Derrick Jensen – The culture of make believe

Dit is radicale linkse politieke kost. Het is ook een boeiend boek dat in ieder geval heel leesbaar is. Dat komt doordat het bestaat uit zeer behapbare brokken die, ook al is dit filosofische maatschappij kritische non-fictie, soms wat verhalend zijn. Op een avond dacht ik nog eens over het gesprek dat ik had met… Zo dus. Het boek lijkt af en toe van de hak op de tak te springen en zo is de grote lijn niet meteen helder. Elk hoofdstuk wordt vooraf gegaan door een citaat in een gedrukt handschrift, wat het meteen lastig leesbaar maakt. Ziet er leuk uit maar werkt niet zo best, ook niet omdat het verband met de erop volgende tekst voor mijn niet altijd meteen helder was.

Hoe dan ook; het is een fascinerend en inderdaad radicaal boek dat uiteindelijk uitkomt bij de huidige door de VS gedomineerde cultuur van massaproductie ten koste gaat van mensen en de natuurlijke wereld (humans and non-humans). Doelen werden en worden bereikt door verovering en onderdrukking. Tegen het einde van het boek wordt er een link gelegd met de Holocaust en het Nazisme. De systematiek, de jacht op grondstoffen. Overigens merkt Jensen op dat wanneer de Nazi’s niet zo monomaan Joden hadden gepakt en vermoord en wanneer ze meer hadden aangesloten bij de nazi-sympathiën in Hongarije en Oekraïne de geschiedenis anders had kunnen verlopen. Maar dat terzijde.

Eigenlijk zegt hij dat het systeem waarin we ons bevinden nu ook weer niet heel ernstig afwijkt van dat van het Nationaal-Socialisme. En dan doelt hij dus op het systematische mens-ontziende aan het geheel. Hier komt make belief aan de orde. Burgers moeten immers de indruk hebben dat ze in een vrij en beschaafd land wonen…

Unless it is stopped, the dominant culture will kill everything on the planet, or at least eveything it can (592). Dit is iets van de treurige conclusie die impliciet al wel meer klinkt door het boek. De vraag is, als dit de analyse is, hoe moet het dan werkelijk verder met deze wereld? Dat blijft vaag tot onbesproken en dat is het ietwat onbevredigende aan dit boek.

Voordat dit zo onomwonden wordt gezegd is er ook veel verteld over slavernij, het verdrijven en vermoorden van de indianen en over de KKK, die heel groot is geweest en eigenlijk door de overheid werd gesteund. Ook gaat het over de opkomst van het Morgan- imperium waarmee de band tussen de overheid en het bedrijfsleven innig werd. Morgan leende grote bedragen uit aan de geallieerden in WOI. Toen het niet zeker leek of het wel goed ging komen had dit bedrijf grote voordelen bij deelname van de VS aan de oorlog. Weer leningen en investeringen in de oorlogsindustrie, iets waar het natuurlijk verderop ook over ging. Handelend over WOII ging het opnieuw over de strijd om de gronstoffen die volgens Jensen een belangrijke rol speelde.

En hoe moet het nu verder? Deze civilisatie is schuldig aan het vernietigen van mensen en van de planeet en moet dus verdwijnen. Daar komt het eigenlijk op neer. En dan? Dat is dus het onbevredigende van dit boek. Heel veel aan de schokkende analyses sprak me aan. Wat er naar mijn smaak mist is een weg vooruit anders dan roepen dat de hele civilisatie maar afgeschaft moet worden. Hopelijk gaat hij hier in andere publicaties op in.

Een treurig stemmend en heftig boek uit 2002/2004 uitgegeven door Chelcea Green.

Maarten van Buuren – Spinoza; vijf wegen naar de vrijheid.

Een reuze fijn boekje waarin het denken van Spinoza wordt verhelderd. Het fijne is dat uit de teksten die ik deels heb gelezen de kern boven water wordt gebracht. De radicaliteit ervan wordt duidelijk gemaakt en de context toegelicht. Spinoza gaat in op Hugo de Groot en Descartes, maar ook op Stoïcijnen als Epictetus en Marcus Aurelius en bovendien heeft hij zich laten inspireren door Epicurus. En dan had hij ook nog te maken met een jonge republiek waarin allerlei krachten werkzaam waren.

Zoals de ondertitel doet vermoeden is het boek verdeeld in vijf overzichtelijke hoofdstukken die zijn voorzien van een degelijk notenapparaat.

  1. God is natuur. Spinoza ziet God niet als de God van het Oude Testament (De God van het OT is een onwaar Godsbeeld), de God van de verhalen, de transcendente God, maar als een immanente God die samenvalt met de natuur en de wetten van de natuur. Dat is een heldere binnenkomer.
  2. Over zelfbeschikking, het recht te denken wat je wil en te zeggen wat je denkt. In dit hoofdstuk duikt de radicale stelling macht = recht op.
  3. De Conatus of levensdrift (logos spermaticos) die organismen van nature hebben en die volgens de schrijver neerkomt op de wil tot macht; daar gaat het derde hoofdstuk over. Spinoza blijkt goed en kwaad niet als absoluut te zien; hij ziet ze in relatie tot macht en onmacht.
  4. En dan gaat het over kennis. van Buuren ziet de kennis bij Spinoza als een soort triptiek. Het grote paneel in het midden, dat is de rede. De rede staat naast de vrijheid centraal in het denken van Spinoza. Het eerste zijpaneel wordt gevormd door de verbeelding, wat we moeten zien als een combinatie van waarnemingen en meningen. Het andere zijpaneel wordt gevormd door de intuïtie, het ogenblikkelijke inzicht in de essentie van de dingen (136).
  5. Tot slot gaat het over de samenleving. Het begint bij mensen zonder samenleving, mensen die leefden met een natuurrecht, wat volgens Spinoza betekent dat de mens zich alles mag toe-eigenen wat hij nodig heeft. De mens leeft volgens de wetten van de natuur. Hier wordt nog eens duidelijk gesteld dat hier geen hogere wetten of transcendentie aan te pas komen. In het verlengde van dit op het oog kille recht komen daar de sociale neiging en de rede om de hoek kijken. Zo is het niet ieder voor zich, maar samen sterk en dit is de basis voor de opbouw van samenlevingen. van Buuren legt de link met utilitarisme en liberalisme en vindt het liberalisme van Spinoza zuiverder dan het liberalisme van de 19e eeuw. Dat komt omdat hij zijn overwegingen afleidt uit natuurwetten waarin is vastgelegd dat de mens van nature een sociaal wezen is dat gedreven wordt door de rede die elk mens is aangeboren (blz. 213).

Dit is een veel rijker boek dan deze korte indruk doet vermoeden. Eigenlijk een ideaal beginpunt voor wie zich eens wat meer met Spinoza wil bezighouden terwijl het voor mij een tijdelijk eindpunt is. Hier volgt de samenvattende alinea waar van Buuren zijn boek mee eindigt:

Het begin van Spinoza’s leven stond in het teken van de verstoting uit de joodse geloofsgemeenschap en de verbanning uit de synagoge. Spinoza besteedde de rest van zijn leven aan het ontwerpen van een zijnsleer die uitgaat van de Natuur. De ethiek die hij uit deze zijnsleer afleidde bevat de richtlijnen aan de hand waarvan ieder mens zich onder leiding van de rede kan invoegen in de natuurlijke orde waarvan hij deel uitmaakt en daarin zijn vrijheid verwerven. In dit Huis van de Natuur zocht en vond Spinoza de geborgenheid, vrijheid, waarheid en autonomie die de religies hem onthielden (blz 230).

Andreas Kinneging – Geografie van goed en kwaad

Een onversneden pleidooi voor conservatisme dat zeker niet verward moet worden met liberalisme, wat gegrond is in de Verlichting en dat is waar de schrijver zich juist fel tegen keert. En dan met name de verlichting die zich afzette tegen geloof, klassieke traditie en aristocratie.

En dat is waar het boek ook over gaat en ik vond dat toch wel interessant omdat ik niet wist dat ik er ook zo naar kon kijken. Hoe dan? Kinneging betoogt dat aristocratie duidt op een gegoede elite die is opgevoed in de klassieken en het bijbelse denken en vanuit deze tradities ethisch handelt. Dat betekent niet dat het welbegrepen eigenbelang (Adam Smith) centraal staat, met het dienen van de staat in parlement of plaatselijk bestuur en de bevolking.

De schrijver gaat graag terug naar een Platoonse morele orde, een metafysische orde waarin deugden centraal staan. Met de reformatie werden de deugden meer plichten (men zag deugden als een vorm van Pelagianisme…) en met de Verlichting kwamen de rechten van de mens centraal te staan. In de Romantiek gaat het om individualiteit en subjectiviteit.

De Platoonse orde bestond uit rechtvaardigheid (geef een ieder wat hem of haar toekomt), verstandigheid, moed en matigheid. Met het Christendom kwamen liefde en aanverwante zachte deugden centraal te staan. Overigens bracht de schrijver een verschil tussen klassiek en christelijk gevoelen naar voren dat ik me goed kan voorstellen, maar nooit zo had gelezen. De klassieken hebben eer hoog in het vaandel staan en daar tegenover staat dus schaamte. In de Christelijke traditie gaat het om geweten en schuld.

Het hoofdstuk dat in de smallere zin over recht en rechtspraak ging sprak me minder aan. De gedeelten over politieke filosofie weer meer. Kinneging bespreekt Montesqieu en de Tocqville en zet daarmee kanttekeningen bij de democratie. Het ergste wat er naar zijn idee kan gebeuren is aan de ene kant anarchie, wat hij ziet als chaos, dissonantie en barbarij, en aan de andere kant onversneden dictatuur. Met een democratie is zoiets niet per definitie te vermijden.

Vandaar de voorkeur voor een monarchie of in ieder geval een staatsmacht die in toom wordt gehouden door een soort aristocratie, mensen die gevormd door klassieke deugden en wat Christelijke ethiek en niet gehinderd door zakkenvullerige neigingen.

Soms is het van dik hout zaagt men planken. Het boek bestaat uit een bundeling van artikelen of inleidingen en dit konden iets van een pamflet hebben. Eigenlijk heeft het hele boek wel iets van een pamflet. Een pamflet voor Plato, voor Christelijke ethiek, tegen Verlichtingsdenken en alles wat hieruit is voortgekomen, tegen democratie, liberalisme en socialisme en voor aristocratie, voor het leren van deugden omdat de mens geneigd is tot het kwade.

In die zin is dit boek een tegenhanger van het boek van Rutger Bregman, de meeste mensen deugen, dat juist een positief mensbeeld voorstaat.

Theun de Vries – Spinoza; beeldenstormer en wereldbouwer

Hè ja, eindelijk weer eens een boek van Theun de Vries gelezen. Ooit heb ik heus wel de bibliografie van deze veelschrijver doorgenomen, maar dat hij een biografie van Spinoza heeft geschreven was bij mijn niet blijven hangen. En toen kwam ik het boek uit 1972 tegen.

Ik heb het uit en ik moest denken aan het ketterboek dat ik ook ooit in ieder geval deels heb gelezen. Daar was ik toen niet echt enthousiast van, ik vond vooral de taal te gewichtig waardoor het boek extra ontoegankelijk werd. Dat vond ik dus.

Voor dit boek geldt dit helemaal niet. Natuurlijk is het door dezelfde man geschreven en is de taal niet opeens supersimpel. Dit is een goed geschreven heel toegankelijke biografie. De 17e eeuw komt goed aan bod. De Joodse gemeenschap in Amsterdam wordt besproken en hoe de jonge Spinoza in de leer ging bij de van den Enden die in Amsterdam een Latijnse school had geopend die een broeiplaats werd van on-orthodoxe ideeën. Jonathan Israel heeft daar natuurlijk ook uitgebreid over geschreven in Radicale Verlichting.

Nadat Spinoza uit de Synagoge was gezet vestigde hij zich aanvankelijk in Rijnsburg, later in Voorburg en toen hij stierf woonde hij in Den Haag, hij is Nota Bene in de Nieuwe Kerk begraven.

Toen hij nog in Amsterdam woonde had hij een clubje geestverwanten, leerlingen om zich heen zoals Koerbagh en Jarig Jelles. Later toen hij als lenzenslijper actief was en niet meer in Amsterdam woonde kreeg hij ook steeds meer contact met wetenschappers als Christiaan Huygens en andere onderzoekers die ook belang hadden bij zijn lenzenwerk.

De Vries veronderstelde een contact met de Witt en andere Haagse regenten die best blij moeten zijn geweest met de publicatie van het Theologisch-Politiek tractaat waarin afscheid genomen wordt van de bijbel als door een persoonlijke God geïnspireerd boek.

In het Politiek tractaat ging het meer over de samenleving en de regering ervan terwijl hij in de Ethica op een (voor mij redelijk ondoorgrondelijke) meetkundige strak logische manier schreef over een ethiek die leidde tot een stoïsche levenshouding in het besef dat God en natuur samenvallen.

Tegen het einde van zijn leven stond Spinoza in contact met wetenschappers uit omliggende landen. Voor velen was het gevaarlijk om daar over rond te vertellen. Spinozist was een scheldwoord, het drukken van zijn werk gevaarlijk (gebeurde onder een andere naam en met Hamburg als plaats van uitgave) en de Ethica werd pas jaren na zijn dood in het Nederlands uitgegeven.

Jules Evans – Filosofie voor het leven en andere gevaarlijke situaties

Een toegankelijk filosofieboek dat de link legt tussen wat de schrijver noemt de Socratische traditie en tegenwoordige cognitieve gedragstherapie.

De structuur van het boek is als een dagprogramma aan een filosofische school. Het begint allemaal met een morgenappèl met Socrates en dan gaat het verder met een ochtendsessie met Epictetus. In dit boek gaat het niet om harde filosofie van Kant of Descartes. Nee, het gaat om levenskunst, het gaat om de vraag hoe we een gelukkig en vervuld leven kunnen leiden.

Zo was Socrates volgens de dialogen van Plato steeds maar bezig om gesprekken aan te knopen en lastige vragen te stellen. En zo stelden de Stoïcijnen steeds de vraag wat je nu zelf in de hand hebt en wat niet. Over dingen die je niet in de hand hebt hoef je niet van streek te raken. We moeten verantwoordelijkheid nemen juist voor die gedachten waar we wel verantwoordelijkheid voor hebben, voor de dingen die we wel in de hand hebben. Dit was kort door de bocht de denkwijze van Epictetus, Marcus Aurelius en Seneca.

Met Epicurus komen we meer bij de neiging zich terug te trekken uit de samenleving en het genot voorop te stellen. Dit betekende trouwens een heel sober genot en zeker geen enorme zwelgpartijen. ‘Waarom stellen we de vreugde steeds weer uit’? Het gaat bij hem om de kunst van het genieten.

Na de behandeling van mystici en sceptici (het cultiveren van twijfel) gaat het over Plato. Over de dialogen, maar uiteindelijk ook over de Staat en de Wetten waar Evans duidelijk minder negatief over is dan Popper. Centraal staat het verlangen naar waarheid, ‘de fundamentele gedachte van Plato is dat de delen verbonden zijn met het Geheel, met het Absolute, zo zegt en Alexander tegen de schrijver.

En dat had ik nog niet verteld. Het boek staat naast de informatie over deze klassieke filosofen vol met ontmoetingen met mensen die hun leven in lijn van een van hen hebben ingericht. Daarnaast zijn er nog de persoonlijke bespiegelingen en belevenissen van de schrijver. Dat maakt het boek heel leesbaar en dat het verkeert op de grens tussen filosofie en zelfhulp.

Plutarchus was de man van de levensbeschrijvingen, voorbeelden om na te volgen als middel in het onderwijs.

Met Aristoteles, de leerling van Plato en leraar van Alexander de Grote, komen we wat meer met de voeten op de grond en wordt ook meer verbinding gelegd met andere mensen, het ging meer over politiek, ethiek en de menselijke psyche. ‘Volgens Aristoteles zijn veel deugden sociaal, zoals een goed humeur, vriendelijkheid en geduld. Dat betekent dat we het goede alleen samen kunnen beleven’ (237). Aristoteles werd de grote held van de Middeleeuwse kerk en van Thomas.

Tegen het einde van het boek wordt de link gelegd richting het Buddhisme en zo de stelling bestreden dat het hier wel erg om westers denken gaat. En dan besluit het boek met de Dionysische denkwijze. Lichamelijkheid, dansen, leven en niet te veel somberen. Valt daar niet veel meer voor te zeggen?

Rutger Bregman – De meeste mensen deugen.


Een prima boek in het kader van operatie mensebeeld. Je kunt maar ergens mee zitten; ik zat met mijn soms negatieve mensbeeld en had daar als rasoptimist ook wel last van. Bovendien heb ik af en toe licht anarchistische neigingen – in filosofische zin dan – en daar past eigenlijk naar mijn idee veel beter een wat positiever mensbeeld bij. En wanneer je daar niet mee bent behept, dan zijn anarchistische neigingen niet handig. Nou, zo dacht ik er losjes over.

Toen kwam de publiciteit rond het boek van Bregman op gang. Een artikel in de Correspondent, een interview op de radio. Ik heb, nadat het boek aanvankelijk snel was uitverkocht, twee exemplaren gekocht en één cadeau gedaan. Het andere is mij voorgelezen.

Het boek is eenvoudige spreektaal geschreven en naar mijn idee toegankelijk voor iedereen die niet gewend is een wat forser boek ter hand te nemen. Ja, het boek is wat aan de dikke kant. Daar staat tegenover dat alles heel ruim is opgezet zodat men er doorheen kan vliegen.

Wat er gebeurt is precies wat de titel belooft, namelijk, betogen dat de meeste mensen best deugen, terwijl de samenleving is opgebouwd vanuit het idee dat er onder een dun laagje vernis bij mensen een soort wilde schuilgaat die gevormd en onder de duim gehouden moet worden. Die gedachte heeft invloed op het onderwijs, management, overheid en het gevangeniswezen.

Het boek begint zo ongeveer met het fenomeen van de domesticatie van mensen die plaatsvond door te settelen als landbouwers na rond te hebben gezworven als jagers en verzamelaars. Er wordt dan een uitstapje gemaakt naar het domesticeren van wolven of vossen ver weg in Rusland. In dat experiment werden de vriendelijkste beesten doorgekweekt. Ze gingen kwispelen en spelen. Het fijne kan ik even niet opzoeken omdat we het boek hebben uitgeleend.

Het boek gaat ook over die beroemde psychologische experimenten uit de jaren ’60 waaruit bleek dat mensen maar een beetje hoeven te worden aangespoord om tot wreedheden te komen. Bregman is in de onderzoeksgegevens gedoken en wat bleek; eigenlijk toonde de experimenten het omgekeerde aan. Deelnemers werden onder druk gezet om over grenzen te gaan terwijl ze dat eigenlijk niet wilden.

The lord of the flies werd natuurlijk ook genoemd. Het boek heeft furore gemaakt als de literaire verwerking van het gegeven dat er onder een laagje beschavingsvernis bruten schuil gaan. Zelfs bij kinderen was dit het geval in de roman. Bregman komt dan met het verhaal van een groepje jongens dat werkelijk voor een periode vast komt te zitten op een eiland in de buurt van Australië. Nu, en dit was geen roman, verliep het heel anders en bleken de jongeren gericht op samenwerking.

Mensen vormen de enige soort die geneigd is te blozen als teken dat ze iets verkeerd hebben gedaan of iemand hebben bedonderd. Een tussendoortje.

Heel indrukwekkend vond ik het verhaal over het Noorse gevangeniswezen wat niet onderdrukkend is maar zelfs bij gedetineerden uitgaat van vertrouwen en samenwerking en daarmee heel goede resultaten weet te behalen.

Een redelijk slecht geschreven boek, naar mijn smaak dan, met een heel prettige inhoud; net de zet die ik nodig had om echt anders te gaan kijken, denken en leven. Hulde.



Harari – Homo Deus

Net als bij de andere twee boeken van Harari gaat het me niet meevallen om er samenvattend wat van te zeggen. Dit boek is erg verwant met de andere boeken van Hariri. Het begint in de toekomst van AI in de 21e eeuw en eindigt opnieuw in onze eeuw waarin data en algoritmes de klok slaan en de macht vertegenwoordigen. Dit is ook de eeuw waarin er sprake kan zijn van Homo Deus, een mens als god.

De weg hiernaartoe is een weg die hij deels in Homo Sapiens ook al had geschilderd, een weg die begon met jagers en verzamelaars die ooit waren overgestapt op graan en zo tot steden en machthebbers kwamen. En er ontstonden verhalen, er ontstonden goden.

Met de verlichting was het geloof in een door mensen verzonnen verhaal minder overheersend geworden. Hoewel, dat geldt voor religie met een god, een boek, gebruiken en een gebouw. Geloof verandert in een humanistich geloof, een communistisch geloof, een liberaal geloof. Dat is wel een grappig ding in dit boek. Mensen blijven gewoon geloven, ook al geloven ze niet meer in een geopenbaard boek en een god die bestiert. En daarmee zijn mensen vrij geworden te kiezen wat ze willen.

Dat laatste blijkt niet het geval. Mensen waren al veel minder vrij omdat ze gestuurd worden door evolutionaire ontwikkelingen en chemische reacties. Het boek zet een groot vraagteken bij dingen als een persoon, een eigen identiteit (de schrijver speelt met de term dentiteit) en al helemaal bij het bestaan van een ziel. Wanneer we bestuurd worden door tal van impulsen uit genen en chemie dan kan er geen sprake zijn zijn een authentiek zelf en al zeker niet van een ziel.

In deze onze tijd zal de macht van de data alleen maar groter worden. Het zijn de steeds verder ontwikkelende computers die intelligentie (niet het bewustzijn) steeds weer doen toenemen. Hebben ze op zeker moment nog mensen nodig?

Het grappige is dat Hariri met enorme historische omwegen een toekomstbeeld schetst dat enorme ontwikkelingen en veranderingen inhoudt zonder daar alarmistisch over te doen en zonder er bijzonder enthousiast over te zijn. Hoe het werkelijke zal gaan weet hij ook niet en hij werpt zich niet op als profeet.

Hariri heeft een redelijk kloek boek geschreven met bonte uitweidingen en boeiende gezichtspunten. Op de een of andere manier vind ik het net als bij zijn andere boeken lastig om er een scherpe samenvatting van te geven.

Het boek eindigt met de volgende opmerkingen die meteen door de schrijver in twijfel worden getrokken:

  1. Science is converging on an all-encompassing dogma, which says that organims are algorithms and life is data processing.
  2. Intelligence is decoupling from consiousness
  3. Non-conscious but highly intelligent algoritms may soon know us better than we know ourselves.