NL literatuur in de 17e eeuw…

Nederlandse Literatuur, een Geschiedenis, uitgegeven door Martinus Nijhof, Amsterdam (1993) is een wonderlijk boek waar ik eerder naar verwees. Zoals de voorkant zegt: Honderdvijftig evenementen en wat er literair aan vast zit. En dat dan bijeen geschreven door een keur aan specialisten. Het boek is misschien al wat gedateerd, maar dat leek mij niet zo’n ramp gezien het feit dat het mij nu om de 17e eeuw ging. Wat dit is wat ik heb gedaan, ik heb alle hoofdstukken over deze periode gelezen en dat leverde de volgende caleidoscoop op:

8 juli 1600; P.C. Hooft schrijft uit Florence een rijmbrief aan de Amsterdamse rederijkers door E.K. Grootes. Over de grande tour van Hooft en de invloed ervan op zijn werk

1613; De drukker Dirck Pietersz. Pers laat Vondel nieuwe bijschriften maken bij een reeks emblematische gravures door Hans Luijten. Een leuk artikel over het embleemboek dat razend populair was. Eigenlijk een plaatjesboek met leerzame begeleidende teksten.

24 september 1617; Inwijding van de Nederduytsche Academie door Mieke B. Smits- Veldt. Samuel Coster van de rederijkerskamer De Eglentier zette op de Keizersgracht een gebouw neer om cursussen te volgen en toneel te zien. Een soort volksuniversiteit. Eenderde van de opbrengst ging naar het Burgerweeshuis. Na de staatsgreep van Maurits was het gedaan met de colleges en in 1622 werd de boel gesloten.

9 april 1622 Cornelis Lodewijcksz. van der Plasse ontvangt een privilege van de Staten-Generaal voor het drukken van alle werken van Bredero (E.K. Grootes). Een artikel dus over het Groot lied-boek van Bredero dat ik hier in de uitgave van Tjeenk Willink/Noorduijn (Den Haag 1979) mét muzieknotatie van de al bekende deunen waar Bredero zijn liederen bij maakte.

7 en 8 november 1622; Opgraving van het lichaam van Jan van Ruusbroec (K. Porteman). Over de mystieke heropleving in de Zuidelijke Nederlanden.

6 augustus 1625; Vondel draagt De Amsterdamse Hecuba op aan Antonis de Hubert (A. van Strien). Een artikel over de worsteling om tot meer eenduidigheid te komen in het gebruik van de taal.

17 augustus 1630; Huygens stuurt Hooft twee vertalingen uit de gedichten van John Donne (A. van Strien). Over de poëzie uit die tijd en met name die van Huygens.

17 september 1637; De nieuwe bijbelvertaling wordt aangeboden aan de Staten-Generaal (H. Duits). Daar is-ie dan, de Statenvertaling als kakelnieuw resultaat van het besluit van de synode uit 1618.

3 januari 1638; De opening van de Amsterdamse Schouwburg (Lia van Gemert). Het plan was om de opening feestelijk op tweede Kerstdag 1637 te doen met het nieuwe toneelstuk van Vondel: Gysbrecht van Aemstel, het stuk dat op die dag speelt en gaat over de verwoesting van Amsterdam in 1304. Vondel gebruikte deze geschiedenis om over het meer recente verleden na de laten denken. In het stuk zaten Katholieke liederen en dat kon natuurlijk niet en zo vond de uitvoering en dus de opening pas plaats op 3 januari van het nieuwe jaar.

12 februari 1642; Huygens wijdt zijn nieuwe buitengoed Hofwijck in; poëzie van het buitenleven (Willemien B. de Vries).

16 januari 1643; Uit naam van Frederik Hendrik stuurt Huygens een zilveren kan en schotel aan Hooft als dank voor de Neerlandsche Historiën; de betekenis van de vaderlandse geschiedenis voor de literatuur (Marijke Meijer Drees). Hoofd deed mee met een trend om zich met de eigen recente geschiedenis bezig te houden om daarmee iets bij te dragen aan de identiteit van de als los zand aaneen hangende federatie. Het werd zijn levenswerk.

30 december 1645; De koningin van Polen bezoekt de Amsterdamse Schouwburg, waar te harer ere onder andere de klucht Lichte Klaarte zal worden opgevoerd. Klucht en blijspel (R. van Stipiaan). Over de ontwikkeling van de klucht naar een iets meer fatsoenlijke vorm onder invloed van het genootschap Nil volentibus arduum.

Najaar 1649; Jan Six van Chandelier overnacht in Toulouse; drie anti-idealistische dichters (M.A. Schenkeveld-van der Dussen). Over dichters die zich verzetten tegen het leerzame, verstandige en devote. Daar hoorden ook bij Matthijs van de Merwede van Clootwijk (1613-1664) en Willem Godschalk van Focquenbroch.

20 oktober 1653; Amsterdamse schilders eren Vondel met een lauwerkrans als het Hoofd der Poëten; de ontwikkeling van Vondels dichterschap (E.K. Grootes).

17 juni 1660; De zuster van de Engelse koning Karel II houdt een intocht in Amsterdam. Daarbij wekt een ‘tableau vivant’ van Jan Vos haar afschuw; over dichters als maatschappelijke en politieke commentatoren (Mieke B. Smits-veldt). Een artikel waarin vooral Jan Vos, hoofd van de Amsterdamse schouwburg en dichter, in het zonnetje wordt gezet. Hij was het die je erbij moest hebben bij feestelijke intochten en dit soort van ontvangsten.

22 februari 1667; Inwijding van de Hollandse Schouwburg in Stockhom, ofwel, De Nederlandse literatuur buiten de Lage Landen (Arie Jan Gelderblom). Een leuk artikel waarin wordt beschreven hoe men in het hele Hanze-gebied best wel wat Nederlands verstond. En zo kon het gebeuren dat helemaal in Stockholm een Nederlandse Schouwburg werd geopend. Een hoofdrol speelde Jan Baptist van Fornenbergh wiens levensverhaal een roman waard is die er misschien allang is.

26 november 1669; De optichtingsvergadering van Nil volentibus arduum, ofwel, het Frans-classisme verovert de schouwburg (Ton Harmsen). Het latijn staat voor ‘niets is moeilijk voor hen die willen‘ en de beweging stond voor een nieuwe kijk op het toneel.

Oudejaarsavond 1675; Cornelia van der Veer schaduwt Katharina Lescailje als deze van het huis van haar vriendin Sara de Canjoncle naar dat van haar zuster gaat, ofwel, het vrouwelijk aandeel (Marijke Spies). Een geheimzinnige titel voor een artikel over de vrouwen in de poëzie. De genoemde dames komen aan bod, maar ook bekendere vrouwen zoals Anna Roemers en Tesselschade.

1676; Wouter Schouten publiceert zijn Oost-Indische voyagie. Reisteksten (Marijke Barend van Haeften). Een nieuw genre, waarvan het bekendste werk is Journael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe van de Oost-Indische reys van Willem Ysbrandsz. Bontekoe van Hoorn.

Oktober 1678; Amsterdamse boekverkopers vragen om maatregelen tegen venters van ‘allerhande vuyle en schandaleuse Boeckjens’; over de verspreiding van populaire literatuur (P.J. Verkruijsse). Een artikel dus over de minder literaire genre zoals almanakken en pamfletten die aftrek vonden bij gewone burgers waarvan er opmerkelijk veel konden lezen, wat het gevolg was van beleid. Mensen moesten immers de bijbel kunnen lezen…

Maart – mei 1682; Joannes Vollenhove correspondeert met Geeraardt Brandt over diens Leven van Vondel. Het begin van de Nederlandse literatuurgeschiedschrijving (M.A. Schenkeveld- van der Dussen). Deze Brandt was de biograaf en vriend van Vondel en schreef ook over Hooft. Het artikel gaat ook in op de wisseling van de wacht, want met de dood van deze dichters werd er een tijdperk afgesloten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s