Herman Melville – Moby-Dick

Het moest er een keer van komen. Ik weet niet hoe oud ik was toen ik nog dacht dat dit een kinderboek was. Op zeker moment begreep ik dat het helemaal geen kinderboek was, maar een classic die waarschijnlijk niet al te vaak wordt (uit)gelezen.

Het is een boek uit 1860 geschreven door iemand die zelf gevaren heeft en zich rondig heeft verdiept in de walvisvisserij. De roman is geschreven in de ik- vorm; het verhaal begint met call me Ismael, maar de ik raakt gaandeweg uit beeld om weer terug te keren in de epiloog.

Het verhaal begint met deze Ismael die op weg gaat naar Nantucket, het Amerikaanse walvisvaartplaatsje bij uitstek om daar met zijn zonderlinge nieuwe vriend Queequeg aan te monsteren voor een lange tocht met de Pequod.

De roman is ruim 100 pagina’s op streek wanneer de Pequod eindelijk uitvaart. In korte hoofdstukjes gaat het dan verder en dan hebben we nog steeds niet kennisgemaakt met Ahab, de zonderlinge kapitein die één kunstbeen heeft van walvisivoor.

En dan komt hij eindelijk eens uit zijn kajuit en houdt hij op zeker moment een toespraak waaruit blijkt waar de reis om gaat. Tijdens een eerdere tocht is hij op jacht geweest naar de witte potvis, Moby-Dick die tijdens het tumult zijn been eraf gehapt heeft. Immers, een potvis heeft in tegenstelling tot een gewone walvis een bek vol tanden. De Pequod gaat op reis om op zoek te gaan naar deze Moby-Dick om wraak te nemen, om hem toch eindelijk te vangen. Na deze toespraak is er één bootsman, Starbuck, die bezwaar maakt tegen het plan. Hij kan niet terug maar kan wel zeggen wat hij ervan vindt.

En dan gaat het verhaal verder. Niet recht-toe-rechtaan, want het verhaal wordt heel regelmatig onderbroken door informatieve hoofdstukken over de walvisvangst. Als je dit boek uit hebt dan heb je ook het idee dat je iets meer weet over die zonderlinge bedrijfstak en over walvissen. Hierdoor is de vaart uit het boek. Nou ja, die vaart was er al niet. In een mooie stijl, gelardeerd met voor mij veel onbekende woorden , ontwikkelt het verhaal verder en reizen we de hele wereld over terwijl heel langzaam met subtiele signalen de spanning toeneemt.

Ondertussen worden er walvissen gevangen en ontmoeten ze soms een ander walvisjagend schip. Zo horen ze van de aanwezigheid van Moby-Dick als ze in de zee ten zuiden van Japan zijn beland en dan komen we in de apotheose terecht. Er zijn al twee vergeefse pogingen gedaan om de potvis te vangen wat al een dode walvisjager en een kapotte boot heeft opgeleverd. En dan zegt Starbuck (p. 648) wat hij ervan vindt: Never, never wilt thou capture him, old man – In Jesus’ name no more of this, that’s worse than devil’s madness. Two days chased; twice stove to splinters; thy very leg once more snatched from under thee; thy evil shadow gone – all good angels mobbing thee with warnings: – what more wouldst thou have? – Shall we keep chasing this murderous fish till he swamps the last man? Shall we be dragged by him to the bottom of th sea? Shall we be towed by him to the infernal world? Oh, oh, – impiety and blasphemy to hunt him more!

Het boek gaat over Ahab die vast zit in zijn monomane haat en zijn voornemen om Moby-Dick te doden en zich te wreken. Over zijn onvermogen om los te laten, na twee mislukte pogingen zijn verlies te nemen. Dit is een lange literaire weg vol met scheepvaartjargon en andere lastig idioom, om dit thema onder de aandacht te brengen en zo hoop ik de roman ook te onthouden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s