Joseph Roth – Vlucht zonder einde

Bij Veen hebben ze blijkbaar Veen Klassiek weer nieuw leven ingeroepen. Dit boekje zit er ook bij. Het is een vroege roman (1927) en je kunt je afvragen of het wel een roman is. Het is in ieder geval een mooi boek over Franz Tunda die na krijgsgevangenschap in Rusland blijft hangen en zelfs ondanks zichzelf gaat meedoen met de revolutie. Toch verlaat hij een paar jaar later het land op zoek naar zijn verloofde die in Wenen was achtergebleven. Ze is er niet meer, er gaan geruchten dat ze in Parijs is en getrouwd. Franz Tunda reist dan eerst naar zijn broer die dirigent is in een stad aan de Rijn. In dit boek worden grote steden bij name genoemd, maar dit blijft een stad aan de
Rijn. Uiteindelijk komt hij in Parijs waar hij wat lummelt, een meisje wat conversatieles in het Duits geeft en oog in oog met zijn verloofde komt te staan die hem niet meer herkent. Hij lijkt overbodig te zijn. Dat is dan heel kort het verhaal dat overeenkomsten kent met het exilleven van de schrijver. De roman is veel meer dan dit. Het gaat hier om observeringen en beschrijvingen; Roth was als schrijver in eerste instantie veel meer als journalist aan het werk geweest en ik heb het idee dat de journalistenpen in dit boek nog erg meedoet wat de roman juist bijzonder maakt. Overigens deed het boek me denken aan Tarabas, ook zo ’n dun werkje waarin heel veel gebeurt met weinig woorden. Nog even en Roth is niet meer het geheim van een wereldwijd netwerk gevormd door liefhebbers waarvan nauwlijks iemand weet dat het bestaat. O ja, mooi vertaald dit boekje door Elly Schippers

Advertenties

David Bronsen: Joseph Roth; eine Biographie

Image

Dit boek is voor het eerst in 1974 bij Kiepenheuer Verlag & Witsch in Keulen uitgegeven. Mijn versie is van DTV uit 1981 (München). Een wat belegen biografie misschien, maar ja, van Joseph Roth verschijnt er waarschijnlijk niet om de haverklap een uitgebreide levensbeschrijving. En dit is een grondige, het is een mooie waarin veel mensen aan het woord komen. Bovendien is het een heel toegankelijke biografie waardoor alles wat ik blobaal wist van Roth wat is verdiept. Ik ga hier niet de levensloop van Roth herhalen, dat is elders goed te vinden, maar noem een paar opmerkelijke zaken:

  • Roth had de neiging zijn eigen leven te mystificeren. Hij kwam uit Brody, uit Galicië wat bij zijn geboorte nog hoorde bij het Oostenrijks-Hongaarse rijk. Over zijn jeugd vertelde hij verschillende verhalen. Dat deed hij ook over zijn tijd in het leger tijdens WOI. Zo had hij de neiging om steeds maar verhalen op te hangen waardoor er een  wisselend en kaleidoscopisch beeld ontstond.
  • Roth was een Jood, maar niet nadrukkelijk religieus. In de jaren voor zijn dood heeft hij met de RK kerk gedweept, maar toch heeft hij zich daar niet echt in verdiept. Hij was wel heel afkerig van de Kerk van Luther omdat hij uiteindelijk een link zag tussen deze beweging in die van het Nationaal Socialisme.
  • Daarover gesproken; Roth had vroeg in de gaten dat het helemaal mis zou gaan met de Nazi’s aan de macht. Hij kon zich opwinden over mensen die het anders zagen en veel te lang in Duitsland bleven wonen.
  • Politiek gezien was Roth als twintiger een linkse journalist. Later veranderde dat en was hij over Stalin, Musolini en Hitler even radicaal: Het was ten diepste een en hetzelfde dictatoriale pot nat. In de jaren ’30 ging hij het Oostenrijks-Hongaarse rijk steeds meer als een ideaal zien. Niet om naar terug te keren, maar hij zag wel een goede wereld die voorbij was. Een wereld waarin volken en Joden een plek hadden. Hij heeft zich wel ingezet voor een terugkeer van het koningschap in Oostenrijk, maar dat kwam in een heel ander licht te staan met de Anschluss.
  • Roth leefde een reizend leven; woonde in hotels, heeft nadat zijn vrouw Friedl in een geticht was opgenomen met een paar verschillende vrouwen geleefd en schreef bij voorkeur in een café en nadat hij al een paar borrels op had. Hij moet een geweldig innemer geweest zijn en dat maakt hem voor mij minder sympathiek. Hij moet ook zeer onderhoudend en vrijgevig zijn geweest en dat maakt hem juist weer wel sympathiek.
  • Roth was chronisch in geldnood. De drank was natuurlijk niet gratis en hij gaf onverantwoordelijk veel weg. Daarnaast heeft hij ook nog pech en tegenslag gekend.
  • Het eerste deel van zijn schrijvende leven heeft Roth vooral als journalist gewerkt. Hij reisde door Europa en Rusland voor de Frankfuter Zeitung en andere bladen. Hij kon als een razende en scherp schrijven. Daar ben ik nog wel benieuwd naar; wie weet vallen er tweedehands delen van het verzameld werk te vinden…
  • De laatste jaren voor zijn dood op 27 mei 1939 te Parijs werd hij angstiger, harder en ging hij te meer schrijven om het schrijven. Schrijven en drinken hield hem op de been. Wat dat betreft zegt hij: ‘Und es handelt sich für mich darum: Nicht das leben zu verlängern, sondern den unmittelbaren Tod zu verhindern’ (blz. 561).
  • Rondsnuffelend op internet kwam ik nog een recentere biografie tegen, die uit 2009 geschreven door Wilhelm von Sternburg en uitgegeven door, jawel, Kiepenheuer, de uitgever die destijds een deel van Roth’s boeken heeft uitgegeven.

Joseph Roth – De Radetskymars

Men zegt dat dit dan toch wel het beste boek van Joseph Roth is. Dat is natuurlijk moeilijk te beoordelen voor de nog niet eens globale kenner van nog maar een beperkt deel van Roths ouvre. Ik vond het in ieder geval een prachtige roman; een treurig verhaal is het, over de ondergang van het geslacht von Trotta en van de dubbelmonarchie. Het speelt zich  af aan het begin van de vorige eeuw en in het begin van de roman zelfs een flink stuk daarvoor.

Grootvader Trotta had tijdens een veldslag het leven van de Keizer gered en mocht daarom Von Trotta gaan heten; ze waren in de adelstand verheven. Zo bleef de familie heel vaag verbonden aan de keizer. De vader werd districtshoofd en de zoon luitenant. Zowel de vader als de zoon zijn stijf en vormelijk opgevoed. Ondertussen merk je aan alles dat het rijk op z’n end loopt, dat er oorlog dreigt. Tegelijk gaat het bergafwaarts met de zoon. Hij laat zich overplaatsen naar een treurig regiment aan de oostkant van het rijk en raakt aan de drank en in schulden. De vader wordt oud en de keizer zeer oud. En dan breekt de oorlog echt uit en wordt de zoon doodgeschoten als hij tegen beter weten in water probeert te halen voor zijn manschappen. Niet lang daarna stert ook de vader. Ook de keizer gaat eindelijk dood. Er is een andere tijd aangebroken.

IMG_0961

Joseph Roth – Het Spinnenweb

Dit boek is in 1923 als feuilleton in de Arbeiterzeitung te Wenen verschenen. Vlak voor de Putsch dus en eigenlijk gaat het daar ook over. We volgen als lezer Theodor Lohse, een jongeman die staat voor iedere toekomstige nazi-leider die gebruikmakend van de chaotische tijden probeerde hogerop te komen en invloed te verwerven. Dat lukt hem heel aardig.
Omdat het een feuilletonroman is zijn de hoofdstukken kort. De stijl is ook heel kernachtig.
Het indrukwekkende is dat Roth in dit boek het nazi-karakter al schokkend goed weet te treffen. Net als Feuchtwanger in Erfolg, alleen is dat een langdradig en naar mijn smaak veel minder goed geschreven boek.

Ik had de nieuwe vertaling door Wilfred Oranje, in 2002 uitgegeven door Atlas. Het boek was in 1967 ook al uitgegeven bij Allert de Lange en Verlag Kiepenheuer en toen voorzien van een nawoord door Peter W. Jansen dat ook in deze uitgave staat.

Joseph Roth – Biecht van een moordenaar

Een raamvertelling die zo begint: De ik-persoon vertoeft in Parijs en komt geregeld in een café voor Russische emigranten. Er is een man die bijzonder zijn aandacht trekt. Het blijkt een voormalig politiespion – Goloebtsjik – te zijn die op een nacht zijn levensverhaal vertelt. Zijn moeder was een eenvoudige vrouw, zijn natuurlijke vader een vorst. Zijn wettelijke vader was een eenvoudige houtvester geweest. Eenmaal gymnasiast wil hij als zoon erkend worden door de vorst. Die laat dat niet toe en daar lijkt een jongen die minder aanspraak op het zoonschap kan doen gelden bij betrokken. G. krijgt wel de kans om bij de politie te gaan werken en later in Parijs bij de geheime dienst. Hij moet dan nare klussen opknappen waar hij eigenlijk wel van doorheeft dat het heel erg is. Ondertussen heeft hij een soort verhouding met de vrouw die daarvóór een verhouding leek te hebben met deze aangenomen zoon van de vorst. De verhouding kost geld en komt tot een climax wanneer deze ‘zoon’ ook in Parijs is gearriveerd. G. treft ze samen in bed aan en gaat zo uit zijn dak dat hij ze beiden vermoordt. Dat dacht hij tenminste want als hij na in de oorlog te hebben gediend jaren later terugkeert in Parijs blijkt de vrouw nog te leven en de zoon van de vorst ook, hoewel gehavend.
In het verhaal komt een geheimzinnig personage voor, ook een spion achtige bijna alwetende man, die als de ik- persoon na deze nacht terugkomt in zijn hotel, daar net bezig is zich in te schrijven. Een raamvertelling met een luikje, zou je kunnen zeggen.

Een mooi boekje. Ik las de vertaling van Theodor Duquesnou die eerst in 1956 uitkwam bij Allert de Lange en in 1969 bij Polak & Van Gennep te Amsterdam.

Joseph Roth – Perlefter. Die Geschichte eines Bürgers

Afgelopen zondag besteedde OVT radio op Radio 1 aandacht aan Joseph Roth; een Vlaamse dame had over zijn Amsterdamse periode geschreven; het zou zomaar een proefschrift kunnen zijn geweest. Het romanfragment Perlefter had ik een paar weken eerder verworven en door het interview was ik helemaal in de stemming gebracht om het te lezen en dat heb ik dus gedaan.

Roth heeft het rond 1929/30 geschreven terwijl hij in Berlijn was en veel later is het manuscript opgedoken en in 1980 uitgegeven bij Rowohlt. Uit het interview begreep ik wel dat de vooral in hotels levende Roth heel makkelijk spullen en manuscripten weggaf. Hij had geen eigen huis en dus ook geen archief dus wat moet je dan met de zooi? Zo is het wel heel aannemelijk dat er dan weer eens wat opduikt.

Het boekje gaat over Perlefter, een welgestelde egoïstische kleinburgerlijke man, die vanuit een jongeman wordt beschreven die na de dood van zijn ouders naar Wenen is gekomen en vaag familie was van Perlefter. We maken kennis met Perlefter, zijn kinderen en nog wat meer mensen uit zijn kring. Het is een wat treurig verhaal, maar ook geestig. De stijl van Roth is innemend en mooi. Dat was me in de boeken die ik eerder las in vertaling (Job, Tarabas en Hotel Savoy) nooit zo opgevallen.

Overigens kwam ik het nog niet zo heel lang geleden opgerichte Internationale Joseph Roth Gesellschaft tegen. Dat schept een band.

Nog meer Roth-nieuws