Rutger Bregman – De meeste mensen deugen.


Een prima boek in het kader van operatie mensebeeld. Je kunt maar ergens mee zitten; ik zat met mijn soms negatieve mensbeeld en had daar als rasoptimist ook wel last van. Bovendien heb ik af en toe licht anarchistische neigingen – in filosofische zin dan – en daar past eigenlijk naar mijn idee veel beter een wat positiever mensbeeld bij. En wanneer je daar niet mee bent behept, dan zijn anarchistische neigingen niet handig. Nou, zo dacht ik er losjes over.

Toen kwam de publiciteit rond het boek van Bregman op gang. Een artikel in de Correspondent, een interview op de radio. Ik heb, nadat het boek aanvankelijk snel was uitverkocht, twee exemplaren gekocht en één cadeau gedaan. Het andere is mij voorgelezen.

Het boek is eenvoudige spreektaal geschreven en naar mijn idee toegankelijk voor iedereen die niet gewend is een wat forser boek ter hand te nemen. Ja, het boek is wat aan de dikke kant. Daar staat tegenover dat alles heel ruim is opgezet zodat men er doorheen kan vliegen.

Wat er gebeurt is precies wat de titel belooft, namelijk, betogen dat de meeste mensen best deugen, terwijl de samenleving is opgebouwd vanuit het idee dat er onder een dun laagje vernis bij mensen een soort wilde schuilgaat die gevormd en onder de duim gehouden moet worden. Die gedachte heeft invloed op het onderwijs, management, overheid en het gevangeniswezen.

Het boek begint zo ongeveer met het fenomeen van de domesticatie van mensen die plaatsvond door te settelen als landbouwers na rond te hebben gezworven als jagers en verzamelaars. Er wordt dan een uitstapje gemaakt naar het domesticeren van wolven of vossen ver weg in Rusland. In dat experiment werden de vriendelijkste beesten doorgekweekt. Ze gingen kwispelen en spelen. Het fijne kan ik even niet opzoeken omdat we het boek hebben uitgeleend.

Het boek gaat ook over die beroemde psychologische experimenten uit de jaren ’60 waaruit bleek dat mensen maar een beetje hoeven te worden aangespoord om tot wreedheden te komen. Bregman is in de onderzoeksgegevens gedoken en wat bleek; eigenlijk toonde de experimenten het omgekeerde aan. Deelnemers werden onder druk gezet om over grenzen te gaan terwijl ze dat eigenlijk niet wilden.

The lord of the flies werd natuurlijk ook genoemd. Het boek heeft furore gemaakt als de literaire verwerking van het gegeven dat er onder een laagje beschavingsvernis bruten schuil gaan. Zelfs bij kinderen was dit het geval in de roman. Bregman komt dan met het verhaal van een groepje jongens dat werkelijk voor een periode vast komt te zitten op een eiland in de buurt van Australië. Nu, en dit was geen roman, verliep het heel anders en bleken de jongeren gericht op samenwerking.

Mensen vormen de enige soort die geneigd is te blozen als teken dat ze iets verkeerd hebben gedaan of iemand hebben bedonderd. Een tussendoortje.

Heel indrukwekkend vond ik het verhaal over het Noorse gevangeniswezen wat niet onderdrukkend is maar zelfs bij gedetineerden uitgaat van vertrouwen en samenwerking en daarmee heel goede resultaten weet te behalen.

Een redelijk slecht geschreven boek, naar mijn smaak dan, met een heel prettige inhoud; net de zet die ik nodig had om echt anders te gaan kijken, denken en leven. Hulde.



Harari – Homo Deus

Net als bij de andere twee boeken van Harari gaat het me niet meevallen om er samenvattend wat van te zeggen. Dit boek is erg verwant met de andere boeken van Hariri. Het begint in de toekomst van AI in de 21e eeuw en eindigt opnieuw in onze eeuw waarin data en algoritmes de klok slaan en de macht vertegenwoordigen. Dit is ook de eeuw waarin er sprake kan zijn van Homo Deus, een mens als god.

De weg hiernaartoe is een weg die hij deels in Homo Sapiens ook al had geschilderd, een weg die begon met jagers en verzamelaars die ooit waren overgestapt op graan en zo tot steden en machthebbers kwamen. En er ontstonden verhalen, er ontstonden goden.

Met de verlichting was het geloof in een door mensen verzonnen verhaal minder overheersend geworden. Hoewel, dat geldt voor religie met een god, een boek, gebruiken en een gebouw. Geloof verandert in een humanistich geloof, een communistisch geloof, een liberaal geloof. Dat is wel een grappig ding in dit boek. Mensen blijven gewoon geloven, ook al geloven ze niet meer in een geopenbaard boek en een god die bestiert. En daarmee zijn mensen vrij geworden te kiezen wat ze willen.

Dat laatste blijkt niet het geval. Mensen waren al veel minder vrij omdat ze gestuurd worden door evolutionaire ontwikkelingen en chemische reacties. Het boek zet een groot vraagteken bij dingen als een persoon, een eigen identiteit (de schrijver speelt met de term dentiteit) en al helemaal bij het bestaan van een ziel. Wanneer we bestuurd worden door tal van impulsen uit genen en chemie dan kan er geen sprake zijn zijn een authentiek zelf en al zeker niet van een ziel.

In deze onze tijd zal de macht van de data alleen maar groter worden. Het zijn de steeds verder ontwikkelende computers die intelligentie (niet het bewustzijn) steeds weer doen toenemen. Hebben ze op zeker moment nog mensen nodig?

Het grappige is dat Hariri met enorme historische omwegen een toekomstbeeld schetst dat enorme ontwikkelingen en veranderingen inhoudt zonder daar alarmistisch over te doen en zonder er bijzonder enthousiast over te zijn. Hoe het werkelijke zal gaan weet hij ook niet en hij werpt zich niet op als profeet.

Hariri heeft een redelijk kloek boek geschreven met bonte uitweidingen en boeiende gezichtspunten. Op de een of andere manier vind ik het net als bij zijn andere boeken lastig om er een scherpe samenvatting van te geven.

Het boek eindigt met de volgende opmerkingen die meteen door de schrijver in twijfel worden getrokken:

  1. Science is converging on an all-encompassing dogma, which says that organims are algorithms and life is data processing.
  2. Intelligence is decoupling from consiousness
  3. Non-conscious but highly intelligent algoritms may soon know us better than we know ourselves.

Hariri – Homo Sapiens

Het boek waarmee de triomftocht van deze historicus/filosoof begon in 2014 of 15. In september nog maakte ik kennis met zijn laatste boek, de lessons for the 21th century (of zo). Dat vond ik aantrekkelijk door de luchtige en toch scherpe manier waarop deze man schrijft maar tegelijk wat rommelig. Dit boek is op dezelfde manier geschreven en minder rommelig omdat hij hulp heeft gekregen van de structuur die de geschiedenis biedt. Het begon allemaal lang geleden en ging voort tot vandaag.

In de laatste hoofdstukken wordt het ook een beetje rommelig wanneer het gaat over het streven naar geluk en hij opmerkt dat, hoe rijk of arm je ook bent, geluk ook een sterke biologische component kent, namelijk de werken van serotinine, dopamine en dergelijke stofjes. En dan gaat het tot slot over maakbaarheid. Mensen zijn repareerbaar, verbeterbaar. Enfin, het lijkt er ook een beetje op dat hij het geheel niet goed tot een einde wist te brengen. Maar niet getreurd, hiervoor zijn er ruim vier honderd pagina’s die zeer de moeite waard waren.

Het boek begint diep in de prehistorie, de tijd dat het naar Sapiens ook Neanderthalers rondstapten. Waarom hielden zij het niet vol en de Sapiens wel? Die Sapiëns kwamen uit Oost-Afika en trokken richting Eurazië. Er liepen nog van die grote beesten rond en ze wisten als jagers en verzamelaars misschien wel de eerste extinctie te bewerkstelligen door gewoon af en toe zo’n beest te vangen en te villen. Met de enorm lange zwangerschappen van die beesten kan het dan als soort toch mis gaan.

Helemaal mis ging het toen de Sapiëns via Azië in Australië aankwam. Daar liepen heel andere beesten rond en het lijkt erop dat die grotendeels door hetzelfde jagen gewoon zijn verdwenen.

Al verzamelend viel er ook wel eens wat op de grond. Graan dat was gevallen ontkiemde en als je dat graan op een veldje liet ontkiemen hoefde je helemaal niet op pad om te gaan verzamelen. Zo zou het gegaan kunnen zijn. Hoe dan ook liep men in de val van het graan. Volgens Hariri is niet het graan gedomesticeerd, maar de Sapiëns door het graan. Graan wil een veldje zonder stenen en onkruid en dat is hard werken. Na een paar generaties wist men niet beter en bleef men in dorpen en at men minder veelzijdig en moest men gewoon hard werken. Er ontstonden steden en er ontstond een elite.

En toen ontstonden er ook ficties, verhalen die verklaarden hoe het was en die de orde verklaarden. Godsdiensten. En zo komen we als lezer vanuit de prehistorie de historie binnen. Het centrum van de wereld ligt in het Midden-Oosten, in Summerië en later Perzië en ook in China en India. West-Europa komt pas heel laat in beeld. Daarvoor moet er via de Romeinen een enorme sprong gemaakt worden naar ongeveer 1500.

Op de een of andere manier ontstond in deze ondertussen Christelijke streken een eigenschap die elders minder ontwikkeld was: Nieuwgierigheid. En daarmee ging het hard. De Amerika’s werden ontdekt en wreed van hun culturen (Maya’s, Azteken, Inka’s) ontdaan en leeggeroofd. Vervolgens ontdekte men de mogelijkheden van de suikerplantages. Mensen om de te bewerken waren vermoord, dus werden er slaven uit Afrika gehaald. Gelukkig werden er ook onschuldiger uitvindingen gedaan zoals die van de microscoop door van Leeuwenhoek.

Hariri heeft het over imperia die floreren door deze nieuwsgierigheid. In eerste instantie gaat dit natuurlijk over Spanje en Portugal. Daarna over de Nederlanden en Engeland.

En dan gaat het over het verband tussen economie en consumentisme. In vervlogen tijden was het een deugd om wat zuinig aan te doen. Later werd het een deugd om leningen aan te gaan en lekker te kopen. Dat moest wel gepropageerd worden want de economie wil groeien en kan alleen groeien als er steeds weer andere nieuwe grondstoffen worden uitgevonden en als Sapiëns maar steeds blijven kopen en kopen.

De schrijver blijft stug over Sapiëns spreken en daarom heb ik dat ook maar gedaan. Dan nog een observatie. De schrijver wijst erop dat de mensheid regelmatig bijna irrationeel een richtig kiest zoals de overgang richting het graan. Waarom is dat massaal gebeurd? Echt handig was het niet en een weg terug was er ook niet omdat de mensheid als gevolg van de graanweg enorm was toegenomen. Terugkijkend zijn mensen niet altijd geneigd tot de verstandige keuze, er lijkt nogal wat toeval in de wereldgeschiedenis te zitten.

En dan ging het ook nog over de relatie tussen onderwijs, macht en geld. Ja, dat hadden wij ook kunnen verzinnen, maar we hadden het minder smakelijk weten op te dienen. Denk ik.

Arnon Grunberg – Vriend & vijand; decadentie, ondergang en verlossing

Nieuw licht, dat is de naam van een nieuwe filosofische pamflettenserie van Frank Meester en Coen Simon uitgegeven door Prometheus. In deze serie is er dus een soort pamflet uitgekomen van Grunberg. Hij heeft van de genoemde lieden de vraag gekregen of we hier in het Westen decadent zijn en of hij op die vraag wil ingaan naar aanleiding van Het begrip politiek van Carl Schmitt. Dat heeft hij dus gedaan.

Het resultaat is een boekje van het formaat boekenweekgeschenk met een lastig leesbare tekst. Het komt op mij over als een moedige tekst en een tekst die aan het denken zet en waar ik het na eerste lezing niet echt mee eens ben.

Ja, we zijn decadent en dat komt omdat we geen vijanden willen. In het Westen willen geen vijanden omdat we geen oorlog willen. Omdat we geen vijanden en geen oorlog willen is er geen sprake van echte politiek. We willen vermaakt worden en dat is het. Dat levert een soort maatschappelijke slapte op.

Dat is waar het boekje over gaat en daarmee doe ik het meteen ernstig tekort want zo simpel wordt het niet gebracht. Hoe dan ook, ook al is dit kort door de bocht, het is een verhaal dat me niet meteen aanspreekt. Het geeft wel te denken. Opmerkelijk ook dat Grunberg er een heel eind in mee lijkt te gaan.

Het is een fascinerend essay dat de hersenen aanzet op het vlak van de politieke filosofie. De stijl is niet helder, soms op het hermetische af. Wat dat betreft is het beter toeven met Popper. Maar, ik zal het gewoon nogmaals moeten lezen om er wat meer over te kunnen zeggen.

Gareth Stedman Jones – Karl Marx, Grootheid en illusie, de biografie

Uitgegeven in 2016, in Nederlandse vertaling in 2017 bij Spectrum. Dat Marx uit Trier kwam wist ik, dat zijn moeder uit Nijmegen kwam was nieuw voor mij. Marx ging aanvankelijk rechten studeren, maar dat verschoof richting filosofie. Hij studeerde aanvankelijk in Bonn, later in Berlijn. Karl, zoals hij in de biografie meestal wordt genoemd, was tijdens zijn jonge jaren helemaal niet erg geangageerd en bezig met ongelijkheid. Hij had zelfs een hang naar poëzie.

De Franse Revolutie dreunde nog na. Dat nadreunen verliep in Duitsland anders dan in Frankrijk. Hier in Pruissen keerde men terug naar een romantische variant op de middeleeuwse samenleving. Koning en geloof speelden een belangrijke rol. Het was een samenleving met veel censuur waar Karl last van had omdat hij voor kranten in tijdschriften ging werken. Aanvankelijk had hij ook belangstelling voor de invloed van geloof op de ontwikkeling van de samenleving. Zo kende hij het werk van Strauss over Jezus. Voor Marx liep er een lijn van Christendom naar individualisme (versterkt door de reformatie) naar privé bezit. Dat was reden te meer om tegengas te geven.

Gaandeweg het begin van de jaren ’40, de term communisme werd in Frankrijk uitgevonden in die tijd, kreeg Marx belangstelling voor politieke economie en het proletariaat. vanwege publicaties vestigde hij zich met zijn vrouw Jenny eerst in Parijs, later in Brussel waar een soort knooppunt, het correspondentiecommité, ontstond van communisten uit Engeland, Duitsland en Frankrijk. Marx en Engels kenden elkaar ondertussen al.

Het jaar 1848, waarin het Communistisch Manifest uitkwam, wekte hoge verwachtingen onder democraten, liberalen, socialisten en communisten. De lijnen en belangen liepen nog erg door elkaar. Hoe dan ook ontstonden er opstanden in Parijs, maar ook in Wenen, Berlijn en andere plekken. Marx zag het als eerste stap in de revolutie zoals die van 1789 ook een eerste en een volgende fase had gekend. Het gezin Marx had tijdelijk weer in Duitsland gewoond, maar werd er uitgezet en uiteindelijk zijn ze in Londen terecht gekomen. Onderhand is er de Bond van Communisten geweest waar Marx prominent in was. Hij kon zeer uitgesproken zijn en zo ook regelmatig andere mensen uit de scene van zich vervreemden. De afloop van het jaar was voor velen zeer teleurstellend. Van een verdere revolutie kwam het niet. Het was eerder een ontwikkeling richting grondwet, mannenkiesrecht en parlementen. Aan het eind van het jaar hadden ze in Frankrijk weer een Bonaparte. De schrijver komt weinig naar voren met zijn eigen mening. Op blz.365 is hij daar ineens: De idealen en aspiraties van de arbeidersklassen in 1848 waren geen mysterie. Ze behelsden de wens tot politieke participatie en vereniging. Hun mening werd echter buiten beschouwing gelaten. Deze werd genegeerd of vervangen door geheel andere vormen van discours, verzonnen in de geestdriftige verbeelding van auteurs uit de bezittende klasse.

In Londen was het tobben voor het gezin. Marx had veel geschreven van de (Neue) Rheinische Zeitung, die op zeker moment ophield te bestaan. Vanuit Londen  heeft hij jarenlang geschreven voor de New York Tribune waardoor hij een soort van inkomen had. Het gezin leefde eigenlijk constant op te grote voet waardoor er altijd geldgebrek was en er altijd extra ondersteuning gewenst was. Die kwam soms uit de familie en in ieder geval bij Engels vandaan. Overigens was Marx nog steeds een betrekkelijk onbekende figuur.

In de jaren zestig van de 19e eeuw verloor Marx zijn baantje voor de Tribune (’62), schreef hij als een malle aan Het Kapitaal dat als eerste deel van een groter werk in ’67 uitkwam en raakte hij op beslissende wijze betrokken (formulering van ‘Inaugurele rede‘ en Regelement‘ [p. 542]) bij de IWMA, The International Workman’s Association. Een organisatie die aansloot bij het ontstaan van vakbonden. Een veel bredere organisatie dan de communistenbond van rond ’48.

De Frans-Pruisische oorlog van 1870 was begonnen door Bonaparte, maar al gauw waren de rollen omgekeerd. Het Duitse leger bedreigde Parijs waar de situatie door de afwezigheid van het leger kon kantelen waardoor arbeiders, handwerklieden, zeg maar de gewone man het heft in handen kon nemen: De Parijse Commune, een kortstondige revolutionaire eruptie, die het bestuur van de stad federaal organiseerde in raden. Marx was niet betrokken bij deze ontwikkeling, maar volgde het met buitengewone interesse en heeft er vervolgens over gepubliceerd. Ondertussen had hij de handen vol in een interne strijd met Proudhon en Bakounin, die voorstander was van een federale staat, die tot een ontknoping kwam tijdens het congres van de IWMA in Den Haag (1872). Het betekende het einde van deze Internationale. Een andere medestander die tegenstander was geworden – Lassalle – was toen al overleden. Marx onderhield contact met heel veel mensen, die hier allemaal niet genoemd worden. Eéntje noem ik toch even en dat was Liebknecht, met wie hij correspondeerde.

In 1878 verscheen wat korter gezegd is gaan heten Anti-Düring, een reactie op deze Düring, die kapitaal en arbeid wilde verzoenen. Het bleek voor een volgende generatie een heel goede tekst te zijn om toegang te krijgen tot het denken van Marx. Kautsky hierover: Gerekend naar de invloed die Anti-Düring op ma had, kan geen enkel ander boek zoveel hebben bijgedragen aan het begrip van het marxisme. Het Kapitaal van Marx is ongetwijfeld het krachtiger werk. Maar pas door Anti-Düring leerden we Het Kapitaal begrijpen en het op de juiste manier lezen (p. 653).

En dan de dictatuur van het proletariaat (p. 648), een uitdrukking die Marx opmerkelijk weinig bezigde en veelvuldig zou worden ingezet door het twintigste eeuwse communisme. Lenin verklaarde dat dit ‘de absolute essentie van de leer van Marx’ was en het werd de voornaamste rechtvaardiging van de éénpartijstaat (uit noot p.842).

In de laatste jaren voor zijn dood in ’83 – zijn vrouw Jenny en zijn dochter Jenny waren kort ervoor overleden – had Marx het te druk met zichzelf om nog veel werk te kunnen leveren. De jaren ervoor was zijn belangstelling voor boerengemeenschappen met gemeenschappelijk bezit gewekt. Die waren er ook in Rusland en zo begon hij voor Rusland te denken aan een andere revolutionaire toekomst dan hij had voorzien voor West-Europese landen.
 

Yuval Noah Harari – 21 lessons for the 21st Centrury

Een boek vol bespiegelingen. Het gekke is dat ik niet eerder een boek van Harari las. Dit boek gaat over de huidige tijd en over de toekomst zoals de titel deed vermoeden. Ik merk dat het niet meevalt om een samenvatting te maken. Een kopie van de inhoudsopgave zou al een aardige indruk geven.

Wat op mij in ieder geval indruk maakte was het pleidooi voor een internationale blik (there is just one civilasation in de world), tegen nationalisme wat maar al te makkelijk kan verkeren in fascisme en tegen religies. Iedereen leeft in zijn verhaal en als dat een religieus verhaal is wat toch eens is verzonnen, dan maakt dat het leven en samenleven extra lastig. Ik vond het een boeiend boek, maar ook wat chaotisch. Een verzameling van wat er over de wereld en het leven valt te zeggen. Dat komt misschien wat oeverloos over en inderdaad, ik miste wat begrenzing.

De grove indeling van het boek:

Part I – The Technological Challenge

Part II The Political Challange

Part III Despair and Hope

Part IV Truth

Part V Resilience


Hans Rosling – Factfulness

Een boek uit 2018 – kakelvers dus – met als doel de belangrijkste feiten over de wereld onder ogen te zien, iets wat volgens de schrijvers lang niet altijd gebeurt, en daarnaar te handelen. Een boek tegen redeneren vanuit de onderbuik, zwammen uit de nek en snelle conclusies.

De basis is het besef van:
1.Het feit dat we niet te maken met een ontwikkelde wereld en een onderontwikkelde wereld, maar met vier stadia van inkomensontwikkeling.

I Met een inkomen tot $ 2,- per dag – 1 miljard mensen; schrijnenede armoede
II Met inkomen tot $ 8,- per dag – 3 miljard mensen
III Met een inkomen tot $ 32 per dag – 2 miljard mensen
IV Met een inkomen boven $ 32 per dag – 1 miljard mensen

2. De verdeling van de wereldbevolking, of zoals werd gezegd, de pincode van de wereld is 1114. Amerika’s 1miljard, Afika, 1miljard, Europa 1 miljard, Azië 4 miljard. De verwachting is dan dat in 2040 in Afrika en Azië er mogelijk een miljard bij is gekomen.

Het boek heeft binnen beide kaften heel aardige illustraties die bovenstaande duidelijk maken. Achter het boek gaat trouwens een organisatie schuil. http://Www.gapminder.org. Een andere leuke plek om te kijken is http://www.dollarstreet.org.

Verder gebeuren er twee dingen. In de eerste plaats zijn er vragen over de wereld die door het boek heen behandeld worden. Steeds weer wordt aangetoond dat allerlei geïnformeerde groepen mensen moeite hebben deze vragen een beetje correct te beantwoorden. Zomaar wat kiezende apen deden het vrijwel steeds beter. Hier komen ze:

1 Hoeveel meisjes ronden in lagelonenlanden de basisschool af?
A: 20% B 40% C 60%

2. Waar leeft de meerderheid van de wereldbevolking?
A: In lagelonenlanden B In middeninkomenlanden C In landen met een hoog inkomen

3. Het deel van de wereldbevolking dat in extreme armoede leeft (I) is…
A bijna verdubbeld B Min of meer gelijk gebleven C Bijna gehalveerd

4. Wat is de levensverwachting wereldwijd
A 50 jaar B 60 jaar C 70 jaar

5 Op dit moment zijn er 2 miljard kinderen in de leeftijd tot 15 jaar. Hoeveel zijn er volgens de VN in het jaar 2100?
A 4 miljard B 3 miljard C 2Miljard

6. Volgens de VN zal de wereldbevolking in het jaar 2100 zijn gegroeid met 4 miljard mensen. Wat is de belangrijkste oorzaak? (Deze vond ik een beetje onduidelijk…)
A Er zullen meer kinderen zijn. B Er zullen meer volwassenen zijn. C. Er zullen meer ouderen zijn

7. Hoe veranderde het aantal doden als gevolg van natuurrampen?
A Het verdubbelde B het bleef ongeveer gelijk C Het nam af met ongeveer de helft

8 Deze vraag gaat over de verdeling van de wereldbevolking. Daar hoort een plaatje bij dat ik nu even achterwege laat.

9. Hoeveel 1-jarige kinderen zijn er gevaccineerd wereldwijd?
A. 20% B 50% C 80%

10 Wereldwijd hebben 30-jarige mannen gemiddeld 10 jaar op school doorgebracht. Hoe zit dat bij vrouwen?
A 9 jaar B 6 jaar C 3 jaar

11. In 1996 stonden tijgers, zwarte neushoorns en reuzepanda’s op de lijst van bedreigde diersoorten. Hoeveel zijn er nog steeds bedreigd?
Á 2 B 1 C Geen

12 Hoeveel mesen hebben er wereldwijd toegang tot iets van electriciteit?
A 20% B 50% C: 80%

13 Klimaatexperts verwachten dat de gemiddelde temperatuur op aarde
A zal stijgen B gelijk zal blijven C Zal dalen

En dan de goede antwoorden: 1C 2B 3C 4C 5C 6B 7C 9C 10A 11C 12C 13A
En daar zaten waarschijnlijk verrassingen bij.

In de rest van het boek komt de schrijver hier steeds op terug en worden er valkuilen behandeld zoals een veel te negatieve kijk op de wereld (immers, vrijwel alles wordt beter, hoewel soms langzaam), de neiging vanuit angst te denken en te handelen, te generaliseren, te denken dat het nu eenmaal zo is en zal blijven, te willen handelen vanuit urgentie, anderen de schuld willen geven en het kijken vanuit slechts één perspectief. Ziezo, dat was een overdreven lange zin.

De 5 grote gevaren die de schrijver ziet, ook al wil hij eigenlijk heel optimistisch zijn:
Een pandemie, financiële ineenstorting, een wereldoorlog, klimaatverandering en extreme armoede.

Dan nog wat prikkelende opmerkingen:
Culturele en religieuze stereotypen helpen niet om de wereld te begrijpen.
Ook zonder de 1 kind-politiek van China was daar het aantal kinderen afgenomen naar twee
De invloed van de RK- kerk op het aantal kinderen in Afrika is er niet. Dat is daar ook ongeveer 2.
Mensen in schrijnende armoede (I) hebben de neiging meer kinderen te krijgen. Ontwikkeling naar II heeft dus een remmende invloed op de groei van de wereldbevolking.
Zoek naar de verschillen binnen groepen
Zoek naar overeenkomsten met andere groepen
Pas op voor de meerderheid. Is dat 51% of 99%?
Pas op voor levendige voorbeelden. Kunnen uitzonderingen op een regel zijn
Hoed je voor de vergelijking van zowel gemiddelden als extremen
Heel veel gaat er beter en werd minder: legale slavernij, olieverspilling, de prijs van zonnepanelen, het aantal nieuwe HIV infecties, Kindersterfte, oorlogsslachtoffers, doodstraffen, loodvrije benzine, slachtoffers van vliegtuigongelukken, kinderarbeid, doden door natuurrampen, vermindering kernkoppen, waterpokken, ozon, honger. Wat meer werd: beschermde natuur, vrouwenkiesrecht, wetenschappelijke publicaties, oogsten, geletterdheid, meisjes op basisscholen, spreiding electriciteit, mobiele telefoons, water, internet, vaccinatie

Het boek is vlot leesbaar. Het is luchtig, maar niet oppervlakkig. Een pleidooi om achter betrouwbare data aan te gaan (CBS, VN…), en die data betrouwbaar te verwerken.