Borges als literatuurprofessor…

In 1966 gaf Borges colleges in de Engelse literatuur. Het aardige is dat die colleges nu zijn uitgegeven en bij die gelegenheid – of beter gezegd de Engelse vertaling ervan – verscheen de deze bespreking.

Advertenties

Jorge Luis Borges

De onderstaande tekst is al wat ouder. Begin 2006 ben ik van start gegaan met wat ik noemde de Cultuurstudie en dit was dan het eerste project. Omdat ik toen nog niet was begonnen met deze website en ik het er ook niet meteen op heb gezet was het er dus nog niet. Dat is jammer, want er kan niet genoeg reclame voor Borges worden gemaakt. En daarom staat het er nu wel op.

Een half jaar Borges

Inleiding
Een halfjaar ben ik bezig geweest met Jorge Luis Borges. Waarom? Een paar jaar geleden had ik de ‘Borges Bibliotheek’ van de Bezige Bij in de boekhandel zien liggen en dat intrigeerde me. Ik wist weinig tot niets van deze Borges en blijkbaar was het de moeite waard om in een keer een doos met een belangrijk deel van zijn werk uit te geven. Die naam bleef dus hangen en toen ik iets meer over Borges te weten kwam werd hij alleen maar mysterieuzer. Afgelopen herfst hadden we wat geld te besteden en we besloten dat om te zetten in boeken. Bij de boekhandel ‘ Den Boer’ in Baarn ontdekte ik dat de bewuste ‘Borges Bibliotheek’ daar sterk afgeprijsd naar me lag te glimlachen. Ik heb het gekocht en besloot een maand later tot de studie in halve jaren en om met Borges te beginnen. Uit nieuwsgierigheid en omdat ik het vermoeden had dat dit voor mij een interessant project zou zijn. Ik ben dus moedig aan de slag gegaan en dat halve jaar moet nu middels dit schrijven afgerond worden. Daarbij wil ik de volgende zaken aan de orde stellen:

1. Kort over Borges’ leven
2. De gedichten
3. De esseys
4. De verhalen
5. Het register
6. De favorieten van Borges
7. Borges en ik; wat heeft dit half jaar me gebracht?1
8. Literatuur

1. Over Borges’ leven
Borges is geboren in 1899 in Buenos Aires; zijn intellectuele vader was een anarchistische agnostische idealist en vrijdenker. Het huis stond vol boeken waaronder een aantal klassiekers die belangrijk zouden blijven in het leven van Borges: Verhalen van Stevenson, Duizend-en-een-Nacht, Kipling, Don Quichote, Sprookjes van Grimm en vast nog wel meer.
In 1914 gaat het gezin, ouders en zus Norah en Jorge naar Europa en komt Borges op het lyceum in Genève terecht. Hier maakt hij kennis met een voor hem nieuwe groep auteurs: Whitman, Carlyle, De Quincey, Schopenhouer, Heine, Meyrink, Chesterton, Flaubert, Rimbaud en Voltaire. In 1919 gaat het gezin naar Spanje; Borges ontmoet hier Rafael Cansinos-Asséns, zijn eerste ‘leermeester’ op dichterlijk gebied.
In 21 zijn ze terug in BA en werpt Borges zich op het maken van literaire tijdschriften.
1938 wordt door Lemm aangemerkt als een belangrijk jaar. Borges’ blinde vader overleed en Borges ging aan het werk als bibliothekaris. Op weg naar zijn werk las hij de ‘ Divina Commedia’ , waar hij zich later erg enthousiast over zou uitlaten. Na een bloedvergiftiging werpt hij zich op het schrijven van verhalen (Ficciones) in de plaats van esseys.
De familie heeft vanaf 1945 te lijden onder de dictatuur van Peron. De revolutie van 1955 maakt alles weer anders en Borges krijgt een baan in de Nationale Bibiotheek. Ondertussen neemt zijn bekendheid toe en is er al werk in Europa verschenen. Een jaar later gaat hij aan de universiteit van BA Engelse literatuur doceren. Nu beginnen er prijzen binnen te komen. Het wordt een leven van reizen, prijzen, lezingen, doceren en schrijven. In 1976, na het tweede Peronistische bewind, steunde Borges de militairen die later verantwoordelijk bleken voor de ‘vuile oorlog’. Tot opluchting van Borges werd in 83 de democratie hersteld. Borges sterft in 1986 nadat hij nog was getrouwd met Maria Kodama die de laatste 10 jaar met hem meegereisd was.

2. De gedichten
Het is moeilijk om iets zinvols over de gedichten van Borges te zeggen omdat ik tot nu toe geen gedichtenlezer was. Het was de bedoeling van Borges om gedichten in begrijpelijke taal te schrijven. Dat is gelukt.
Sommige gedichten hebben wat de verhalen ook hebben. Een wat geheimzinnige, dromerige sfeer en dan soms een abrupte wending. Bovendien komen er thema’s, personen en woorden terug die bekend zijn uit de esseys en de verhalen. Zo is het ouvre van Borges ook echt wel een hecht ouvre. Soms lijkt het wel of het niet zo uitmaakt welk middel hij gebruikt; hij zegt toch wel wat hij zeggen wil. Hij neemt je hoe dan ook mee in een wereld van tijd en eeuwigheid, van de straten van Buenos Aires, de wereld van Swedenborg en Stevenson, van IJslandse Sagen en van bibliotheken vol klassiekers; de wereld van boeken, labyrinten en spiegels…

Een paar gedichten spraken me echt meteen aan. Hier volgt er eentje:

De Rechtvaardigen2

Een man, die zijn tuin verzorgt, zoals Voltaire voorstond.
Wie waardeert dat er op aarde muziek is.
Wie met plezier de wortel van een woord ontdekt.
Twee bedienden die stil zitten te schaken in een café
in Sur.
De pottenbakker die een kleur en een vorm bedenkt.
De zetter die zich uitslooft voor deze bladzijde, die
hem wellicht niet zint.
Een vrouw en een man die de laatste terzinen van een
bepaald canto lezen.
Wie een slapend dier aait
Wie een kwaad hem aangedaan rechtvaardigt of
wil rechtvaardigen.
Wie blij is dat er op aarde een Stevenson is.
Wie liever heeft dat anderen gelijk hebben.
Die personen, die elkaar niet kennen, houden de wereld
in stand.

In de eerste plaats spreekt hieruit een waardering voor een oprechte eenvoud en rechtvaardigheid.
Er wordt verwezen naar Voltaire en Stevenson zoals er door Borges heel veel wordt verwezen en van der Pol wijst er op dat het daardoor allemaal wel wat geheimzinniger wordt (Ik moet nog nazoeken waar en hoe ze dat zegt…).
Dan gaat het over de wortel van een woord, de zetter van de bladzijde en het lezen van een canto. Daarmee wordt maar weer benadrukt hoe Borges een man van letteren is. Dan is de verwijzing naar muziek en de vorm en kleur bedacht door een pottenbakker minder herkenbaar. Terwijl ik dit schrijf schiet met iets met Brahms te binnen. En ja hoor, er is een gedicht getiteld: ‘Aan Johannes Brahms’.
In het kwaad willen rechtvaardigen en het liever hebben dat anderen gelijk hebben komen we ook een kant tegen van Borges die er wel is, maar nooit erg op de voorgrond treedt: De ethiek. Borges is geen man van grote ethische uitspraken. Hij observeert liever op een afstandje om te beschrijven en te verwerken wat hij ziet zonder meteen klaar te staan met een oordeel.

3. Over de verhalen
Borges heeft een aantal bundels met verhalen geschreven:
– Historia Universal de la infamia
– Ficciones
– El Aleph
– El informe de Brodie
– El libro de arena
– Roza y Azul (twee verhalen)
In de ‘Historia Universal de la infamia’ (de wereldschandkroniek) gaat het om een reeks korte verhalen, soms portretten van heldhaftige figuren; wonderlijke verhalen waarin moed en toeval een grote rol spelen. Of is het toeval geen toeval? Dat vraag je je bij Borges wel vaker af. ‘Het boek van de denkbeeldige wezens; geschreven in samenwerking met Margarita Guerrero, is een wonderlijke opsomming van wonderlijke dieren in stukjes van rond een pagina lang. Overigens duiken sommige van die dieren op andere plekken in het Borges-universum weer op. Op zich vond ik dit niet het meest boeiende aan zijn ouvre. Zonderling is het wel.
De overige verhalen zijn meestal wat langer en beginnen soms als een essey, een onderzoek naar een persoon of verschijnsel. Vaak hangt er in de verhalen een geheimzinnige sfeer die versterkt wordt door het gebruik van de voor Borges typische elementen zoals het labyrint, de bibliotheek, de spiegel, de roos. Vaak kennen de verhalen een soort van inleiding; soms dus in een essey-achtige stijl. Dan ontwikkelt het verhaal en de afronding kan vrij abrupt zijn en de lezer bevreemd achterlaten. Regelmatig speelt daarbij iets mystieks of een spel met tijd en eeuwigheid (idealisten, Schopenhouer) een rol.
Hieronder wil ik een paar verhalen kort bespreken om zo de smaak en het karakter ervan toe te lichten.

I. Funes de allesonthouder uit 1942
Aan het woord is een ik-figuur die blijkbaar zijn bijdrage levert aan een bundel van getuigenissen over deze Fuentes (188). Toevallig heeft hij in het dorp van zijn neef deze Ireno Funes ontmoet. Een paar jaar later is hij daar weer en blijkt Ireno van een paard te zijn gevallen en verlamd te zijn. Hij ligt de hele dag en blijkt een magistraal maar totaal niet selectief geheugen te hebben voor alles wat er valt waar te nemen. Dat wordt in geuren en kleuren beschreven. Heel droog eindigt het verhaal met het vermelden van de dood van Ireno Funes.
Verwijzingen binnen het oeuvre van Borges: De boeken op pagina 191: Lhomonds De viris illustribus , de Thesaurus van Quicherat, de commentaren van Julius Caesar, en een oneven deel van Plinius’ Naturalis historia.
Het gebrek aan platoonse ideeën (197) en het feit dat Borges naast Londer en New York op 197 nota bene Babylonië noemt.

II. De Aleph uit 1949
Dit is een verhaal waar vaker naar wordt verwezen; er is een hele bundel naar genoemd. De hoofdpersoon is opnieuw een ik die nota bene Borges blijkt te heten. Het begint met de dood van Beatriz Viterbo, waarop de ik zich voorneemt om jaarlijks op haar verjaardag bij haar vader en neef langs te gaan. Die neef blijkt gedichten te schrijven en op een bibliotheek te werken. Hij is bezig de hele wereld in een gedicht te vatten. Dan blijkt dat ze hun huis uitmoeten, de familie Veterbo, en dat kan niet omdat in de kelder zich een Aleph bevindt. ‘Hij lichtte toe dat een Aleph een van de punten in de ruimte is die alle punten omvat’ (422). ‘De plek waar alle plekken op aarde onvermengd aanwezig zijn, gezien vanuit alle hoeken’. De neef gebruikt de Aleph bij het schrijven van zijn gedichten. Borges mag komen kijken en inderdaad; hij ziet ook de Aleph en ziet dus vanalles dwars door tijd en plaats heen; zelfs een naar detail over Beatriz.
In een postscriptum blijkt dat de dichter succesvol wordt, dat de ik-figuur twijfelt over de Aleph. De laatste zin:’Ons brein is ontvangkelijk voor vergetelheid; ikzelf ben, onder de tragische erosie van de jaren, de gelaatstrekken van Beatriz aan het verdraaien en kwijtraken.

Het is een mysterieus verhaal over het vergeefse verlangen naar Beatriz (!), over het samenvallen van alle tijden en gebeurtenissen in een geconcentreerde Aleph. Iets wat Borges intrigeerde zoals blijkt uit zijn liefde voor Schopenhouer en een aantal esseys. Er zit ook iets van concurrentie in tussen de hoofdpersonen, de neef en de ik.; ook in de relatie met Beatriz. Op de achtergrond speelt ook de vraag wat echt dichterschap nu is.
Ten slotte zijn er weer veel verwijzingen: de eerste engelse vertaling van Plinius, ‘in een kabinet in Alkmaar een wereldbol tussen twee spiegels die hem eindeloos vermenigvuldigden’, de Kabbala, En Soph, Mengenlehre, Burton (een van de vertalers van duizend-en-een-nacht; zie het essey daarover), Tariq ibn Ziyad, Lucianus van Samosata; en de opsomming zou zomaar langer kunnen worden…

III. De indringster3
‘Ze zeggen (maar het in onwaarschijnlijk) dat Eduardo, de jongste van de Nelsons, het verhaal heeft verteld tijdens de dodenwake voor Christián, de oudste, die omstreeks het jaar 1890 een natuurlijke dood is gestorven in het departement Morón’. Dat is de beginzin van dit verhaal en die beginzin is om meerdere redenen typerend voor verhalen van Borges. Om te beginnen krijt de lezer de indruk dat we met een ware overgeleverde gebeurtenis te maken hebben. Dit wordt versterkt door de details als het jaartal en de plek. Het verhaal zo een essey kunnen worden; iets wat vaker voorkomt. Als voorbeeld citeer ik de beginzin van ‘De sekte van de dertig’ uit het boek van Zand: ‘Het originele handschrift kan men raadplegen in de bibliotheek van de universiteit van Leiden; het is in het Latijn, maar p grond van enkele hellenismen mag men veronderstellen dat het uit het Grieks is vertaald’ Dat ik ook niet wat je noemt een typische start van een spannend verhaal.
Enfin, terug naar dat andere verhaal. De genoemde broers wonen heel sober samen in een groot maar vervallen huis en verdienen geld als koeiedrijvers en veedieven. Op een dag heeft er een ergens een vrouw opgeduikeld. Het loopt erop uit dat ze samen met haar leven. Dat levert spanning op en ze besluiten haar aan een bordeel in de stad te verkopen. Als erachter komen dat ze beiden stiekum dat bordeel gaan bezoeken kopen ze haar weer terug. Uiteindelijk besluit één van de broers haar te vermoorden en uit de slotzin blijkt duidelijk dat ze daar allebei heel tevreden mee zijn. Het is een van die verhalen die in dat Argentijnse land spelen. Bij Borges komt er dan meteen een soort droevige sfeer mee van een arm, troosteloos en grof bestaan. Nu moet ik toegeven dat het meer nog de sfeer van Borges lijkt te zijn dan die van Zuid-Amerika.
Dit verhaal geeft aanleiding om een opmerking te maken bij de ethiek van Borges. In veel van Borges’ verhalen komt onrecht voor. Het wordt echter, zoals ook in dit verhaal, vrij afstandelijk besproken. Meer als droge feitelijkheid dan om mij, lezer, te bewegen tot diepe overwegingen over misbruik en moord.

4. Over de esseys
Borges heeft vreselijk veel esseys geschreven over de gekste onderwerpen. Theologie, filosofie, Swedenborg, Kenningar (een soort poëtische metaforen uit de oud-IJslandse sagen), tal van schrijvers, Duizende-en-een-Nacht en de vertalers ervan, Tijd en eeuwigheid, enz.
Veel verhalen van Borges beginnen op een manier dat het ook een essey zou kunnen worden. Als voorbeeld noem ik het begin van ‘De tuin met zich splitsende paden’. De eerste zin begint zo: “Op pagina 22 van Liddell Harts History of World War I is te lezen dat er een offensief….’ Dat wordt een verhandeling over een incident uit de eerste wereldoorlog zou je zeggen. Het werd een verbijsterend verhaal. Andersom begin het essey ‘Geschiedenis van de echo’s van een Naam’ zo: ’Geïsoleerd in de tijd en in de ruimte herhalen een god, een droom en een mens die gek is, en daar niet onwetend van is, een duistere verklaring; het doel van deze bladzijden is hun woorden weer te geven en te wegen’. Dit is een mysterieus begin van een essey dat bij Borges net zo goed de eerste zin van een typisch Borges- verhaal had kunnen zijn. Veel esseys beginnen zo. Het zijn geen droog-wetenschappelijke verhandelingen. Het zijn ook geen oppervlakkige stukjes. Sommige, en met name degene die iets doen met tijd en eeuwigheid en met Schopenhouer zijn wat mij betreft ronduit moeilijk. Andere zetten aan het denken en maken nieuwsgierig. Ik ben ook op zoek gegaan naar de Kenningar uit de IJslandse literatuur. Ik ben Stevenson gaan lezen en Chesterton; Joyce, Wells en Gustav Mayer en Duizend-en-een-Nacht…
Borges heeft van zichzelf gezegd – ik kwam het tegen op de website van het Borgesinstituut uit Århus – dat hij niet zozeer een schrijver was maar veel meer een lezer. In ieder geval vormen zijn esseys een enorme stimulans om te lezen. Dat heb ik als gezegd gedaan. Het gevolg was dat ik een beetje bekend raakte met de club aan schrijvers waarmee Borges zich als het ware omringde. Daar kan ik nog lang mee doorgaan, want ik was nog niet toe gekomen aan Plato, Augustinus, Dante, Donne, de Quincey, Quevedo, Swedenborg, Schopenhouer, Kafka (al wel een beetje), en vele, vele anderen.4 Dit heel bepaalde gezelschap dat overigens deels in de gedichten en de verhalen ook weer terugkeert net als een aantal begrippen, dat is wat me in ieder geval zal bijblijven van de esseys van Borges. Daarnaast ook de sfeer, een sfeer die in het hele ouvre terugkomt. Het is een tijdloze afstandelijke melancholie soms vermengd met iets geheimzinnigs, iets mystieks.

Het register
De uitgave van de Borgesbibliotheek waar ik met deze maanden voornemelijk mee bezig heb gehouden bevatte geen register. Zeker bij de esseys was dat leuk geweest en eigenlijk was het voor het hele werk leuk geweest want ik denk dat een aantal verbanden en stokpaardjes zo veel duidelijker naar voren zouden komen. Vandaar dat ik ben gestart met het herlezen van de esseys met als doel om hiervan een register te maken. Helaas ben ik daarmee gestopt om tijd te hebben voor deze slotbespiegeling. Ik ben er wel te meer van overtuigd geraakt dat het een goed plan was. Misschien is er wel een Engels-talige uitgave met register…

De favorieten van Borges
Zoals gezegd hebben we bij Borges te maken met een enorm gezelschap aan schrijvers en nog een stapel geschriften waarvan de schrijver niet zo duidelijk is. Ik probeer een wat meer complete opsomming te geven:
Duizend-en-een-Nacht, De IJslandse sagen, Coleridge, Quevedo, Don Quichote, Nathaniël Hawthorne, Valery, Fitzgerald, de vertaler van Omar Chayam, Wilde, Chesterton, Wells, Homerus, Pascal, Kafka, Shaw, Beckford, Dante, de Kabbala, Schopenhouer…
Valt er een kleinere selectie te maken? Ik doe een poging: Schopenhouer, Dante, Stevenson, Duizend-en-een-Nacht, Don Quichote… Dat lijkt me een aardige kern. Wat opvalt is dat die kern vooral West-Europees is en uit een verder verleden komt en inderdaad; Borges kon niet zo geboeid worden door het eigentijdse werk.

Wat het rijtje favorieten precies is maakt me nu niet zo uit. Belangrijk is nog maar eens op te merken dat ze de wereld van Borges vormen; een apart universum waarin je kunt binnentreden door Borges te lezen en wat duidelijker zichtbaar wordt door deze lieden en werken ook te gaan lezen en zo net als Borges van het lezen meer dan van het schrijven een belangrijk werk te maken.

Wat heeft een half jaar Borges me gebracht?
Eigenlijk heb ik voor dit onderdeeltje mijn kruid al verschoten. Borges is immers als gezegd voor mij een belangrijke stimulans geweest om kennis te maken met zijn genoemde ‘vrienden’. Daar ben ik dus blij en tevreden mee.
Daarnaast was het ook een bijzonder avontuur om zolang in dit driekleurige ouvre van één schrijver te vertoeven. De stijl is wel een beetje vertrouwd geworden, maar het valt nog niet mee om daar veel over te zeggen. Zelf heeft Borges veel herlezen. Hoe vaak zou hij Stevenson gelezen hebben? en Dante? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat zijn werk erom vraagt om herlezen te worden. Borges blijft op een gekke manier wat op een afstand; zelfs na zoveel tijd met hem te hebben doorgebracht. Soms zijn de thema’s letterlijk veraf gelegen of in ieder geval figuurlijk. Vaak blijft het in de verhalen ook op een afstandje. Van enorme geëngageerdheid is geen sprake. Eigenlijk gaat hij in het bovenstaande gedicht al vrij ver als het hierom gaat. En toch is het fascinerend; misschien wel omdat Borges met die afstand en met andere elementen zoals het noemen van al die mensen uit zoveel tijden zo’n typische stijl heeft gevonden.

Literatuur
De Borges Bibliotheek in 2003 uitgegeven door de Bezige Bij te Amsterdam

Barber van de Pol; Alles in de wind; esseys en verhalen, Querido, 1997, Amsterdam. Hieruit de verhandelingen over Borges: ‘Borges in duel met de tijger’, Borges en de tango: een mythologie van dolken’ en ‘No? Twee interviews met Jorge Luis Borges.

Robert Lemm; De literator als filosoof; de innerlijk biografie van Jorge Luis Borges; Aspekt, 2005, Soesterberg.

The Jorge Luis Borges Center for Studies & Documentation te Århus waarvan de website de moeite waard was.

Toegevoegd na afloop van het project:
Edwin Williamson; Borges, een leven
1 Dit is een radicale samenvatting van de chronologie van Lemm
2 Uit “La Cifra” (1981); onderdeel van “Het geheimschrift en andere gedichten”, vertaald door Robert Lemm.
3 Uit ‘Het verslag van Brodie’ 1970
4 Barber van der Pol zegt hierover op blz.99: “ De citaten, de namen, de toespelingen zijn ingelast ter versterking van de raadselachtige sfeer. Dat ze stammer uit heel uiteenlopnede culturen en tijden en in reeksverband een zeer incongruent geheel vormen, onderstreept Borges’ scepsis. Op zijn indirecte wijze levert hij aanhoudend cultuurcritiek, want hij kritiseert de min of meer vaste ideeën die wij hebben.”