Albert Martin Steffe – De Hugenoten; tragiek en lijden omwille van een eigen geloof.

Een vertaalde uitgave van Tirion (Baarn) uit 1994 van een boek dat oorspronkelijk in ’89 met deze titel uitkwam: Macht des Geistes gegen der Geist der Macht. Het is een heel informatief boek dat een beetje vanuit een geloofshoek geschreven is (De kerk moge voor enige tijd een gewillig werktuig zijn – op den duur laat God niet toe dat ze voor andermans karretje wordt gesprannen. blz. 124). Dat stoort niet en blijft behoorlijk onder te oppervlakte. De verhandeling begint met voorlopers, om te beginnen met de Katharen (waar het woord ketter van afkomstig is), die weer hun wortels hebben in Zoroastergeloof en Manicheërs, kortom in dualisme, geloof in een goede en slechte macht. Daarnaast wordt ook de beweging van de Waldenzen in Zuid-Frankrijk en Italië besproken.

Heel behulpzaam is het hoofdstuk met hoofdpersonen uit de Franse reformatie. Zo worden genoemd: Jacques Lefèvre d’ Étaple, Farel, Briconnet, Bèze en natuurlijk Calvijn. Belangrijke opmerking in verband met Étaple: Als men dus vooral leven en werken van Jacques Lefèvre beziet wordt duidelijk hoe zelfstandig de Franse reformatie ontstond en verliep; zeker niet als loot van de Duitse hervorming (blz. 128).

Heel prettig is ook het chronologische overzicht van de ontwikkelingen in de 16e eeuw en wat verder op de gedetailleerde toelichting bij het edict van Nantes. En dan is er ook nog aandacht voor de Jansenieten, de beweging uit de 17e eeuw, een stroming van terug naar het genadebegrip van Augustinus waar de Katholieke kerk heel nerveus van werd.

Wat mij opviel:

  • De beweging in Frankrijk, die veel later op gang kwam dan in Duitsland – in 1555 is er voor het eerst sprake van een protestante gemeente in Frankrijk – is veel massaler geweest dan ik me ooit had voorgesteld. Grote delen van het zuiden waren al snel overwegend protestant.
  • Frankrijk heeft geen bloedige dertigjarige oorlog gekend, maar de steeds terugkerende strijd is wel heftig en ontwrichtend geweest. Daar speelde ook buitenlandse politiek doorheen en andere belangen dan louter Godsdienstige. Bovendien speelde het onderscheid tussen stad en platte land een rol.
  • Frankrijk verkeerde bovendien in een economische crisis. Oorlog voeren – de schrijver telt 10 Godsdienstoorlogen tussen 1562 en 1629 – kost vreselijk veel geld en bovendien was er steeds sprake van stijgende kosten en inflatie door het zilver en goud dat de Spanjaarden uit Zuid-Amerika haalden.
  • De politieke situatie met de Guises die aan de kant van de Monarchie, maar vooral aan die van het eigen geslacht stonden, de Ligue, een stroming die politieke macht tegenover de monarchie vertegenwoordigde. Hervormden waren niet per sé tégen de monarchie, wel vaak voor een monarchie ten dienste van het volk. Overigens wordt ook melding gemaakt van de invloed van de democratische structuur van de gereformeerde gemeente op de samenleving.
  • De rol van Henry IV die voor de lieve vrede Katholiek werd en in 1598 met het Edict van Nantes kwam wordt heel positief beschreven. Het is ook wel indrukwekkend; een vorst die alle reden tot wraak lijkt te hebben, zeker na de Bartholomeusnacht van 1572, en juist inzet op verzoening en vreedzaam samenleven met een heel pak aan afspraken.

Advertenties

Marcus Bull – Thinking Medieval; An introduction to the study of the Middle Ages

Een hartstikke leuk boekje uitgegeven bij Mcmillan in 2005. In het eerste hoofdstuk gaat het op een grondige wijze over de Middeleeuwen zoals we die vaak tegenkomen in de populaire cultuur, van romans, films tot architectuur. Vervolgens gaat het over de term Middel-eeuwen. Hoezo middel en waartussen dan. Natuurlijk gaat het over de visie van lieden uit de Renaissance en daarna die een duistere periode zagen volgend op de klassieke tijd en voorafgaand de (vroeg)moderne. En dan is de vraag aan de orde naar de bronnen en de ontwikkeling in de behandeling van bronnen. Er is aandacht voor microhistory, het verhaal in een dorp als Montaillou, maar dat niet alleen, in een kort bestek is er juist aandacht voor heel veel discussies en invalshoeken. Daarmee geeft dit werk een inkijkje in de de wereld van de academische historici. Maar zonder academisch over te komen.

Het is dus ergens wel een luchtig geschreven verhandeling, maar de boodschap is niet luchtig. De Middel-eeuwen is niet zomaar een periode waar eenduidig en simpel gesproken kan worden. Het boek is een uitnodiging tot grondige studie alleen al om complottheoriën en ergerlijke versimpelingen te kunnen bestrijden. En niet om simpel huidige politieke doelen en kruistochten te kunnen najagen.

Heb ik even geluk dat ik dit boekje (158 pagina’s) zomaar zag liggen…

H. Bonger – Leven en werk van Dirk Volckertz. Coornhert

Coornhert werd in het jaar 1522 geboren, zijn ouders woonden in de Warmoesstraat 111 te Amsterdam. Toen hij in 1590 overleed was zijn adres Oosthaven 51 te Gouda. Hij werd in de St. Janskerk begraven. Er zullen heel wat mensen zijn geweest die blij waren dat deze scherpe polemist er niet meer was.

Het is een naam voor schoolnamen en adressen, Coornhert. Ik wist helemaal niets van hem, maar was wel jaren geleden tegen dit boek aan gelopen, vermoedend dat het toch wel belangrijk zou zijn om kennis te nemen van deze man. En nu, in het kader van mijn onderzoek van de Reformatie, heb ik het boek gelezen. Een schot in de roos. Niet vanwege de stijl van het boek, maar wel vanwege de inhoud.

Coornhert was een kritische scherpe man die dus opgroeide in de tijd dat de reformatie de Nederlanden binnendruppelde en de tijd dat de opstand begon. Hij had contact met Willem van Oranje met wie hij wel op één lijn zat wat betreft een milde houding ten opzichte van de Katholieke kerk. Hij was zelf Katholiek, maar wel met bedenkingen en zonder diensten te bezoeken. In deze tijd heeft hij als gevolg van zijn houding kort gevangen gezeten en in afwachting van een proces is hij toen tijdelijk het land (!) ontvlucht.

Coornhert was niet een man van de opstand maar veeleer een man van Godsdienstvrijheid, een tegenstander van uitverkiezing en erfzonde (en dus van de gereformeerde schare) en een perfectist. Een nieuw woord.

Omdat Coornhert een zonniger mensebeeld had dan Calvijn en diens navolgers, hij geloofde niet in de totale verdorvenheid van de mens, geloofde hij dat het mogelijk was om (met Gods genade, dat dan weer wel) goed te leven en dat het ook belangrijk was daarnaar te streven. Zo was hij stiekem een volgeling van Pelagius en een voorloper van Arminius en later ook Wesley.

Aanvankelijk had Coornhert in Vianen gewoond, later was hij notaris in Haarlem. Hij was vooral schrijver van boeken en pamfletten. Een aantal keer raakte hij ook in debatten verzeild wat meestal niet echt fijn was. Op latere leeftijd heeft hij Latijn geleerd en is hij ook gaan vertalen. Onder anderen Boëtius. Eigenlijk wilde hij in Leiden gaan studeren, maar daar kwam het niet van. Wel van het schrijven van gedichten en toneelstukken.

Het boek bestaat uit twee delen en begint met de biografie van Coornhert. Die leest niet heel makkelijk omdat de hoofdpersoon heel regelmatig in het Nederlands van de 16e eeuw aan het woord komt. Geinig is dat wel, maar het vergt wel een extra inspanning om die teksten te lezen: Wie heeft oock van alle diemen ewangelische noemt, bewesen, dat hare kercke en de religie alleene de ware zy: Ende alle d’andere kercken ende religien valch.

Het tweede deel gaat over Coornherts denkbeelden en kent de volgende hoofdstukken: 1. Denkbeelde over de volmaakbaarheid. 2. De strijd voor de Godsdienstvrijheid. 3. Bestrijding van de dogma’s der erfzonde en predestinatie. 4. Coornherts plaats in het Godsdienstig leven van zijn tijd. De kritiek op de ‘vergodete’ profeten. 5. De maatschappij en politieke denkbeelden. 6. Het creatieve werk. Toneel en poëzie. 7. De vertalingen. 8 De Coornhertstudie.

In dat laatste en misschien wel aardigste hoofdstuk gaat het op zeker moment over Bruno Becker, een letterenstudent die geschiedenis ging studeren en via Troelssch op het spoor kwam van de ‘stiefkinderen van de reformatie. Deze Becker is Coornhert gaan lezen en heeft op die manier Nederlands geleerd. In 1913 is hij naar Nederland gekomen om naar bronnen te komen spitten en zo is hij een groot Coornhert-authoriteit geworden.

Dit boek is in 1978 in Amsterdam bij van Oorschot uitgegeven. Dat is al weer best een tijd geleden en ik vraag me af wat ondertussen het standaardwerk is over deze boeiende en belangrijke man. Daar mogen van mij best nog wat scholen, bibliotheken en straatnamen bij.

En toen vond ik de ‘Werken’ in de biep van de UVA!

Hariri – Homo Sapiens

Het boek waarmee de triomftocht van deze historicus/filosoof begon in 2014 of 15. In september nog maakte ik kennis met zijn laatste boek, de lessons for the 21th century (of zo). Dat vond ik aantrekkelijk door de luchtige en toch scherpe manier waarop deze man schrijft maar tegelijk wat rommelig. Dit boek is op dezelfde manier geschreven en minder rommelig omdat hij hulp heeft gekregen van de structuur die de geschiedenis biedt. Het begon allemaal lang geleden en ging voort tot vandaag.

In de laatste hoofdstukken wordt het ook een beetje rommelig wanneer het gaat over het streven naar geluk en hij opmerkt dat, hoe rijk of arm je ook bent, geluk ook een sterke biologische component kent, namelijk de werken van serotinine, dopamine en dergelijke stofjes. En dan gaat het tot slot over maakbaarheid. Mensen zijn repareerbaar, verbeterbaar. Enfin, het lijkt er ook een beetje op dat hij het geheel niet goed tot een einde wist te brengen. Maar niet getreurd, hiervoor zijn er ruim vier honderd pagina’s die zeer de moeite waard waren.

Het boek begint diep in de prehistorie, de tijd dat het naar Sapiens ook Neanderthalers rondstapten. Waarom hielden zij het niet vol en de Sapiens wel? Die Sapiëns kwamen uit Oost-Afika en trokken richting Eurazië. Er liepen nog van die grote beesten rond en ze wisten als jagers en verzamelaars misschien wel de eerste extinctie te bewerkstelligen door gewoon af en toe zo’n beest te vangen en te villen. Met de enorm lange zwangerschappen van die beesten kan het dan als soort toch mis gaan.

Helemaal mis ging het toen de Sapiëns via Azië in Australië aankwam. Daar liepen heel andere beesten rond en het lijkt erop dat die grotendeels door hetzelfde jagen gewoon zijn verdwenen.

Al verzamelend viel er ook wel eens wat op de grond. Graan dat was gevallen ontkiemde en als je dat graan op een veldje liet ontkiemen hoefde je helemaal niet op pad om te gaan verzamelen. Zo zou het gegaan kunnen zijn. Hoe dan ook liep men in de val van het graan. Volgens Hariri is niet het graan gedomesticeerd, maar de Sapiëns door het graan. Graan wil een veldje zonder stenen en onkruid en dat is hard werken. Na een paar generaties wist men niet beter en bleef men in dorpen en at men minder veelzijdig en moest men gewoon hard werken. Er ontstonden steden en er ontstond een elite.

En toen ontstonden er ook ficties, verhalen die verklaarden hoe het was en die de orde verklaarden. Godsdiensten. En zo komen we als lezer vanuit de prehistorie de historie binnen. Het centrum van de wereld ligt in het Midden-Oosten, in Summerië en later Perzië en ook in China en India. West-Europa komt pas heel laat in beeld. Daarvoor moet er via de Romeinen een enorme sprong gemaakt worden naar ongeveer 1500.

Op de een of andere manier ontstond in deze ondertussen Christelijke streken een eigenschap die elders minder ontwikkeld was: Nieuwgierigheid. En daarmee ging het hard. De Amerika’s werden ontdekt en wreed van hun culturen (Maya’s, Azteken, Inka’s) ontdaan en leeggeroofd. Vervolgens ontdekte men de mogelijkheden van de suikerplantages. Mensen om de te bewerken waren vermoord, dus werden er slaven uit Afrika gehaald. Gelukkig werden er ook onschuldiger uitvindingen gedaan zoals die van de microscoop door van Leeuwenhoek.

Hariri heeft het over imperia die floreren door deze nieuwsgierigheid. In eerste instantie gaat dit natuurlijk over Spanje en Portugal. Daarna over de Nederlanden en Engeland.

En dan gaat het over het verband tussen economie en consumentisme. In vervlogen tijden was het een deugd om wat zuinig aan te doen. Later werd het een deugd om leningen aan te gaan en lekker te kopen. Dat moest wel gepropageerd worden want de economie wil groeien en kan alleen groeien als er steeds weer andere nieuwe grondstoffen worden uitgevonden en als Sapiëns maar steeds blijven kopen en kopen.

De schrijver blijft stug over Sapiëns spreken en daarom heb ik dat ook maar gedaan. Dan nog een observatie. De schrijver wijst erop dat de mensheid regelmatig bijna irrationeel een richtig kiest zoals de overgang richting het graan. Waarom is dat massaal gebeurd? Echt handig was het niet en een weg terug was er ook niet omdat de mensheid als gevolg van de graanweg enorm was toegenomen. Terugkijkend zijn mensen niet altijd geneigd tot de verstandige keuze, er lijkt nogal wat toeval in de wereldgeschiedenis te zitten.

En dan ging het ook nog over de relatie tussen onderwijs, macht en geld. Ja, dat hadden wij ook kunnen verzinnen, maar we hadden het minder smakelijk weten op te dienen. Denk ik.

Jonathan Israel – De Republiek 1477-1806

Reden om dit boek te lezen was om context te verwerven over de reformatie in de Nederlanden. Maar ja, en passant heb ik veel meer meegekregen, want dit is een geweldig boek dat de geschiedenis van deze streken heel prettig uit de doeken doet.

Samenvatten gaat natuurlijk niet lukken, maar ik noem wel zaken en namen die me opvielen. Zo is er aandacht voor het feit dat de Vlaamse steden in het begin van de 16e eeuw allemaal groter waren dan die in Noordelijker streken en steden als Dordrecht, Haarlem en Amsterdam pas daarna zijn gaan groeien. Opmerkelijk was toen al, en dat gold voor het hele gebied der Nederlanden, dat er zovéél steden zo dicht bij elkaar lagen. Zoals er aandacht is voor de steden, zo is er ook aandacht voor de economische ontwikkeling van die steden, en die was aanzienlijk en soms enorm. In het Zuiden was de textielindustrie van groot belang, in het Noorden was er landbouw, er werd haring gevangen en er werden bulkgoederen uit het Ooszee gebied gehaald.

En hoe zat het met de godsdienst? Wessel Gansfort en Rudolf Agricola worden genoemd als figuren tussen de Moderne Devotie en het bijbels humanisme in. De vroege reformatie in de jaren ’20 was een beweging van onderaf. Er was geen organisatie en vervolging kwam laat op gang.

En dan gaat de reformatie vaart krijgen en raakt deze onlosmakelijk verbonden met de opstand tegen het Spaanse gezag. Er was aversie tegen de Katholieke kerk, maar ook tegen nog meer belasting betalen. In 1566 ontstaat er een wanordelijke opstandige situatie waarbij vernielingen worden aangericht in en aan kerken. Beelden en wat maar doet denken aan de Katholieke eredienst moeten het ontgelden. Een beweging die in het Zuiden start en gaandeweg uitwaaiert naar het Noorden wanneer de opstand verder komt.

Willem van Oranje komt met andere notabelen zoals Hoorne en van Egmond in beeld. Zij vertegenwoordigen de Koning (immers, de Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd…). Ze proberen het harde beleid van Spanje te temperen maar moeten het ontgelden of zich gedeisd houden. Willem had op dat moment nog niet zo duidelijk voor de Calvinisten, een kakelnieuwe, richting, gekozen en wilde zeker niet heel ferm tegen de Katholieken. kiezen.

Dat werd allemaal anders met de inname van Den Briel in 1672. Daarmee ging de opstand echt los, ook al was het geen helder doordacht gebeuren. Nu kreeg Willem als belangrijke edele meer invloed en koos hij de kant van de opstand. En dan gaat het hard. Steden worden veroverd op de Spanjaarden, en in 1579 de Unie van Utrecht waarmee de staatsvorming vaart krijgt en is gesteld dat de kerk van de reformatie daarbij hoort.

Rond 1590 is de aanwezigheid van Spanje even minder nadrukkelijk en dat leidde tot een keerpunt. De republiek-achtige staat in aanbouw kreeg meer zelfvertrouwen en boerde ook heel goed. De ontwikkeling van ‘Rijke handel’ ,handel in kostbare fabricaten in plaats van bulkgoederen als graan en hout kwam tot ontwikkeling en leidde tot een geweldige aanzwengeling van de economie. Spanje en Portugal stelden een embargo in voor spullen zoals zout en zo kwam men in de Nederlanden op het idee om dan zelf maar op pad te gaan om goederen in Indië te gaan halen. In 1602 werd de VOC opgericht. De Amersfoorter Pieter Both wordt de eerste Gouverneur van Indië.

Het is opmerkelijk dat de Opstand in het Zuiden anders verliep dan in het Noorden waar het primaat als snel bij Holland kwam te liggen. Volgens Israel kwam het doordat steden, maar ook de samenwerking tussen steden in de Noordelijke provincies beter was georganiseerd. Het was ook wel een enorme overlegtoestand met vroedschappen, burgermeesters, de provinciale statenvergaderingen en de Staten Generaal die nu niet in Brussel maar in Den Haag bijeen komt. In deze wereld van staatvorming en opstand komt van Oldebarneveld bovendrijven als zeer invoedrijke kracht.

Ondertussen gaat ongeveer 10% van de bevolking naar de nieuwe kerk. Dat is dus nog opmerkelijk weinig. Veel regenten zijn helemaal niet zo’n fan van Calvijn, ze verwijzen liever naar Erasmus. En dan is er Arminius, professor aan de nieuwe universiteit van Leiden, die niet meegaat in de leer van de uitverkiezing. Zijn directe tegenstrever is Gomarus en en volgeling van Arminius is Uyttenbogaert. De controverse wordt groot en groter. van Oldebarneveld heeft ook meer sympathie voor de denkbeelden van Arminius en dat geldt ook voor Hugo de Groot, die aanvankelijk niet wilde kiezen.

Door de inzet van van Oldebarneveld is er in 1609 een bestand gesloten met de Spanjaarden. Het lijkt wel of het land eindelijk de handen vrij had, niet alleen voor handel, maar ook voor controverse. Willem was al lang en breed vermoord (1574) en opgevolgd door Maurits die een klapje ambitieuzer lijkt. Hij was op weg geholpen door van Oldebarneveld, maar tijdens het bestand worden dit meer en meer politieke tegenstanders. Ondertussen hebben de Arminianen de remonstrantie uitgeroepen en wordt het land verdeeld tussen remonstranten en contra-remonstranten. Die remonstranten zijn verre van marginaal. Steden als Kampen (nb), Gouda, Alkmaar en Oudewater waren Remonstrands. Ondertussen wil Maurits een Nationale Synode om voor eens en altijd wat te doen aan de verdeeldheid. Steden en staten zijn tegen en er komt geen synode. Nou ja, in 1618 pleegt Maurits een soort staatsgreep waarbij grof gezegd de regenten eruit worden gezet en de edelen in het bestuur komen. van Oldebarneveld en Hugo de Groot worden gevangen gezet en de eerste wordt ter dood veroordeeld. Arminianen uit de stadsbesturen, contraremonstranten op belangrijke posities. Zo doe je dat. En toen kon er een Synode komen in Dordrecht 1618/19. Er werd niet alleen gekozen voor een Nieuwe Nederlandse vertaling van de bijbel (Statenvertaling), maar ook vóór de contra-remonstranten en dus tégen de remonstranten. De jaren erna waren jaren van zuivering. Arminianen moesten zich rustig houden of namen, zoals de Groot en Uyttenbogaert, de benen. En toen was niet alleen het bestand voorbij maar had Maurits ook invloed op de start van een heftige oorlog in Duitsland.

Diarmaid Macculloch – Roformation; Europe’s house devided 1490-1700

Een dikke Penguin met betrekkelijk kleine lettertjes. Desalniettemin een prachtig boek uit 2003. Eigenlijk is het een geschiedenis van Europa in de 16e en 17e eeuw met wat extra aandacht voor reformatie en contra-reformatie. Het is niet mogelijk naar Europa in deze periode te kijken zonder ook naar wat er in de kerken gebeurde omdat de kerk, komend uit de Middeleeuwen, gewoon een enorm belangrijke rol speelde. Of je het leuk vind of niet, je kan er niet omheen.

In dit boek ga je er zeker niet omheen, maar dat maakt het niet tot saaie stof. Deze Macculloch kan het allemaal smaakvol en soms grappig vertellen en probeert het beeld heel breed te houden. Dat begint al met het voorspel. Natuurlijk noemt hij Wiclyfe en Hus – ik wist niet dat er een link was tussen deze bewegingen – maar hij noemt ook andere hervormingsneigingen binnen de kerk van vóór 1517. Bij het voorspel hoort ook de renaissance, de pest, de strijd tegen het Ottomaanse rijk en de Islamangst.

En dan is er aandacht voor de politiek, de Habsburgers met Karel V en Philips II, Engeland met Hendrik de VIII, zijn opvolgers waar onder Elisabeth I en Jacobus, de tijdgenoot van Shakespeare en de man van de King James Version. Frankrijk en de Hugenoten komen natuurlijk aan bod met de Bartelomeüsnacht (1572), het edict van Nantes (1598) en het einde ervan onder Lodewijk XIV.

Het aardige is dat de focus niet op de Nederlanden ligt, maar er is toch ook veel gedetailleerde aandacht voor de rol die deze streek speelde. Zo was Amsterdam samen met Londen toch wel een plaats waar je terecht kon met rare meningen, uiteraard tot op zekere hoogte en afwijkende sexuele voorkeuren. En dat brengt me tot het laatste deel van het boek, Patterns of life, waarin het levensgevoel aan de orde komt en dus ook – naast merkwaardige heksenmanie – sexualiteit.

En dan heb ik het nog niet gehad over ontwikkelingen in Polen en Transsylvanië, over de Dertigjarige oorlog, de grote invloed van Erasmus, de synode van Dordrecht, de anabaptisten, Cromwell, de Toestanden in Spanje, Schotland en Ierland of de nieuwe koloniën in wat later de VS is geworden…

Historisch vertier…

Twee boeken geleend en er vluchtig plezier aan beleefd.

Ten eerste: Plaatsen van herinnering; Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw onder redactie van Maarten Prak, in Amsterdam uitgegeven bij Bert Bakker (2006). In elk hoofdstuk is de plek een aanleiding voor een verhaal: Den Briel over de stunt van de watergeuzen op 1 april 1572, Het Kapittelhuis in Utrecht over start van de Unie van Utrecht in 1579, het Muiderslot voor een verhaal over Hooft en Loevenstein voor een verhaal over Hugo de Groot. En zo gaat het door met 40 bijdragen prettig geschreven door een keur aan specialisten (neem ik aan).

En dan: De Republiek der letteren; de Europese intellectuele wereld 1500-1760 geschreven door Hans Bots en uitgegeven bij Vantilt in Nijmegen (2018). Inderdaad, een kakelnieuw boek. En dat verklaart meteen waarom de literatuuropgave een actuele attractie is.

Het boek gaat over dat geheime en in omvang toenemende internationale genootschap van intellectuelen die op wonderbaarlijk wijze met elkaar in contact stonden. Deze mensen ontmoetten elkaar, denk aan Erasmus die zo in contact stond met een heel aantal intellectuelen van Thomas More tot de drukker Frober. De tweede manier om het contact te onderhouden was natuurlijk het oeverloos schrijven van brieven. Toevallig is ook op dit vlak Erasmus een uitnemend voorbeeld. Dat geldt ook voor het derde punt, het schrijven van boeken. Ook wetenschappers zoals Descartes zagen de noodzaak in van het bekend maken onder het publiek van hun inzichten. En dat deden ze dan ook. In de vierde plaats ontstonden er vanaf het begin van de 17e eeuw tijdschriften, gazettes. Toen was het hek helemaal van de dam. Een leuk boek met als gezegd een heerlijk toetje, de bronnenopgave.