Het Gilgamesh epos

Daar liep ik heel toevallig tegenaan; een kwestie van overmacht. De Penguin classic had ik al wel; een onderhand losbladige editie vertaald door N.K. Sandars. Wat ik nu heb gelezen is de vertaling uit 2001 (Amsterdam, Ambo) van Theo de Feyter. Het boek is ingedeeld in tabletten zoals het verhaal ook op tabletten in spijkerschrift is geschreven. Er hebben in de tijd van Summeriers en Akkadiërs en Hetietten verschillende edities gecirculeerd.

Gilgamesh is een beetje ADHD- achtige koning van Oeroek. Hij komt wat tot rust wanneer hij de in de natuur opgegroeide Enkidu leert kennen. Na een gevecht worden ze vrienden en samen verslaan ze het monster in het cederbos.
Na de dood van Enkidu wil Gilgamesh meer weten over de dood en de onsterfelijkheid en gaat hij op pad naar de Noach-achtige figuur die onsterfelijk is geworden en komt uit de tijd van voor de vloed.

Met dit boek stap je een wereld binnen van wonderlijke goden en gebruiken; de stokoude cultuur van het huidige Iran en Irak. Heel fascinerend en meestal goed te volgen; soms met rare herhalingen en vaak ook heel menselijk. Ook toen waren mannen te verleiden door mooie vrouwen, ook toen kenden mensen hun trots, ook toen werd de dood als iets lastigs ervaren en ging men op zoek naar onsterfelijkheid…

Advertenties

De Makkabeeënboeken

1 Makkabeeën bestrijkt de periode in de tweede eeuw voor Christus wanneer na de tijd van Alexander de Grote het rijk is verdeeld en palestina onder de invloed van de Seleuciden komt met als gevolg dat men wat meer Griekse cultuur en gebruiken wilde invoeren. Sportscholen, griekse goden erin; sabbath, besnijdenis en tempelcultus eruit. Dat was zo’n beetje de idee. Een deel van de Joden ging daar niet in mee en zo ontstond er een verzetsbeweging met Mathias en zijn zonen waarvan Judas de bijnaam Makkabeeër kreeg. Het boek gaat dus over de verschillende oorlogen die zo ontstonden en is geschreven vanuit het perspectief van deze groep Joden die trouw wil blijven aan de oude inzettingen. Overigens heb ik deze deuterokanonieke boekjes gelezen in de NBV.

2 Makkabeeën vertelt vanuit ongeveer hetzelfde perspectief maar bestrijkt minder tijd en vertelt meer in detail de ellende die de Joden hebben meegemaakt en die aanleiding was om de strijd aan de gaan.

Wat me eerder ook al eens was opgevallen is dat het taalgebruik toch anders lijkt dan in boeken als Samuël of Koningen. Hier is sprake van Joden en worden de wet en de sabbath heel veel genoemd.

Daarmee is dit bijbelproject wat mij betreft klaar en is het toch wat anders gelopen dan ik me had voorgenomen. Ik ben helemaal door de bijbel gegaan maar heb minder dan eerst de bedoeling was aandacht gegeven aan de tekstgeschiedenis en de eigenaardigheden per bijbelboek. Daardoor kon er meer aandacht zijn voor ‘omliggende’ boeken zoals deze Makkabeeën, Thomas, DSS en Josephus en voor een ander ‘heilig boek’ zoals de Koran. Voor mij was dit wel de aantrekkelijke keuze. Tegelijk blijft er veel open liggen. Wat te denken van Gilgamesh? de rest van de Apokriefe boeken? enfin, dat komt wel weer eens…

l

De Dode Zee-rollen en Jezus – Klaus Berger

Dit boekje had ik al eens heel vluchtig gelezen. Het is in 1994 bij Kok in Kampen uitgegeven en geschreven naar aanleiding van wat sensationele publikaties over de Dode Zee-rollen uit die tijd. Het boek bestaat uit een algemene inleiding over de DSS, een weerlegging van de genoemde publicaties en een onderzoek naar de relatie tussen die bonte verzameling rollen en de vroeg-Christelijke gemeente. Die relatie bestaat uit het feit dat de DSS een weerslag zijn van een deel van het jodendom van die tijd. Logisch dat er dus linken zijn, dat de schrijvers van het NT in veel zaken aansluiten bij de DSS. Dat wordt aangetoond met een heel aantal voorbeelden. Natuurlijk zijn er ook verschillen en die worden ook besproken.

De Rollen van de Dode Zee

Vroeger had ik de Penguin van Vermes. Bij Wever heb ik ooit de twee Nederlandse delen uit 1994 (Kok/Lannoo) vandaan laten komen, de vertaling van García Martinez en van der Woude. Daarvan heb ik nu opnieuw deel 1 gelezen. Hoe zat het ook al weer? Het gaat om die geweldige vondst eind jaren ’40 in de buurt van Qumran waar ook ruínes werden gevonden; misschien wel resten van een religieuze gemeenschap, een secte die vanwege een calamiteit is opgedoekt en de rollen heeft verborgen in grotten in de buurt.
Over Qumran hebben specialisten uit Groningen de Groninger hypothese voorgesteld om de relatie tussen Qumran en de Essenen aanneembaar te maken. Eerst was er een strikte beweging met vestigingen door het hele land, de Essenen. Later ontstond er een veel sectarischer club in Qumran. Vandaar dat sommige geschriften niet heel sectarisch zijn en ook niet aan een plaats gebonden. Andere zijn dat wel.

Dit deel bestaat uit een uitgebreide algemene inleiding en dan nog inleidingen bij de diverste rollen. De grove indeling: Wetsliteratuur, orderegels en poëtische teksten. Bekend zijn de Tempelrol, de Regel de gemeenschap en het Damascusgeschrift (CD). Het is fascinerende lectuur uit de eerste eeuw voor Christus en de eerste eeuw. Het geeft een kijkje in het Jodendom van die tijd en wel op een heel andere manier dan Josephus. Het aardige is natuurlijk ook dat er aan de ene kant geweldig wordt geput uit het OT en dat aan de andere kant termen of bewoordingen – bijvoorbeeld zaligsprekingen – passeren die in het NT ook voorkomen.

Flavius Josephus – De Joodse Oorlog

Een Ambo uitgave uit 1992, vertaald door Meijer en Wes. Een heel leesbaar boek, vaak onderhoudend en spannend, soms wat langdradig. Het is niet zozeer de Joodse Oorlog maar eerder een geschiedenis van alle opstanden, onlusten en partijschappen in Judea, Galilea en omstreken vanaf de tijd van Antiochus Epiphanus tot de val van Masada na 70. De verslaglegging wordt natuurlijk wel gedetailleerder en ook sappiger vanaf het moment dat Josephus er zelf bij was of mogelijk ooggetuigen heeft kunnen spreken (of zijn dikke duim heeft laten spreken).
Het is een boek vol van Joodse strijd om macht en invloed. Rond Herodes, maar ook rond allerlei vage messiaans-revolutionaire heethoofden. religieuze ijveraars waar Josephus duidelijk niets van moest hebben. Hij was toen hij inzag dat de oorlog tegen de Romeinen op niets zou uitlopen overgelopen met het idee – zo wil hij het in ieder geval doen overkomen – dat hij vanuit die positie het tij zou kunnen keren. Zo heeft hij tijdens het beleg van Jeruzalem als Brugman staan schreeuwen om de Joden ervan te overtuigen dat God aan de kant van de Romeinen stond en dat dit een zinloze strijd zou worden.
De beschrijving van dat beleg, de interne strijd, de wreedheid en moed; het is allemaal heel overtuigend gedaan en waarschijnlijk ook heel goed vertaald.

Wat blijft hangen is de enorme interne verdeeldheid. Normale mensen die zich steeds maar weer lieten meeslepen of inpakken door de Zeloten types die in onze termen al flink doorgedraaid waren. Het waren fundamentalisten die van hun volgelingen onvoorwaardelijk inzet tot de dood eisten en die soms feller streden tegen gematigde volksgenoten dan tegen de Romeinen.

Op zich is dit geen religieus boek ook al heeft Josephus wel een gelovig wereldbeeld waarin God op de achtergrond sturend aanwezig is. Het boek geeft een heel ander beeld van het joodse land tijdens de eerste eeuw dan de Bijbel en geeft ook even een kijkje in de wereld van de Essenen (boek II, hoofdstuk 8, blz.186) en dat is waar ik nu zijdelings mee doorga: De Dode Zeerollen.

De Koran – Kader Abdolah

In 2008 kwam die twee boeken uit bij de Geus; de Koran en een boek over Mohammed. De Koran heb ik geleend en gelezen. Dat was overigens niet mijn eerste kennismaking met dit boek want ik had de Penguin-vertaling uit 1968 van Dawood al eens gelezen.
Abolah heeft ervoor gekozen om de hoofdstukken in chronologische volgorde te presenteren wat in de oorspronkelijke verzie dus niet aan de orde is. Ook Dawood trouwens had iets gedaan aan de volgorde. Abdolah voorziet een aantal hoofdstukken van een cursief gedrukte inleiding, soms en verhaaltje uit een vaak Perzische bron of een verhelderende toelichting. Dat zijn eigenlijk de aardigste stukjes uit het boek. Wat het minst aardig is dat zijn de oeverloze herhalingen waar A. NB nog in gesneden heeft wat hem natuurlijk wel een riante plek in het paradijs moet opleveren.
Mijn indruk van het boek is niet wezenlijk veranderd sinds de vorige lezing. Het grote kader is de tegenstelling tussen geloof en ongeloof; gelovigen en ongelovigen. Het boek bestaat uit vermaningen en instructies en een hoop verhaalfragmenten die te herkennen zijn als bijbelfragmenten maar vaak zijn ze dan wel weer net anders. Daar zitten heel mooie vertellingen bij. De schrijver had – zo lijkt het tenminste – geen bijbel bij de hand maar wel een hoop verhalen gehoord. In het eerste gedeelte komen meer van deze fragmenten voor dan verderop. Wat daarbij opvalt is dat een verhaal meestal niet van het begin tot het einde wordt verteld; er wordt vaak vertellend verwezen om een punt te maken op het vlak van geloof-ongeloof. In het eerste gedeelte staan overigens ook veel opmerkingen ter verdediging van de Koran zelf.
In het hele boek is eigenlijk Allah via de Mohammed aan het woord. Dat is wat. Het levert weinig variatie in toon op en waar er iets verandert, levert dat een nog strengere toon op. Eigenlijk had ik het na driekwart gelezen te hebben wel gehad. Toch mooi dat deze vertaling er is; het maakt de Koran veel toegankelijker wat overigens naar mijn smaak de Islamitische zaak geen goed zal doen ook al heeft Abdolah zijn werk heel liefdevol gedaan.

Nu de lastige vraag: Wat zegt dit boek over de huidige Islam? Antwoord: vrijwel niets ben ik bang. Ik zal dus tegen mezelf zeggen: ‘Ik heb een klein beetje een beeld van de Koran, maar heb nog steeds nauwelijks sjoege van de Islam (en de behoefte daar meer van te weten is door het lezen van de Koran niet toegenomen).

De geschriften van Nag Hammadi

Nu ik met het Thomas-evangelie bezig ben geweest is het natuurlijk niet vreemd om door te stoten naar die hele wonderlijke bundel van Nag Hammadi. Dat is de collectie aan Koptische codexen die in 1945 is gevonden bij Nag Hammadi en pas in de loop van de jaren ’70 vertaald beschikbaar zijn gekomen. Nu heb ik de mooie editie geleend waar de hele partij voorzien van inleidingen in staat (Jacob Slavenburg/Willem Glaudemans, De Nag Hammadi-geschriften, Ankh-Hermes, Deventer 2004). Het is een bonte verzameling van XIII codexen met daarbij nog de Berlijnse Codex. Sommige geschriften waren tot 1945 volstrekt onbekend en een aantal waren wel bekend maar dan met name van de tegenstanders uit de vroege kerk die tegen de Gnostiek schreven. Dit is wel een pakhuis vol Gnostiek en esotherie; geheimzinnige teksten: Wijsheidsspreuken, evangeliën, geheime boeken, openbaringen, meditaties, gebeden, inwijdingsteksten, brieven en handelingen. Anders gezegd – ik put uit het overzicht – Christelijke teksten, Hermetische teksten (Hermes Trismegistus in de hoofdrol), teksten van Valentinus en Sethiaanses teksten, teksten die iets te maken hebben met Seth, de derde zoon van Adam die een belangrijke rol heeft gekregen in deze teksten.
Na het lezen van dit wondere universum moet een mens wel opstijgen tot de pleroma. Dat is mijn ambitie niet per sé. Het is wel heel boeiend om eens kennis te maken met deze wereld en eigenlijk vreemd dat ik dat niet eerder heb gedaan.