Mens en Melodie én Mathijs Vermeulen

Het tijdschrift ‘Mens en Melodie’ werd naar ik meen rond 1945 opgericht met als grote man Wouter Paap. De jaren 1952 en 1953 heb ik wat doorgenomen en dat geeft wel een heel aardige kijk op het muziekleven in Nederland van toen. Het gaat over festivals, nieuwe langspeelplaten (!), componisten, muziekonderwijs, koren en componisten waarvan er vele allang in de vergetelheid zijn geraakt. Heel aardig.

Verder trof ik van Matthijs Vermeulen ‘Het enige hart’, brieven aan zijn overleden vrouw waarin het heel persoonlijk gaat over zijn verering voor deze vrouw, zijn dagelijks leven, zijn kinderen, waarvan er één sneuvelt, het is nog oorlog. Af en toe gaat het dan ook nog over muziek. Opmerkelijk is het citaat uit de brief van 17 december 1944:
De tonale cadens verdeelt de muzikale frase onophoudelijk in een massa kleine vakjes. Hij kan vergeleken worden met een voorgedragen poëzie waarin de recitant een cesuur zou maken bij elke versvoet. Het is een hebbelijkheid welke de muziek heeft aangenomen toen de componisten metrisch begonnen te schrijven in korte maatsoorten, ten behoeve van danspassen, marsbewegingen, en andere dagelijkse gebaren…..Wat mij betreft, ik heb van deze reflexen geen last. Ik heb de tonale cadens zo goed als geheel geëlimineerd uit mijn muziek; dat ging vanzelf, zonder enige moeite; instinctief.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s