Orlando Figes – Tragedie van een volk; De Russische Revolutie 1891-1924

Een kloek boek uit de jaren ’90 dat in 2017 – jubileumjaar – opnieuw is uitgegeven. Het perspectief is westers en democratisch.

Eigenlijk volgt dit boek de trilogie van Krasnov of andersom. Eerst wordt grondig de situatie in het Rusland van de laatste Tsaar Nicolaas II beschreven. Een tijd van autocratie, van Tsaar, God en volk, een achterlijk platte land met misschien hier en daar kleine lichtpuntjes. Het was een enorm land met een bevolking die gewend was aan autocratie, zonder een ontwikkelde middenklasse en met een verouderd leger. Eerder in de eeuw waren er al opstanden geweest, er was nota bene een Tsaar vermoord. Aan het einde van de eeuw begon het zeker in St. Petersburg weer te gisten en te broeien.

De opstand van zondag 9 januari 2005 was een opstand tegen deze autocratie en voor een zwenk naar democratie. De opstand werd op bloedige wijze neergeslagen, maar er kwam daarna wel een Doema bijeen. Van een echte ommekeer was toch geen sprake en zo ging het gisten verder. In de steden, in de dorpen, waar een soort boerenzelfbestuur was, onder de intelligentia en in het leger. Er ontstonden allerlei bewegingen en initiatieven en dat maakt dit boek fijn omdat het een veelkleurig beeld toont van deze periode. De schrijver heeft ervoor gekozen om het grote verhaal af te wisselen met biografische verhalen, bijvoorbeeld van een eenvoudige boer die naar de stad werd en zo arbeider werd en zich door extra studie kon opwerken en uiteindelijk een rol zou spelen in de revolutie van ’17. Een andere boer werd een grote man in de emancipatie van de boeren en werd uiteindelijk na de burgeroorlog door een reactionaire dorpsgenoot vermoord. Ook de schrijver Gorki wordt met extra aandacht gevolgd. Zo heeft Figes vaker aandacht voor schrijvers en dat is begrijpelijk omdat hij ook de schrijver is van Natascha’s Dans, een culturele geschiedenis van Rusland (Spectrum 2003).

En dan gaat het over de aanloop naar de oorlog en de samenleving die meer en meer in beroering komt. Lenin komt in beeld, maar houdt zich nog zeer rustig. Er circuleren veel ideeën over hoe de revolutie ingezet zou moeten worden. Eigenlijk lijkt Gorki in de aanloop en de eerste dagen van de revolutie prominenter betrokken dan Lenin.

In 1917 is de oorlog al een drama geworden en lijkt het bestuur van het land zo’n beetje geïmplodeerd. Dat is ook eigenlijk wat er in februari plaatsvindt. Het oude bewind krijgt een klein zetje, er ontstaat en geweldige revolutionaire chaos, er bestaan al sovjets, raden van arbeiders. De sovjet van Petrograd is machtig, wil graag invloed, maar geen verantwoordelijkheid. En zo ontstaat er een wankele regering onder leiding van Kerenski, wie het gaandeweg naar de bol stijgt. In juli ontstaat er opnieuw een revolutionaire situatie zonder dat het echt doorzet. In oktober gebeurt dat wel en verdwijnt de regering.

Vervolgens breekt er een chaotische periode aan van staatsvorming, onderhand komen Lenin en Trotski met de steeds meer aan de leiding met de Bolsjewieken – niet omdat ze de grootste zijn – en wordt besloten de oorlog te beïndigen. Als dat is gebeurd zitten de Duitsers aanvankelijk tot in de Oekraïne. Dat heb ik nooit geweten en dat wordt wanneer de oorlog in de rest van Europa is gestopt weer teruggedraaid. Tegelijk is er een burgeroorlog met steeds wisselende deelnemers, tot Engelsen en Tsjechen aan toe. Ook de eigen bevolking en met name de boeren wisselen regelmatig van partij.

Het verschil tussen de Bolsjewieken en de Witten tijdens de burgeroorlog zit ‘m niet in de wreedheden. Beide partijen konden uitermate wreed zijn. De Witten echter waren niet duidelijk waar ze voor vochten. Een terugkeer naar de autocratie van de Tsaar? Dat wilde een meerderheid toch echt niet. De Bolsjewieken waren in veroverde gebieden meteen bezig met organisatie, het werkelijk veranderen van het leven hoewel dat niet altijd positief uitpakte. Het gaf ondanks de enorme wreedheden toch meer steun en leidde uiteindelijk tot een overwinning op de Witten.

De onteigening van de landgoederen en herverdeling van het land werd gevolgd door een enorme hongersnood in 1921 als gevolg van de geëiste afdrachten in natura wat leidde tot een gebruik aan zaaigoed. Uiteindelijk had volgde hieruit de NEP (’21-’29), een periode waarin er wat privéverbouw en – handel mogelijk was.

En dan gaat het boek uiteraard over de hoofdrolspelers Lenin, Trotski, en iets later ook Stalin en hun onderlinge strijd.

Wat ik overhoud aan het boek is sowieso wat inzicht in deze complexe periode. Bovendien maakt dit boek duidelijk dat de revolutie als snel van de regen in de drup kwam. Dus, van een Tsaristische autocratie tot een dictatuur van een partij en al snel die van Lenin die minstens zo heftig was. En toch gingen heel veel mensen mee omdat ze toch zagen of dachten dat ze beter uit waren dan onder de Tsaar. Immers, heel veel mensen konden mede dankzij deze omwenteling een stap verder komen in hun leven.

Het boek staat vol van weetjes die ik ga vergeten. Deze wil ik onthouden. De rode ster op de sovjetvlag en de petten van het rode leger staat voor Pravda, wat waarheid betekent. Er is zelfs een propagandaverhaal omheen gemaakt rond de mooie maagd Pravda en haar tegenstander Kriva (onwaarheid).

Maarten van Buuren – Spinoza; vijf wegen naar de vrijheid.

Een reuze fijn boekje waarin het denken van Spinoza wordt verhelderd. Het fijne is dat uit de teksten die ik deels heb gelezen de kern boven water wordt gebracht. De radicaliteit ervan wordt duidelijk gemaakt en de context toegelicht. Spinoza gaat in op Hugo de Groot en Descartes, maar ook op Stoïcijnen als Epictetus en Marcus Aurelius en bovendien heeft hij zich laten inspireren door Epicurus. En dan had hij ook nog te maken met een jonge republiek waarin allerlei krachten werkzaam waren.

Zoals de ondertitel doet vermoeden is het boek verdeeld in vijf overzichtelijke hoofdstukken die zijn voorzien van een degelijk notenapparaat.

  1. God is natuur. Spinoza ziet God niet als de God van het Oude Testament (De God van het OT is een onwaar Godsbeeld), de God van de verhalen, de transcendente God, maar als een immanente God die samenvalt met de natuur en de wetten van de natuur. Dat is een heldere binnenkomer.
  2. Over zelfbeschikking, het recht te denken wat je wil en te zeggen wat je denkt. In dit hoofdstuk duikt de radicale stelling macht = recht op.
  3. De Conatus of levensdrift (logos spermaticos) die organismen van nature hebben en die volgens de schrijver neerkomt op de wil tot macht; daar gaat het derde hoofdstuk over. Spinoza blijkt goed en kwaad niet als absoluut te zien; hij ziet ze in relatie tot macht en onmacht.
  4. En dan gaat het over kennis. van Buuren ziet de kennis bij Spinoza als een soort triptiek. Het grote paneel in het midden, dat is de rede. De rede staat naast de vrijheid centraal in het denken van Spinoza. Het eerste zijpaneel wordt gevormd door de verbeelding, wat we moeten zien als een combinatie van waarnemingen en meningen. Het andere zijpaneel wordt gevormd door de intuïtie, het ogenblikkelijke inzicht in de essentie van de dingen (136).
  5. Tot slot gaat het over de samenleving. Het begint bij mensen zonder samenleving, mensen die leefden met een natuurrecht, wat volgens Spinoza betekent dat de mens zich alles mag toe-eigenen wat hij nodig heeft. De mens leeft volgens de wetten van de natuur. Hier wordt nog eens duidelijk gesteld dat hier geen hogere wetten of transcendentie aan te pas komen. In het verlengde van dit op het oog kille recht komen daar de sociale neiging en de rede om de hoek kijken. Zo is het niet ieder voor zich, maar samen sterk en dit is de basis voor de opbouw van samenlevingen. van Buuren legt de link met utilitarisme en liberalisme en vindt het liberalisme van Spinoza zuiverder dan het liberalisme van de 19e eeuw. Dat komt omdat hij zijn overwegingen afleidt uit natuurwetten waarin is vastgelegd dat de mens van nature een sociaal wezen is dat gedreven wordt door de rede die elk mens is aangeboren (blz. 213).

Dit is een veel rijker boek dan deze korte indruk doet vermoeden. Eigenlijk een ideaal beginpunt voor wie zich eens wat meer met Spinoza wil bezighouden terwijl het voor mij een tijdelijk eindpunt is. Hier volgt de samenvattende alinea waar van Buuren zijn boek mee eindigt:

Het begin van Spinoza’s leven stond in het teken van de verstoting uit de joodse geloofsgemeenschap en de verbanning uit de synagoge. Spinoza besteedde de rest van zijn leven aan het ontwerpen van een zijnsleer die uitgaat van de Natuur. De ethiek die hij uit deze zijnsleer afleidde bevat de richtlijnen aan de hand waarvan ieder mens zich onder leiding van de rede kan invoegen in de natuurlijke orde waarvan hij deel uitmaakt en daarin zijn vrijheid verwerven. In dit Huis van de Natuur zocht en vond Spinoza de geborgenheid, vrijheid, waarheid en autonomie die de religies hem onthielden (blz 230).

Manuel Stoffels (redactie) – De middeleeuwse ideeënwereld 1000-1300

Een prachtig boek dat ooit is ontwikkeld voor de Open Universiteit en in 1994 is uitgegeven door Verloren (Hilversum). Het betreft een bundeling van een aantal artikelen geschreven door een klaarblijkelijk erudiet gezelschap. Delen heb ik met aandacht gelezen en andere delen heb ik lettend op subtitels doorgebladerd omdat ze mij minder interesseerden. De aanleiding om in het boek te snuffelen was het begrip scholastiek waar men zich in de vijftiende eeuw sterk tegen afzette. Alles goed en wel, maar waar zette men zich dan tegen af? Ik noem al dan niet met een opmerking erbij de hoofdstukken en zo zal mijn vraag vanzelf voorbij komen. Na een boeiende inleiding ging het eerst over

  1. Bronnen en tradities. Die bronnen, dat waren met name de Bijbel (Vulgaat), de klassieken – aanvankelijk Latijnse – en de kerkvaders en dan met name Augustinus, Ambrosius en Hieronimus en Gregorius de Grote.
  2. Categoriën van denken. Daar was ik dus eigenlijk naar op zoek. Natuurlijk was er theologisch denken, maar er kwam met Bernardus van Clairveaux, Geert Grote en Thomas à Kempis ook een devotioneel denken op. Het hoofdstuk gaat verder in op de verhouding tussen geloof en rede en zo kwam Anselmus met zijn fides quaerens intellectum aan bod. Bij de scholastiek gaat het om een methode om teksten te interpreteren. Eerst is er een commentaar, dan volgt er de quaestio of disputatio met een dubbele vraagstelling (is a. gelijk aan b., of niet?) en in de harmonisatie wordt vervolgens een conclusie gevonden. Thomas van Aquino werd genoemd als degene die een meester was in het hanteren van deze aanpak. Toen het over kennisstructuur ging werd erop gewezen dat de betekenis van Pseudo-Dionysius de Areopagiet (c. 500), of eigenlijk zijn werk, voor de gehele westerse middeleeuwen moeilijk onderschat kan worden (87).
  3. God. Natuurlijk is God enorm aanwezig, maar dan toch vooral in de rituelen met als hoogtepunt de eucharistie. Met Bernard, Franscicus en Bonaventura komt er na een verheven Plotonische God ook een menselijker God aan de orde.
  4. Engelen en demonen
  5. Bouw en ordening van aarde en heelal: geografie, fysica en kosmologie.
  6. De natuurlijke omgeving, die heel anders functioneerde dan hoe wij er nu tegenaan kijken. Voor veel middeleeuwers was de vrije natuur eerder een beeld van de chaos, een bron van verschrikking, met negatieve connotaties als: wild, gevaarlijk, bedreigend, eenzaam, moeizaam door te komen, enz. (171).
  7. Naar Zijn beeld en gelijkenis: de ziel. Ook over denken en willen.
  8. Het menselijk lichaam en de geneeskunde
  9. De samenleving en de exempelverzameling van Étienne van Bourbon. Een collectie verhalen eigenlijk die als hulp konden dienen in de prediking wat hét middel was om het volk te onderwijzen en ketterij te bestrijden. Door die prediking raakten meer geleerde ideeën bekend. De exempelverzameling is er nog en geeft een idee van wat er in de samenleving leefde (Anecdotes historiques, légendes et aplologues tirés du recueil inédit d’Étienne Bourbon, dominicain du XIIIe siècle. Parijs, 1877), blz. 268)).
  10. Geschiedenis, het levenswerk van Rodulfus Glaber (ca. 990-1046), vijf boeken der historiën. Wat ik niet meer wist is de start van de jaartelling van Christus als startpunt. Dat was met de zesde-eeuwse monnik, Dionysius Exiguus.
  11. Opvatting over taal en taalgebuik
  12. Functies en waardering van het beeld.

Het wordt duidelijk dat de genoemde bronnen dominant aanwezig zijn in de middeleeuwen, maar dat er ook, mede onder invloed van de arabische cultuur, ook steeds ontwikkeling (denk aan de verschuiving van Plato naar Aristoteles, de optuiging van de scholastiek, gedachten over God) en verfijning heeft plaatsgevonden.

Ronald Prud’homme van Reine – Onthoofdingen in de hofstad; De val van de Oldebarnvelts

Een boek uit 2019. Ik ben ook een keertje bij de tijd, ook al zijn de beschreven gebeurtenissen al weer van een tijdje geleden.

In een vrij droge stijl gaat het over het leven van Johan van Oldebarneveld, zijn relatie met Maurits en de toenemende verwijdering tussen de twee zeker sinds het bestand. Vervolgens wordt beschreven hoe het tot een climax komt en Oldebarneveld op het Binnenhof werd gearresteerd en gevangen gehouden zonder lectuur en een hele tijd zonder schrijfgerei. Hij wordt ondervraagd zonder advocaat en namens de Staten Generaal terwijl dat juridisch niet kon. Hij is opgepakt in Holland en moest dus door de Hollandse Staten voor de rechter gesleept worden. Zo is het dus niet gegaan. Ondertussen werd in veel steden het bestuur ontdaan van remonstranten. En zo gaat het voort tot en met de executie van Oldebarneveld.

Daarna komt de focus te liggen op de broers Willem en Reinier, de zonen van Johan. Een paar jaar na de dood van hun vader waarbij een deel van het familiebezit verloren ging, zette Willem een complot op om Maurits te vermoorden. Reinier raakte betrokken als geldschieter en al gauw deed er een heel clubje mee. Sommigen uit overtuiging, anderen omdat het goed betaalde. Toen het bijna zover was werd het plan verraden en ontstond er een landelijke jacht op de deelnemers. Het boek beschrijft de lotgevallen van de belangrijkste deelnemers. Een aantal werd onthoofd en dat gold ook voor Reinier. Willem was ondertussen al lang en breed het land ontvlucht en woonde voortaan in Brussel waar hij uiteindelijk Room Katholiek werd.

Vervolgens is er nog aandacht voor Jacob Westerbaen die in 1625 trouwde met Anna Weytsen, de bemiddelde weduwe van Reinier van Oldebarneveld. Westerbaen is waarschijnlijk de schrijver van Historie van het leven en sterven dat later Waerachtige historie is gaan heten. Hij was arts en dichter en een bekende van Constantijn Huygens. Hij liet in de buurt van Den Haag Ockenburg bouwen en woonde er als landedelman.

Het boek besluit met van Oldebarneveld door de eeuwen heen, om het zo te noemen. Heel geinig is de beschrijving van de moeizame en late tot stand koming van monumenten en dergelijke. Zo ontdekte ik dat de buste die hier voor het JVO staat aanvankelijk op het stationsplein heeft gestaan.

Een leuk heel toegankelijk bok met een huiveringwekkende titel, dat wel.

Jung Chang en Jon Halliday – Mao; het onbekende verhaal.

Een biografie van Mao, de versie die best tumult heeft veroorzaakt en een heel duidelijk en negatief beeld neerzet. Mijn indruk is wel dat het allemaal heel wreed is toegegaan in het leven van Mao en dat die wreedheid geen toevallige noodzaak was, maar de kern van zijn beleid, ook lang voordat hij in 1949 aan de macht was gekomen.

Jonge jaren van machtsvorming en aansluiting bij de CCP worden uitvoerig besproken. Toen al trad een meedogenloze wreedheid aan de dag. Er is een voortdurende machtsstrijd binnen de partij waarbij Stalin ook een rol speelde. Steeds waren er tegenstanders om uit te schakelen en steeds weer moesten de Russen zoet gehouden worden met een verhaal waar niets van klopte.

Wat ik dus blijkbaar niet meer goed voor ogen had Lange Mars eindigde met de machtsovername van ’49. Dat is dus niet zo, de Lange Mars eindigd in yan’an wat daarna jarenlang als basis diende en waar Mao veelal afgezonderd van de anderen een goed leven leidde terwijl het leven voor de anderen (moeten we zeggen de werkelijke revolutionairen?) heel zwaar was.

Eind jaren ’30 begint de oorlog tegen de Japanners. Stalin wil oorlog met Japan en dus een front in het oosten voorkomen en wil daarom dat Mao samen met de Nationalisten tegen de Japanners vecht. Mao zegt mee te doen, maar eigenlijk wil hij tegen Chang kai Tsjek vechten.

Is de oorlog voorbij dan begint de strijd tegen de Nationalisten pas echt. Er zitten mollen in hun leger waardoor steeds weer behoorlijke legeronderdelen verloren gaan. Zo gaat het hard. Uiteindelijk vlucht het laatste ontredderde restje naar Taiwan.

Stalin had een regime in Noord Korea gevestigd en Mao stuurt aan op een oorlog tegen het zuiden. Daarvoor stelt hij enorme hoeveelheden troepen ter beschikking om van Stalin grotere wapens te kunnen krijgen. Wanneer Stalin en Kim er geen zin meer in hebben komt het tot een wapenstilstand. Een afschuwelijke nutteloze oorlog die de halve wereld in onrust heeft gebracht.

Na de machtsovername ging Mao door met waar hij al lang geleden mee was begonnen. Iedereen vormen tot volstrekt gehoorzame volgelingen door terreur, heftige terreur. Massabijeenkomsten met zelfkritieken en regelmatig executies.

Mao wilde wat betreft wapens en wapenindustrie een geweldige inhaalrace maken. Hij leverde enorme hoeveelheden voedsel aan de Sovjetunie en kreeg in ruil wat hij wilde al dan niet in de vorm van leningen. Boeren werden enorm uitgeknepen en wie daar bezwaar tegen maakte kon het schudden. Dat gold ook voor het kader tot het hoogste kader aan toe (Zhou Enlai). Vijf jaar na de machtsovername werd er een begin gemaakt met de collectivisatie van de landbouw.

Laat honderd bloemen bloeien (ik had duizend in mijn hoofd…) was de tijd van ogenschijnlijke ontspanning wat de mensen de gelegenheid bood om het hart te luchten over het regime. Vervolgens werden de hartluchters aangepakt en hadden ze mazzel wanneer ze het overleefden.

In 1959 is de Grote Sprong Voorwaarts gelanceerd, een poging om te ontwikkelen industrieel en vooral militair gebied. Dat werd betaald met graanverkoop en graangiften waarvoor de boeren extreem werden uitgeknepen met een afschuwelijke hongersnood als gevolg. Pas in 1962 ging het ietsje beter. Dit alles omdat Mao steeds maar streefde naar een belangrijke rol voor China in de wereld, om te beginnen de communistische wereld.

Daarmee kom ik met mijn enige kritiekpunt. Dit kloeke en rijk gedocumenteerde boek geeft een beeld van Mao als iemand die door niets ontziende terreur aan de macht is gekomen en gebleven. Het vermoeden bestaat dat hij 70 miljoen doden heeft veroorzaakt en hij wat heel content toen hij in Pol Pot van Cambodja een trouwe volgeling had gevonden. Een navolger in wreedheid dus. Mijn vraag blijft hoe Mao zich verhield tot het communistische gedachtengoed. Het wordt niet zo duidelijk en bijna krijg je de indruk dat dit helemaal geen rol speelde, dat het een middel was om aan de macht te komen en te blijven.

Toen de ergste hongersnood voorbij was wist Mao de volgende ramp over het land uit te storten: de Culturele Revolutie en de grote zuivering. Het hele land werd meer en meer in een wrede vorm van anarchie gestort wat tot zelfkritieken, gevangenschap, verbanning naar het platte land en de dood leidde. Doordat er op deze manier heel veel kader verdween zakte het lang weg in een nationale chaos. Het was een beweging waar jonge mensen geregisseerd een grote rol in speelden. De Rode Gardisten. Ook de laatste vrouw van Mao, Jiang Qing, ging een rol spelen en zou deel gaan uitmaken van de bende van 4. Tegen het einde van Mao’s leven kwam daar onder leiding van Deng een machtiger clubje tegenover te staan.

Een indrukwekkend boek dat een heel andere kijk geeft dan de oudere werken van Edgar Snow en Han Suyin die, zo begrijp ik nu, onder invloed van de Chinese propaganda tot stand waren gekomen.

Met Deng Xiaou Ping vond er een trendbreuk plaats, maar is er ook veel in stand gehouden en misschien wel voor het eerst goed opgebouwd. Na het lezen van dit boek vraag ik me wel af hoe sterk de wreedheid en controlezucht (nu via smartphone) als erfenis van Mao gewoon zijn geworden in deze samenleving…

Piet Calis – Vondel, het verhaal van zijn leven (1587-1679)

Vondel werd niet in Amsterdam geboren, maar in Keulen. Dat was voor mij nieuw zoals heel veel in deze biografie. Zijn ouders kwamen uit de Zuidelijke Nederlanden en hadden als wederdopers de wijk genomen en zo zijn ze dus in Keulen terecht gekomen. Toen het leven daar moeilijker werd zijn ze naar Amsterdam verhuisd waar vader Joost aan de Warmoesstraat een handel in stoffen begon. De schrijver voegt steeds leuke details toe over het Amsterdam van de 17e eeuw wat heel aardig is. Vondel zou trouwens een heel trouw Amsterdammer worden; hij was echt begaan met de stad wat uit meerder gedichten blijkt.

Geraard Brandt is overigens de remontstrantse biograaf die toen Vondel al ouder was veel met hem heeft gesproken en de eerste biografie heeft geschreven – Het leven van Joost van den Vondel, wat natuurlijk ook voor Calis een belangrijke bron is geweest.

Vondel was een geëngageerde dichter (wist ik niet) en het boek begint met de bespreking van Palamedes, een toneelstuk over een Griekse held die eigenlijk hetzelfde lot had ondergaan als Oldebarneveld in 1619, waar Vondel niet over te spreken was. Het was een fijn middel om nog eens kritiek te leveren op de staatsgreep en dat was de reden dat het stuk pas veel later voor het eerst werd uitgevoerd.

Vondel is niet als classicus opgeleid, maar heeft zich een weg richting de klassieken gestudeerd en was een liefhebber an Seneca, Ovidius en Vergilius; hij heeft ook werk vertaald. De toneelstukken waren vaak geïnspireerd op bijbelse themas (Adam in ballingschap, Lucifer), op klassieke themas of soms op iets historisch of actuelers. Al deze toneelwerken worden kort door Calis beschreven. Daarbij blijkt meteen hoe lastig het was om een stuk te kunnen opvoeren. Burgemeesters moesten instemmen en altijd kon er een predikant opstaan met ernstige bezwaren.

De familie Vondel kwam dus als dopers gezin in Amsterdam te wonen en zo zochten ze ook aansluiting bij geloofsgenoten. Vondel zelf had in zijn latere leven ook wel affiniteit met de remonstranten, maar uiteindelijk heeft hij de stap gezet waar Hugo de Groot aan het einde van zijn leven ook toe neigde. Hij is katholiek geworden wat meteen flinke deining veroorzaakte.

Naast toneelwerk schreef vondel gelegenheidsgedichten waarin hij soms fel reageerde op de toestand in het land, soms ook op verhouding met Engeland. Het was immers de periode van de Engelse Zeeoorlogen. Na zijn overgang tot de grote moederkerk verscheen er ook een reeks Katholiek georiënteerde gedichten zoals de altaargeheimenissen en de leerdichten. Dit leverde tijdelijk wel een vermindering van populariteit op.

Vondel heeft nooit van zijn werk kunnen leven. Hij heeft de stoffenhandel van zijn vader overgenomen en op latere leeftijd heeft nog bij een soort bank gewerkt. Op hoge leeftijd is hij hiermee gestopt met behoud van salaris. Ondertussen waren er kinderen en kleinkinderen waarvan er velen zijn overleden. Het grote drama had te maken met zijn zoon, Joost, die de zaak had overgenomen en naar de filistijnen had geholpen. Het was een spender die in schulden kwam. Uiteindelijk is hij op een schip naar Indië gezet en onderweg overleden. Dat was nog eens stof geweest voor een toneelstuk. Dat heeft hij niet geschreven, maar het drama klinkt soms door in toneelstukken die ook gaan over vaders en zonen.

Een prima leesbare biografie. Fijne introductie tot leven en werk van Vondel en tot het historische Amsterdam.

Henk Nellen – Hugo de Groot

Een leven in strijd om de vrede, zo luidt de ondertitel van dit kloeke boek, uitgegeven door Balans in 2007 en zo matig gebonden (nou ja, geplakt…) dat de eerste pagina’s van mijn tweede hands verworven exemplaar ondertussen los liggen.

Maar dat mag de pret niet drukken, want naar mijn smaak is dit een prima biografie vooral ook omdat het zo prettig is geschreven. Wie zo kan schrijven moet vooral doorgaan. Wonderlijk dat ik nooit van deze Nellen had gehoord.

Wie in ieder geval aan de lopende band doorging met schrijven was natuurlijk Hugo de Groot die opgeleid als jurist natuurlijk juridische werken schreef over het natuurrecht, over oorlog en vrede – De iure belli ac pacis – en over de theologie. Daarnaast schreef hij gedichten, vaak voor gelegenheden, voor vrienden en bekenden. Bovendien kwam er toneelwerk uit zijn ganzenveer en een oeverloze stroom aan brieven.

Grotius, zo werd hij als geleerde vaak genoemd, net als zijn aanvankelijke vriend Heinsius, en overige collega’s Vossius,Barleus; al die lieden hadden gelatiniseerde namen. Het waren dan ook academici die heel veel in het Latijn publiceerden en Grotius was daar nog heel goed in ook, zo begrijp ik.

Als pensionaris van Rotterdam, een baan die hij in 1613 aanvaardde, had hij ook te maken met het landsbestuur en dus met landsadvocaat van Oldebarneveld, die naast Maurits de grote politicus was. Hij was naast politicus ook Arminiaan en dit ging een steeds grotere rol spelen in deze omgeving. De opstand tegen de Spanjaarden stond tijdens het bestand op een laag pitje, maar men spreekt wel van bestandstroebelen. Uit de Zuiderlijke Nederlanden waren veel fanatieke Calvinisten naar het Noorden gekomen en zij wilden eigenlijk de staat naar hun Calvinistische pijpen laten dansen. Arminianen waren toen in sommige steden in de meerderheid en Hugo de Groot was voorstander van een overheid die boven de kerken stond in plaats van een Calvinistische kerk die het laatste gezag wilde hebben. Calvinisten werden contraremonstranten en de sfeer werd grimmig. Overigens waren er ook meningsverschillen over de te volgen koers t.a.v. Spanje. Maurits stond meer en meer aan de kant van de contraremonstranten en pleegde in 1618 een soort staatsgreep door in de steden de arminiaanse bestuurders eruit te zetten. Hugo de Groot en van Oldebarneveld werden gevangengenomen. De laatste werd ter dood veroordeeld en in Den Haag onthoofd en Grotius werd in slot Loevenstein gevangengezet.

Na de ontsnapping uit het slot is hij naar het zuiden gevlucht om zich uiteindelijk in Parijs te vestigen. Op zeker moment kwamen vrouw en kinderen ook naar deze stad. Grotius ging gestaag door met publiceren en stond in contact met plaatselijk geleerden, maar bleef ook brieven schrijven aan zijn broer Willem, zijn zwager en vele anderen waaronder zijn vriend Wtenbogaert, die zou uitgroeien tot opperhoofd der Arminianen.

Een echte betrekking had hij niet en publiceren leverde nog niet echt veel geld op. Trouwens, wel werk. Soebatten met drukkers (Elsevier, Bleau, Parijse drukkers), drukproeven doornemen, manuscripten veilig in de Nederlanden zien te krijgen. Waar hij naast ander werk ook mee bezig was, was een verweerschrift met betrekking tot het proces van 1618, Verantwoordingh.

In 1635 werd Hugo de Groot Ambassadeur voor het Zweedse koninkrijk in Parijs en daarmee waren de grootste geldzorgen voorbij. Ondertussen bleef hij publiceren, maar groeide hij wel steeds verder weg van de Nederlanden, terwijl hij eerder wel pogingen had gedaan om terug te kunnen keren.

Als ambassadeur, een functie die hij bijna tot zijn dood heeft uitgeoefend, was hij aan de ene kant bekwaam, aan de andere kant wat onhandig in de omgang. Hij hechtte veel te veel belang aan dingen als protocol, omdat hij een overtreding ervan zag als een belediging van de Zweedse kroon. Het was een zware periode. De tegenslagen in zijn diplomatieke carrière, de verguizing door Hollandse autoriteiten, de gespannen verhouding met de Franse gastheren, de gebrekkige ondersteuning vanuit het thuisland Zweden, de moizame uitbetaling van zijn salaris, de kritiek op zijn unionistische geschriften, de aanvallen van de theologen op zijn integriteit en rechtzinnigheid, de ongezeglijkheid van zijn zoons – het waren enerverende problemen die Grotius’ zelfvertrouwen aanstastten en hem achterdochtig maakten (p. 577).

In de laatste fase van zijn leven was Grotius steeds meer bezig met het idee van de eenheid van de kerk. Hij stelde zich een verzoening voor tussen de kerk van de reformatie – waarbij hij dus niet meteen dacht aan de fanatieke Calvinisten – en de kerk van Rome. Door publicaties hierover vervreemdde hij steeds meer mensen van zich. Velen dachten dat hij maar een klein zetje nodig had om toe te treden tot de Roomse kerk en er werd ook wel aan hem getrokken vanuit deze kerk. Zover is het niet gekomen

In 1645 kwam er een einde aan het ambassadeurschap en reisde Grotius naar Zweden. De terugweg viel niet mee en in Rostock is hij overleden waarna hij in Delft is begraven.

Hilary Mantel – Wolf Hall

Een dikke historische roman waarmee Mantel in 2009 de Man Booker Prize won. Het verhaal wordt verteld vanuit de persoon van Cromwell, beginnend met een scene in Putney, aan de Engelse kust , waar de jonge Thomas voor de zoveelste keer in elkaar is geslagen door zijn vader. Hij ontvlucht het land en we komen hem in 1527 weer tegen wanneer hij de assistent is van kardinaal Wolsey.

De kardinaal en Cromwell kunnen het prima vinden. Toch zorgt Cromwell er wel voor dat hij niet wordt meegetrokken in de val van de kardinaal, die het niet voor elkaar heeft gekregen dat het huwelijk van de koning ongeldig verklaard kon worden zodat deze kon trouwen met Anna Boleyn.

Als de kardinaal weg en dood is wordt Cromwell meer en meer de machtige man van het land en trouwt Hendrik VIII met Anna. Thomas More, de vriend van Erasmus, speelt een belangrijke rol in het boek. More blijkt niet alleen de schrijver van Utopia, maar ook een fervent vervolger van ketters. Op de achtergrond spelen in dit verband Tyndale, Luther en zelfs de toestanden in Münster een rol.

Cromwell wordt steeds machtiger en het tij keert in de samenleving, hoewel niet zo radikaal als in delen van Duistland. Nu worden meer en meer de Katholieken de ketters en zo wordt uiteindelijk More terechtgesteld omdat hij niet wilde tekenen voor de de nieuwe situatie: Henry als hoofd van de kerk.

Dat is heel grof de verhaalde geschiedenis en dat maakt de roman niet meteen bijzonder. Wat dat wel doet is de manier waarop het verhaal wordt verteld. Levendig, gebruik makend van een heel rijke taal. Als lezer zitten we in de ervaring van Cromwell zonder dat dit de ik-persoon is. Dat is even wennen. Is er zomaar sprake van he, dan gaat het haast altijd over Cromwell tenzij de context een andere optie biedt. Omdat we zo dicht op deze persoon zitten gaan het soms ook alle kanten op. Iets over het weer, de ruimte waarin een gesprek plaatsvindt, een flard herinnering, een deel conversatie, een andere herinnering.

De Cast of characters voorin is geen overbodige luxe. Sterker, zoiets is mijn redding want het zijn er veel en er zijn er meerdere die Thomas, Mary of Anne heten. En dan worden mensen soms alleen met hun titel of professie genoemd. Alle reden om te blijven opletten.

De titel komt overeen met de laatste twee woorden van het boek. We zitten in een soort coda en Cromwell bespreekt met zijn assistent het reisschema voor de komende tijd. “Now here, before we go to Winchester, we have time to spare, and what I think is, Rafe, we shall visit the Seymours”. He writes it down. Eary September. Five days. Wolf Hall.

We kijken met die titel dus uit naar wat vrije dagen en naar de volgende episode in het leven van Henry en Cromwell, waar we als romanlezer nog niets van weten…

Niet uit; Küng over Islam en 1493

Het boek van Hans Küng, oorspronkelijk uit 2004, maakt deel uit van zijn project over Christendom, Jodendom en Islam. De aanpak komt overeen met die ik meemaakte in Jodendom. Ik zat nog in de vroegere geschiedenis toen ik er rond blz. 280 mee stopte. Dat deed ik niet omdat het geen goed boek is. Ik denk dat het boek al iets gedateerd is, dat wel, maar erg de moeite waard. Küng probeert op een kritische manier een eerlijk beeld van de Islam te schetsen. Ik kan me voorstellen dat dat voor de Islamitische lezer raar kan overkomen. Küng kan met al zijn nuances wat betweterig uit de hoek komen.

1493 van Charles C. Mann is een boek uit 2011 dat pas in 2018 als Rainbowpocket (688 pagina’s) is uitgegeven. Het is onmiskenbaar de moeite waard omdat het grondig uitlegt wat er met de wereld is gebeurd sinds Columbus in 1492 America ontdekte. Een jaar later is hij teruggegaan en zo is er een start gemaakt met de kolonisatie van dit werelddeel. Daarmee gingen er bewust en onbewust gewassen en organismen de wereld over met beslissende gevolgen. Europeanen gingen landbouw op hun vertrouwde manier in de praktijk brengen in gebieden waar altijd indianen in de weer waren geweest waardoor het ecosysteem definitief veranderde. Door het heen en weer reizen kwamen er wormen in de latere VS die daar nooit geweest waren en ook weer een onvoorstelbare invloed hadden op de bodem met alle gevolgen van dien.

Het is een bere-interessant boek dat ik zeker ooit ga verwerven en uitlezen.

Albert Martin Steffe – De Hugenoten; tragiek en lijden omwille van een eigen geloof.

Een vertaalde uitgave van Tirion (Baarn) uit 1994 van een boek dat oorspronkelijk in ’89 met deze titel uitkwam: Macht des Geistes gegen der Geist der Macht. Het is een heel informatief boek dat een beetje vanuit een geloofshoek geschreven is (De kerk moge voor enige tijd een gewillig werktuig zijn – op den duur laat God niet toe dat ze voor andermans karretje wordt gesprannen. blz. 124). Dat stoort niet en blijft behoorlijk onder te oppervlakte. De verhandeling begint met voorlopers, om te beginnen met de Katharen (waar het woord ketter van afkomstig is), die weer hun wortels hebben in Zoroastergeloof en Manicheërs, kortom in dualisme, geloof in een goede en slechte macht. Daarnaast wordt ook de beweging van de Waldenzen in Zuid-Frankrijk en Italië besproken.

Heel behulpzaam is het hoofdstuk met hoofdpersonen uit de Franse reformatie. Zo worden genoemd: Jacques Lefèvre d’ Étaple, Farel, Briconnet, Bèze en natuurlijk Calvijn. Belangrijke opmerking in verband met Étaple: Als men dus vooral leven en werken van Jacques Lefèvre beziet wordt duidelijk hoe zelfstandig de Franse reformatie ontstond en verliep; zeker niet als loot van de Duitse hervorming (blz. 128).

Heel prettig is ook het chronologische overzicht van de ontwikkelingen in de 16e eeuw en wat verder op de gedetailleerde toelichting bij het edict van Nantes. En dan is er ook nog aandacht voor de Jansenieten, de beweging uit de 17e eeuw, een stroming van terug naar het genadebegrip van Augustinus waar de Katholieke kerk heel nerveus van werd.

Wat mij opviel:

  • De beweging in Frankrijk, die veel later op gang kwam dan in Duitsland – in 1555 is er voor het eerst sprake van een protestante gemeente in Frankrijk – is veel massaler geweest dan ik me ooit had voorgesteld. Grote delen van het zuiden waren al snel overwegend protestant.
  • Frankrijk heeft geen bloedige dertigjarige oorlog gekend, maar de steeds terugkerende strijd is wel heftig en ontwrichtend geweest. Daar speelde ook buitenlandse politiek doorheen en andere belangen dan louter Godsdienstige. Bovendien speelde het onderscheid tussen stad en platte land een rol.
  • Frankrijk verkeerde bovendien in een economische crisis. Oorlog voeren – de schrijver telt 10 Godsdienstoorlogen tussen 1562 en 1629 – kost vreselijk veel geld en bovendien was er steeds sprake van stijgende kosten en inflatie door het zilver en goud dat de Spanjaarden uit Zuid-Amerika haalden.
  • De politieke situatie met de Guises die aan de kant van de Monarchie, maar vooral aan die van het eigen geslacht stonden, de Ligue, een stroming die politieke macht tegenover de monarchie vertegenwoordigde. Hervormden waren niet per sé tégen de monarchie, wel vaak voor een monarchie ten dienste van het volk. Overigens wordt ook melding gemaakt van de invloed van de democratische structuur van de gereformeerde gemeente op de samenleving.
  • De rol van Henry IV die voor de lieve vrede Katholiek werd en in 1598 met het Edict van Nantes kwam wordt heel positief beschreven. Het is ook wel indrukwekkend; een vorst die alle reden tot wraak lijkt te hebben, zeker na de Bartholomeusnacht van 1572, en juist inzet op verzoening en vreedzaam samenleven met een heel pak aan afspraken.