Johan de Witt – hoofdstuk 3

Na de dood van de Britse koning Karel I, als slachtoffer van de dwepende Cromwell gevallen, die met de mom van de godsdienst en het masker van gemenebestgezindheid zijn perkeloze heerszucht bedekte, hadden zich de gezagvoerders van het Nederlands gemenebest vruchteloos gevleid, om door bezendingen en onderhandelingen het zwaard des oorlogs in de schede verzegeld te houden, en onder de schaduw van de olijven van de vrede, de staat de voordelen der vrijheden van een onbelemmerde koophandel te doen smaken. De, tot op dit ogenblik krachthoudende, zo beruchte Acte van Cromwell, tot aanwas van scheepvaart en koophandel der engelsen, ofschoon in bewoordingen van een algemene strekking bevat, had bijzonder ten doel, de Nederlandse koophandel, dat voorwerp der blakende jaloezie van Engeland, de hartader af te steken. Vruchteloze pogingen tot derzelver intrekking; de vijandelijke ontmoetingen van de oude Tromp en de Engelse admiraal Blake; nutteloze gezantschappen, ofschoon zelfs versterkt door de raadspensionaris Paauw; algemene verbittering der landzaten…. alles maakte het behoud van de vrede onmogelijk. De ene roemrijke zeeslag volgde de ander op; met luister woei de vlag van de stengen der staatse kielen op alle zeeën, en blonk zelfs de fiere en trotse Britten op hun krijtgebergte in de ogen; soms vervangen door de beschimpende en tartende bezem, ten bewijze, hoe de Nederlandse helden de oceaan van zeerovers schoongeveegd hadden. Zwaar echter drukte de last van de roemrijke oorlog op de ingezetenen van de staat, terwijl het vuur van de partijschap, hoewel onder de as verborgen, echter niet uitgedoofd, i het midden van de ramp des oorlogs, vonken verspreidde, die bij het onweer, dat de staat van buiten begrimde, een algemene ondergang aan het vaderland dreigde.
In het midden van de krijgsroem, in het midden van deze staan van aanwakkerende verdeeldheid, werd de levensdraad van de Raadspensionaris Paauw afgesneden; die, nog zo kort geleden, alle de krachten zijner bekwaamheid vruchteloos bij de trotse Cromwell had te koste gelegd, om het vaderland voor de verderfelijke oorlog te behoeden. Staande het afzijn van dit aanzienlijk hoofd van Hollands Stateu in Londen, had Johan de Witt, als Pensionaris van de oudste stad van Holland, reeds die roemrijke en moeitevolle post bekleed. Op de doodsmare van de raadspensionaris Paauw, verenigen zich alle de stemmen der leden van staat op de persoon van Johan de Witt. Met eenparigheid wordt hem dit aanzienlijk ambt opgedragen.
Groot was de vreugde in het geslacht der de Witten over deze gebeurtenis. Vader Jacob de Witt was bij de aanstelling tegenwoordig. In het verblijf der Dortse staatsleden, na het scheiden der vergadering eerst teruggekeerd kondigde deze aan zijn zoon Cornelis, daar toevallig zich bevindend, de bevordering van zijn zoon Johan aan, daar hij met verhaaste tred het vertrek binnenkwam, waar deze gezeten was:
‘Zie daar, mijn dierbare zoon! een der hoogste wensen van mijn hart vervuld. door de algemene stemmen van de Staten van Holland, is uw broeder Johan zo even tot Raadspensionaris verkozen. O hoe streelt dit mijn vaderlijk hart….

Cornelis

Gij kent mijn hoogachting, mijn liefde voor mijn broeder. Gij leest mijn vreugde op mijn gelaat: lees daarop de blijdschap die mijn hart doorstroomt.

Jacob

Welk een luister, mijn kind, verspreidt deze zo vroegtijdige verheffing tot het aanzienlijkst ambt van de staat over ons geheel geslacht. Zo, zo beurt het na smadelijke verdrukkingen, die het onlangs onderging, met vernieuwde glans het hoofd omhoog. Nog geen acht en twintig jaren heeft u broeder bereikt, en reeds zie ik hem bekleed met een waardigheid, anders alleen aan de ervarenis van rijpere ouderdom toevertrouwd.eug

Cornelis

Gelukkig en groot, dit voorspelt mij mijn hart, zal de staat zijn onder zijn bestuur. Immers verenigt niet mijn dierbare broeder, daar zijn schranderheid en wijsheid het gebrek der jaren vervullen, de ervarenis des ouderdoms met het vuur der jeugd. De bedaarde raadslagen van de grijsaard zal hij met de vlugheid van de jongeling en de krachten van de man ten uitvoer brengen.

Jacob

Verheug ik mij over de spoedige bevordering van uw broeder; even hartelijk verheug ik mij over de oprechte blijdschap die uw geest vervult, op de mare van zijn verheffing. Vrij van alle lage ijverzucht over de roemrijke post, welke uw’ jongere broeder bekleedt, zie ik op uw gelaat hoe uw hart in u gloeit van de verrukking over het aangenaam verschiet waarin gij het dierbaar vaderland een gelukkige toekomst voorspelt.

Cornelis

Daar het heil der vaderlands alleen het grote voorwerp mijner gebeden en wensen uitmaakt, is er geen plaats open in mijn hart, waar de afgunst kan insluipen, en dat omtrent een broeder, die ik, hoe hoog hij door de leden van Hollands staatsvergadering moge geschat worden, beter nog dan zij, kenne in zijn schranderheid, in zijn onvermoeide werkzaamheid, en bovenal in zijn onverzetbare standvastigheid, om het door hem gevormd ontwerp tot stand en in werking te brengen; en dat in deze alles zegt, in zijn onkreukbare liefde voor het vaderland en het heil dezer provincie.

Jacob

En daar dit gewest afgescheurd moet blijven van de Stadhouderlijke invloed, wie toch, wie is daartoe geschikter dan uw broer, die reeds zo dikwerf met alle krachten de pogingen tot herstel van de zoon van Willem II in aanzienlijke krijgsambten heeft tegengegaan, – en nog, kort geleden, met gevaar van zijn leven, de Zeeuwse bondgenoten voor een overhaaste stap ter bevordering van de vijanden van ons stamhuis heeft bewaard… Maar ik zie uw broeder naderen… (met drift en een uitgestrekte hand zijn zoon tegmoet snellende) Geluk, hartelijke geluk, mijn zoon, met de post, heden door de algemene stem der Staten u toegekend!

Cornelis

Geluk, mijn broeder, geluk met uw bevordering, waarmede het vaderland en alle braven zich nog meer dan wij mogen gelukwensen.

Johan de Witt

Heb dank – mijn vader! Heb dank mijn broeder, voor het hartelijk deel, dat gij in mijn bevordering tot het blinkendst maar tevens zorgelijkst  ambt van het Gemenebest neemt. Ik heb bij mijn eed met diepe ontroering al het gewicht van het hoofdbestuur der aanzienlijkste van de gewesten van deze staat op mijn schouders voelen nederzinken – maar ik ken reeds bij ondervinding het netelige, het tedere, het gevaarlijke van die post. Maar uw vreugde, mijn dierbare broeder, streelt mij – en bovenal de blijdschap van mijn grijze vader. Hoe zal ook de tijding van mijn bevordering het hart van mijn moeder verheugen. Ja, ja, ik durf u verzekeren, mijn vader, dat mij, evenals Epaminondas, na het winnen van de slag bij Leuctra, deze zo aanzienlijke eer, de hoogste eer, in dit roemrijk Gemenebest te beklimmen, mij het meest verheugt, omdat mijn ouders dezelve beleven mogen.

Jacob

Nog deze dag zal ik uw moeder, wier toenemende zwakheid haar meer en meer aan haar bed kluistert, uw bevordering melden. O het geluk der kinderen is een middel ter verlenging van het leven hunner ouders.

Johan

Behalve uw vreugde streelt mij ook het blijkbaar ongeveinsd genoegen, dat ik bij de meeste leden van Staat ontdekt heb… Zelfs de oud-raadspensionaris Kats, mij ontmoetende bij de uitgang van de vergaderzaal, daar hij op weg was naar zijn lustverblijf, het besluit der staten vernomen hebbende, snelde mij tegemoet en wenste, mij de handen drukkende, hartelijk geluk… En, daar hij zo vaardig is met gedichten, voerde hij mij toe, uit een, hetwelk hij onder handen had, waarin hij van zijn bekleedde post als raadspensionaris spreekt:

Ik moest op deze stroom met grote aandacht zeilen,/want op een harde kust daar moet men dikmaal peilen:/Al wie bezijden af ging treden aan de ree,/die gaf zijn zwakke voet ten beste aan de zee./De winden bliezen hard, en maakten grote baren,/en bij mij was er nooit zo holle zee bevaren:/maar toch ik kwam er uit, doch door mijn wijsheid niet,/’t was Godes Vadergunst, die mij ten besten riedt.

De grijsaard zei dit met zulk een nadruk, dat mij de regels ogenblikkelijk in het geheugen vasthechtten,… en nadat hij het ambt van Raadspensionaris aan mijn voorganger overgaf, is de zee van het bestuur dezer landen niet veel effener geworden.

Jacob

Gij kent mijn hoogachting voor die beminnelijke goedaardige en godvruchtige heer, maar beter is hij geschikt om zich aan de stille letteroefeningen toe te wijden, en op zijn zorgvliet aangename gedichten voor zijn medeburgers op te stellen, dat uit te schitteren aan het hoofd van Hollands Staten, of de klem van derzelver achtbare hoogheid te handhaven.

Cornelis

De zachtheid van zijn geest is zeker onbestand tegen de botsingen aan welke de onrustige tijden de staatsman dagelijks is blootgesteld. Meermalen hebben mij leden van Staat verhaald hoe hij, nadat Willem II hem berichtte, dat gij mijn vader, met de overige leden in verzekering genomen waart, en hij zelf gereed stond om met krijgsmacht naar Amsterdam te rukken, bevende van spraak en handen deze stappen der vergadering mededeelde, en hoe zijn voorbeeld van ontsteltenis en vrees de schrik, die de meeste harten bevangen had, vermeerderde.

Johan

Hachelijk, zeer hachelijk mijn broeder was dat ogenblik,…. en ik hoop, dat God mij in zijn genade bewaren zal, immer met zulk een last in ’s lands vergaderzaal te zullen moeten verschijnen…  Al vergat ik dan alle persoonlijk gevaar, gelijk ik geloof, dat de man van staat behoort, zal hij het land van wezenlijke dienst zijn; al ben ik van een koeler en hardvochtiger gestel, dan nog zou mij de schending van ’s lands rechten en vrijheden zo diep treffen, dat ik de ontroering niet voor mijn medeleden zou kunnen verbergen.

Jacob

Nooit,mijn zoon, nooit zal het, zolang gij uw ambt bekleedt tot die uitersten komen, of gij zult tevens een slachtoffer der overheersing zijn, gelijk uw vader… Vergeet, herhaal ik u, op dit plechtig ogenblik, welk het lot van de zoon van Willem II [ook] moge worden, nimmer, dat zijn vader uw vader, om het voorstaan der rechten van deze Provincie, in een kerker heeft opgesloten. Die gedachten zullen u wapenen tegen flauwmoedigheid…

Johan

Stel u gerust, mijn Vader! Alles, alles zal ik aanwenden wat volgens de afgelegde eed het heil des vaderlands en de hoogheid dezer Provincie bevorderen kan – alles wat strekken kan om vaderland en vrijheid te behoeden tegen de schennissen, waaraan het somtijds door de paalloze invloed der stadhouders was blootgesteld. Maar, zal ik gelukkig slagen in mijn ontwerpen tot heil van het volk en vaderland, zal ik de oproerige bewegingen dempen, die de grondzuilen van de regering schokken – dan, dan zal het bovenal nodig zijn dat ik een einde maak aan de oorlog, dat ik de gehele Republiek, en bovenal de Provincie Holland, de aangenaamheden en voordelen des vredes smaken doe.

Jacob

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s