Eine neue Geschichte der deutschen Literatur

IMG_0433

Ik geef het meteen toe; het boek ziet er niet uit met die kabouter, maar ja, dat is zo ongeveer het enige en niet erg inhoudelijke wat ik er op aan te merken heb. Het is een eigenaardig boek.
Het is een vertaling van een Amerikaans werk: ‘A New History of German Literature’, in 2004 uitgegeven door Harvard College. In 2007 is de Duitse uitgave uitgekomen bij Berlin University Press.

Kijkend naar de titel verwacht je een verhandeling over de Duitse literatuurgeschiedenis beginnend in de Middel-Eeuwen en eindigens aan het einde van de 20e eeuw. Die tijdspanne klopt wel alleen die verhandeling is er niet. Het boek bevat een chronologisch geordende verzameling artikelen die steeds naar aanleiding van een voor de literatuur belangrijk jaartal zijn geschreven. Zo gaat 1457 over de uitgave van een Psalmenboek; het eerste drukwerk van Gutenberg. 1848 behandelt de uitgave van das Manifest der Kummunistische Partij en 23 juli 1922 gaat over Jud Süss van Lion Feuchtwanger. Zo gaat dat 1191 pagina’s door met allemaal artikelen van zo’n 6 tot 7 pagina’s en dan volgt er nog een register. Het is een schatkamer en ik heb verrassende dingen gelezen die ik deels ook weer ben vergeten.
In Nederland hadden we al een kloek boek met eenzelfde opzet: Nederlandse Literatuur, een geschiedenis. Dit is een werk uit 1993 en uitgegeven door Martinus Nijhoff in Groningen onder de hoofdredactie van M.A. Schenkeveld- van der Dussen. In dit geval gaat het om hondervijftig artikelen – de flap spreekt van boekende essays, beginnend bij ‘omstreeks 1100′ en eindigend met een artikel over canonvorming rond het jaar 1992.
Ook leuk dus, maar het Duitse boek heb ik de afgelopen maanden doorgenomen waarbij ik het ene artikel helemaal las, het volgende gedeeltelijk en dan weer eens een artikel na de eerste allinea te hebben gelezen voor gezien hield. De Nederlandse versie wacht nog op zo’n behandeling.

Advertenties

Joseph Roth – Hiob

Ongeveer twaalf jaar geleden heb ik Job voor het eerst gelezen; een beduimelde Bruna- pocket. Dat was denk ik mijn kennismaking met Joseph Roth nadat ik Geert Mak enthousiast op de radio had horen spreken over deze schrijver. Nu heb ik de Duitse versie gelezen en ik denk dat ik er meer van heb genoten dan destijds. Eigenlijk is het een heel eenvoudig treurig verhaal over Mendel Singer, een arme vrome Joodse man die met hulp van zijn zoon die daar dan al is naar Amerika verhuist. Ze laten een gehandicapte zoon achter bij bekenden en een andere zoon is al in Russiche dienst gegaan. Ze komen met vrouw en dochter. Dan breekt de eerste wereldoorlog uit en gaat de Amerikaanse zoon die ondertussen Sam heet onder de wapenen. Hij sneuvelt ergens in Europa. Bij het horen van dit nieuws sterft de moeder en de dochter wordt daarna krankzinnig. Zo zitten we aardig in de Job-cadans. Mendel gaat achter in de winkel van een oude vriend wonen en dan blijkt er een muzikant in de stad te zijn die nota bene verschijnt tijdens de Pesachviering die Mendel wat plichtmatig bijwoont want het geloof heeft hij ondertussen vaarwel gezegd. De muzikant blijkt uiteindelijk Mendels gehandicapte zoon te zijn die ondertussen is genezen. Zo heeft dit treurige boek een zoet einde wat toch ook wel ontroerend is. Het mooie van het boek zit ‘m in de stijl, het zeer menselijke en het beeld dat Roth geeft van de arme oost-Europese Joden. Een groep waar hij ooit zelf toe behoorde.
Ondertussen is Joseph Roth behoorlijk in het nieuws geweest naar aanleiding van verschillende publicaties. Een goede aanleiding om deze hit van destijds – voor het eerst gepubliceerd bij Kiepenheuer in 1930 te Berlijn – weer te lezen.

Paris un Wiene

Een heuse ontdekking gedaan. Nee, dat is overdreven; ik heb gelezen over een heuse ontdekking die op mij overkwam als een heuse ontdekking. In 1594 werd in Verona de jiddische versroman Paris un Wiene geschreven door Elia Bahur Lavita gedrukt. Eerst dacht ik aan een tale of two cities avant la lettre, maar dat bleek onterecht te zijn. We hebben te maken met een liefdesverhaal dat destijds best populair is geweest. Er waren fragmenten van bekend, maar in 1986 vond literatuurwetenschapper Anna Maria Babbi in de bibliotheek van het bischoppelijk seminarie te Verona een compleet exemplaar van dit werk. In 1996 is het werk in het Duits (Transkription mit Anmerkungen und Kommentar) uitgegeven. Hoe ik aan deze inzichtgen ben gekomen? Er is een artikel aan gewijd (1594; in Verona wird der Liebesroman Paris un Wiene gedruckt) in ‘Eine neue Geschichte der Deutschen Literatur’ (BUP Berlin 2007), geschreven door Marion Aptroot. En nu komt het tweede wonder: Ik heb het boek via de Bibliotheekservice kunnen bestellen. Dat wil zeggen, voor €5,- gaat de zoekopdracht uit en zal het boek ooit arriveren. Ooit gaat er dus op dit verhaaltje een leesverslag volgen. Ondertussen wacht ik in spanning een bericht van de biep af.

Lion Feuchtwanger – Jud Süss

Van deze roman die in 1925 is uitgekomen heb ik hier twee edities liggen en ik heb ze ook door elkaar gelezen. De eerste is de Duitse uitgave van Forum uit 1939. Voorin staat te lezen: Die FORUM- Bücher werden gemeinschaftlich erausgegeben von den Verlagen Bermann-Fischer, Stockholm; Allert de Lange, Amsterdam; Querido, Amsterdam. En dan, Copyright 1931 by Th. Knaur Nachf. Verlag, Berlin. Druck: N.V. Drukkerij v/h L.E. Bosch & Zoon, Utrecht.
Het andere boek is een Nederlandse vertaling, ook uit 1939 en uitgegeven door de Arbeiderspers te Amsterdam. Het is de vierde druk. Er staat bij: ‘Vertaald en voor deze editie nog eens extra nagezien door Victor E. van Vriesland.

Het is een roman over macht en misbruik, maar ook over jodendom en assimilatie. Süss komt min of meer in dienst van de nieuwe Hertog en heeft zo het financieel beheer van het hertogdom in handen en knijpt zo namens de Hertog de bevolking aardig af en zorgt dat er voor de Hertog én voor hemzelf genoeg vrouwen zijn.
Door toeval komt de Hertog de dochter van Süss tegen die teruggetrokken in het bos leeft en is opgevoed door een oom die in de Kaballah zit. De Hertog wil het meisje aanranden en ze vlucht het dak op, valt er af en is dood.
Süss komt erachter en wreekt zich door in dienst te blijven en ondertussen het land over de kop te jagen. Ondertussen heeft hij er wel steeds voor gekozen om als Jood bekend te blijven terwijl zijn broer ooit Katholiek is geworden.
Op zeker moment heeft de Hertog een soort staatsgreep georganiseerd en hij sterft. Süss laat zich gevangennemen en wordt uiteindelijk opgehangen.
Het is een roman van zo’n vijfhonderd pagina’s die rustig en mooi geschreven voortgaat. Boeiend hoe de schrijver in 1925 in een sfeer van opkomend antisemitisme dit door zo’n historische roman aan de orde heeft gesteld.

Wat ik rondsnuffelend op internet pas ontdekte toen ik al halverwege het boek was, is dat er in 1940 een propagandafilm is gemaakt op initiatief van Goebbels met de titel: Jud Süss. Het is een film die het anitsemitisme heeft aangewakkerd – dat was nu juist ook de bedoeling geweest – en in een aantal landen nog steeds verboden is. De film is deels op het boek gebaseerd.