Johan de Witt – hoofdstuk 2 – deel 2

Allengskens nadert hij de abdij waar de Staten van Zeeland vergaderd zijn. – Op het met statige bomen beschaduwd plein gekomen, deelt hij nu zijn ambtgenoten mede, hoe hij in de aloude bouworde van deze omtrek een zweem van gelijkheid met het hof van Holland bespeurt – en onder deze gesprekken vertoont zich de prachtige poort van blauw arduin, waarboven het wapen van Zeeland in wit marmer uitgehouwen hem in het oog valt. – De poort intredende voert hij zijn lastgenoten toe: Luctor et emergo, en een fiere glimlach doet hun in volle nadruk de ware mening van de met kracht uitgesproken staatsspreuk van Zeeland beseffen. -Na enige ogenblikken vertoevens wordt de vergaderzaal van de Staten van Zeeland voor hem ontsloten. Hoe klopt hem het hart van vaderlandse genoegens, daar hem de tapijten, die de wanden van dat vertrek bekleden, de roemrijkste zeetriumfen, bij de grondlegging van dit gemenebest door de fiere Zeeuwen behaald, en  door de borduurnaald van Johanna de Maegt, een Zeeuwse kunstenaresse vereeuwigd, voorstellen. –
Op de gestoelten, geschikt voor de Hollandse afgevaardigden, die de Zeeuwse Staten met angst uit hoofde van het geweld, dat hun misschien de toegang zou gesloten hebben, verbeidden, nam Johan de Witt plaats met zijn ambtbroeders. – Hier heerst een aangename rust en kalmte, en de achtbaarheid van Holland, na enige ogenblikken de gevaren van de onbezonnen volkswoede getrotseerd te hebben, voelt het strelende der veiligheid, in de zo eerbiedwaardige kring der vergadering van een zusterlijk gewest, door de banden der natuur aan Holland vermaagschapt, en welks voor- en tegenspoed, als met onverbreekbare ketens van het noodlot, aan dat van Holland sedert eeuwen geschakeld is.
Hier opent De Witt zijn last met met nadruk, deftigheid en welsprekendheid. Hij draagt alle de redenen van bezwaar voor, welke het naburig holland koestert, om de pasgeboren prins reeds te voorschikken tot kapitein-generaal der land- en zeemacht van de staat, – en om graaf Willem van Nassau, Stadhouder van Vriesland, gedurende de minderjarigheid van de vorst tot deszelfs luitenant te kiezen. Na een breed vertoog van staatkundige beweegredenen, sluit hij met deze woorden: “Edelmogende heren! getrouwe buren en bondgenoten van onze provincie! Wie onzer kan beslissen welk het lot van de nog jeugdige vorst zal zijn, die nog sprakeloos, gelijk aan alle andere kinderen van zijn jaren, daar nederligt. ’t Is zeer mogelijk, dat hem de voortreffelijkste en edelste hoedanigheden, als een gunsteling des hemels, ten deel vallen; dat hij als zijn grootvader Frederik Hendrik, een zegen voor dit gemenebest, een vader van burgers worde. – Maar immers, ’t is ook mogelijk dat hij, de voetstappen van zijn vader drukkende, de rechten en vrijheden des lands met een geweldadige hand zal aangrijpen en dit volk onder het juk van een stadhouderlijke alleenheersing zoeken te brengen; een volk dat tachtig jaren streed om het gravelijk juk af te schudden. – Waarom zullen wij ons zo ontijdig haasten met gunsten te verspillen aan en vorstelijke telg, wier karakter onbestemd, wier deugden en ondeugden nog in de kiem der toekomst besloten liggen? – Waarom zullen wij ’s lands geluk en de vrijheid des vaderlands aan een onopgelost raadsel wagen? – Laten we onderstellen dat hij, tot jaren van onderscheid opgegroeid, zich zonder dadelijke verdiensten door staatsbesluiten reeds overladen vindt met de gunstbewijzen des volks: Voor zo roekeloos weggeworpen en aan hem verspilde weldaden zonder wezenlijke verdiensten zal hij zich een kleine dank mogen schuldig achten. Zal hij niet moeten wanen, dat alles wat hem, als een kind is opgedragen meer wettig aangeërfde bezittingen, dan dadelijk bewezen gunsten zijn? Laten wij er nog mogen bijvoegen dat de prins tot mannelijke jaren geklommen, zich nooit met recht zal hebben te beklagen over de ongenegenheid van de aanzienlijken des lands bij zijn geboorte. -Hoedanig is dezelve niet reeds bij zijn doop gebleken. – Hoe hebben de steden van Holland gewedijverd om elkaar de loef af te steken in ruime pillegiften. – Hebben de algemene Staten, hebben onze lastgevers niet als gevaders over het kind bij de doop gestaan? – Dat wij u nog in bedenking geven of het niet overtollig, of het niet schadelijk is, gunst op gunst zo vroegtijdig op een te hopen, ten aanzien van een vorst die door zijn doorluchtige verwantschappen en grote bezittingen altijd van gewichtige invloed zijn zal op de belangen van dit gemenebest; zou, uit overweging hiervan alleen, door de ontijdige bevordering van zulk een doorluchtig personaadje ’s lands vrijheid, ten prijs van zoveel bloeds verworven, niet te zeer in de waagschaal gesteld worden? – Onze lastgevers dringen hierop met meerder nadruk aan, daar een zo verse proeve ons gewest de buitensporige eerzucht van een stadhouder heeft doen gevoelen, naar het opperste gezag dezer Republiek dingende, schoon hij, als stadhouder nauwelijks met kleiner macht bekleed was dan de graaf wiens gezag onze vaderen zo plechtig hebben afgezworen.
Hoe dringt deze taal in de gemoederen der Zeeuwse Staten die, als door het goddelijk vuur der vrijheid bezield, gevoelen hoe hun aanzoek bij hun bondgenoten strekking heeft, om, buiten noodzake, het oppergezag der krijgsmacht van dit gemenebest op te dragen aan een kind, nog onmachtig om zichzelf te beschermen, wiens toekomende hoedanigheden voor alle eindige verstanden en begrippen raadselachtig, volkomen onoplosbaar zijn. – Met dankzegging wordt de moedige en fiere taal der Hollandse bondgenoten ontvangen, en zij heeft kracht genoeg om althans voor dit ogenblik de ijver der Zeeuwse staatsvergadering te matigen en de ontijdige verheffing van de jonge prins te verschuiven.
Na vele plichtplegingen verliet de Hollandse bezending de vergaderzaal der Zeeuwen, en weldra de hoofdstad van het gewest. – Te Veere, de kweekschool van zovele stoute en dappere zeebonken, wachtte het jacht der Staten de Hollandse afgevaardigden. Bij het waaien van de vlag der staten van Holland, en onder het lossen van het geschut, zo van de wal als van het jacht, verlaat het prachtig vaartuig de haven van Veere. De Witt, op het dek staande, beschouwt met gevoelig genoegen die aloude zee-stad, zo welgelegen voor handel en visserij. – Hij bewondert het uitnemend en bekoorlijk gezicht dezer stad, zich met zoveel luister uit de golven opheffende, terwijl haar trotse torens in zee zich spiegelen; maar erinnert tevens zijn medeafgevaardigden aan de onvastheid van de Zeeuwse grond, die slechts weinig jaren (1630) geleden, eensklaps bij stil weer, een hoge toren van arduinsteen in een nacht in de diepte verzonken was.
Met een hart, voldaan over het zoveel mogelijk ter uitvoer brengen van zijn last, keerde de Witt terug en verheugde zich tenminste ditmaal door het gezag van Holland, dat gewest, hetwelk hem zo na aan het hart lag, als van zoveel gewicht voor het gheel bondgenootschap, de zo ontijdige verheffing van een afstammeling, gesproten uit het bloed van de vijand zijns vaders, gestuit te hebben. Hij reikhalsde reeds weer naar de staatsvergadering van het Gewest zijner geboorte, ten einde daar verslag te doen van het wedervaren van derzelver afgevaardigden, en hoe zij, ondanks de verblinde woede des gemeens, in hun pogingen geslaagd waren. – ’t was alsof de wind de wensen van de doorluchtige staatsman begunstigde, en of de golven met ontzag spoediger vluchten voor de Hollandse Leeuw, die, voor het galjoen van het statig jacht, overspat met het schuim der golven, de zwemmende Leeuw van het Zeeuwse wapenschild nabootste. Met de middag in zee gestoken, zag de Witt, nog eer de zon in het westen zonk reeds de stompe toren zijner vaderstad. Na het vallen van de avond stapten hij benevens zijn mede-afgevaardigden aan wal, – en het huis van de oude de Witt ontving hen al welkome vrienden en broeders terwijl bij het verhaal van hun ontmoetingen het hart van de grijsaard juichte over de fierheid van zijn zoon, een dankbaar oog opslaande tot het opperwezen dat hem uit zulk een ogenschijnlijk en dreigend gevaar gered had, om eerlang met roemde hoogste poest van eer in het Gewest Holland te bekleden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s