Het Evangelie van Thomas uit het Koptisch vertaald en toegelicht door Gilles Quispel

Een prachtig boek uitgegeven door In de Pelikaan in 2004 te Amsterdam.
Het Evangelie van Thomas bestaat uit woorden van Jezus, logi, zonder verhaal zoals in wat Quispel noemt de kerkelijke evangeliën. Eigenlijk net als Q. Hij gaat uit van twee bronnen die hebben geleid tot dit evangelie, een joods-christelijke bron uit ongeveer het jaar 40 en een Alexandrijnse bron uit ongeveer 100. Die joods-christelijke bron stamt uit een milieu waar net als in Jacobus de nadruk vaak ligt op armoede, de Alexandrijnse heeft een andere bijzonderheid: Invloed van enkratieten, mensen die zich consequent willen onthouden van enige sexuele omgang binnen of buiten een huwelijk. Op basis van deze bronnen zou het evangelie rond 140 in Edessa geschreven zijn.
Na een inleiding worden de 114 logi besproken; je leest dus eerst de tekst en kan dan naar believen het commentaar lezen. In dat commentaar is Quispel in de eerste plaats op zoek naar verbanden met andere teksten uit de oerkerk en zo komt hij soms tot interessante beweringen. Regelmatig gaat hij er vanuit dat een logos uit Thomas authentieker is dan een evangelietekst. Kortom, hij ziet Thomas als een waardevolle bron.

Sommige logi lijken op bijbelteksten, sommige zijn anders, regelmatig bevreemdend en dan komt het commentaar wel van pas. Dat commentaar is aan de ene kant heel erudiet; hij haalt er de gekste bronnen en verbanden bij. Aan de andere kant komt het niet heel systematisch en een beetje babbelend over wat het dan wel weer toegankelijk houdt.

Het boek besluit met een concluderend slothoofdstuk, uitzicht. Al met al een geschikt boek om op een nieuwe manier kennis te maken met de wereld van de vroege kerk en met wat daar aan bewegingen gaande was.

De Bijbel deel 2.

Mattheüs; om te beginnen een soort stamboom in drie etappes tot Jezus aan toe. Dan kort wat kerstberichten en door heel het werkje heen veel verduidelijkende citaten uit deel 1. Veel toespraken met sociaal maatschappelijk gezien radicale trekjes. Veel gelijkenissen ook en eigenlijk weinig handelingen. Die bestaan voornamelijk uit wonderen en genezingen. Het einde blijft dramatisch; na de opstanding is het snel gedaan met dit evangelie. Hier blijkt het voordeel van mijn verzie van de NBV. Er staan geen pericopen en geen versnummers; de tekst bestaat ook niet uit kolommen. Heerlijk vind ik zoiets. Gewoon doorlezen.

Marcus; Kort en compact. In NBV zonder dat herhaalde ‘terstond’ en ook zonder de grotere toespraken uit Mattheüs; soms duiken er flarden van op. Overigens lijken bespiegelingen over het synoptisch probleem en Q zo doorlezend wat mij betreft (weer) heel vanzelfsprekend.

Lucas. De gedeelten die niet in de andere synoptische evangeliën voorkomen kwamen in deze versie boeiender over dan de rest want zo drie keer achter elkaar hetzelfde aan wonderen en gebeurtenissen is toch wat veel van het goede.

Nu verder met Johannes. Verder in een andere sfeer en veel andere verhalen. Die andere evangeliën vormen vaak een zakelijk verslag. Bij Johannes gaat het om één ding: geloof.
De andere sfeer hangt sterk samen met een andere taal, met die woorden en tegenstellingen die steeds terugkeren. Licht- duisternis, waarheid en leugen en dan woorden als logos, liefde, geloof…
Het verschil met de synoptische evangeliën valt na het zo doorlezen nog meer op dan vroeger, denk ik.

Natuurlijk had ik Handelingen ook meteen na Lucas kunnen lezen. Door het boek in één keer door te lezen heb ik wel iets meegekregen van het nieuwe van de beweging van ‘De Weg’, de spanning, de groei met de problemen die dat opleverde. Wat ik echt even was vergeten dat waren die ‘wij-passages’ die me voor het eerst in hoofdstuk 16 opvielen…

Opnieuw een heel andere toon bij het lezen van de brief die Paulus schreef aan de Romeinen. Vooral in de eerste helft veel theologie – de hoofdstukken 9 en 10 blijf ik wat duister vinden – en vanaf 12 wordt het dan wat praktischer en vooral ook toegankelijker. In eerste instantie lijkt het een brok dogmatiek dat je overal kunt laten vallen. In het tweede gedeelte blijkt ook deze brief vanuit een relatie te zijn geschreven ook al wordt de echte aanleiding niet meteen zo duidelijk. Dit gegeven met die brieven; wat speelde er, waarom deze brief, dat vind ik wel aardig; je gaat een beetje als detective lezen, speurend naar gegevens waarmee de relatie tussen schrijver en eerste lezers duidelijker wordt.
Overigens kan ik me goed voorstellen dat Augustinus, Luther, Barth en vele anderen erg onder de indruk waren van deze brief al ga ik niet met hen mee in hun reactie erop.
De brieven aan de Korintiërs zijn veel duidelijker resultaat van een relatie en een heen en weer gaan van berichten. Als gevolg daarvan komt er van alles aan de orde: Eenheid in de gemeente, ethische vragen, toestanden rond de gaven van de Geest, waar de ontvangers maar wat trots op waren, en zelfs gaat het, met name in de tweede brief, over de positie van Paulus.
In de Galatenbrief gaat het er meer om de lezers voor te houden dat ze niet opnieuw de joodse wet moeten gaan navolgen; dan hebben ze Jezus eigenlijk niet meer nodig, vindt Paulus.
In de brief aan de gemeente in Efese wordt niet zo duidelijk wat daar aan de hand was. In aanvang is het veel theologie; later wordt het iets praktischer met onder andere wat opmerkingen over het huwelijk. In hoofdstuk zes passeert dan de geestelijke wapenrusting, dat is waar ook…
In Filipenzen is de sfeer wat optimistischer; nu is er weer een duidelijker relatie met de ontvangers en een heel beste. Geen gecompliceerde toestanden. Het wordt wordt me wel meer en meer duidelijk dat Paulus uit een heel ander vaatje tapt dan de evangelieschrijvers. Stel je een gemeenschap voor ergens rond de Middellandse zee waar ze alleen het evangelie van Marcus hadden. Die mensen komen dan gelovigen tegen uit een club waar ze alleen een handvol brieven van Paulus hadden. Zouden die mensen elkaar begrepen hebben? In Kolossenzen wordt Jezus als het ware nog groter; hij blijkt betrokken bij de schepping.
De brieven aan de Thessalonicenzen bevatten veel adviezen voor het dagelijks leven – wie niet werkt zal niet eten – om maar eens wat te noemen, maar gaan vooral ook over de komst van Jezus. Nieuwe informatie.
In Tim. en Titus, niet voor niets pastorale brieven genoemd, klinken er tips en trucs over het organiseren van een gemeente. Filemon ontvangt een briefje met een pleidooi voor Onesimus, zijn slaaf.
De brief aan de Hebreeën lijkt meer een preek. Aan de ene kant wordt Jezus gepresenteerd als beter dan – bijvoorbeeld de hogepriester of Melchizedek. Aan de andere kant klinken er ernstige waarschuwingen om vol te houden en niet af te vallen.
Ook in Petrus en Judas is er veel aandacht voor dat laatste. Jacobus is dan weer heel anders van toon en karakter; hier klinkt een gelovig SP- geluid.
De Apocalyps is dan weer een genre op zich. Het begint een beetje saai, maar op een of andere manier wordt het toch een beetje spannend wanneer de zegels, de bazuinen en de schalen tevoorschijn komen, wanneer er een soort finale strijd losbarst…

Het is volbracht, zou je kunnen zeggen, deze bonte verzameling aan geschriften is uit. Toch een zonderling leesavontuur.

Wat me vooral van deel twee opvalt is dat het hoe dan ook oproept tot een radicale navolging. Op een evangelische manier, de wijze van de gereformeerde bond of op de manier van Sölle, ik noem maar een zijstraat, maar niet op een gezapig vrijzinnige wijze, lijkt mij. Een andere optie is natuurlijk om niet na te volgen.

Deel 1 van de bijbel…

Van voor tot achter de bijbel doorlezen; dat is wat je dus niet moet doen en wat ik nu dus wel doe. De Pentateuch is uit in de Nieuwe Bijbelvertaling met af en toe een vergelijk met de Statenvertaling. Uit verhalend oogpunt is Genesis dan toch wel het boeiendst. Exodus is deels verhalend. Vervolgens is het bergop en bergaf en dan wordt de tabernakel uitputtend beschreven en vervolgens doet de schrijver dat rond de bouw nog eens dunnetjes over. Leviticus, de regels voor de priesters en instructie voor het volk over zaken rond de tempel, offers en feesten, vond ik minder aanspreken.
In Numeri is het een hoop tellen en zo maar daarnaast staan er ook een aantal prachtige verhalen in zoals dat over Bileam.
Deuteronomium heeft wel iets verhevens. Geen verhalen maar een terugblik gevolgd door een vooruitblik met de vraag: Hoe straks te leven (nou ja straks, voor de schrijvers ging het er natuurlijk ook om hoe nu, dat wil zeggen in hún tijd te leven). Dat passeren er verpakt in de aanbeveling tot gehoorzaamheid aan JHWH allerlei regels. Sommige heel sociaal en nuttig, sommige voor ons onbegrijpelijk.

Zaterdag in Amersfoort de Naardense Bijbel geleend. Daarin ga ik nu verder met Jozua.

Ondertussen heb ik Jozua en Richteren voor het grootste deel gelezen in die Naardense Vertaling. Dat is wel een avontuur op zich. Alle tekst is in korte kolons, korte regels waardoor lange kolommen ontstaan, gedrukt. Dat is gericht op het voorlezen. Bovendien is de vertaling zeer concordant (Amsterdamse School, Buber); ook waar mogelijk als het gaat om woordvolgorde en herhalingen. Bovendien wordt de handeling in de tegenwoordige tijd verhaald. Het is hierdoor geen vertaling die snel leest, maar wel een vertaling die dwingt tot zorgvuldig lezen en die zo anders is dat ook bekende episoden spannend weer spannend worden. Wat ook bijzonder is aan deze vertaling is hoe JHWH vertaald is. Bij de totstandkoming van de NBV was dat nog een heel gedoe en kwam men na heel veel gedoe tot het originele ‘HEER’; men durfde iets anders duidelijk niet aan. In de Naardense Vertaling is gekozen voor ‘Ene’ (elohim echad) en dat is een mooi alternatief naar mijn smaak.
In Richteren passeren er toch weer mooie verhalen: Debora, Gideon, Jefta, Simson en wat ik weer heel aangrijpend vond, de toestanden vanaf hoofdstuk 19…

Ruth heb ik voornamelijk in de Statenvertaling gelezen en dat brengt me nog even op de volgorde van de bijbelboeken in het OT. In de Naardense Vertaling wordt namelijk de joodse volgorde aangehouden, in indeling in wet, profeten en geschriften. Aangezien Ruth daar tot de geschriften behoort waren we daar nog niet aan toe.
Ruth zelf is een rustig en sympathiek verhaal zonder naarlingen en met een goede afloop. Het gaat over trouw en vriendschap; de sfeer is minder van eigen-volk-eerst dan je in de vorige boeken aantreft en op de achtergrond klinkt er een signaal richting het koningschap…

1 en 2 Samuël is eigenlijk een boek waar vanalles inzit: Strijd, trots, trouw, jaloezie, vriendschap, respect, lust, begeerte, opstand en revolutie, schaamte… In de NV is het spannend om te lezen en bij het helemaal doorlezen vallen ook gekke dingen op die me vroeger ook wel opvielen. Wat gek toch dat Saul twee keer met een speer naar David gooit, wat vreemd dat hij David lijkt te kennen en dan weer niet. De verklaring waar ik vroeger natuurlijjk niet van wilde weten kan zijn de verscheidenheid aan bronen en vervolgens rommelige redactie.
Het boek heef Samuël omat deze profeet/richter een grote rol speelte in het boek waarin het begin van het koningschap wordt beschreven. Eerst het koningschap van Saul dat al gauw gedoemd is te mislukken en vervolgens dat van David. Het boek wordt als het ware geschraagd door een drietal gedichten; in het begin door dat van Hanna, vervolgens het lied na de dood van Saul en Jonathan en tot slot dat uit 2Sam. 22 waarin David enthousiast terugblikt.

Het Koningenverhaal is dan weer wat saaier, zeker in het laatste kwart, dan Samuël. Zoals ik vroeger ergens oppikte; je zou het kunnen zien als antwoord op de de vraag waarom Israël en uiteindelijk ook Juda ooit in ballingschap zijn gegaan. Hoe heeft het ooit zover kunnen komen? Het antwoord: Door stelselmatig afwijken van de regels en inzettingen. Ook hier gaf de NV wel weer wat extra’s hoewel het soms ook lastig lezen was. Op een paar plaatsen wordt mannen beschreven met ‘die tegen een muur plassen’ of simpelweg ‘muurpissers’. Zelfs in de SV kom je dat niet tegen.
Ondertussen gaat de NV terug naar de biep en dat is precies op het moment dat de NV verder gaat met de profeten. Na de vroege zijn de late aan de be
urt. In de NBV gaat het als in de meeste vertalingen verder met Kronieken, een boek dat in de NV bij de geschriften hoort en dus veel verderop aan bod komt. Ik ga toch maar verder op het spoor van de NBV.

Kronieken uit. Deel 1 is redelijk saai met enorme stammenlijsten en zo. In deel 2 gaat het vanaf David op een iets andere toon via de koningen van Juda naar de ballingschap. Dat was ik dus vergeten, dat het Noorderrijk in deel 2 verder vrijwel niet besproken wordt.

Ezra en Nehemia gaan over de terugkeer na jaren van ballingschap wanneer er een ander regime is gekomen in Perzië. Het gaat over de vestiging in het land, de bouw van Jeruzalem en de tempel en verschillende soorten van tegenslagen en tegenstand. De wet van Mozes speelt een grote rol en de verootmoediging bij het horen ervan. Deze boeken komen nu vrij streng op me over.

Dan Esther. Dat is in de NBV echt een prachtig verhaal. De toon is heel anders en het thema – antisemitisme – ook. Of is dat een anachronisme door die term hier te noemen?

Vroeger ben ik nooit zo snel door het boekje Job gekomen en ik moet zeggen dat het zo wel heel mooi is. De dramatiek en de ellende en dan de ergernis over de vrienden… Ook de poëtische kant van het geheel komt goed over in de NBV. Juist hier is het verschil met de SV wel heel groot en lastig. De digitale NB heb ik even geraadpleegd toen satan op het toneel verscheen om te zien waar we die naam al eerder waren tegen gekomen.

Psalmen, dat is bij uitstek geen bundel om in snel tempo door te nemen. Helemaal fout dus, maar ook wel weer aardig voor het overzicht. In redelijk tempo komt een heel scala aan temperamenten en onderwerpen voorbij. Wat mij nu wel opviel is dat een meerderheid aan psalmen wel is geschreven vanuit en soort wanhopige of benarde situatie; vijanden die op de loer liggen en zo. Daarnaast zijn er liederen die terugzien op het roemrijke verleden, de wet wordt bezongen, er zijn liederen met wijze levenstips en natuurlijk zijn er dan ook nog de onversneden lofliederen.
Spreuken is een boek vol conservatieve wijsheid. Leuk. Prediker sombert eigenlijk op een heel moderne manier over het leven. Behalve de slotzinnen dan… Ook deze boekjes komen in de NBV heel fris over.
Jesaja opnieuw lezen is ook een avontuur. Nu zonder de behoefte om te verklaren, profetiën te identificeren of Jezus te herkennen in 7,9, of 11 of anders in de woorden over die knecht…
Jeremia kwam nu ruig op me over. Proza, poëzie, wonderlijke metaforen, dreigende maar ook bloemrijke taal. Voornamelijk gelezen in NBV. Daarnaast een beetje in de nieuwe Willibrordvertaling die zo op het eerste gezicht niet enorm afwijkt van die NBV. Wat mij betreft zijn het beide mooie vertalingen.
Klaagliederen zijn in een kwartier te lezen. Dat is dan wel een intensief kwartier. Het zijn prachtige maar treurige gedichten waarin de finale teloorgang van Jeruzalem wordt uit verschillende hoeken dramatisch aan de orde komt (waarbij ik dat schilderij van Rembrandt voor ogen kreeg: ‘Jeremia, treurend over de verwoesting van Jeruzalem’).
Hier volgen de eerste verzen uit de eerder genoemde Naardense Bijbel:

1:1 Ach,
hoe eenzaam zit zij neer,
die stad eens zo fier vol mensen,
als een weduwe is zij geworden,-
eens zo fier onder volken,
eens vorstin van de gewesten
is zij nu dwangarbeidster geworden.
••
Klaagliederen

1:2 Bitter weent en weent zij in de nacht,
haar tranen stromen haar over de wangen,
van al haar minnaars
is er geen die haar troost;
al haar gezellen werden haar ontrouw,
zijn haar tot vijanden geworden.
••

1:3 Geteisterd door ellende,
overmand door knechtschap,
is Juda een balling geworden,
zit zij neer tussen de volkeren,
heeft zij geen troost kunnen vinden;
al haar achtervolgers haalden haar in
tussen haar benauwers.
••

1:4 De wegen naar Sion zijn in rouw,
omdat weg zijn
wie eens naar de samenkomst kwamen,
al haar poorten liggen verlaten,
haar priesters zuchten en steunen;
haar jonkvrouwen zijn een en al droefheid
en zijzelf: bitter is het haar.
••

1:5 En haar benauwers
zijn aan het hoofd gekomen,
haar vijanden tevreden gesteld,
omdat de Ene haar in droefheid gestort heeft
om de overvloed van haar misdaden;
haar kindertjes zijn gekerkerd
bij de verschijning van een benauwer.
••

Ezichiël, het boek waarin de profeet wordt aangesproken met ‘mensenkind’ (in NBV en SV), waar wonderlijke visioenen en verplaatsingen passeren, is uit. Dat was ik vergeten; Gog en Magog en dan die rivier die uit de tempel komt. Wat me nooit is opgevallen: in Ezechiël komt veel meer proza en dus minder poëzie voor dan in Jesaja en Jeremia en dat maakt het boek wat mij betreft wat saaier. Nu op naar de ‘kleine profeten’!
Deel één van Daniël bevat bekende verhalen over Daniël en zijn vrienden; eigen gewoontes vasthouden, dromen die verklaard moeten worden, een gouden beeld dat ze niet willen aanbidden met tijdelijk verblijf in de vlammen als gevolg en als variatie hierop de persoonlijk devotie die niet op de koning is gericht met een tijdelijk maar niet noodlottig verblijf in een leeuwenkuil als gevolg.
In deel twee gaat het anders toe. Hier gaat het om visioenen die iets zeggen over de wisselende macht; hier passeren termen als ‘tijd van verdrukking’ en ‘eindtijd’…
In Hosea gaat het in een beeldspraak over een huwelijk nogal te keer tegen Israël, hoewel het wel eindigt met een hoopvol lied. Joël bespreekt de ‘dag van de Heer’. Hier ook met een keerpunt waarvan een paar verzen prominent terugkeren Handelingen 2:

‘Ik zal mijn geest uigieten over al wat leeft.
Jullie zonen en dochters zullen profeteren,
oude mensen zullen dromen dromen,
en jongeren zullen visioenen zien;…’ (NBV)

In Amos, gericht tegen Israël, krijgt de hele omgeving van Israël er van langs met Israël zelf als hoogtepunt. Ook hier klinkt er ook nog een soort omkeer. Dan hebben we al wel heel wat ellende gehad…
Obadja richt zich tegen Edom dat Israël en Juda nooit te hulp is gekomen.
Dan Jona; nu weer een echt verhaaltje na alle dreigende taal.
Micha. Ook hier weer dreigende taal, deels poëzie, deels in proza en ook hier een ommekeer, een vredig toekomstperspectief. Immers; ‘Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen.’
Nahum gaat in rauwe poëzie over de ondergang van Ninevé.
Opnieuw mooie gedichten in Habakuk, een boekje dat begint met vragen – waarom verdraagt u deze trouwelozen? – en eindigt met een soort psalm met als finale: ‘Al zal de vijgenboom niet bloeien’ enz.
In Sefanja gaat het nogal over de grote dag van de Heer. Dreigende taal opnieuw en weer een vrolijker toekomstperspectief.
Haggai speelt later en wel na de ballingschap. Het probleem is dan dat de teruggekeerde ballingen hun eigen huizen al netjes op orde hebben (drukte bij de IKEA), terwijl de tempel ondertussen nog in puin ligt…
In Zacheria, duidelijk van na de ballingschap, gaat het er echt apocalyptisch aan toe met heuse visioenen en zo. In een afwisseling tussen proza en poëzie (volgens de NBV tenminste) gaat het over die tijd en een verdere tijd waarin zaken toch goed gaan komen.
Maleachtie ademt een rustiger sfeer uit. Het is niet zomaar duidelijk wanneer het speelt. Opnieuw passeren vermaning en bemoediging. Het eindigt met:

3:23 Zie, ik zend u
Elia, de profeet,-
vóórdat komt de dag van de Ene,
die grote en vreeswekkende;

3:24 bekeren zal hij
het hart van vaders tot zonen
en het hart van zonen tot hun vaders,-
anders moet ik komen
en het land slaan met een banvloek!

(Naardense vertaling)

En daarmee is het OT uit. Wat in zo’n overzicht in ieder geval duidelijk wordt is de veelsoortigheid en veelkleurigheid van de boeken. Niet dat alles even leuk was. 1Kronieken blijf ik wel heel saai vinden en dat geldt toch ook wel voor grote delen van Leviticus en Numeri. Juist in de profetenboeken beviel de poëzie me heel best en dat had ik niet eerder zo meegemaakt.
Wat een contrast trouwens met de Odyssee die ik tussendoor las. Dat komt ongeveer uit dezelfde tijd maar is wel heel anders. Luchtiger, meer vertellen om het vertellen, om te onderhouden en minder ernstig. En zonder proza, wat juist in die tijd iets bijzonders scheen te zijn.

Een start met het project ‘Bijbel’…

In een halfjaar door de bijbel met een andere blik dan zo’n vijftien jaar geleden; een ongelovige, of in ieder geval agnostisdche kijk. In het verleden heb ik meermalen de bijbel helemaal doorgelezen; het zal dus geen leesavontuur worden als bij Borges, Vergilius of Ovidus. De vraag is eerder hoe het nu allemaal op me overkomt. Heel anders? Wat kan ik er nu mee?

Ik wil de bijbel in de NBV versie doorlezen en ook nader kennis maken met de Naardense vertaling. Daarnaast zal ik ‘De bijbel literair’ van Jan Fokkelman en Wim Weren lezen. Bovendien ben ik begonnen met ‘Der text des Neuen Testaments’ van Kurt en Barbara Aland (1981). Gaandeweg zal ik de bijbelencultuurwebstie in de gaten houden.

In wil niet in het lezen van commentaren wegzakken, maar wie weet is er nog een eigentijdse inleiding te lezen. En natuurlijk kunnen Dode Zeerollen en Pseudepigrafen niet dicht blijven…

Ik maak mijn borst nat.

De geschiedenis van de hermeneutiek van Arie

Ofwel een historische inleiding in de bijbelse hermeneutiek. En dat was dan wel weer eens andere koek hoewel natuurlijk niet geheel onbekend. Vanaf de joodse hermeneutiek, de regels van Hillel via de vroege kerk en kerkvaders – veel allegorie – richting Augustinus en dan verder door de middeleeuwen – viervoudige regel en interessante overige opmerkingen – en via Thomas richting de Renaissance en de Reformatie. Dan gaat het al snel richting de Verlichting en eindigt dit eerste deel bij Schleiermacher. Een heel leesbaar overzicht met toch veel details en bijzonder informatieve noten. De noot van het jaar was wat mij betreft die waarin pratend over Calvijn in kort bestek de ‘New perspective on Paul’ werd besproken (blz. 291).
Vanmiddag was er op de VU een bespreking en verdediging waarbij details aan de orde kwamen over Augustinus, Calvijn en Schleiermacher en waarbij Arie in heel andere bewoordingen aan de tand werd gevoeld over de grond onder zijn voeten…

VU University Press, Amsterdam 2009