Jodendom wat meer van binnenuit…

Om te beginnen het ik de klassieker ‘Joodse riten en symbolen’ van de Vries (Rabbijn te Haarlem, aldus de titelpagina) gelezen. Mijn exemplaar komt uit 1927 en wordt met ductape, ja, heel erg is dat, bijeen gehouden. Het is een oubollig boek waarin heel rustig de joodse dagen, feesten en gebruiken worden behandeld. Het geeft een kijkje in het Jodendom en zeker ook het Jodendom van toen. Opmerkelijk is dat de hele Nazi- ellende nog moest plaatsvinden en dat nog geen deel uitmaakt van het verhaal. Al met al een redelijk langzame manier om geïnformeerd te raken.

Veel sneller gebeurt dat met de uitgave Wegwijs in het Jodendom, uitgegeven door het N.I.K.. Het is een vertaling van een boek geschreven door Pearl en Brooks. Dit boekje uit 1985 behandelt het Jodendom wat schools en schematisch. Alle belangrijke termen worden ook in het Hebreeuws (gelukkig mét leesmoeders)weergegeven. Eigenlijk leest het boek van de Vries ondanks de ouderdom veel prettiger, maar ja, dat is als gezegd wel een onderneming. Overigens kreeg ik het idee dat dit boek veel meer voor eigen kring is uitgebracht

Wat exclusief voor de eigen achterban is geschreven is Jom, Jom. Een lesboek voor de Joodse jeugd. Ik heb de editie uit 1974. Inderdaad gaat het over de belangrijke dagen, maar eigenlijk alles wat het Joodse leven betreft. Een dat dan op een vriendelijke neerbuigende toon die ook niet meer van deze tijd is.

Time for my soul van Annette en Eugene Labovitz (London 1987) is ook voor de eigen gelovige achterban geschreven en is nog een stap devotioneler. Leidraad zijn de belangrijke dagen en feesten beginnend bij de Sabbath. Eerst is er een toelichting over de gelegenheid en dan volgen er verhalen die op de een of andere manier met het feest te maken hebben. Zoete Joodse verhalen.

Ludo Abicht – Geschiedenis van de Joden van de Lage Landen

Een uitgave van Meulenhof/Manteau uit 2006. Een prima leesbaar boek dat eerst ingaat op de eerste vestiging van wat Joodse families in de Lage Landen, vooral in het Oosten. Veel heeft dat toen niet voorgesteld en als gevolg van economische neergang, concurrentie van Lombarden en vervolging rond 1349 zijn ze ook weer verdwenen.
De volgende groep kwam naar het Noorden nadat ze in 1492 uit Spanje en even later Portugal werden gezet. Deze groep werd bekend als Sefardische Joden en kwamen onder anderen richting Amsterdam. In Antwerpen was verblijven was geen optie, dat werd voorlopig Spaans. Het waren ontwikkelde en gegoede lieden die in de 16e en 17e eeuw een bloeiende gemeenschap wisten te vestigen in Amsterdam. Pas later kwamen daar Duitse en Oost-Europese Joden bij, de Ashkenazim. Zij waren vaak arm en kwamen uit een heel andere cultuur dan de Sefarim. Het boterde ook niet meteen tussen deze groepen. Zo hadden ze aanvankelijk alles gescheiden. Soms was er oppervlakkig contact met Gereformeerde Theologen die immers ook belangstelling hadden voor hun Tora. Het idee van een tolerante sfeer wordt in het boek wat genuanceerd. Het was een tolerantie binnen regels en afspraken.
De Franse tijd leidde tot een principiële gelijkwaardigheid van Joden en andere burgers. In de daaropvolgende tijd kwamen er meer Joden uit het Oosten en begon men op zeker moment met de diamantverwerking.
Natuurlijk besteedt het boek ruime aandacht aan de Shoah; 100.000 van de 140.000 in Nederland levende Joden zijn vermoord. In België ging het om de helft.
En dan is er ook aandacht voor het Zionisme, assimilatie, tal van Joodse organisaties en vele ontwikkelingen in België en dan vooral Antwerpen. Wat daar opvalt is de instroom van Chassidische Joden uit Oost Europa en dan met name Belzer- Joden. Zij hebben hun eigen spiritualiteit en strenge orthodoxie en hebben op die manier invloed op de ‘gewone orthodoxie’.

Enifn, een mooi boek waarin het samenleven met Joden breder wordt getrokken naar andere nieuwe Nederlanders. Het eindigt wat zonderling met een hoofdstuk over Jodendom en Vrijmetselarij. Een beetjes als apotheose waar ik als lezer natuurlijk de hele tijd op had zitten wachten. Nou ja, dat gold niet voor mij, ik vond het als gezegd bijzonder maar toch ook de moeite waard. De verklaring vond ik op Wikipedia waar het artikel over Abicht de volgende zin bevat: Hij is lid van een gemengde vrijmetselaarsloge binnen het genootschap ‘Droit Humain’ .

Tot slot een verwijzing – vooral voor mijn eigen gerief – naar een bespreking in de Guardian van een paar boeken over de geschiedenis van het Jodendom.

Sjef Laenen – Kabbala voor beginners

Een prettige introductie in de wereld van de Kabbala. Een paar opmerkingen zonder het boek samen te vatten:
– Kabbala is een mystieke stroming binnen het Jodendom. Belangrijk punt is dat Kabbala niet los te verkrijgen is. Je hebt dus Jodendom met Tora, Talmoed, dagen en feesten. En als aanvulling en mystieke verdieping zijn mensen zich bovendien met Kabbala gaan bezighouden. Laenen gruwt van de suggestie om bij wijze van esoterische gril een beetje Kabbala te doen zoals dat in deze tijd gebeurt. Nog even over het woordje ‘mystiek’: de overtuiging dat er een kloof tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld gaapt en de poging deze kloof te overbruggen.

– Kabbala is ontstaan rond de Oostelijke Pyreneeën tussen 1150 1200. Toen ontstond het systeem van de Sefirot, Goddelijke emanaties, aspecten van het Goddelijk, waarvan En Sof (zonder einde) staat voor het gebied van God. Dit is de klassieke Kabbala waar De Zohar bij hoort, het boek dat rond 1286 in Castilië is geschreven.
– Isaac Luria (1534-1572) heeft aan de beweging zijn eigen zwengel gegeven. Hier gaat het om herstel van de oerharmonie tussen de wereld van God en de zichtbare. Dit moet gebeurden door menselijk handelen.
– Er zaten Messiaanse aspecten aan deze Joodse mystiek. Dat liep uit de hand met Sabbatai Zwi.
– De Tora werd gezien als peëxistent mystiek geschrift. Er staat meer dan er staat.
– Er wordt gedacht aan wereldcycli, de shemittot van 7000 jaar met elk een andere Tora. Elke cyclus staat in verband met Sefira.
– De Hebreeuwse letters werden gezien als goddelijke letters met cijferwaarden. Daar is over geschreven in Sefer Yetsira, waar Isaac de Binde en commentaar op schreef. Kabbala wordt wel gezien als een getallenleer, maar dat is een grote versimpeling en bovendien niet waar.

Tora

Het idee is om me opnieuw te verdiepen in aspecten van het Jodendom. Ik ben bezig geweest met verhalen rond de Golem, met het Kaddish- boek van Wieseltier, ben nog bezig met Jiddische verhalen, met gebruiken, met de geschiedenis van de Joden in de lage landen, flarden Talmoed en Midrasj en meer nog. Toch zou ik de plank ook wel een beetje misslaan als ik niet ook opnieuw de Joodse Tora, de eerste vijf boeken van Mozes zou lezen, iets waar de Sjoeldiensten elk jaar in voorzien, de kern van de zaak, zogezegd.

Ik ben bij het begin begonnen: In den beginne(B’resjit), de vertaling van Huub Oosterhuis en Alex van Heusden die dicht bij de Hebreeuwse taal blijft, toch heel poëtisch klinkt en voorzien is van prettige commentaren. Soms taalkundig, soms een toelichting van Rasji.

Het tweede boek van Mozes heb ik gelezen in de Naardense Bijbel, de vertaling van Pieter Oussoren. Die heb ik niet en heb ‘m dus op internet gelezen. Dat viel niet mee, beeldschermlezen vind ik nog niet zo comfortabel. Het is een vertaling die heel dicht bij de Hebreeuwse tekst blijft. Dat levert zeker geen vloeiend Nederlands op. Wel veel zinnen die met een werkwoord beginnen en zonderlinge woorden. En extra aandacht want het leest of je iets leest wat je nog niet eerder las…

Leon Wieseltier – Kaddisj

Een boek van 672 paginas’s over het gebed, het Joodse gebed van een kind voor een overleden ouder. In dit geval is Wieseltier de zoon. Zijn vader is overleden en hij besluit te doen wat de traditie voorschrijft. Kaddisj zeggen en een dagboek bijhouden. In dat dagboek zijn persoonlijk bespiegelingen terecht gekomen, maar vooral is het de weerslag geworden van persoonlijke studie naar dat Kaddisj. Waar komt de gewoonte vandaan? Met wat voor regels is de gewoonte omkleed? Soms gaat het om voor buitenstaanders heel onbenullige dingen. Voor Talmoedgeleerden uit de Middeleeuwen kan het toch heel belangrijk blijken te zijn.

Voor mij was dit boek een heel andere manier dan alle andere tot nu toe om dichtbij de Joodse traditie van de Talmoedgeleerden met hun verhandelingen en responsa te komen.

Het gaat maar door met het voorstellen van Rabbijnen en geleerden uit het verre en minder verre verleden. Jaartallen erbij, lokatie in Europa en dan zitten we weer in een discussie. Dan denk je dat je het hebt gehad, heeft Wieseltier contact gehad met zijn boekhandel in Brooklin waar dan ineens een heruitgave van een volgende Talmoedgeleerde vandaan is gekomen en vervolgens wordt er weer een ander licht op een kwestie geworpen.

En zo wordt het Jodendoem getoond als een heel rigide Godsdienst, die heeft overleeft door het vasthouden aan de traditie. Tegelijk is het één geweldige discussie. Die discussie moet heel grondig en zorgvuldig gevoerd worden juist met het oog op die traditie.

Overigens is het boek, juist wanneer het om persoonlijk ontboezemingen gaat, niet sterk geschreven. Dat mocht de Talmoedische pret niet drukken.

Philo – Pogrom in Alexandrië en Gezantschap naar Caligula

Een prachtige uitgave van Ambo-Klassiek, een vertaling van G.H. de Vries. Het is mijn eerste kennismaking met Philo geweest.

Wat meteen opvalt is het levendige en innemende taalgebruik. Dat is natuurijk ook te danken aan de vertaler.
En was het vorige allemaal al ondraaglijk, vergeleken met wat daarna uitgehaald werd, viel het nog mee. Armoede is zwaar, dat is zo, en vooral wanneer je vijanden er de oorzaak va zijn, maar het is minder erg dan lichamelijk mishandeling, als duurt die nog zo kort.

Het boek gaat over antisemitisme in het Romeinse Rijk en dan eerst met name in Alexandrië. Er wordt uitvoerig beschreven hoe schreeuwers de kans grijpen om hun weerstand tegen de joden om te zetten in grove acties. Verantwoordelijke Flaccus vindt het prima.

Het deel dat gaat over het gezandschap brengt Keizer Caligula in beeld. hij is de opvolger van Tiberius en blijkt al gauw onberekenbaar, eigenzinnig en wreed. Bovendien vindt hij dat hij zelf als god vereerd moet worden. Hij komt op het idee om een beeld van zichzelf in het Heilige der Heiligen van de tempel in Jeruzalem te laten zetten wat natuurlijk op enorme weerstand stuit, ook van Agrippa, de plaatselijke koning uit het huis van Herodes. Het gezandschap ging niet in de eerste plaats hierover, maar over de situatie in Alexandrië.

En dan heb ik nog niet voldoende benadrukt met hoeveel zorg het boek is gemaakt en voorzien van allerhande toelichtingen. Soms wordt het anti-semitisme van de Kruistochten, de toestanden in Mainz, Worms en andere steden genoemd als het eerste aniti-semitisme. Daar kan ik nu wel vanaf stappen. Nou ja, nu ik er over nadenk was er al eerder het anti-joodse sentiment in het boek Esther…