Hadassa Ben Itto; Anatomie van een vervalsing; De protocollen van de wijzen van Sion

Natuurlijk had ik wel van de protocollen gehoord. Zeker ook toen die laatste roman van Umberto Ecco uitkwam. Een boek waarin het uiteindelijk helemaal niet zo duidelijk over de protocollen ging. En toen kwam ik dit tegen. We hebben het gelezen en zijn toch wel onder de indruk.
Het boek zelf is onnodig dik uitgevallen omdat de schrijfster het hele verhaal ook nog wilde inbedden in een prettige vertelling. Dat levert dan overbodige sfeer en weerbeschrijvingen op.

De protocollen van de wijzen van Sion is een document, een boekje dat eind 19e eeuw is ontstaan in Frankrijk. Het is overgenomen uit een boek van Maurice Joly uit 1864 over Napoleon III, een dialoog tussen Montesqieu en Machiavelli. Al het lelijks wat hier over Napoleon werd beweerd zoals streven naar wereldheerschappij is overgenomen. Zo ontstond er een boek dat de Joodse gemeenschap in de schoenen is geschoven waarin krasse beweringen staan die voeding gaven en geven aan anitsemitisme.

Het boek gaat heel uitgebreid in over een proces tegen dit boek dat in Bern heeft plaatsgevonden vanaf 1934. In dat jaar was er trouwens ook een proces in Zuid-Afrika dat leidde tot een veroordeling. Heel grondig wordt het ontstaan en de verspreiding – aanvankelijk vooral in het Rusland van de laatste Tsaar – van het boek besproken.

Overigens is het boek pas echt in druk gekomen in Rusland en daar is de naam van Nilus aan verbonden. Henri Ford, de man van de automobielen is ook lange tijd erg enthousiast geweest van het boek en heeft na druk afstand genomen.

Uiteindelijk heeft Hitler veel overgenomen in zijn ‘Kampf’ en wordt het boek in de huidige Arabische wereld nog steeds voor waar gehouden.

Opmerkelijk dat je weinig hoort over dit boek. Het boek van Ben-Itto maakt ook opnieuw duidelijk hoeveel breder anit-semitisme verbreid was in de tientallen jaren voor de oorlog. Dat was niet alleen maar een Duits ding.

Op internet is van alles te vinden over de protocollen. Het verhaal, maar ook idiote opmerkingen van mensen die geloven dat de protocollen waar zijn. Het boek van Ben Itto is, hoewel niet altijd even helder geschreven, nog steeds actueel.

Advertenties

Jodendom; restjes…

Om te beginnen heb ik wat gelezen in de Vertellingen van Rabbi Nachman, een boek van Buber uit 1906 waarin hij niet letterijk heeft vertaald, maar heeft naverteld van wat er van de verhalen van Nachman (1772-1810) uit overleveringen boven water was gekomen. Buber is steeds weer bezig geweest met het Chassidisme en eigenlijk laat hij in deze verhalen zien hoe Nachman de Chassidische levenshouding door verhalen probeerde te verhelderen. Het zijn overigens geen devotionele verhalen zoals je die ook kan aantreffen in de Joodse traditie. Het lijken meer tijdloze sprookjes waarbij onthechting en het leven van het leven zoals het komt een grote rol spelen. Maar daarmee heb te weinig gezegd.
Deze vertaling van Jef Last was eerder uitgekomen bij de Driehoek in 1946. Ik had uit de biep de versie uit 2011, uitgegeven door Bijleveld.

Dan nog even over de Talmoed, de weerslag van de mondelinge traditie en de discussie erover. Het is door de taal, maar ook door de structuur een voor buitenstaanders behoorlijk ontoegankelijk werk. Tussen de tweedehands boeken van Scheltema kwam ik Der Babylonische Talmud; ausgewählt, übersetzt und erklärt von Reinhold Mayer tegen. Dat is wat mij betreft geen boek om van voor tot achter door te nemen. De inleiding is verhelderend en zo heb ik toch iets in huis. Een complete Talmoed geen meer ruimte vragen want dat gaat toch wel richting een meter banden. Overigens staat de hele boel uiteraard ook op internet.

Maar toen kwam ik toch nog wat anders tegen. In de biep van Utrecht staan een paar delen van de Talmoed Bavli waar Drs. Jacob Nathan de Leeuwe mee bezig is. Ik heb het tractaat Berachot hoofdstuk 1 hier liggen (het dunste). Met deze noeste arbeid komt de Talmoed dan toch wel heel dichtbij en is het dus mogelijk om kennis te nemen van deze wondere wereld.

Hans Kohn – Martin Buber

In 1929 kwam het boek van Hans Kohn over Buber (1878-1965), sein Werk und siene zeit, ein Beitrag zur Geistesgeschichte Mitteleurops 1880-1930. Dat boek is in 1961 opnieuw uitgebracht met een fors nawoord van Robert Weltsch. Daarmee is de rest van Bubers leven na 1930 behandeld. Dit geheel is in 1979 opnieuw uitgegeven door Fourier Verlag Wiesbaden. En dat is dus het boek dat ik heb gelezen. Dat moet dan iets bijzonders zijn, zou je zeggen. Zou kunnen, ik heb het bij toeval verworven en niet onderzocht wat er over gezegd is, of het nog enig gezag heeft in deze tijd. Het is hoe dan ook een fijne toegang tot de wereld van Buber door de uitgebreide noten en literatuur.

Het deel van Kohn was soms lastig te verteren omdat niet altijd meteen duidelijk was wanneer hij zijn eigen bespiegelingen op papier had geslingerd en wanneer hij het denken van Buber aan het volgen was. Bubers familie kwam als zovelen uit Galicië en Buber zelf is in Wenen geboren. Hij begon al vroeg op verschillende vlakken invloed uit te oefenen.

Hij dacht mee in de richting van het socialisme uit zijn tijd en had in dit verband vooral contact met Landauer. Ook het opkomend Zionisme had zijn belangstelling, maar dat thema liet hij voor een forse periode liggen. Buber had een scherp oog voor de nationalistische tendensen van zijn tijd en zag het gevaar van Zionisme als een soort nationalisme. Hij zag het niet als beweging die staatvorming als doel had, maar het vestigen van gemeenschappen in Palestina om daar samen met Arabieren een bestaan op te bouwen.

Buber is de man die West-Europa bekend heeft gemaakt met het Chassidisme. Mijn kennismaking liep via Potok, maar dat was natuurlijk pas veel later. Bubers grootvader zat met huid en haar in de beweging en zo  was dat een deel van zijn leven. Wat ik nooit heb geweten is dat het belang van het Chassidisme voor Buber veel verder ging dan het hertalen van de verhalen. Voor hem was het manier van in het leven staan die hem persoonlijk verder heeft gebracht.

Buber is grondig bezig geweest met het Jodendom. Het ging hem niet zozeer om de Talmoed, maar om de Tenach en zo kwam hij tot de vertaling die hij met Rozenzweig begon en zelf voltooide. Hij vond van alles van het geloof – het belang van de omkering – maar wilde het Joodse geloof nooit in een systeem vatten. Hij was als theoloog en als filosoof atypisch.

Natuurlijk speelt het Ich und Du, de dialogische levenshouding een grote rol. Daaruit volgt de nadruk op het vormen van gemeenschappen. Toen Buber nog in Duitsland woonde en aan de universiteit van Frankfurt doceerde leek het wel of hij het geven van cursussen aan leken in gemeenschapshuizen en zo veel fijner vond om te doen. Dit was wat hij heel belangrijk vond. Volwassenonderwijs geven en stimuleren.

Toen het leven in Duitsland al te gortig werd kon hij een baan in Palestina aannemen en zo de duisternis tijdig ontvluchten. Ondertussen had hij opnieuw gedachten over Zionisme (der Verlockung eines billigen weltlichen Nationalismus… (433)). Hij drong aan op een samenleven met de Arabieren, niet op een Joodse staat, wel op een land waar Joden konden leven. Op dit vlak heeft hij tot zijn spijt (en de mijne) zijn zin niet gekregen. Zo woonde hij vanaf  ’48 in een staat Israël die hij liever niet had zien ontstaan. Het was wel het land van de kibboetsen, en dat was dan weer iets wat hij erg kon waarderen.

 

Meesters der Jiddische vertelkunst

Een deeltje van de Meulenhofserie die men natuurlijk louter aantreft in de tweedehands boekenwinkel of het Kringloopbedrijf. Deze verhalen zijn verzameld en vertaald door L. Fuks. De eerste druk kwam uit 1959, de derde die ik hier heb uit 1965ee. Het gaat om een verzameling verhalen uit Oost-Europa. Het ene speelt zich lang geleden af, de laatste paar in de vorige eeuw. Alle verhalen zijn onmiskenbaar joods en vaak treurig. Hoofdpersonen zijn vaak arm en ontredderd. Soms passeert er in die ontreddering een gelovig geluk , soms is zelfs daarvan geen sprake. Hier volgt een opsomming van de opgenomen schrijvers:
Mendele Moicher Sforim(sjolem Jakow Abramowitsj)
Jitschok Leib Peretz
Sjolem Aleichem
Sjolem Asch
Josef Opatoshu
David Bergelson
Jitschok Meï Weissenberg
Zalman Sneur
Efraïm Kaganowski
Mosje Koelbak
Itzik Manger
Jitschok Bashevis
Jesaja Sjpigel
Riwka Rubin

Om te zien een onbduidend boekje. Misschien haalt het regelmatig de verkoop niet meer. Het is een getuigenis van een wereld die voorbij is en daarom alleen al het bewaren (en aanschaffen en lezen) waard.

Jodendom wat meer van binnenuit…

Om te beginnen het ik de klassieker ‘Joodse riten en symbolen’ van de Vries (Rabbijn te Haarlem, aldus de titelpagina) gelezen. Mijn exemplaar komt uit 1927 en wordt met ductape, ja, heel erg is dat, bijeen gehouden. Het is een oubollig boek waarin heel rustig de joodse dagen, feesten en gebruiken worden behandeld. Het geeft een kijkje in het Jodendom en zeker ook het Jodendom van toen. Opmerkelijk is dat de hele Nazi- ellende nog moest plaatsvinden en dat nog geen deel uitmaakt van het verhaal. Al met al een redelijk langzame manier om geïnformeerd te raken.

Veel sneller gebeurt dat met de uitgave Wegwijs in het Jodendom, uitgegeven door het N.I.K.. Het is een vertaling van een boek geschreven door Pearl en Brooks. Dit boekje uit 1985 behandelt het Jodendom wat schools en schematisch. Alle belangrijke termen worden ook in het Hebreeuws (gelukkig mét leesmoeders)weergegeven. Eigenlijk leest het boek van de Vries ondanks de ouderdom veel prettiger, maar ja, dat is als gezegd wel een onderneming. Overigens kreeg ik het idee dat dit boek veel meer voor eigen kring is uitgebracht

Wat exclusief voor de eigen achterban is geschreven is Jom, Jom. Een lesboek voor de Joodse jeugd. Ik heb de editie uit 1974. Inderdaad gaat het over de belangrijke dagen, maar eigenlijk alles wat het Joodse leven betreft. Een dat dan op een vriendelijke neerbuigende toon die ook niet meer van deze tijd is.

Time for my soul van Annette en Eugene Labovitz (London 1987) is ook voor de eigen gelovige achterban geschreven en is nog een stap devotioneler. Leidraad zijn de belangrijke dagen en feesten beginnend bij de Sabbath. Eerst is er een toelichting over de gelegenheid en dan volgen er verhalen die op de een of andere manier met het feest te maken hebben. Zoete Joodse verhalen.

Ludo Abicht – Geschiedenis van de Joden van de Lage Landen

Een uitgave van Meulenhof/Manteau uit 2006. Een prima leesbaar boek dat eerst ingaat op de eerste vestiging van wat Joodse families in de Lage Landen, vooral in het Oosten. Veel heeft dat toen niet voorgesteld en als gevolg van economische neergang, concurrentie van Lombarden en vervolging rond 1349 zijn ze ook weer verdwenen.
De volgende groep kwam naar het Noorden nadat ze in 1492 uit Spanje en even later Portugal werden gezet. Deze groep werd bekend als Sefardische Joden en kwamen onder anderen richting Amsterdam. In Antwerpen was verblijven was geen optie, dat werd voorlopig Spaans. Het waren ontwikkelde en gegoede lieden die in de 16e en 17e eeuw een bloeiende gemeenschap wisten te vestigen in Amsterdam. Pas later kwamen daar Duitse en Oost-Europese Joden bij, de Ashkenazim. Zij waren vaak arm en kwamen uit een heel andere cultuur dan de Sefarim. Het boterde ook niet meteen tussen deze groepen. Zo hadden ze aanvankelijk alles gescheiden. Soms was er oppervlakkig contact met Gereformeerde Theologen die immers ook belangstelling hadden voor hun Tora. Het idee van een tolerante sfeer wordt in het boek wat genuanceerd. Het was een tolerantie binnen regels en afspraken.
De Franse tijd leidde tot een principiële gelijkwaardigheid van Joden en andere burgers. In de daaropvolgende tijd kwamen er meer Joden uit het Oosten en begon men op zeker moment met de diamantverwerking.
Natuurlijk besteedt het boek ruime aandacht aan de Shoah; 100.000 van de 140.000 in Nederland levende Joden zijn vermoord. In België ging het om de helft.
En dan is er ook aandacht voor het Zionisme, assimilatie, tal van Joodse organisaties en vele ontwikkelingen in België en dan vooral Antwerpen. Wat daar opvalt is de instroom van Chassidische Joden uit Oost Europa en dan met name Belzer- Joden. Zij hebben hun eigen spiritualiteit en strenge orthodoxie en hebben op die manier invloed op de ‘gewone orthodoxie’.

Enifn, een mooi boek waarin het samenleven met Joden breder wordt getrokken naar andere nieuwe Nederlanders. Het eindigt wat zonderling met een hoofdstuk over Jodendom en Vrijmetselarij. Een beetjes als apotheose waar ik als lezer natuurlijk de hele tijd op had zitten wachten. Nou ja, dat gold niet voor mij, ik vond het als gezegd bijzonder maar toch ook de moeite waard. De verklaring vond ik op Wikipedia waar het artikel over Abicht de volgende zin bevat: Hij is lid van een gemengde vrijmetselaarsloge binnen het genootschap ‘Droit Humain’ .

Tot slot een verwijzing – vooral voor mijn eigen gerief – naar een bespreking in de Guardian van een paar boeken over de geschiedenis van het Jodendom.

Sjef Laenen – Kabbala voor beginners

Een prettige introductie in de wereld van de Kabbala. Een paar opmerkingen zonder het boek samen te vatten:
– Kabbala is een mystieke stroming binnen het Jodendom. Belangrijk punt is dat Kabbala niet los te verkrijgen is. Je hebt dus Jodendom met Tora, Talmoed, dagen en feesten. En als aanvulling en mystieke verdieping zijn mensen zich bovendien met Kabbala gaan bezighouden. Laenen gruwt van de suggestie om bij wijze van esoterische gril een beetje Kabbala te doen zoals dat in deze tijd gebeurt. Nog even over het woordje ‘mystiek’: de overtuiging dat er een kloof tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld gaapt en de poging deze kloof te overbruggen.

– Kabbala is ontstaan rond de Oostelijke Pyreneeën tussen 1150 1200. Toen ontstond het systeem van de Sefirot, Goddelijke emanaties, aspecten van het Goddelijk, waarvan En Sof (zonder einde) staat voor het gebied van God. Dit is de klassieke Kabbala waar De Zohar bij hoort, het boek dat rond 1286 in Castilië is geschreven.
– Isaac Luria (1534-1572) heeft aan de beweging zijn eigen zwengel gegeven. Hier gaat het om herstel van de oerharmonie tussen de wereld van God en de zichtbare. Dit moet gebeurden door menselijk handelen.
– Er zaten Messiaanse aspecten aan deze Joodse mystiek. Dat liep uit de hand met Sabbatai Zwi.
– De Tora werd gezien als peëxistent mystiek geschrift. Er staat meer dan er staat.
– Er wordt gedacht aan wereldcycli, de shemittot van 7000 jaar met elk een andere Tora. Elke cyclus staat in verband met Sefira.
– De Hebreeuwse letters werden gezien als goddelijke letters met cijferwaarden. Daar is over geschreven in Sefer Yetsira, waar Isaac de Binde en commentaar op schreef. Kabbala wordt wel gezien als een getallenleer, maar dat is een grote versimpeling en bovendien niet waar.