door de bocht, het is een verhaal dat me niet meteen aanspreekt. Het geeft wel te denken. Opmerkelijk ook dat Grunberg er een heel eind in mee lijkt te gaan.

Het is een fascinerend essay dat de hersenen aanzet op het vlak van de politieke filosofie. De stijl is niet helder, soms op het hermetische af. Wat dat betreft is het beter toeven met Popper. Maar, ik zal het gewoon nogmaals moeten lezen om er wat meer over te kunnen zeggen.

Historisch vertier…

Twee boeken geleend en er vluchtig plezier aan beleefd.

Ten eerste: Plaatsen van herinnering; Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw onder redactie van Maarten Prak, in Amsterdam uitgegeven bij Bert Bakker (2006). In elk hoofdstuk is de plek een aanleiding voor een verhaal: Den Briel over de stunt van de watergeuzen op 1 april 1572, Het Kapittelhuis in Utrecht over start van de Unie van Utrecht in 1579, het Muiderslot voor een verhaal over Hooft en Loevenstein voor een verhaal over Hugo de Groot. En zo gaat het door met 40 bijdragen prettig geschreven door een keur aan specialisten (neem ik aan).

En dan: De Republiek der letteren; de Europese intellectuele wereld 1500-1760 geschreven door Hans Bots en uitgegeven bij Vantilt in Nijmegen (2018). Inderdaad, een kakelnieuw boek. En dat verklaart meteen waarom de literatuuropgave een actuele attractie is.

Het boek gaat over dat geheime en in omgang toenemende internationale genootschap van intellectuelen die op wonderbaarlijk wijze met elkaar in contact stonden. Deze mensen ontmoetten elkaar, denk aan Erasmus die zo in contact stond met een heel aantal intellectuelen van Thomas More tot de drukker Frober. De tweede manier om het contact te onderhouden was natuurlijk het oeverloos schrijven van brieven. Toevallig is ook op dit vlak Erasmus een uitnemend voorbeeld. Dat geld ook voor het derde punt, het schrijven van boeken. Ook wetenschappers zoals Descartes zagen de noodzaak in van het bekend maken onder het publiek van hun inzichten. En dat deden ze dan ook. In de vierde plaats ontstonden er vanaf het begin van de 17e eeuw tijdschriften, gazettes. Toen was het hek helemaal van de dam. Een leuk boek met als gezegd een heerlijk toetje, de bronnenopgave.


Karel V

1.Gerben Graddesz Hellinga – Karel V; bondgenoten en tegenstanders. Een populair wetenschappelijk boek in 2010 uitgegeven door de Walburgpers te Zutphen. Het is een mooi uitgegeven en rijk geïllustreerd boek dat de biografie van Karel V bevat, maar ook en vooral ingaat op de politieke geschiedenis van de eerste helft van de 16e eeuw.

Het boek gaat in op de dynastieke toestanden in Europa die leidden tot het grote rijk waarvan Karel uiteindelijk Keizer werd – het Duitse deel – en dat hem verplichtte tot een oeverloze reeks aan oorlogen die vrijwel nooit tot enig resultaat leidden. Daarnaast is er aandacht voor de opvoeders van Karel, de toestanden in de Lage Landen, Frankrijk onder Frans I, het Engeland van Hendrik VIII en de Turken. Het boek heeft geen register, wel een beknopte bibliographie.

2. Wim Blockmans – Karel V; Keizer een werelrijk 1500-1558

Paul Auster – Invisible

Wat is dit een geweldig boek. Het was voor mij een paar keer naar adem happen door de wendingen in het verhaal, maar zeker ook door hoe de compositie in elkaar bleek te zitten. Zoals je uit je bol kan gaan wanneer er door een complexe fuga ineens ook nog een koraalthema klinkt.

De structuur is als volgt: Deel I geschreven vanuit de ik-persoon. Dat is Adam Walker, een literatuurstudent met poëtische ambities. Op een feestje in NY in 1967 ontmoet hij Born en zijn vriendin Margot. Born stelt hem voor om op zijn kosten een tijdschrift te beginnen. Een paar dagen later ontmoeten ze elkaar weer ergen in NY. Ze lopen samen op, worden bedreigd en Born steekt deze zwarte man dood wiens wapen later ongeladen blijkt te zijn. Terwijl Adam hulp haalt heeft Born het lichaam weggesleept en is het vaker gestoken. Adam, die voor dit incident vijf dagen met Margot heeft geleefd en gevrijd, wil niets meer met Born te maken hebben en Born gaat terug naar Parijs waar hij vandaan kwam.

II. Hier is Jim, een vroegere vriend van Adam en bekend schrijver aan het woord. We zitten onderhand in 2007. Adam is erg ziek en vraagt hulp bij het schrijven van een boek. Het boek gaat over wat er dus in 1967 is gebeurd. Er gaan brieven heen en weer en ze spreken af elkaar te ontmoeten aan de westkust waar Adam nu woont. We lezen het volgende deel van het ms: Adam heeft eerst een woeste relatie met zijn zus Gwyn. Daarna gaat hij naar Parijs om zijn Frans te verbeteren.

III. Jim reist af voor de gemaakte afspraak met de zieke Adam die ondertussen blijkt te zijn overleden. Van zijn stiefdochter krijgt hij de opzet van het volgende deel (Fall). In Parijs heeft Adam opnieuw een soort relatie met Margot en, wat hij niet wilde, hij ontmoet Born weer en wordt uitgenodigd om met zijn aanstaande vrouw en haar dochter, Cécile, te dineren. Hij besluit zijn moord te wreken door met hen aan te pappen en iets over het verhaal los te laten. Gevolg is dat hij hals over kop terug moet vluchten naar NY.

In deel IV heeft Jim een ontmoeting met Gwyn die beweert dat alles over hun sexuele relatie is verzonnen. Andere details juist niet. Jim ontmoet Cécile, ondertussen een gevierd taalkundige en zij blijkt een dagboekschrijver te zijn en geeft Jim kopieën van een passage die hem zal interesseren. Born, die vanaf haar jongste jaren vriend van de familie is geweest heeft haar een aantal jaar eerder uitgenodigd voor een bezoek op het eilandje in de caraïben waar hij op zijn oude dag woont. Ze doet het en leert hem van een andere kant kennen en keert teleurgesteld terug.

Daarmee is heel veel nog niet onthuld. Het is niet alleen vanwege de plot en de compositie dat dit een briljant boek is. Het is ook vanwege de vraag die op de achtergrond klinkt: Wat is nu waarheid en wat is verdichting!?

Luc Panhuysen – De beloofde stad; opkomst en ondergang van het koninkrijk der wederdopers

Een prachtig boek uit 2000 uitgegeven door Atlas over de wederdopers in Nederland en omstreken. De eerste dopersen kwamen uit de kringen rond Zwingli en werden vermengd met Zwickauer profeten. In Nederland was er sowieso een financieel motief voor verandering in de kerk. Immers, kloosters en kerken betaalden niet mee aan belastingen die zwaar drukten op de rest van de bevolking.

De eerste honderd pagina’s voorzien in het voorspel. Wanneer Melchior Hofman in beeld komt komt er vaart in het verhaal. Hij gold aanvankelijk als leider van de beweging. Hij heeft grote belangstelling voor de eindtijd en en voorspelt als zelfbenoemd profeet de datum van de komst van het nieuwe Jeruzalem: Allerheiliger 1533. Onderhand is hij al eens verbannen voor sacramentsschennis. Dat duidt op het niet respecteren van de sacramenten van de kerk, waaronder dus ook de doop.

In verschillende steden is er een forse groep wederdopers. In Amsterdam, Emden, Wesel en gek genoeg ook in Benschop. Iets verder naar het Oosten geldt dit ook voor Münster waar ene Rothman doperse preken hield. Jan Matthijs was onderhand ook in Münster en onder zijn invloed groeide de omvang en invloed van de groep wederdopers. Voor de wederkomst waren er 144.000 uitverkorenen nodig en zover was het nog niet. In Nederland werden groepen opgeroepen om op pad te gaan en naar Münster te komen. Dat lukte ten dele.

Op zeker moment is voegt Jan Beukelsz. uit Leiden zich bij de leiders in Münster en ondertussen wordt duidelijk dat Münster een plek wordt voor wederdopers. De verdreven bisschop start een beleg en heeft moeite daarvoor steun en geld te vinden. Gaandeweg wordt het voor Katholieken en Luthersen steeds duidelijker dat hier ingegrepen moet worden. In de stad is Jan Beulelsz. de leider en organisator. Dat doet hij zodanig dat de eerste twee aanvallen op de vestingwerken worden afgeslagen. Ondertussen leeft men in gemeenschap van goederen, iets wat onder de Zwitserse wederdopers ook al was gepraktiseerd.

In de stad zijn er veel meer vrouwen dan mannen en om die vrouwen goed te leiden (!) wordt het mogelijk om meerdere vrouwen te hebben. Vervolgens wordt Jan tot koning uitgeroepen. Elke dag zijn er op het domplein diensten en andere bijeenkomsten. Ondertussen zijn er pogingen om vanuit Nederland een soort legertje te mobiliseren. Het beleg duurt langer en wordt ook ondoordringbaar. Zo neemt de honger toe. Pas in de loop van 1535, wanneer de honger enorm is geworden lopen er steeds meer mensen weg en wordt de stad als gevolg van verraad ingenomen.

Heel veel van wat we weten is bekend door het verslag van ene Gresbeck die veel van de gebeurtenissen van nabij heeft meegemaakt.

Een boek dat verschillende associaties bij mij oproept. In de eerste plaats met de Dode Zeerollen waar ook sprake was van een gelovige gemeenschap met een inner circle, want dat speelt hier ook een grote rol. Ik moest ook denken, net als velen andersom bij de opkomst ervan, aan IS. De gewelddadigheid, ik had het nog niet genoemd, van de beweging was enorm en schokkend. En dan is er nog een literaire link: De dikke roman van Vargas Llosa: De oorlog van het einde van de wereld, waarin ook een soort Messiaanse stad wordt gesticht waar de Braziliaanse overheid een felle en aanvankelijk tevergeefse strijd tegen voert.

Michiel van Elk – Extase, over de godhelm en andere religieuze experimenten

In godsdiensten gaat het aan de ene kant om het verhaal. Papa, hoe komt het toch dat we nu hier in Babylon wonen? Luister jongen, dat zal ik je vertellen. Lang geleden… Aan de andere kant is daar de beleving, de ervaring, de extase, en dat is waar dit boekje (Boom, Amsterdam 2017) over gaat.

Michiel van Elk is onderzoeker en docent aan de UVA en gebruikt dit boekje ook bij het vak godsdienstpsychologie. Wat bovendien heel geinig is, hij is als kind en jongeling opgegroeid in een soort Pinkstersgemeente, onderdeel van Vineyard. Ondertussen maakt hij hier al lang geen deel meer van uit, hij noemt zich nu agnost, maar heeft wel van binnenuit weet van de grote plaats die ervaringen innemen in dit soort gemeenschappen.

Wat gebeurt er allemaal in ons brein wanneer we worden meegenomen in de extase van een religieuze massa? Wat is het effect van een gebed uitgesproken door een charismatische voorganger vergeleken met zomaar iemand anders die hetzelfde gebed uitspreekt? Hoe kan dat? Overigens gaat dit boek niet alleen over evangelische gemeenschappen (ook over Vedanta, paragnostische zaken, synchroniciteit en meer), maar dat is wel de wereld die de schrijver goed kent en later nader heeft onderzocht. Heel geinig vond ik hoe hij schreef over het spreken in tongen. Hij doet het nog steeds wel eens en moet constateren dat het, ook al gaat het niet gepaard met gelovigheid, nog steeds een goed gevoel oplevert. Sterker, hij ontdekte dat de tongentaal van iemand afkomstig uit dezelfde gemeenschap sterke overeenkomsten had.

Doel van het boek lijkt niet te zijn om gelovigheid psychologisch weg te redeneren. Het is eerder een pleidooi voor het toelaten van gevoel, intuïtie en misschien wel extase omdat mensen er vaak gelukkiger van worden. Of zoals de laatste zin luidt: En dit boek laat zien dat zo’n houding [ van veel willen voelen en ervaren] lang zo gek nog niet is: piekervaringen, waarbij je boven jezelf uitstijgt en alles in een breder perspectief ziet, maken ons uiteindelijk een beter mens.

Met deze korte opmerkingen doe ik dit boek ernstig te kort. Ik ben er ook maar heel kort mee bezig geweest, maar wilde toch een notitie maken om het sowieso niet te vergeten. Wat natuurlijk heel aardig zou zijn is om met de inzichten van dit boek frist te kijken naar de periode van de reformatie waar ik immers mee bezig ben…