P.C. Hooft

De man van de prijs en de straat. Ook de renaissance-man, Drost van Muiden en Baljuw van Gooiland en gastheer van de Muiderkring, dichter en zelfbenoemd geschiedschrijver, Amsterdammer en navolger van Seneca en Montaigne, fan van Tacitus en Hendrik IV.

Zijn eerste vrouw stierf op jongere leeftijd, er stierven kinderen op veel jongere leeftijd en toch was Hoofd een zonnige persoon die graag genoot van het leven. En dan vooral het leven op het Muiderslot waar zich vaak een bont en ontwikkeld gezelschap verzamelde – Zijn vriend Constantijn Huygens, Barleus, Tesselschade Roemers Visscher, en vele, vele anderen – om te praten, gedichten te horen, maar ook muziek.

Het was een gezelschap waar Vondel niet toe behoorde ook al hadden ze wel contact en respect voor elkaar, Vondel en Hooft. Vondel was veel serieuzer en in zekere zin ook feller, meer geëngageerd.

Ik heb dus Het leven van P.C. Hooft door dr. H.W. van Tricht gelezen (Martinus Nijhof, 1980, Den Haag). Een boek dat eigenlijk al ouder was en toen is herschreven. Het is een boek dat ik vond in het magazijn van de biep. Eerlijk gezegd had ik gedacht dat er wel een mooie recente biografie beschikbaar zou zijn. Dat is dus niet het geval. Dit boek ziet er niet bijster aantrekkelijk uit, maar is eigenlijk een heel informatief boek. Misschien is dat wel de reden waarom er geen recente biografie is.

Het eerste deel van zijn leven was Hooft, zoon van de Amsterdamse burgemeester, vooral bezig met poëzie, en vooral heel veel liefdesliedjes. Hij had al snel door dat hij niet geschikt was voor de handel of de politiek en kon zich een ander leven veroorloven. Later in zijn leven is hij aan een enorm project begonnen, de beschrijving van de eerste aanzet van de opstand, de Historiën, waarvoor hij zich grondig voorbereidde door naar bronnen te speuren en door zijn grote voorbeeld te bestuderen: Tacitus.

Er ligt hier nog een ander biepboek, P.C. Hoofd, De gedichten, Verzorgd en itgegeven door Johan Koppenol en Ton van Strien; muzikale redactie en toelichting Natascha Veldhost. Een uitgaven van Polak & van Gennep (Amsterdam 2012). Niet alleen een redelijk recent boek, ook een kloek boek.

Het is een schatkamer. De gedichten zijn wat betreft de spelling wat aangepast aan de onze, maar het valt mij niet mee om een gedicht te vinden dat ik meteen begrijp. Nu begrijp ik hedendaagse gedichten meestal ook niet, maar nu bedoel ik dat ik al snel weer een onbekend woord tegenkom. Maar dat is niet altijd erg.

Het is een mooi boek, er staan gravures in en, nu komt het, er staan noten bij die een heel aantal gedichten zingbaar maken en dus tot liederen. In tegenstelling tot Constantijn Huygens was Hooft geen componist; hij zorgde dat gedichten pasten in het ritme van bekende deunen. Zo van op de wijs van O, Champs Elysée. De genoemde Natascha Veldhorst is op zoek gegaan naar die melodieën en die staan dus ook afgedrukt. Er zit zelfs een cd bij, maar daar heb ik nog niet naar geluisterd.

Om dit Hooft-project af te ronden heb ik wat gelezen in ‘Nederlandse historiën in het kort’, een bloemlezing van het enorme werk van Hooft. M. Nijhoff heeft de inleiding geschreven waarin hij er op wijst dat zowel het monsterproject van Hooft als dit boek zijn uitgegeven door Elsevier. Maar dat terzijde. Nijhoff heeft stukken tekst van Hooft genomen en de tussenliggende episodes naverteld. Op deze wijze is het analenwerk van Hooft hanteerbaar geworden en zit ik nu met een boek (Eerst uitgegeven in 1947 en nu opnieuw in 1978) van 358 bladzijden. Het is bijzondere lectuur die de geschiedenis wel heel dichtbij brengt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s