Michael Sandel – De tirannie van de verdienste; over de toekomst van de democratie

Deze politieke wetenschapper uit Harvard schreef dus dit boek over meritocratie. Dat wil zeggen, als we iedereen de kans geven om te studeren, hoger op te komen dan bestrijden we ongelijkheid en is dat een goede zaak.

Het boek gaat over de keerzijden van deze gedachte die juist door Democratische presidenten breed is uitgemeten. Het lijkt erop dat Obama er in toespraken e.d. het meest op terugkwam en natuurlijk is hij zelf zo ver gekomen door zich enorm in te zetten en zijn talenten goed te gebruiken.

Het boek gaat vooral over de Amerikaanse context (VS) en levert soms opmerkingen op die hier minder van toepassing zijn, maar toch was het erg de moeite waard naar mijn idee. Het bezwaar tegen de meritocratie zoals Sandel dat aangaf zit ‘m in het feit dat de start toch ongelijk blijft. Niet iedereen is even slim of komt uit een gezin dat ontwikkeling kan steunen, zowel intellectueel als financieel. Het leidt dus tot een samenleving van winnaars en verliezers. De winnaars zitten dan ook nog vaak in de hoek van de mondialen, de deregulering, enz. De winnaars gaan welvoldaan neerkijken en de verliezers voelen zich mislukt en weggezet.

En die weggezette mensen, traditioneel de mensen van de productie zijn zeer gevoelig gebleken voor populisten als Trump en Johnson. En zo is een traditioneel linkse achterban rechts uitgekomen.

Sandel gaat uitgebreid in op het toelatingssysteem tot Amerikaanse (top)universiteiten. Vroeger was de aristocratie daar vanzelfsprekend welkom, daarna werden het bolwerken van meritocratie.

Nog vrij aan het begin van het boek legt de schrijver de link met de theologie van de Reformatie. De tegenstelling tussen genade en werken der wet, om het even zo te noemen. Eigenlijk zegt hij, bedenk nou dat het puur mazzel is dat je wat slimmer bent en dat je ouders toevallig wat geld hadden liggen. Dat neemt meritocratische hoogmoed wat weg. Tegelijkertijd gaat hij ook in op de waardering voor de eerlijke beroepen waar een samenleving niet zonder kan. Hij probeert wegen te vinden om de meritocratie te temperen.

Elias Canetti – Massa & Macht

Het boek dat hier ligt is een zeer beduimeld exemplaar; ik heb het lang geleden verworven, waarschijnlijk bij de Kringloop. Nog langer geleden heb ik het boek eens geleend bij de biep, maar niet gelezen. Dat is er nu dan eindelijk van gekomen en ik moet zeggen dat het boek van fascinerend is en soms wat langdradig. Het is in ieder geval een zonderling boek.

Het boek is uitgegeven in 1960 en dat is nu echt een hele tijd geleden. Natuurlijk speelt het Nazi- Duitsland op de achtergrond een rol maar dat is veel meer impliciet dan expliciet. Hitler wordt in 532 pagina’s twee keer genoemd.

Aanvankelijk gaat het over massa’s en hoe individuen tot een massa worden. Eigenlijk willen mensen afstand houden en niet zomaar door iedereen aangeraakt worden. Alleen in de massa kan de mens van deze aanrakingsvrees worden verlost (p.14). Vervolgens worden talrijke massa’s en meuten besproken.

Het hele boek door wordt er veel geargumenteerd naar aanleiding van antropologische verslagen. Zo komen we in tal van oorspronkelijke culturen terecht.

Een heel eind verderop is zijn stelling dat een bevel waaraan gehoor is gegeven een angel achterlaat. Een angel die weer tot bevelen leidt.

Tegen het einde van het boek blijft de schrijver heel lang hangen bij een verslag van een paranoïde man die uitgebreid verslag deed van zijn paranoïde periode. Het gaat om het geval Schreber. Eerlijk gezegd vind ik dit een ingewikkelde manier om iets over macht te zeggen. Zo komen we dus tot dit enorme verslag en de antropologische verhandelingen als het om de bronnen gaat.

Ik kan me niet voorstellen dat deze tekst nog serieus genomen wordt door sociologen of andere menswetenschappers. Hoe is destijds de receptie geweest? Het is dus wel een bijzonder boek en ik vraag me af of deze tekst naast het Martyrium (1935) heeft meegewogen toen Canetti (1905-1994) de Nobelprijs (1981) kreeg toegekend.

Philipp Blom – Het verdorven genootschap; de vergeten radicalen van de verlichting

Een goed verteld boek (Bezige Bij, 2017) over de groep verlichtingsdenkers in het Parijs van de 18e eeuw, de Franse opvolgers van Spinoza en Koerbagh.

Baron Paul-Henri Thiry d’Holbach, of gewoon Holbach (1723-1789) woonde in Parijs, was vanaf een zeker moment getrouwd met een vrouw die niet Dzoveel moest hebben van zijn ideeën en had regelmatig geestverwanten over de vloer en vaak te eten. Daarbij hoorde in ieder geval Denis Diderot (1713-1784). Het waren vrienden en de grote gangmakers van deze Salon die jaren lang functioneerde en regelmatig buitenlandse bezoekers trok zoals Hume en Beccaria die met Des délits et des peines een pleidooi schreef voor de afschaffing van de doodstraf dat in 1772 in Zweden voor het eerst navolging zou vinden.

Diderot heeft, aanvankelijk samen met d’Alembert jaren gewerkt aan de redactie van de Encyclopedie, een megaproject waarin alle kennis van dat moment bijeen werd gebracht. Het was ook een mooi medium om tussen de regels door de ideeën van de Salon naar voren te brengen. Tegen de kerk, voor materialisme.

Aanvankelijk hoorde Rousseau ook tot de club. Er vond echter een treurige verwijdering plaats. Rousseau komt hier naar voren als een moeilijke man die ook echt wel andere denkbeelden had. Zo heeft hij het geloof nooit vaarwel gezegd en hield hij het bij nadruk op de beleving, de natuur en een soort deïsme net als de hoogmoedige Voltaire. Voor deze heren heeft de schrijver de term ‘zachte verlichting’ gereserveerd.

Diderot is op zeker moment naar Rusland gereisd om in de nabijheid van de tsarina Catharina te verkeren. Ze heeft hem daarna onderhouden, iets waar hij ook wel moeite mee had want hij had steeds meer moeite met autocratisch gezag, waar de tsarina een heel goed voorbeeld van was.

Een heel leesbaar boek dat een fijn beeld geeft van de filosofische wereld te Parijs in aanloop naar de Revolutie. Die revolutieperiode was trouwens een tijd dat men toch meer aandacht had voor Rousseau terwijl de radicalen pas in de 19e eeuw postuum de aandacht wisten te trekken.

Adriaan Koerbagh – Een licht…

Bij toeval trof ik dit boek in de Biep: Een licht dat schijnt in duistere plaatsten van Koerbagh dus. Die Koerbagh trok mijn aandacht en niet zozeer de titel. In het boek van Jonathan Isreaël wordt Koerbagh (1633-1669) genoemd als een van de lieden in de kring rond Spinoza.

Hij schreef toegankelijker en moest zijn werk na verraad met de dood bekopen. Wat ik hier heb is een hertaling door Michiel Wielema (Vantilt, 2014) van een boek dat oorspronkelijk de volgende titel had: Een ligt schijnende in duystere plaatsen, om te verligten de voornaamste saaken der Gods geleertheyd en Gods dienst. Huh, is dit dan een theologisch boek? Een beetje wel, net zoals het theologisch- politiek traktaat.

Veel gelovige tijdgenoten zullen het vooral gelezen hebben als een aanval op de meeste bestaande kerken. Nou ja, veel gelovigen hebben het boek niet gelezen want voor het in de boekwinkels kon liggen was de drukproef al in beslag genomen en Koerbagh gevangengezet om een jaar later te bezwijken. Het is een mirakel dat van het boek twee exemplaren bewaard zijn gebleven. In 1974 is er een eenvoudige gestencilde oplage uitgekomen van 50 exemplaren verzorgd door Hubert Vandenbossche. In 2011 publiceerde Wielema bij Bril een paralleleditie (Nederlands-Engels) van de oorspronkelijke tekst.

En het boek zelf? De inhoudsopgave doet degelijke theologie vermoeden. De drie-eenheid, de heilige schrift, de Heilige Geest. Het gaat om een rationele ontmanteling van de gangbare theologiën, katholiek en protestant. Godsdienst moet redelijk zijn, zegt Koerbagh, en misslagen en dwalingen leiden tot haat en leed. En zo moeten ongeveer alle dogma’s eraan.

Ik kan niet zeggen dat ik het hele boek heb gelezen. Het nawoord wel en verder genoeg om te constateren dat het een geweldige ontdekking is en bijzonder dat dit gewoon toegankelijk is geworden voor normale mensen.

Overigens is er ook een soort biografie uitgekomen, Het noodlot van een ketter, door Bart Leeuwenburgh en Nelleke Noordervliet schreef een historische roman waar Koerbagh in voorkomt: Vrij man.

Th. C.W. Oudemans – Moeder Natuur; de plaats van de mens in de kosmos

Een kakelversboek (Ten Have 2020), niet simpel, het zet wel aan het denken. Het gaat niet meevallen om het boek samen te vatten. Sterker, ik ga de poging niet wagen want daarvoor heb ik er te weinig van begrepen. Toen ik het uit had, had ik meteen de neiging om opnieuw te beginnen. Dat kwam zeker niet door de weergaloze stijl, wel omdat ik verwacht er na tweede lezing meer van begrepen te hebben.

Het boek gaat inderdaad over de kosmos, over het paleolithicum en het neolithicum over hoe mensen overgingen van jagen en verzamelen naar landbouw en hoe dat een revolutie was en leidde tot vestiging en ingewikkelder samenlevingen. En tot verslaving aan de gedomesticeerde dieren (en aan graan, zou Hariri toevoegen). Het leidde ook tot bevolkingsgroei omdat je als jager/verzamelaarvrouw niet steeds met een kind wil rondsjouwen. Voor de moeder in het boerenhutje is het anders.

De schrijver voegt iets toe aan de natuurwetten van Newton en aan de bevindingen van Darwin: Thermodinamica. Energie die in beweging zet, maar ook verloren gaat. Uiteindelijk gaat het boek over onherroepelijk verval. Op zeker moment is het gedaan met de energie op deze aarde en uiteindelijk gaat de zon er een keer mee ophouden. Hier geen pleidooi om zuinig aan te doen; dat is een zinloze zaak, lijkt het wel.

Oudemans brengt bovenstaande in verband met de bevolkingsgroei die volgens hem helemaal uit de hand gaat lopen. In Europa ziet hij lichte afname en daardoor trouwens ook verval. In Afrika onstuitbare toename. Hier zegt hij niets over Rosling, die als gevolg van onderwijs en ontwikkeling een langzame afvlakking van groei ziet en dus niet zo stellig is over de toekomst.

Oudemans moet niets hebben van vegetaristen en milieuactivisten in het algemeen. Het heeft geen zin allemaal, hij gaat uit van de survival of the richest. Op zich heeft hij wel oog voor de vernietiging van regenwoud en de gevolgen ervan. Hij lijkt het echter te zien als iets wat niet te vermijden valt.

Een overheid of een conferentie van overheden die groots ingrijpen, dat ziet hij niet gebeuren. Ook wel een gedachtenkraker; hij heeft het niet op het streven naar gelijkheid en ziet met de toename van gelijkheid de vrijheid afnemen. En dat is hem meer waard.

Discriminatie is niet te voorkomen. Mensen zullen altijd opkomen voor zichzelf, hun familie, stad en land…

Een boek waarin veel passeert dat mij boven de pet ging in een eerste lezing. Er passeerde ook veel waar ik moeite mee heb, maar toch passeerde er voldoende om over door te denken. Ik ben benieuwd hoe er over dit boek geschreven gaat worden. Dat kon wel eens pittig zijn.

Epictetus – Vrij en onkwetsbaar; Verzameld werk

Dit boek, een vertaling van Gerard Boter en Rob Brouwer uit 2011, nu opnieuw door Atheneum uitgegeven (Amsterdam 2020), bestaat uit drie delen.

Het eerste deel, na de informatieve inleidinge, is meteen het grootste en bestaat uit college-aantekeningen van iemand die colleges van Epictetus heeft bijgewoond.

De Stoïsche filosofie van Epictetus, geboren naar 50 CE is niet heel ingewikkeld. Hoofdstuk vier van de colleges vat één poot al aardig samen. Wie al vorderingen maakt, heeft van de filosofen geleerd dat elk streven gericht is op het goede en dat elk vermijden betrekking heeft op het slechte, en ook dat welbevinden en sereniteit alleen dan optreden als een mens niet faalt in zijn streven en als hem niet overkomt wat hij wil vermijden (49).

Het gaat dus op praktische filosofie, levensfilosofie waarbij vaak wordt verwezen naar Socrates. Sommige zaken zijn nog steeds raak en behartigenswaardig. Andere zijn niet van deze tijd, zoals de houding ten opzichte van vrouwen.

Het tweede deel bestaat uit fragmenten en wordt dan gevolgd door Het Handboekje wat ik al had al oud en beduimeld handboekje. Het begint met de andere poot. De werkelijkheid is in twee categoriën te verdelen: wat wel in onze macht ligt en wat niet in onze macht ligt. Wel in onze macht liggen onze overtuigingen, impulsen, ons streven, ons vermijden, in één woord alles wat tot onze taken behoort; niet in onze macht liggen ons lichaam, bezig, reputatie, ambten, in één woord alles wat niet tot onze taken behoort. Wat in onze macht ligt, is van nature vrij, onbelemmerd, ongehinderd; wat niet in onze macht ligt is zwak, onderworpen, belemmerd, van een ander (329)

En dan verderop, mensen worden niet in verwarring gebracht door de gebeurtenissen, maar door hun opvattingen over de gebeurtenissen (331). Dat klinkt ineens heel eigentijds. Het is ook niet zo gek dat het Stoïcisme een revival doormaakt. Trouwens, ook in de 17e eeuw was het al populair onder sommige lieden…

Derrick Jensen – The culture of make believe

Dit is radicale linkse politieke kost. Het is ook een boeiend boek dat in ieder geval heel leesbaar is. Dat komt doordat het bestaat uit zeer behapbare brokken die, ook al is dit filosofische maatschappij kritische non-fictie, soms wat verhalend zijn. Op een avond dacht ik nog eens over het gesprek dat ik had met… Zo dus. Het boek lijkt af en toe van de hak op de tak te springen en zo is de grote lijn niet meteen helder. Elk hoofdstuk wordt vooraf gegaan door een citaat in een gedrukt handschrift, wat het meteen lastig leesbaar maakt. Ziet er leuk uit maar werkt niet zo best, ook niet omdat het verband met de erop volgende tekst voor mijn niet altijd meteen helder was.

Hoe dan ook; het is een fascinerend en inderdaad radicaal boek dat uiteindelijk uitkomt bij de huidige door de VS gedomineerde cultuur van massaproductie ten koste gaat van mensen en de natuurlijke wereld (humans and non-humans). Doelen werden en worden bereikt door verovering en onderdrukking. Tegen het einde van het boek wordt er een link gelegd met de Holocaust en het Nazisme. De systematiek, de jacht op grondstoffen. Overigens merkt Jensen op dat wanneer de Nazi’s niet zo monomaan Joden hadden gepakt en vermoord en wanneer ze meer hadden aangesloten bij de nazi-sympathiën in Hongarije en Oekraïne de geschiedenis anders had kunnen verlopen. Maar dat terzijde.

Eigenlijk zegt hij dat het systeem waarin we ons bevinden nu ook weer niet heel ernstig afwijkt van dat van het Nationaal-Socialisme. En dan doelt hij dus op het systematische mens-ontziende aan het geheel. Hier komt make belief aan de orde. Burgers moeten immers de indruk hebben dat ze in een vrij en beschaafd land wonen…

Unless it is stopped, the dominant culture will kill everything on the planet, or at least eveything it can (592). Dit is iets van de treurige conclusie die impliciet al wel meer klinkt door het boek. De vraag is, als dit de analyse is, hoe moet het dan werkelijk verder met deze wereld? Dat blijft vaag tot onbesproken en dat is het ietwat onbevredigende aan dit boek.

Voordat dit zo onomwonden wordt gezegd is er ook veel verteld over slavernij, het verdrijven en vermoorden van de indianen en over de KKK, die heel groot is geweest en eigenlijk door de overheid werd gesteund. Ook gaat het over de opkomst van het Morgan- imperium waarmee de band tussen de overheid en het bedrijfsleven innig werd. Morgan leende grote bedragen uit aan de geallieerden in WOI. Toen het niet zeker leek of het wel goed ging komen had dit bedrijf grote voordelen bij deelname van de VS aan de oorlog. Weer leningen en investeringen in de oorlogsindustrie, iets waar het natuurlijk verderop ook over ging. Handelend over WOII ging het opnieuw over de strijd om de gronstoffen die volgens Jensen een belangrijke rol speelde.

En hoe moet het nu verder? Deze civilisatie is schuldig aan het vernietigen van mensen en van de planeet en moet dus verdwijnen. Daar komt het eigenlijk op neer. En dan? Dat is dus het onbevredigende van dit boek. Heel veel aan de schokkende analyses sprak me aan. Wat er naar mijn smaak mist is een weg vooruit anders dan roepen dat de hele civilisatie maar afgeschaft moet worden. Hopelijk gaat hij hier in andere publicaties op in.

Een treurig stemmend en heftig boek uit 2002/2004 uitgegeven door Chelcea Green.

Maarten van Buuren – Spinoza; vijf wegen naar de vrijheid.

Een reuze fijn boekje waarin het denken van Spinoza wordt verhelderd. Het fijne is dat uit de teksten die ik deels heb gelezen de kern boven water wordt gebracht. De radicaliteit ervan wordt duidelijk gemaakt en de context toegelicht. Spinoza gaat in op Hugo de Groot en Descartes, maar ook op Stoïcijnen als Epictetus en Marcus Aurelius en bovendien heeft hij zich laten inspireren door Epicurus. En dan had hij ook nog te maken met een jonge republiek waarin allerlei krachten werkzaam waren.

Zoals de ondertitel doet vermoeden is het boek verdeeld in vijf overzichtelijke hoofdstukken die zijn voorzien van een degelijk notenapparaat.

  1. God is natuur. Spinoza ziet God niet als de God van het Oude Testament (De God van het OT is een onwaar Godsbeeld), de God van de verhalen, de transcendente God, maar als een immanente God die samenvalt met de natuur en de wetten van de natuur. Dat is een heldere binnenkomer.
  2. Over zelfbeschikking, het recht te denken wat je wil en te zeggen wat je denkt. In dit hoofdstuk duikt de radicale stelling macht = recht op.
  3. De Conatus of levensdrift (logos spermaticos) die organismen van nature hebben en die volgens de schrijver neerkomt op de wil tot macht; daar gaat het derde hoofdstuk over. Spinoza blijkt goed en kwaad niet als absoluut te zien; hij ziet ze in relatie tot macht en onmacht.
  4. En dan gaat het over kennis. van Buuren ziet de kennis bij Spinoza als een soort triptiek. Het grote paneel in het midden, dat is de rede. De rede staat naast de vrijheid centraal in het denken van Spinoza. Het eerste zijpaneel wordt gevormd door de verbeelding, wat we moeten zien als een combinatie van waarnemingen en meningen. Het andere zijpaneel wordt gevormd door de intuïtie, het ogenblikkelijke inzicht in de essentie van de dingen (136).
  5. Tot slot gaat het over de samenleving. Het begint bij mensen zonder samenleving, mensen die leefden met een natuurrecht, wat volgens Spinoza betekent dat de mens zich alles mag toe-eigenen wat hij nodig heeft. De mens leeft volgens de wetten van de natuur. Hier wordt nog eens duidelijk gesteld dat hier geen hogere wetten of transcendentie aan te pas komen. In het verlengde van dit op het oog kille recht komen daar de sociale neiging en de rede om de hoek kijken. Zo is het niet ieder voor zich, maar samen sterk en dit is de basis voor de opbouw van samenlevingen. van Buuren legt de link met utilitarisme en liberalisme en vindt het liberalisme van Spinoza zuiverder dan het liberalisme van de 19e eeuw. Dat komt omdat hij zijn overwegingen afleidt uit natuurwetten waarin is vastgelegd dat de mens van nature een sociaal wezen is dat gedreven wordt door de rede die elk mens is aangeboren (blz. 213).

Dit is een veel rijker boek dan deze korte indruk doet vermoeden. Eigenlijk een ideaal beginpunt voor wie zich eens wat meer met Spinoza wil bezighouden terwijl het voor mij een tijdelijk eindpunt is. Hier volgt de samenvattende alinea waar van Buuren zijn boek mee eindigt:

Het begin van Spinoza’s leven stond in het teken van de verstoting uit de joodse geloofsgemeenschap en de verbanning uit de synagoge. Spinoza besteedde de rest van zijn leven aan het ontwerpen van een zijnsleer die uitgaat van de Natuur. De ethiek die hij uit deze zijnsleer afleidde bevat de richtlijnen aan de hand waarvan ieder mens zich onder leiding van de rede kan invoegen in de natuurlijke orde waarvan hij deel uitmaakt en daarin zijn vrijheid verwerven. In dit Huis van de Natuur zocht en vond Spinoza de geborgenheid, vrijheid, waarheid en autonomie die de religies hem onthielden (blz 230).

Andreas Kinneging – Geografie van goed en kwaad

Een onversneden pleidooi voor conservatisme dat zeker niet verward moet worden met liberalisme, wat gegrond is in de Verlichting en dat is waar de schrijver zich juist fel tegen keert. En dan met name de verlichting die zich afzette tegen geloof, klassieke traditie en aristocratie.

En dat is waar het boek ook over gaat en ik vond dat toch wel interessant omdat ik niet wist dat ik er ook zo naar kon kijken. Hoe dan? Kinneging betoogt dat aristocratie duidt op een gegoede elite die is opgevoed in de klassieken en het bijbelse denken en vanuit deze tradities ethisch handelt. Dat betekent niet dat het welbegrepen eigenbelang (Adam Smith) centraal staat, met het dienen van de staat in parlement of plaatselijk bestuur en de bevolking.

De schrijver gaat graag terug naar een Platoonse morele orde, een metafysische orde waarin deugden centraal staan. Met de reformatie werden de deugden meer plichten (men zag deugden als een vorm van Pelagianisme…) en met de Verlichting kwamen de rechten van de mens centraal te staan. In de Romantiek gaat het om individualiteit en subjectiviteit.

De Platoonse orde bestond uit rechtvaardigheid (geef een ieder wat hem of haar toekomt), verstandigheid, moed en matigheid. Met het Christendom kwamen liefde en aanverwante zachte deugden centraal te staan. Overigens bracht de schrijver een verschil tussen klassiek en christelijk gevoelen naar voren dat ik me goed kan voorstellen, maar nooit zo had gelezen. De klassieken hebben eer hoog in het vaandel staan en daar tegenover staat dus schaamte. In de Christelijke traditie gaat het om geweten en schuld.

Het hoofdstuk dat in de smallere zin over recht en rechtspraak ging sprak me minder aan. De gedeelten over politieke filosofie weer meer. Kinneging bespreekt Montesqieu en de Tocqville en zet daarmee kanttekeningen bij de democratie. Het ergste wat er naar zijn idee kan gebeuren is aan de ene kant anarchie, wat hij ziet als chaos, dissonantie en barbarij, en aan de andere kant onversneden dictatuur. Met een democratie is zoiets niet per definitie te vermijden.

Vandaar de voorkeur voor een monarchie of in ieder geval een staatsmacht die in toom wordt gehouden door een soort aristocratie, mensen die gevormd door klassieke deugden en wat Christelijke ethiek en niet gehinderd door zakkenvullerige neigingen.

Soms is het van dik hout zaagt men planken. Het boek bestaat uit een bundeling van artikelen of inleidingen en dit konden iets van een pamflet hebben. Eigenlijk heeft het hele boek wel iets van een pamflet. Een pamflet voor Plato, voor Christelijke ethiek, tegen Verlichtingsdenken en alles wat hieruit is voortgekomen, tegen democratie, liberalisme en socialisme en voor aristocratie, voor het leren van deugden omdat de mens geneigd is tot het kwade.

In die zin is dit boek een tegenhanger van het boek van Rutger Bregman, de meeste mensen deugen, dat juist een positief mensbeeld voorstaat.

Theun de Vries – Spinoza; beeldenstormer en wereldbouwer

Hè ja, eindelijk weer eens een boek van Theun de Vries gelezen. Ooit heb ik heus wel de bibliografie van deze veelschrijver doorgenomen, maar dat hij een biografie van Spinoza heeft geschreven was bij mijn niet blijven hangen. En toen kwam ik het boek uit 1972 tegen.

Ik heb het uit en ik moest denken aan het ketterboek dat ik ook ooit in ieder geval deels heb gelezen. Daar was ik toen niet echt enthousiast van, ik vond vooral de taal te gewichtig waardoor het boek extra ontoegankelijk werd. Dat vond ik dus.

Voor dit boek geldt dit helemaal niet. Natuurlijk is het door dezelfde man geschreven en is de taal niet opeens supersimpel. Dit is een goed geschreven heel toegankelijke biografie. De 17e eeuw komt goed aan bod. De Joodse gemeenschap in Amsterdam wordt besproken en hoe de jonge Spinoza in de leer ging bij de van den Enden die in Amsterdam een Latijnse school had geopend die een broeiplaats werd van on-orthodoxe ideeën. Jonathan Israel heeft daar natuurlijk ook uitgebreid over geschreven in Radicale Verlichting.

Nadat Spinoza uit de Synagoge was gezet vestigde hij zich aanvankelijk in Rijnsburg, later in Voorburg en toen hij stierf woonde hij in Den Haag, hij is Nota Bene in de Nieuwe Kerk begraven.

Toen hij nog in Amsterdam woonde had hij een clubje geestverwanten, leerlingen om zich heen zoals Koerbagh en Jarig Jelles. Later toen hij als lenzenslijper actief was en niet meer in Amsterdam woonde kreeg hij ook steeds meer contact met wetenschappers als Christiaan Huygens en andere onderzoekers die ook belang hadden bij zijn lenzenwerk.

De Vries veronderstelde een contact met de Witt en andere Haagse regenten die best blij moeten zijn geweest met de publicatie van het Theologisch-Politiek tractaat waarin afscheid genomen wordt van de bijbel als door een persoonlijke God geïnspireerd boek.

In het Politiek tractaat ging het meer over de samenleving en de regering ervan terwijl hij in de Ethica op een (voor mij redelijk ondoorgrondelijke) meetkundige strak logische manier schreef over een ethiek die leidde tot een stoïsche levenshouding in het besef dat God en natuur samenvallen.

Tegen het einde van zijn leven stond Spinoza in contact met wetenschappers uit omliggende landen. Voor velen was het gevaarlijk om daar over rond te vertellen. Spinozist was een scheldwoord, het drukken van zijn werk gevaarlijk (gebeurde onder een andere naam en met Hamburg als plaats van uitgave) en de Ethica werd pas jaren na zijn dood in het Nederlands uitgegeven.