Jules Evans – Filosofie voor het leven en andere gevaarlijke situaties

Een toegankelijk filosofieboek dat de link legt tussen wat de schrijver noemt de Socratische traditie en tegenwoordige cognitieve gedragstherapie.

De structuur van het boek is als een dagprogramma aan een filosofische school. Het begint allemaal met een morgenappèl met Socrates en dan gaat het verder met een ochtendsessie met Epictetus. In dit boek gaat het niet om harde filosofie van Kant of Descartes. Nee, het gaat om levenskunst, het gaat om de vraag hoe we een gelukkig en vervuld leven kunnen leiden.

Zo was Socrates volgens de dialogen van Plato steeds maar bezig om gesprekken aan te knopen en lastige vragen te stellen. En zo stelden de Stoïcijnen steeds de vraag wat je nu zelf in de hand hebt en wat niet. Over dingen die je niet in de hand hebt hoef je niet van streek te raken. We moeten verantwoordelijkheid nemen juist voor die gedachten waar we wel verantwoordelijkheid voor hebben, voor de dingen die we wel in de hand hebben. Dit was kort door de bocht de denkwijze van Epictetus, Marcus Aurelius en Seneca.

Met Epicurus komen we meer bij de neiging zich terug te trekken uit de samenleving en het genot voorop te stellen. Dit betekende trouwens een heel sober genot en zeker geen enorme zwelgpartijen. ‘Waarom stellen we de vreugde steeds weer uit’? Het gaat bij hem om de kunst van het genieten.

Na de behandeling van mystici en sceptici (het cultiveren van twijfel) gaat het over Plato. Over de dialogen, maar uiteindelijk ook over de Staat en de Wetten waar Evans duidelijk minder negatief over is dan Popper. Centraal staat het verlangen naar waarheid, ‘de fundamentele gedachte van Plato is dat de delen verbonden zijn met het Geheel, met het Absolute, zo zegt en Alexander tegen de schrijver.

En dat had ik nog niet verteld. Het boek staat naast de informatie over deze klassieke filosofen vol met ontmoetingen met mensen die hun leven in lijn van een van hen hebben ingericht. Daarnaast zijn er nog de persoonlijke bespiegelingen en belevenissen van de schrijver. Dat maakt het boek heel leesbaar en dat het verkeert op de grens tussen filosofie en zelfhulp.

Plutarchus was de man van de levensbeschrijvingen, voorbeelden om na te volgen als middel in het onderwijs.

Met Aristoteles, de leerling van Plato en leraar van Alexander de Grote, komen we wat meer met de voeten op de grond en wordt ook meer verbinding gelegd met andere mensen, het ging meer over politiek, ethiek en de menselijke psyche. ‘Volgens Aristoteles zijn veel deugden sociaal, zoals een goed humeur, vriendelijkheid en geduld. Dat betekent dat we het goede alleen samen kunnen beleven’ (237). Aristoteles werd de grote held van de Middeleeuwse kerk en van Thomas.

Tegen het einde van het boek wordt de link gelegd richting het Buddhisme en zo de stelling bestreden dat het hier wel erg om westers denken gaat. En dan besluit het boek met de Dionysische denkwijze. Lichamelijkheid, dansen, leven en niet te veel somberen. Valt daar niet veel meer voor te zeggen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s