Henk Nellen – Hugo de Groot

Een leven in strijd om de vrede, zo luidt de ondertitel van dit kloeke boek, uitgegeven door Balans in 2007 en zo matig gebonden (nou ja, geplakt…) dat de eerste pagina’s van mijn tweede hands verworven exemplaar ondertussen los liggen.

Maar dat mag de pret niet drukken, want naar mijn smaak is dit een prima biografie vooral ook omdat het zo prettig is geschreven. Wie zo kan schrijven moet vooral doorgaan. Wonderlijk dat ik nooit van deze Nellen had gehoord.

Wie in ieder geval aan de lopende band doorging met schrijven was natuurlijk Hugo de Groot die opgeleid als jurist natuurlijk juridische werken schreef over het natuurrecht, over oorlog en vrede – De iure belli ac pacis – en over de theologie. Daarnaast schreef hij gedichten, vaak voor gelegenheden, voor vrienden en bekenden. Bovendien kwam er toneelwerk uit zijn ganzenveer en een oeverloze stroom aan brieven.

Grotius, zo werd hij als geleerde vaak genoemd, net als zijn aanvankelijke vriend Heinsius, en overige collega’s Vossius,Barleus; al die lieden hadden gelatiniseerde namen. Het waren dan ook academici die heel veel in het Latijn publiceerden en Grotius was daar nog heel goed in ook, zo begrijp ik.

Als pensionaris van Rotterdam, een baan die hij in 1613 aanvaardde, had hij ook te maken met het landsbestuur en dus met landsadvocaat van Oldebarneveld, die naast Maurits de grote politicus was. Hij was naast politicus ook Arminiaan en dit ging een steeds grotere rol spelen in deze omgeving. De opstand tegen de Spanjaarden stond tijdens het bestand op een laag pitje, maar men spreekt wel van bestandstroebelen. Uit de Zuiderlijke Nederlanden waren veel fanatieke Calvinisten naar het Noorden gekomen en zij wilden eigenlijk de staat naar hun Calvinistische pijpen laten dansen. Arminianen waren toen in sommige steden in de meerderheid en Hugo de Groot was voorstander van een overheid die boven de kerken stond in plaats van een Calvinistische kerk die het laatste gezag wilde hebben. Calvinisten werden contraremonstranten en de sfeer werd grimmig. Overigens waren er ook meningsverschillen over de te volgen koers t.a.v. Spanje. Maurits stond meer en meer aan de kant van de contraremonstranten en pleegde in 1618 een soort staatsgreep door in de steden de arminiaanse bestuurders eruit te zetten. Hugo de Groot en van Oldebarneveld werden gevangengenomen. De laatste werd ter dood veroordeeld en in Den Haag onthoofd en Grotius werd in slot Loevenstein gevangengezet.

Na de ontsnapping uit het slot is hij naar het zuiden gevlucht om zich uiteindelijk in Parijs te vestigen. Op zeker moment kwamen vrouw en kinderen ook naar deze stad. Grotius ging gestaag door met publiceren en stond in contact met plaatselijk geleerden, maar bleef ook brieven schrijven aan zijn broer Willem, zijn zwager en vele anderen waaronder zijn vriend Wtenbogaert, die zou uitgroeien tot opperhoofd der Arminianen.

Een echte betrekking had hij niet en publiceren leverde nog niet echt veel geld op. Trouwens, wel werk. Soebatten met drukkers (Elsevier, Bleau, Parijse drukkers), drukproeven doornemen, manuscripten veilig in de Nederlanden zien te krijgen. Waar hij naast ander werk ook mee bezig was, was een verweerschrift met betrekking tot het proces van 1618, Verantwoordingh.

In 1635 werd Hugo de Groot Ambassadeur voor het Zweedse koninkrijk in Parijs en daarmee waren de grootste geldzorgen voorbij. Ondertussen bleef hij publiceren, maar groeide hij wel steeds verder weg van de Nederlanden, terwijl hij eerder wel pogingen had gedaan om terug te kunnen keren.

Als ambassadeur, een functie die hij bijna tot zijn dood heeft uitgeoefend, was hij aan de ene kant bekwaam, aan de andere kant wat onhandig in de omgang. Hij hechtte veel te veel belang aan dingen als protocol, omdat hij een overtreding ervan zag als een belediging van de Zweedse kroon. Het was een zware periode. De tegenslagen in zijn diplomatieke carrière, de verguizing door Hollandse autoriteiten, de gespannen verhouding met de Franse gastheren, de gebrekkige ondersteuning vanuit het thuisland Zweden, de moizame uitbetaling van zijn salaris, de kritiek op zijn unionistische geschriften, de aanvallen van de theologen op zijn integriteit en rechtzinnigheid, de ongezeglijkheid van zijn zoons – het waren enerverende problemen die Grotius’ zelfvertrouwen aanstastten en hem achterdochtig maakten (p. 577).

In de laatste fase van zijn leven was Grotius steeds meer bezig met het idee van de eenheid van de kerk. Hij stelde zich een verzoening voor tussen de kerk van de reformatie – waarbij hij dus niet meteen dacht aan de fanatieke Calvinisten – en de kerk van Rome. Door publicaties hierover vervreemdde hij steeds meer mensen van zich. Velen dachten dat hij maar een klein zetje nodig had om toe te treden tot de Roomse kerk en er werd ook wel aan hem getrokken vanuit deze kerk. Zover is het niet gekomen

In 1645 kwam er een einde aan het ambassadeurschap en reisde Grotius naar Zweden. De terugweg viel niet mee en in Rostock is hij overleden waarna hij in Delft is begraven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s