Hans Küng – Het Jodendom; wezen, geschiedenis en toekomst.

Hans Küng schreef een soort trilogie over Jodendom, Christendom en Islam. Dit deel verscheen in 1999 en deze vertaling pas in 2010, ik zie zelfs een nawoord uit 2011 bij de Nederlandse vertaling. Bijzonder.

Het is een fascinerend, raar en veel te dik boek.

Laat ik met het fascinerende beginnen. Deze theoloog heeft zich heel grondig verdiept in het jodendom. Het boek begint met een uiteenzetting vanaf bijbelse tijden en komt tot een indeling in paradigma’s. Het stammenparadigma, dat van de monarchale tijd, het na-exilisch jodendom, het rabbijns-synagogaal paradigma, dat van de moderniteit en ten slotte, na de holocaust dat van de na-moderniteit. Het middendeel van dit boek vond ik het meest boeiend. Hier gaat het over stromingen en ontwikkelingen in het moderne- en post-moderne jodendom. Het gaat ook over Duitsland de holocaust en de verhouding tot de joden. Küng onderzoekt aan alle kanten het begrip vergeving en onderzoekt hier ook weer de joodse geluiden. Het gaat ook over de verhouding tussen christendom en Jodendom en dus over de Jood Jezeus. Hier gaat het over de eerste joodse christelijke gemeente die via Paulus een christelijke kerk werd die zich juist ook richtte op niet-joden. Hier gaan de theologische registers wijd open. Küng schrijft met onmiskenbaar respect voor het joodse denken. Toch moet wel duidelijk worden dat hier, ondanks de voorzichtige historisch-kritische werkwijze, de wegen scheiden.

In het laatste deel van het boek gaat het over het jodendom – orthodox, conservatief en liberaal – en de staat Israël. Hier blijkt wel dat Küng zich goed kan vinden in het denken van Buber. Een denkwijze die ver af staat van de huidige Israëlitische politiek. Want Küng is kritisch over de nationalistische powerweg die Israël is ingeslagen en over het feit dat de kansen om een Palestijnse staat naast de Israëlitische te creëren niet heeft willen benutten. De politiek ten aanzien van de Palestijnen wordt uitvoerig besproken en bekritiseerd. Küng komt uit bij een pleidooi voor een ‘land voor vrede’ route.

In dit laatste deel gaat het een beetje mis. Hier is een theoloog aan het woord die ineens van alles zegt over Israël, over wereldpolitiek, over het Midden-Oosten. Ik vind het niet overtuigend overkomen en dat wordt allemaal erger doordat ik het boek veel te laat heb geleend. Het is een boek van voor 9/11, voor de tweede golfoorlog, oorlog in Afganistan, vermeende revolutie in de Arabische wereld, burgeroorlog in Syrië en opkomst van IS.

Een daarbij heeft dit boek een wonderlijke didactische stijl. Belangrijke woorden zijn vet gedrukt en regelmatig komen er opsommingen voor. Dat is eigenlijk best handig (zeker ook voor de lezer die eens wat wil overslaan…), maar komt soms ook wat schools over.

Hoe zou dit boek nu door joden zijn gelezen? Het moet duidelijk zijn dat hier niet iemand ongeïnformeerd uit zijn nek staat te zwammen. Maar ik kan me toch ook wel voorstellen dat Küng hier en daar wat pedant kan overkomen.

Advertenties

Joseph Roth – Joden op drift

Een mooi gemaakt boekje, in 2016 uitgegeven door Bas Lubberhuizen; een vertaling van Els Snick (wie anders?).

In 1927 had Roth het boekje Juden auf Wanderschaft uitgegeven en in 1937 is het opnieuw gereedgemaakt met de bijgevoegde nawoorden en een aanvulling wat betreft het hoofdstuk over joden in de Sovjet-Unie, waarin Roth veel te positief was geweest omdat de grote terreur van Stalin nog moest volgen. Els Snik heeft de verzie van ’27 gebruikt maar wel de nawoorden uit ’37 toegevoegd.

Hoe dan ook; het is een boekje geschreven door de door Europa rondreizende Roth over de joden uit Oost-Europa. Eerst gaat het over verschil in leefwereld tussen die van mensen in het Westen en joden in het Oosten. En dan gaan we eigenlijk mee op drift. We starten in de joodse sjetl en gaan vervolgens kijken hoe de joden leefden in Wenen, in Berlijn, in Parijs en hoe ze naar Amerika proberen te komen. Uiteindelijk gaat het ook als gezegd over de joden in de Sovjet-Unie.

Steeds heeft Roth wel oog voor de achterstelling, latente en soms openlijke discriminatie van de joodse nieuwkomers. Toch gebruikt hij de nawoorden om dit veel duidelijker te maken.

Ooit – en vast eerder dan over duizend jaar – zal in Duitsland zeker alles anders worden. Maar met de generatie die nu in de Hitlerjeugd opgroeit, zullen de joden noch de christenen, noch cultureel bewuste Europeanen aangename ervaringen kunnen opdoen. Het zijn Jasons drakentanden die daar zullen opbloeien. Om de volgende twe generaties Duitse heidenen te dopen zal een heel leger missionarissen nodig zijn. Zolang Duitsers geen christenen zijn, hebben de joden weinig van hen te verwachten.

Het is niet alleen een historisch interessant essay, het is ook een schokkend werkje omdat het de noodklok luidt over hoe gevluchte joden worden behandeld. Dat gaat over de jaren ’30. Ondertussen gedraagt Europa zich opnieuw schandalig als het over vluchtelingen gaat.

Het moge duidelijk zijn dat ‘racisme’ niet tot compromissen in staat is. Miljoenen proleten hebben dringend een paar honderdduizend joodse stakkers nodig om – zwart-op-wit – hun superioriteit te bewijzen.

Hadassa Ben Itto; Anatomie van een vervalsing; De protocollen van de wijzen van Sion

Natuurlijk had ik wel van de protocollen gehoord. Zeker ook toen die laatste roman van Umberto Ecco uitkwam. Een boek waarin het uiteindelijk helemaal niet zo duidelijk over de protocollen ging. En toen kwam ik dit tegen. We hebben het gelezen en zijn toch wel onder de indruk.
Het boek zelf is onnodig dik uitgevallen omdat de schrijfster het hele verhaal ook nog wilde inbedden in een prettige vertelling. Dat levert dan overbodige sfeer en weerbeschrijvingen op.

De protocollen van de wijzen van Sion is een document, een boekje dat eind 19e eeuw is ontstaan in Frankrijk. Het is overgenomen uit een boek van Maurice Joly uit 1864 over Napoleon III, een dialoog tussen Montesqieu en Machiavelli. Al het lelijks wat hier over Napoleon werd beweerd zoals streven naar wereldheerschappij is overgenomen. Zo ontstond er een boek dat de Joodse gemeenschap in de schoenen is geschoven waarin krasse beweringen staan die voeding gaven en geven aan anitsemitisme.

Het boek gaat heel uitgebreid in over een proces tegen dit boek dat in Bern heeft plaatsgevonden vanaf 1934. In dat jaar was er trouwens ook een proces in Zuid-Afrika dat leidde tot een veroordeling. Heel grondig wordt het ontstaan en de verspreiding – aanvankelijk vooral in het Rusland van de laatste Tsaar – van het boek besproken.

Overigens is het boek pas echt in druk gekomen in Rusland en daar is de naam van Nilus aan verbonden. Henri Ford, de man van de automobielen is ook lange tijd erg enthousiast geweest van het boek en heeft na druk afstand genomen.

Uiteindelijk heeft Hitler veel overgenomen in zijn ‘Kampf’ en wordt het boek in de huidige Arabische wereld nog steeds voor waar gehouden.

Opmerkelijk dat je weinig hoort over dit boek. Het boek van Ben-Itto maakt ook opnieuw duidelijk hoeveel breder anit-semitisme verbreid was in de tientallen jaren voor de oorlog. Dat was niet alleen maar een Duits ding.

Op internet is van alles te vinden over de protocollen. Het verhaal, maar ook idiote opmerkingen van mensen die geloven dat de protocollen waar zijn. Het boek van Ben Itto is, hoewel niet altijd even helder geschreven, nog steeds actueel.

Jodendom; restjes…

Om te beginnen heb ik wat gelezen in de Vertellingen van Rabbi Nachman, een boek van Buber uit 1906 waarin hij niet letterijk heeft vertaald, maar heeft naverteld van wat er van de verhalen van Nachman (1772-1810) uit overleveringen boven water was gekomen. Buber is steeds weer bezig geweest met het Chassidisme en eigenlijk laat hij in deze verhalen zien hoe Nachman de Chassidische levenshouding door verhalen probeerde te verhelderen. Het zijn overigens geen devotionele verhalen zoals je die ook kan aantreffen in de Joodse traditie. Het lijken meer tijdloze sprookjes waarbij onthechting en het leven van het leven zoals het komt een grote rol spelen. Maar daarmee heb te weinig gezegd.
Deze vertaling van Jef Last was eerder uitgekomen bij de Driehoek in 1946. Ik had uit de biep de versie uit 2011, uitgegeven door Bijleveld.

Dan nog even over de Talmoed, de weerslag van de mondelinge traditie en de discussie erover. Het is door de taal, maar ook door de structuur een voor buitenstaanders behoorlijk ontoegankelijk werk. Tussen de tweedehands boeken van Scheltema kwam ik Der Babylonische Talmud; ausgewählt, übersetzt und erklärt von Reinhold Mayer tegen. Dat is wat mij betreft geen boek om van voor tot achter door te nemen. De inleiding is verhelderend en zo heb ik toch iets in huis. Een complete Talmoed geen meer ruimte vragen want dat gaat toch wel richting een meter banden. Overigens staat de hele boel uiteraard ook op internet.

Maar toen kwam ik toch nog wat anders tegen. In de biep van Utrecht staan een paar delen van de Talmoed Bavli waar Drs. Jacob Nathan de Leeuwe mee bezig is. Ik heb het tractaat Berachot hoofdstuk 1 hier liggen (het dunste). Met deze noeste arbeid komt de Talmoed dan toch wel heel dichtbij en is het dus mogelijk om kennis te nemen van deze wondere wereld.

Hans Kohn – Martin Buber

In 1929 kwam het boek van Hans Kohn over Buber (1878-1965), sein Werk und siene zeit, ein Beitrag zur Geistesgeschichte Mitteleurops 1880-1930. Dat boek is in 1961 opnieuw uitgebracht met een fors nawoord van Robert Weltsch. Daarmee is de rest van Bubers leven na 1930 behandeld. Dit geheel is in 1979 opnieuw uitgegeven door Fourier Verlag Wiesbaden. En dat is dus het boek dat ik heb gelezen. Dat moet dan iets bijzonders zijn, zou je zeggen. Zou kunnen, ik heb het bij toeval verworven en niet onderzocht wat er over gezegd is, of het nog enig gezag heeft in deze tijd. Het is hoe dan ook een fijne toegang tot de wereld van Buber door de uitgebreide noten en literatuur.

Het deel van Kohn was soms lastig te verteren omdat niet altijd meteen duidelijk was wanneer hij zijn eigen bespiegelingen op papier had geslingerd en wanneer hij het denken van Buber aan het volgen was. Bubers familie kwam als zovelen uit Galicië en Buber zelf is in Wenen geboren. Hij begon al vroeg op verschillende vlakken invloed uit te oefenen.

Hij dacht mee in de richting van het socialisme uit zijn tijd en had in dit verband vooral contact met Landauer. Ook het opkomend Zionisme had zijn belangstelling, maar dat thema liet hij voor een forse periode liggen. Buber had een scherp oog voor de nationalistische tendensen van zijn tijd en zag het gevaar van Zionisme als een soort nationalisme. Hij zag het niet als beweging die staatvorming als doel had, maar het vestigen van gemeenschappen in Palestina om daar samen met Arabieren een bestaan op te bouwen.

Buber is de man die West-Europa bekend heeft gemaakt met het Chassidisme. Mijn kennismaking liep via Potok, maar dat was natuurlijk pas veel later. Bubers grootvader zat met huid en haar in de beweging en zo  was dat een deel van zijn leven. Wat ik nooit heb geweten is dat het belang van het Chassidisme voor Buber veel verder ging dan het hertalen van de verhalen. Voor hem was het manier van in het leven staan die hem persoonlijk verder heeft gebracht.

Buber is grondig bezig geweest met het Jodendom. Het ging hem niet zozeer om de Talmoed, maar om de Tenach en zo kwam hij tot de vertaling die hij met Rozenzweig begon en zelf voltooide. Hij vond van alles van het geloof – het belang van de omkering – maar wilde het Joodse geloof nooit in een systeem vatten. Hij was als theoloog en als filosoof atypisch.

Natuurlijk speelt het Ich und Du, de dialogische levenshouding een grote rol. Daaruit volgt de nadruk op het vormen van gemeenschappen. Toen Buber nog in Duitsland woonde en aan de universiteit van Frankfurt doceerde leek het wel of hij het geven van cursussen aan leken in gemeenschapshuizen en zo veel fijner vond om te doen. Dit was wat hij heel belangrijk vond. Volwassenonderwijs geven en stimuleren.

Toen het leven in Duitsland al te gortig werd kon hij een baan in Palestina aannemen en zo de duisternis tijdig ontvluchten. Ondertussen had hij opnieuw gedachten over Zionisme (der Verlockung eines billigen weltlichen Nationalismus… (433)). Hij drong aan op een samenleven met de Arabieren, niet op een Joodse staat, wel op een land waar Joden konden leven. Op dit vlak heeft hij tot zijn spijt (en de mijne) zijn zin niet gekregen. Zo woonde hij vanaf  ’48 in een staat Israël die hij liever niet had zien ontstaan. Het was wel het land van de kibboetsen, en dat was dan weer iets wat hij erg kon waarderen.

 

Meesters der Jiddische vertelkunst

Een deeltje van de Meulenhofserie die men natuurlijk louter aantreft in de tweedehands boekenwinkel of het Kringloopbedrijf. Deze verhalen zijn verzameld en vertaald door L. Fuks. De eerste druk kwam uit 1959, de derde die ik hier heb uit 1965ee. Het gaat om een verzameling verhalen uit Oost-Europa. Het ene speelt zich lang geleden af, de laatste paar in de vorige eeuw. Alle verhalen zijn onmiskenbaar joods en vaak treurig. Hoofdpersonen zijn vaak arm en ontredderd. Soms passeert er in die ontreddering een gelovig geluk , soms is zelfs daarvan geen sprake. Hier volgt een opsomming van de opgenomen schrijvers:
Mendele Moicher Sforim(sjolem Jakow Abramowitsj)
Jitschok Leib Peretz
Sjolem Aleichem
Sjolem Asch
Josef Opatoshu
David Bergelson
Jitschok Meï Weissenberg
Zalman Sneur
Efraïm Kaganowski
Mosje Koelbak
Itzik Manger
Jitschok Bashevis
Jesaja Sjpigel
Riwka Rubin

Om te zien een onbduidend boekje. Misschien haalt het regelmatig de verkoop niet meer. Het is een getuigenis van een wereld die voorbij is en daarom alleen al het bewaren (en aanschaffen en lezen) waard.

Jodendom wat meer van binnenuit…

Om te beginnen het ik de klassieker ‘Joodse riten en symbolen’ van de Vries (Rabbijn te Haarlem, aldus de titelpagina) gelezen. Mijn exemplaar komt uit 1927 en wordt met ductape, ja, heel erg is dat, bijeen gehouden. Het is een oubollig boek waarin heel rustig de joodse dagen, feesten en gebruiken worden behandeld. Het geeft een kijkje in het Jodendom en zeker ook het Jodendom van toen. Opmerkelijk is dat de hele Nazi- ellende nog moest plaatsvinden en dat nog geen deel uitmaakt van het verhaal. Al met al een redelijk langzame manier om geïnformeerd te raken.

Veel sneller gebeurt dat met de uitgave Wegwijs in het Jodendom, uitgegeven door het N.I.K.. Het is een vertaling van een boek geschreven door Pearl en Brooks. Dit boekje uit 1985 behandelt het Jodendom wat schools en schematisch. Alle belangrijke termen worden ook in het Hebreeuws (gelukkig mét leesmoeders)weergegeven. Eigenlijk leest het boek van de Vries ondanks de ouderdom veel prettiger, maar ja, dat is als gezegd wel een onderneming. Overigens kreeg ik het idee dat dit boek veel meer voor eigen kring is uitgebracht

Wat exclusief voor de eigen achterban is geschreven is Jom, Jom. Een lesboek voor de Joodse jeugd. Ik heb de editie uit 1974. Inderdaad gaat het over de belangrijke dagen, maar eigenlijk alles wat het Joodse leven betreft. Een dat dan op een vriendelijke neerbuigende toon die ook niet meer van deze tijd is.

Time for my soul van Annette en Eugene Labovitz (London 1987) is ook voor de eigen gelovige achterban geschreven en is nog een stap devotioneler. Leidraad zijn de belangrijke dagen en feesten beginnend bij de Sabbath. Eerst is er een toelichting over de gelegenheid en dan volgen er verhalen die op de een of andere manier met het feest te maken hebben. Zoete Joodse verhalen.