J.J. Voskuil – Binnen de huid

De roman die tussen ‘Bij nader inzien’, dat ik nog niet heb gelezen, en ‘Het Bureau’, waarvan ik deel 1 met plezier las, in zit, maar pas na de dood van de schrijver is uitgegeven (2009) terwijl het tussen 1964 en 1968 is geschreven.

Het is een eigenaardig boek en bovendien hoogst ergerlijk wat het ook wel een heel knappe roman maakt. Als iemand een roman van 427 pagina’s weet te maken die maakt dat je vanaf enkele pagina’s tot het einde je schoen wil opeten van ergernis, inhoudelijke ergernis, niet omdat het slecht is geschreven dus, dan is dat knap. En dat is hier dus aan de orde.

De roman is mij voorgelezen en dat heeft geruime tijd in beslag genomen. Niet door het aantal pagina’s, maar omdat we soms ook wel weer wat moed moesten verzamelen.

De roman gaat over Maarten – hier als ik- persoon en Nicolien die we kennen uit het bureau en over een ander stel, Paul en Rosalie, die misschien wel bekend zijn voor lezer van ‘Bij nader inzien’. Het zijn studievrienden. De studie zit er net op en beide stellen zijn getrouwd en logeren regelmatig bij elkaar. Paul is leraar geworden in Deventer waar ze net naartoe zijn verhuisd vanuit Amsterdam. Het boek begint met het eerste bezoek van Maarten en Nicolien aan de vrienden in Deventer.

Radicale bespiegelingen uit de studententijd spelen nog een rol. Zo vindt Maarten het aanvaarden van een baan als leraar verraad en wordt er het hele boek door geworsteld over de vraag wat een huwelijk eigenlijk is en of je trouw moet zijn of toch niet. Het is een roman over jonge mensen die nog heel erg de weg in het leven aan het zoeken zijn. Paul en Rosalie hebben al gekozen voor een meer burgerlijk en meer comfortabel bestaan. Maarten niet; hij doet wat vertaalwerk voor Henriëtte, een gemeenschappelijke vriendin waar ze allemaal wel een beetje jaloers op lijken te zijn. Zij heeft in ieder geval niet voor een burgerlijk leven gekozen. Ze is op haar ééntje naar Parijs gegaan.

Tot zover niets ergerlijks. Het ergerlijke zit ‘m in de relatie tussen deze vrienden die heel weinig laten merken dat ze vrienden zijn. Er wordt veel ruzie gemaakt of op zijn minst op een aanvallende toon gediscussieerd en steeds gaat het over levenskeuzen die niet vol te houden zijn, verwijten burgerlijk te zijn of niet consequent. Het wordt allemaal echt ergerlijk wanneer blijkt dat Maarten en Rosalie verliefd op elkaar zijn maar daar eigenlijk niets mee willen en niets mee kunnen. Rosalie gedraagt zich heel uitdagend waarbij je je ook geërgerd kan afvragen waarom Nicolien geen einde maakt aan deze vriendschap. Maarten blijkt en angstige weifelkont. Dan komt het ene stel naar Amsterdam en dan gaat het andere naar Deventer en steeds is het maar gedoe en komt het allemaal nauwelijks verder. Hou er mee op of doe wat!

Het wordt allemaal steeds beroerder en ingewikkelder, ongemakkelijker zeker wanneer blijkt dat Paul en Nicolien ook een verhouding hebben. Daar komen we pas laat achter omdat de roman heel consequent vanuit Maarten is geschreven en hij steeds minder aandacht heeft voor Nicolien. De verhouding tussen haar en Paul, mogelijk gefaciliteerd door Maarten en Rosalie, ontgaat hem volledig en van Nicolien en de andere zien we alleen het gedrag zoals Maarten dat ziet.

Bijna komt het zover dat Maarten en Nicolien uit elkaar gaan. Het boek eindigt fraai met de sneltrein waar Paul in zit die voorbij raast terwijl de stoptrein waar Nicolien in zit aankomt.

De rode achterlichten verdwenen schommelend in het donker. Het was opnieuw stil. De man met de bezem kwam langzaam dichterbij. Tegenover me kwamen mensen op het perron. De bomen gingen dicht. De koplampen van de trein kwamen de hoek om. Hij minderde vaart en reed het station binnen. Ik wachtte tot hij stilstond. toen draaide ik me om en liep langzaam om het gebouw heen naar de uitgang.

Over de titel dan. Iedere nederlaag was de keerzijde van zelfoverschatting en zelfbedrog. Over een dergelijke ontmaskering moest ik verheugd zijn. Bij de huid hield het op. Daarbinnen was ik onkwetsbaar (p.387). Als lezer twijfelde ik enorm over deze uitspraak. De titel gaat naar mijn idee ook over mij als lezer. Dit ergernisveroorzakende boek gaat zelf onder de huid zitten.

De stijl is, net als in het bureau, droog en met korte zinnen beschrijvend. Voskuil gebruikt veel dialoog vol vloeken en mieters.

En wat vond je er nu van? Het is een boek waarin vrijwel niets gebeurt. Dat is knap. Is het misschien te dik, had er meer gestreept moeten worden? Ik twijfel daarover. Ik ben bang dat de lengte en de traagheid wel bijdragen aan het effect. Ik ben bang dat ik dit toch ondanks of dankzij alle ergernis een knap boek moet vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s