Meesters der Jiddische vertelkunst

Een deeltje van de Meulenhofserie die men natuurlijk louter aantreft in de tweedehands boekenwinkel of het Kringloopbedrijf. Deze verhalen zijn verzameld en vertaald door L. Fuks. De eerste druk kwam uit 1959, de derde die ik hier heb uit 1965ee. Het gaat om een verzameling verhalen uit Oost-Europa. Het ene speelt zich lang geleden af, de laatste paar in de vorige eeuw. Alle verhalen zijn onmiskenbaar joods en vaak treurig. Hoofdpersonen zijn vaak arm en ontredderd. Soms passeert er in die ontreddering een gelovig geluk , soms is zelfs daarvan geen sprake. Hier volgt een opsomming van de opgenomen schrijvers:
Mendele Moicher Sforim(sjolem Jakow Abramowitsj)
Jitschok Leib Peretz
Sjolem Aleichem
Sjolem Asch
Josef Opatoshu
David Bergelson
Jitschok Meï Weissenberg
Zalman Sneur
Efraïm Kaganowski
Mosje Koelbak
Itzik Manger
Jitschok Bashevis
Jesaja Sjpigel
Riwka Rubin

Om te zien een onbduidend boekje. Misschien haalt het regelmatig de verkoop niet meer. Het is een getuigenis van een wereld die voorbij is en daarom alleen al het bewaren (en aanschaffen en lezen) waard.

Alice Munro – Twee verhalen

The bear came over the mountian. Een kort verhaal; menselijk en actueel. Voor mij was dit weer eens kennis maken met een voor mij nieuwe auteur. Wel een bekende naam natuurlijk, ze kreeg in 2013 de Nobelprijs. Dit verhaal komt uit de bundel Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, marriage (2001).
Het is een verhaal over Grant, een voormalig docent in Anglo-saksische en Noordse talen. Zijn vrouw Fiona, oorspronkelijk IJslands en eigenzinnig links, is in de war aan het raken. Ze wordt opgenomen in een verzorgingstehuis. Ondertussen leren we Grant in kleine dingen beter kennen. Ook hoe hij vroeger kleine affaires had met vrouwen. Eenmaal in het verzorgingshuis krijgt Fiona een soort affaire met Aubrey die daar tijdelijk is. Ze trekt steeds met hem op en herkent Gant niet meer.
En dan wordt ze ziek en verhuist ze naar een andere afdeling. Aubrey blijkt naar huis te zijn en Fiona van slag. Grant zoekt contact met Aubrey’s vrouw, Marian, een bij de hante dame die Aubrey naar huis heeft genomen om niet in de financiële problemen te komen. Grant was juist langs gegaan om te vragen of Aubrey niet af en toe naar het verzorgingshuis kan komen; zijn vrouw zou daar van opknappen. Ze ziet dat helemaal niet zitten.
Als Grant dan thuis is staat er een bericht van de Marian op het antwoordapparaat. Ze klinkt anders en zoekt toenadering. Grant denkt over deze vrouw en vrouwen in het algemeen en ziet scenario’s. Hij bezoekt zijn vrouw die hem weer herkent en adequater reageert.

Het aardige van dit verhaal is de heldere Hotz/ Elschottaal in combinatie met veel open ruimte en een open slot. En er wordt ondanks het kleine bestek veel nuance toegevoegd. Als dit verhaal exemplarisch is voor het oeuvre van Munro, dan heb ik heel prettig een nieuwe schrijver leren kennen.

Hateschip,Friendship, courtship, loveship, marriage is een verhaal dat in de jaren na de oorlog speelt. Joanna past op de kleindochter van Mr. McCouley, Sabitha,  en woont daar in. Ze heeft contact met de vader van het meisje die een wat losgeslagen leven leidt in het westen van Canada waar het verhaal zich afspeelt. Het is duidelijk niet de bedoeling dat ik als lezer de indruk krijg dat we met een aantrekkelijke vrouw te maken hebben. Ze blijkt uitermate praktisch te zijn.

Sabitha heeft brieven van Joanna aan haar vader en van haar vader aan Joanna onderschept en met haar vriendin daar van alles aan toegevoegd. Als gevolg daarvan denkt Joanna dat hij belangstelling voor haar heeft. Duidelijk is dat hij geld nodig heeft. Dat stuurt ze niet, ze stuurt zijn meubelen en komt zelf om te ontdekken dat hij in een vervallen hotel woont midden in het niets. Hij is doodziek bovendien.

Uiteindelijk, als McCouley is overleden, blijkt dat ze zijn getrouwd en zelfs een kind hebben. Afloop en wendingen zijn in dit verhaal niet voorspelbaar. Karakters zijn zeer aannemelijk. Het leven is nooit oppervlakkig. Hulde aan Munro.

Clarice Lispector – Complete Stories

Ja, ik ben dankzij de Volkskrant ook een keertje bij de tijd. Heb de dit jaar uitgegeven verhalen van Lispector in huis. Wie, zeg je? Nou Clarice Lispector (1920-1977) die al jaren wereldberoemd was in Brazilië en nu de rest van de wereld postuum aan het veroveren is.

Ze is als Chaya Lispector, als Joodse dus,  in Oekraïne geboren waar ze vanwege de burgeroorlog al snel weg moesten en zo zijn ze via Hamburg naar Brazilië getrokken. Daar raakte ze betrokken bij een modekrant en ondertussen is ze gaan schrijven. Romans, columns, Kinderboeken en dus ook meer dan tachtig verhalen.

Daar heb ik er nu dus een aantal van gelezen. Ze zijn compact geschreven, het is wel opletten geblazen. Er gebeuren soms wonderlijke dingen en ik werd op aangename wijze aan het denken gezet. Het schijnt dat er al wel ooit iets in het Nederlands was vertaald van Lispector, maar er gaat meer volgen. Dat gaan we dus in de gaten houden. Ondertussen kan ik alleen maar zeggen: Koop ook die verhalen en stap een universum binnen dat je nog niet kende.

Tales of the Marvellous….

IMG_1239

Bij Donner werd mijn aandacht getrokken door een titel die me onbekend en intrigerend voorkwam: ‘Tales of the Marvellous and News of the Strange; a medieval arab fantasy collection’. Het is een deel uit de Penguin Classics uitgegeven in 2014. In 1933 maakte de Duitse arabist Hellmut Ritter zijn vondst bekend tijdens een conferentie van oriëntalisten. Hij had in een bibliotheek te Istanboel een manuscript gevonden met wonderlijke verhalen. De bundel is niet compleet. Het betreft verhalen uit de tiende eeuw terwijl het manuscript waarschijnlijk uit de 16e eeuw afkomstig is. Er blijkt een relatie te zijn met de verhalen uit duizend-en-één-nacht; dat wil zeggen, sommige verhalen komen in beide bundels voor. Bovendien bestaan beide bundels uit een bonte collectie aan verhalen. Er zijn ook verschillen. Zo is deze bundel geen raamvertelling en wordt in deze verhalen Ali vaak genoemd. Ali?Ja, die schoonzoon van Mohammed. Hierdoor lijkt het boek meer uit de Sjiietenhoek te komen. Natuurlijk moeten we dan niet denken aan de ayatolla’s van onze tijd. Enfin, dat zijn een paar opmerkelijke dingen uit de inleiding van Robert Irwin. De vertaling is van  Malcolm C. Lyons die voor de PC ook The  Nights vertaalde. Overigens heb ik het negende verhaal gelezen over een eenvoudige wever die ondanks zichzelf en op aanraden van zijn vrouw furore maakt als waarzegger. Een grappig verhaal dat toch meer is dan alleen maar een grappig verhaal.

Flannery O’Connor – Complete Stories

IMG_0968

Eigenlijk was ik op zoek naar de bundel ‘Everything that rises must converge’, de bundel die naar het schijnt recent in het Nederlands is vertaald. De verhalen die in die bundel staan zijn ook opgenomen in deze Complete Stories. Daar lees ik er nu een aantal van. Voor mij is dit een kennismaking met O’Connor(1925-1964).

Als eerste las ik Greenleaf. Een verhaal dat zich afspeelt op het platte land. Mrs. May woont met haar volwassen zoons op een soort boerderij en verderop woont de familie Greenleaf. Mr. Greenleaf is in dienst bij Mrs. May. Het blijkt dat zijn zoons een stier hebben die op haar gronden ronddwaalt en de boel vernielt. Als ze er niets aan doen zegt ze dat hij de stier moet doodschieten. Dat doet hij nadat de stier haar heeft gedood. Een gruwelijk slot. Een verhaal met een kop en een end geschreven in een wat afstandelijke stijl wat bijdraagt aan de dreiging.

A view of the woods gaat over een familie waar het niet echt gezellig toegaat. Grootvader Fortune woont met zijn dochter en schoonzoon – Pitt – en hun kinderen buiten de bebouwde kom van een klein plaatsje. Hij vindt al die Pitt-lui vreselijke mensen en heeft vanaf haar geboorte een bijzondere band met het jongste kleinkind, Mary Fortune. Ze lijkt op hem en is onderhand negen jaar oud.

De grootvader heeft besloten om weer eens een stukje land te verkopen. De koper is een mannetje die al in allerlei bedrijvigheid zit en tegenover het huis van de Pitts een pompstation wil beginnen. Grootvader ziet het al helemaal zitten maar Mary zegt dat daar nu juist het vee van haar vader graast en dat ze het uitzicht op het bos niet kwijt willen.

Voor het eerst keert ze zich tegen haar grote bondgenoot. De grootvader neemt haar de volgende dag mee als hij de zaak definitief gaat regelen. Als hij in de zaak van nieuwe eigenaar de transactie afhandelt is daar ineens Mary die met flessen gaat gooien. Grootvader neemt haar mee in de auto naar de plek waar ze vaak door haar vader werd geslagen. Voor het eerst wil hij haar ook slaan maar zij valt hem aan terwijl ze zich solidair verklaart met haar familie. Natuurlijk is hij uiteindelijk sterker. ‘With his hands still tight around her neck, he lifted her head and brought it down once hard against the rock that happened to be under it. Than he brought it down twice more.’ Even later lijkt hij een hartaanval te krijgen. Opnieuw een rauw verhaal zonder aantrekkelijke mensen. Een verhaal dat wordt voortgedreven door haat, koppigheid en eigenzinnigheid.

In Enduring chill is Asbury, een student die schrijver wilde worden en vanuit het platte land naar NY was getrokken om te studeren teruggekomen naar zijn ouderlijk huis. Om te sterven. Het idee om dood te gaan vindt hij niet erg meer, wel het idee om in deze omgeving dood te gaan. Zijn vader is er gelukkig al niet meer en aan zijn moeder en zus heeft hij een grote hekel. Hij heeft een lange brief aan haar geschreven zoals Kafka ooit aan zijn vader schreef om na zijn dood te lezen. De huisarts heeft wat bloed afgenomen en komt tegen het einde van het verhaal met het heugelijke nieuws dat hij niet zal sterven. Opnieuw geen opwekkend verhaal; wel fascinerend en goed geschreven.

The comforts of home. Een volwassen man van 35 jaar oud woont bij zijn 75 jaar oude moeder; hij is historicus. De moeder is erg begaan met een jonge vrouw, nymphomaan, aan de drank en niet te handhaven en neemt haar tijdelijk in huis op. De man vindt het afschuwelijk en dit leidt opnieuw tot een dramatische ontknoping. De trend in deze fascinerende verhalen is de afwezigheid van sympathieke personages en een dramatisch slot. Haat en afkeer speelt ook een grote rol.

Everything that rises must converge. Het titelverhaal van de bundel waar alle hierboven besproken verhalen ook toe behoren. Opnieuw hebben we te maken met een  zoon en een moeder. De moeder is meer dan een beetje gezet en gaat naar een soort afvalclubje. Haar zoon moet mee  want ze durft niet alleen met de bus. Het verhaal gaat over rascisme en de teloorgang van standing. Natuurlijk gaat het opnieuw ook over de relatie tussen de zoon en de moeder. Een relatie die vanuit de zoon wordt beschreven, hij ergert zich kapot.

The Lame shall enter first. In dit verhaal hebben we te maken met een bewogen vader, een zoon, Norton,  van tien jaar oud en en dan is er Johnson, een tienerjongen regelmatig in contact is met de politie en blijkbaar geen ouderlijk huis heeft. Wel een klompvoet. De vader wil zich over hem ontfermen waar hij natuurlijk nooit om heeft gevraagd. Ondertussen heeft de vader geen oog voor het verdriet van zijn eigen Norton om de dood van zijn moeder.Inderdaad, dat kan niet goed gaan.

Revalation is naar mijn idee een verhaal over religieuze hoogmoed en zelfgenoegzaamheid. Het speelt zich grotendeels af in de wachtkamer van de huisarts waar we meekijken door de ogen van Mrs. Turpin. Een meisje dat later met een ambulance wordt afgevoerd gooit plotseling haar boek naar Mrs. Turpin die daar overigens met haar wat sullige man zit en maakt haar uit voor Knobbelzwijn uit de hel. Iets wat haar als gelovige keurige vrouw erg treft. Het verhaal eindigt een keer niet in een bloederig drama, maar met een visioen.

In Parker’s back hebben we weer een verhaal met louter onsympathieke personages. Parker weet zelf niet goed waarom hij nog niet zo lang geleden is getrouwd met de oerlelijke Sarah Ruth. Hij is een eenvoudige landarbeider met een liefde voor tattoo’s. Die zitten dan ook overal behalve op zijn rug. En dat gaat hem meer en meer beheersen…

Ten slotte is daar Judgement Day. In dit verhaal komt de Amerikaanse rassenproblematiek wat meer op de voorgrond. Tanner woont in een bouwval en destileert. Een kleurling koopt alle grond en wil hem wel voor zich laten werken. Tanner gaat naar zijn dochter in NY en heeft een incident met de nieuwe negerbuurman in het appartementengebouw. Hij wil terug maar is zwak en sterft als hij probeert weg te komen

Siegfried Lenz – Jäger des spotts

Het was dus tijd geworden om kennis te maken met het werk van Lenz. Een tijd geleden heeft er een artikel over hem in Trouw gestaan wat ik overigens niet heb gelezen. Mijn conclusie was dat er belangstelling was voor deze schrijver van wie ik ook wel eens dunne vertaalde werkjes had gezien.
Wat ik nu te pakken heb is een verhalenbundel die voor het eerst in 1958 is uitgegeven bij Hoffman und Campe Verlag te Hamburg. Ik heb een DTV- editie uit 1966.

Het eerste verhaal, ‘Lukas, sanftmütiger Knecht’ speelt in Afrika. De ik-persoon wordt heel dreigend benaderd door zijn knecht Lukas en zijn stamgenoten. Hij woont een soort initiatie bij en moet dan terwijl zijn auto onbruikbaar is geworden door het donker wadend door de rivier naar huis zien te komen. De buurboerderij is verlaten en zijn eigen huis blijkt afgebrand. Een verhaal met een geweldige opbouw in spanning en mooi onderkoeld geschreven.

‘Das Wrack’ gaat over een arme visser die een wrak ontdekt als hij terugkeert van de visvangst in de riviermonding. Hij keert vele malen terug met zijn zoon om te duiken want hij wil er wat aan overhouden. Zijn hele denken wordt onderhand door het wrak in beslag genomen. Dat duiken lukt niet en hij verkoopt zijn buitenboordmotor om duikspullen te kopen. Als hij dan eindelijk bij en zelfs in het schip kan komen blijkt het geladen te zijn geweest met paarden.

In ‘Ein haus aus lauter liebe’ gaat een student oppassen in een gezin waar de man heel bezorgt overkomt, iemand belt, de vrouw ik ineens belt en de grootvader boven blijkt te vertoeven en te voorschijn komt. Het is daar niet pluis…

‘Der Läufer’ gaat over een hardloper die op zijn vijendertigste in de landenwedstrijd zijn laatste wedstrijd loopt. Tijdens die wedstrijd gaat het over die wedstrijd maar ook over hoe hij na de oorlog bij toeval is gaan lopen. In de laatste meters raakt hij zijn tegenstander en wordt hij gediskwalificeerd. Een prachtig verhaal.

‘Der Grosse Wildenberg’ handelt over een ik-persoon die heeft gesolliciteerd en op gesprek kan komen. Hij moet zich van de één na de ander een weg banen als het ware en komt dan bij de eenzame direkteur, Wildenberg, waar hij heel genoeglijk mee praat. Om aangenomen te worden moet hij toch weer ergens anders zijn…

Het volgende verhaal heet ‘Drüben auf den Inseln’ en lijkt te spelen op een soort waddeneiland. Een vader ziet tijdens het jagen op zeehonden zijn dochter met een jonge man die niet oorspronkelijk van het eiland komt. Hij wil haar niet meer zien. De jongen neemt met de dochter de boot en terwijl het erg stormt slaat hij overboord…

Dan ‘Der Seelische Ratgeber. De ik-persoon gaat hier solliciteren. Het betreft de redactie van een tijdschrift waar iemand heel fijn alle brieven beantwoordt. De ik-persoon mag wat klusjes komen doen en komt er achter dat vroegere relaties niets met die man te maken willen hebben.

‘Jäger des Spotts’ is opnieuw een droevig verhaal dat in een eskimo-achtige omgeving speelt. Atoq is bespot en gepest omdat hij zo’n slecht jager is. Het gaat op pad en schiet onder anderen een beruchte buffel of zoiets. Hoe overnacht in een hut met een soort omheining. ’s nachts weten ijsberen daar binnen te dringen. Ze nemen het vlees mee en hem ook bijna. De volgende dag keert hij terug met wat resten en zonder vlees.

‘Nurauf Sardinien’ is een soort Maffia- verhaal met beschuldiging van moord en jacht door de politie…

Daarmee heb ik niet alle verhalen genoemd maar ze wel allemaal gelezen. Een heel prettige kennismaking met Lenz en dat smaakt beslist naar meer.

The collected stories of Lydia Davis

CIMG4766

Er is de laatste jaren wat werk van Lydia Davis in het Nederlands vertaald en daarom is er wat aandacht geweest voor haar persoon en werk. Voldoende aandacht om mijn nieuwsgierigheid te wekken. Ik heb me nu een aantal dagen vermaakt met deze verhalen die vaak zonderling zijn, soms heel kort en geschreven in een beknopte stijl; er staat geen woord te veel in. Dat heeft toch nog geleid tot 733 pagina’s. De verhalen zetten mij als lezer vaak op het verkeerde been en zijn regelmatig een beetje bevreemdend. De titels zijn bovendien zo gekozen dat je na lezing van een verhaal en terwijl je hebt voorgenomen het boek vervolgens weg te leggen, toch het volgende verhaal in getrokken wordt. Zo verging het mij althans. Ik vind het een heel kostbare aanwinst.

Robert Musil – De voleinding der liefde

Het zal rond de decenniumwisseling zijn geweest dat ik kennismaakte met Musil. Ik had nooit van de man gehoord, maar las in de krant de hij in Duitsland was uitgeroepen tot schrijver van de eeuw. Dat vond ik bijzonder. Ik meende heus niet veel van de Duitse literatuur te weten, maar was toch heel verbaasd over het feit dat daar een schrijver van de eeuw was waar ik werkelijk nog nooit van had gehoord. Gevolg was dat ik ‘De man zonder eigenschappen’ heb gelezen. Dat vond ik een prachtig en indrukwekkend boek hoewel ik er waarschijnlijk weinig van heb begrepen.

Nu heb ik dus de novelle ‘De voleinding der liefde’ gelezen, die samen met ‘De verzoeking van de stille Veronika’ de bundel ‘Verbintenissen’ vormt.  Het verhaal is niet zo ingewikkeld: Een vrouw verlaat voor een paar dagen haar man om met de trein naar het internaat te reizen waar haar 13 jarige dochter is. Ze ontmoet een man een gaat na twijfel met hem naar bed. Of toch niet? Enfin, het verhaal volgt in een heel beeldende taal haar gedachten, twijfels, gevoelens en overwegingen. Indrukwekkend. Het is wel een uitnodiging om heel rustig te lezen en mensen die altijd heel snel lezen zullen weinig aan kunnen met dit verhaal.

Overigens las ik de uitgave van Meulenhof (Amsterdam 1990), de vertaling van Ton Naaijkens.

Jorge Luis Borges

De onderstaande tekst is al wat ouder. Begin 2006 ben ik van start gegaan met wat ik noemde de Cultuurstudie en dit was dan het eerste project. Omdat ik toen nog niet was begonnen met deze website en ik het er ook niet meteen op heb gezet was het er dus nog niet. Dat is jammer, want er kan niet genoeg reclame voor Borges worden gemaakt. En daarom staat het er nu wel op.

Een half jaar Borges

Inleiding
Een halfjaar ben ik bezig geweest met Jorge Luis Borges. Waarom? Een paar jaar geleden had ik de ‘Borges Bibliotheek’ van de Bezige Bij in de boekhandel zien liggen en dat intrigeerde me. Ik wist weinig tot niets van deze Borges en blijkbaar was het de moeite waard om in een keer een doos met een belangrijk deel van zijn werk uit te geven. Die naam bleef dus hangen en toen ik iets meer over Borges te weten kwam werd hij alleen maar mysterieuzer. Afgelopen herfst hadden we wat geld te besteden en we besloten dat om te zetten in boeken. Bij de boekhandel ‘ Den Boer’ in Baarn ontdekte ik dat de bewuste ‘Borges Bibliotheek’ daar sterk afgeprijsd naar me lag te glimlachen. Ik heb het gekocht en besloot een maand later tot de studie in halve jaren en om met Borges te beginnen. Uit nieuwsgierigheid en omdat ik het vermoeden had dat dit voor mij een interessant project zou zijn. Ik ben dus moedig aan de slag gegaan en dat halve jaar moet nu middels dit schrijven afgerond worden. Daarbij wil ik de volgende zaken aan de orde stellen:

1. Kort over Borges’ leven
2. De gedichten
3. De esseys
4. De verhalen
5. Het register
6. De favorieten van Borges
7. Borges en ik; wat heeft dit half jaar me gebracht?1
8. Literatuur

1. Over Borges’ leven
Borges is geboren in 1899 in Buenos Aires; zijn intellectuele vader was een anarchistische agnostische idealist en vrijdenker. Het huis stond vol boeken waaronder een aantal klassiekers die belangrijk zouden blijven in het leven van Borges: Verhalen van Stevenson, Duizend-en-een-Nacht, Kipling, Don Quichote, Sprookjes van Grimm en vast nog wel meer.
In 1914 gaat het gezin, ouders en zus Norah en Jorge naar Europa en komt Borges op het lyceum in Genève terecht. Hier maakt hij kennis met een voor hem nieuwe groep auteurs: Whitman, Carlyle, De Quincey, Schopenhouer, Heine, Meyrink, Chesterton, Flaubert, Rimbaud en Voltaire. In 1919 gaat het gezin naar Spanje; Borges ontmoet hier Rafael Cansinos-Asséns, zijn eerste ‘leermeester’ op dichterlijk gebied.
In 21 zijn ze terug in BA en werpt Borges zich op het maken van literaire tijdschriften.
1938 wordt door Lemm aangemerkt als een belangrijk jaar. Borges’ blinde vader overleed en Borges ging aan het werk als bibliothekaris. Op weg naar zijn werk las hij de ‘ Divina Commedia’ , waar hij zich later erg enthousiast over zou uitlaten. Na een bloedvergiftiging werpt hij zich op het schrijven van verhalen (Ficciones) in de plaats van esseys.
De familie heeft vanaf 1945 te lijden onder de dictatuur van Peron. De revolutie van 1955 maakt alles weer anders en Borges krijgt een baan in de Nationale Bibiotheek. Ondertussen neemt zijn bekendheid toe en is er al werk in Europa verschenen. Een jaar later gaat hij aan de universiteit van BA Engelse literatuur doceren. Nu beginnen er prijzen binnen te komen. Het wordt een leven van reizen, prijzen, lezingen, doceren en schrijven. In 1976, na het tweede Peronistische bewind, steunde Borges de militairen die later verantwoordelijk bleken voor de ‘vuile oorlog’. Tot opluchting van Borges werd in 83 de democratie hersteld. Borges sterft in 1986 nadat hij nog was getrouwd met Maria Kodama die de laatste 10 jaar met hem meegereisd was.

2. De gedichten
Het is moeilijk om iets zinvols over de gedichten van Borges te zeggen omdat ik tot nu toe geen gedichtenlezer was. Het was de bedoeling van Borges om gedichten in begrijpelijke taal te schrijven. Dat is gelukt.
Sommige gedichten hebben wat de verhalen ook hebben. Een wat geheimzinnige, dromerige sfeer en dan soms een abrupte wending. Bovendien komen er thema’s, personen en woorden terug die bekend zijn uit de esseys en de verhalen. Zo is het ouvre van Borges ook echt wel een hecht ouvre. Soms lijkt het wel of het niet zo uitmaakt welk middel hij gebruikt; hij zegt toch wel wat hij zeggen wil. Hij neemt je hoe dan ook mee in een wereld van tijd en eeuwigheid, van de straten van Buenos Aires, de wereld van Swedenborg en Stevenson, van IJslandse Sagen en van bibliotheken vol klassiekers; de wereld van boeken, labyrinten en spiegels…

Een paar gedichten spraken me echt meteen aan. Hier volgt er eentje:

De Rechtvaardigen2

Een man, die zijn tuin verzorgt, zoals Voltaire voorstond.
Wie waardeert dat er op aarde muziek is.
Wie met plezier de wortel van een woord ontdekt.
Twee bedienden die stil zitten te schaken in een café
in Sur.
De pottenbakker die een kleur en een vorm bedenkt.
De zetter die zich uitslooft voor deze bladzijde, die
hem wellicht niet zint.
Een vrouw en een man die de laatste terzinen van een
bepaald canto lezen.
Wie een slapend dier aait
Wie een kwaad hem aangedaan rechtvaardigt of
wil rechtvaardigen.
Wie blij is dat er op aarde een Stevenson is.
Wie liever heeft dat anderen gelijk hebben.
Die personen, die elkaar niet kennen, houden de wereld
in stand.

In de eerste plaats spreekt hieruit een waardering voor een oprechte eenvoud en rechtvaardigheid.
Er wordt verwezen naar Voltaire en Stevenson zoals er door Borges heel veel wordt verwezen en van der Pol wijst er op dat het daardoor allemaal wel wat geheimzinniger wordt (Ik moet nog nazoeken waar en hoe ze dat zegt…).
Dan gaat het over de wortel van een woord, de zetter van de bladzijde en het lezen van een canto. Daarmee wordt maar weer benadrukt hoe Borges een man van letteren is. Dan is de verwijzing naar muziek en de vorm en kleur bedacht door een pottenbakker minder herkenbaar. Terwijl ik dit schrijf schiet met iets met Brahms te binnen. En ja hoor, er is een gedicht getiteld: ‘Aan Johannes Brahms’.
In het kwaad willen rechtvaardigen en het liever hebben dat anderen gelijk hebben komen we ook een kant tegen van Borges die er wel is, maar nooit erg op de voorgrond treedt: De ethiek. Borges is geen man van grote ethische uitspraken. Hij observeert liever op een afstandje om te beschrijven en te verwerken wat hij ziet zonder meteen klaar te staan met een oordeel.

3. Over de verhalen
Borges heeft een aantal bundels met verhalen geschreven:
– Historia Universal de la infamia
– Ficciones
– El Aleph
– El informe de Brodie
– El libro de arena
– Roza y Azul (twee verhalen)
In de ‘Historia Universal de la infamia’ (de wereldschandkroniek) gaat het om een reeks korte verhalen, soms portretten van heldhaftige figuren; wonderlijke verhalen waarin moed en toeval een grote rol spelen. Of is het toeval geen toeval? Dat vraag je je bij Borges wel vaker af. ‘Het boek van de denkbeeldige wezens; geschreven in samenwerking met Margarita Guerrero, is een wonderlijke opsomming van wonderlijke dieren in stukjes van rond een pagina lang. Overigens duiken sommige van die dieren op andere plekken in het Borges-universum weer op. Op zich vond ik dit niet het meest boeiende aan zijn ouvre. Zonderling is het wel.
De overige verhalen zijn meestal wat langer en beginnen soms als een essey, een onderzoek naar een persoon of verschijnsel. Vaak hangt er in de verhalen een geheimzinnige sfeer die versterkt wordt door het gebruik van de voor Borges typische elementen zoals het labyrint, de bibliotheek, de spiegel, de roos. Vaak kennen de verhalen een soort van inleiding; soms dus in een essey-achtige stijl. Dan ontwikkelt het verhaal en de afronding kan vrij abrupt zijn en de lezer bevreemd achterlaten. Regelmatig speelt daarbij iets mystieks of een spel met tijd en eeuwigheid (idealisten, Schopenhouer) een rol.
Hieronder wil ik een paar verhalen kort bespreken om zo de smaak en het karakter ervan toe te lichten.

I. Funes de allesonthouder uit 1942
Aan het woord is een ik-figuur die blijkbaar zijn bijdrage levert aan een bundel van getuigenissen over deze Fuentes (188). Toevallig heeft hij in het dorp van zijn neef deze Ireno Funes ontmoet. Een paar jaar later is hij daar weer en blijkt Ireno van een paard te zijn gevallen en verlamd te zijn. Hij ligt de hele dag en blijkt een magistraal maar totaal niet selectief geheugen te hebben voor alles wat er valt waar te nemen. Dat wordt in geuren en kleuren beschreven. Heel droog eindigt het verhaal met het vermelden van de dood van Ireno Funes.
Verwijzingen binnen het oeuvre van Borges: De boeken op pagina 191: Lhomonds De viris illustribus , de Thesaurus van Quicherat, de commentaren van Julius Caesar, en een oneven deel van Plinius’ Naturalis historia.
Het gebrek aan platoonse ideeën (197) en het feit dat Borges naast Londer en New York op 197 nota bene Babylonië noemt.

II. De Aleph uit 1949
Dit is een verhaal waar vaker naar wordt verwezen; er is een hele bundel naar genoemd. De hoofdpersoon is opnieuw een ik die nota bene Borges blijkt te heten. Het begint met de dood van Beatriz Viterbo, waarop de ik zich voorneemt om jaarlijks op haar verjaardag bij haar vader en neef langs te gaan. Die neef blijkt gedichten te schrijven en op een bibliotheek te werken. Hij is bezig de hele wereld in een gedicht te vatten. Dan blijkt dat ze hun huis uitmoeten, de familie Veterbo, en dat kan niet omdat in de kelder zich een Aleph bevindt. ‘Hij lichtte toe dat een Aleph een van de punten in de ruimte is die alle punten omvat’ (422). ‘De plek waar alle plekken op aarde onvermengd aanwezig zijn, gezien vanuit alle hoeken’. De neef gebruikt de Aleph bij het schrijven van zijn gedichten. Borges mag komen kijken en inderdaad; hij ziet ook de Aleph en ziet dus vanalles dwars door tijd en plaats heen; zelfs een naar detail over Beatriz.
In een postscriptum blijkt dat de dichter succesvol wordt, dat de ik-figuur twijfelt over de Aleph. De laatste zin:’Ons brein is ontvangkelijk voor vergetelheid; ikzelf ben, onder de tragische erosie van de jaren, de gelaatstrekken van Beatriz aan het verdraaien en kwijtraken.

Het is een mysterieus verhaal over het vergeefse verlangen naar Beatriz (!), over het samenvallen van alle tijden en gebeurtenissen in een geconcentreerde Aleph. Iets wat Borges intrigeerde zoals blijkt uit zijn liefde voor Schopenhouer en een aantal esseys. Er zit ook iets van concurrentie in tussen de hoofdpersonen, de neef en de ik.; ook in de relatie met Beatriz. Op de achtergrond speelt ook de vraag wat echt dichterschap nu is.
Ten slotte zijn er weer veel verwijzingen: de eerste engelse vertaling van Plinius, ‘in een kabinet in Alkmaar een wereldbol tussen twee spiegels die hem eindeloos vermenigvuldigden’, de Kabbala, En Soph, Mengenlehre, Burton (een van de vertalers van duizend-en-een-nacht; zie het essey daarover), Tariq ibn Ziyad, Lucianus van Samosata; en de opsomming zou zomaar langer kunnen worden…

III. De indringster3
‘Ze zeggen (maar het in onwaarschijnlijk) dat Eduardo, de jongste van de Nelsons, het verhaal heeft verteld tijdens de dodenwake voor Christián, de oudste, die omstreeks het jaar 1890 een natuurlijke dood is gestorven in het departement Morón’. Dat is de beginzin van dit verhaal en die beginzin is om meerdere redenen typerend voor verhalen van Borges. Om te beginnen krijt de lezer de indruk dat we met een ware overgeleverde gebeurtenis te maken hebben. Dit wordt versterkt door de details als het jaartal en de plek. Het verhaal zo een essey kunnen worden; iets wat vaker voorkomt. Als voorbeeld citeer ik de beginzin van ‘De sekte van de dertig’ uit het boek van Zand: ‘Het originele handschrift kan men raadplegen in de bibliotheek van de universiteit van Leiden; het is in het Latijn, maar p grond van enkele hellenismen mag men veronderstellen dat het uit het Grieks is vertaald’ Dat ik ook niet wat je noemt een typische start van een spannend verhaal.
Enfin, terug naar dat andere verhaal. De genoemde broers wonen heel sober samen in een groot maar vervallen huis en verdienen geld als koeiedrijvers en veedieven. Op een dag heeft er een ergens een vrouw opgeduikeld. Het loopt erop uit dat ze samen met haar leven. Dat levert spanning op en ze besluiten haar aan een bordeel in de stad te verkopen. Als erachter komen dat ze beiden stiekum dat bordeel gaan bezoeken kopen ze haar weer terug. Uiteindelijk besluit één van de broers haar te vermoorden en uit de slotzin blijkt duidelijk dat ze daar allebei heel tevreden mee zijn. Het is een van die verhalen die in dat Argentijnse land spelen. Bij Borges komt er dan meteen een soort droevige sfeer mee van een arm, troosteloos en grof bestaan. Nu moet ik toegeven dat het meer nog de sfeer van Borges lijkt te zijn dan die van Zuid-Amerika.
Dit verhaal geeft aanleiding om een opmerking te maken bij de ethiek van Borges. In veel van Borges’ verhalen komt onrecht voor. Het wordt echter, zoals ook in dit verhaal, vrij afstandelijk besproken. Meer als droge feitelijkheid dan om mij, lezer, te bewegen tot diepe overwegingen over misbruik en moord.

4. Over de esseys
Borges heeft vreselijk veel esseys geschreven over de gekste onderwerpen. Theologie, filosofie, Swedenborg, Kenningar (een soort poëtische metaforen uit de oud-IJslandse sagen), tal van schrijvers, Duizende-en-een-Nacht en de vertalers ervan, Tijd en eeuwigheid, enz.
Veel verhalen van Borges beginnen op een manier dat het ook een essey zou kunnen worden. Als voorbeeld noem ik het begin van ‘De tuin met zich splitsende paden’. De eerste zin begint zo: “Op pagina 22 van Liddell Harts History of World War I is te lezen dat er een offensief….’ Dat wordt een verhandeling over een incident uit de eerste wereldoorlog zou je zeggen. Het werd een verbijsterend verhaal. Andersom begin het essey ‘Geschiedenis van de echo’s van een Naam’ zo: ’Geïsoleerd in de tijd en in de ruimte herhalen een god, een droom en een mens die gek is, en daar niet onwetend van is, een duistere verklaring; het doel van deze bladzijden is hun woorden weer te geven en te wegen’. Dit is een mysterieus begin van een essey dat bij Borges net zo goed de eerste zin van een typisch Borges- verhaal had kunnen zijn. Veel esseys beginnen zo. Het zijn geen droog-wetenschappelijke verhandelingen. Het zijn ook geen oppervlakkige stukjes. Sommige, en met name degene die iets doen met tijd en eeuwigheid en met Schopenhouer zijn wat mij betreft ronduit moeilijk. Andere zetten aan het denken en maken nieuwsgierig. Ik ben ook op zoek gegaan naar de Kenningar uit de IJslandse literatuur. Ik ben Stevenson gaan lezen en Chesterton; Joyce, Wells en Gustav Mayer en Duizend-en-een-Nacht…
Borges heeft van zichzelf gezegd – ik kwam het tegen op de website van het Borgesinstituut uit Århus – dat hij niet zozeer een schrijver was maar veel meer een lezer. In ieder geval vormen zijn esseys een enorme stimulans om te lezen. Dat heb ik als gezegd gedaan. Het gevolg was dat ik een beetje bekend raakte met de club aan schrijvers waarmee Borges zich als het ware omringde. Daar kan ik nog lang mee doorgaan, want ik was nog niet toe gekomen aan Plato, Augustinus, Dante, Donne, de Quincey, Quevedo, Swedenborg, Schopenhouer, Kafka (al wel een beetje), en vele, vele anderen.4 Dit heel bepaalde gezelschap dat overigens deels in de gedichten en de verhalen ook weer terugkeert net als een aantal begrippen, dat is wat me in ieder geval zal bijblijven van de esseys van Borges. Daarnaast ook de sfeer, een sfeer die in het hele ouvre terugkomt. Het is een tijdloze afstandelijke melancholie soms vermengd met iets geheimzinnigs, iets mystieks.

Het register
De uitgave van de Borgesbibliotheek waar ik met deze maanden voornemelijk mee bezig heb gehouden bevatte geen register. Zeker bij de esseys was dat leuk geweest en eigenlijk was het voor het hele werk leuk geweest want ik denk dat een aantal verbanden en stokpaardjes zo veel duidelijker naar voren zouden komen. Vandaar dat ik ben gestart met het herlezen van de esseys met als doel om hiervan een register te maken. Helaas ben ik daarmee gestopt om tijd te hebben voor deze slotbespiegeling. Ik ben er wel te meer van overtuigd geraakt dat het een goed plan was. Misschien is er wel een Engels-talige uitgave met register…

De favorieten van Borges
Zoals gezegd hebben we bij Borges te maken met een enorm gezelschap aan schrijvers en nog een stapel geschriften waarvan de schrijver niet zo duidelijk is. Ik probeer een wat meer complete opsomming te geven:
Duizend-en-een-Nacht, De IJslandse sagen, Coleridge, Quevedo, Don Quichote, Nathaniël Hawthorne, Valery, Fitzgerald, de vertaler van Omar Chayam, Wilde, Chesterton, Wells, Homerus, Pascal, Kafka, Shaw, Beckford, Dante, de Kabbala, Schopenhouer…
Valt er een kleinere selectie te maken? Ik doe een poging: Schopenhouer, Dante, Stevenson, Duizend-en-een-Nacht, Don Quichote… Dat lijkt me een aardige kern. Wat opvalt is dat die kern vooral West-Europees is en uit een verder verleden komt en inderdaad; Borges kon niet zo geboeid worden door het eigentijdse werk.

Wat het rijtje favorieten precies is maakt me nu niet zo uit. Belangrijk is nog maar eens op te merken dat ze de wereld van Borges vormen; een apart universum waarin je kunt binnentreden door Borges te lezen en wat duidelijker zichtbaar wordt door deze lieden en werken ook te gaan lezen en zo net als Borges van het lezen meer dan van het schrijven een belangrijk werk te maken.

Wat heeft een half jaar Borges me gebracht?
Eigenlijk heb ik voor dit onderdeeltje mijn kruid al verschoten. Borges is immers als gezegd voor mij een belangrijke stimulans geweest om kennis te maken met zijn genoemde ‘vrienden’. Daar ben ik dus blij en tevreden mee.
Daarnaast was het ook een bijzonder avontuur om zolang in dit driekleurige ouvre van één schrijver te vertoeven. De stijl is wel een beetje vertrouwd geworden, maar het valt nog niet mee om daar veel over te zeggen. Zelf heeft Borges veel herlezen. Hoe vaak zou hij Stevenson gelezen hebben? en Dante? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat zijn werk erom vraagt om herlezen te worden. Borges blijft op een gekke manier wat op een afstand; zelfs na zoveel tijd met hem te hebben doorgebracht. Soms zijn de thema’s letterlijk veraf gelegen of in ieder geval figuurlijk. Vaak blijft het in de verhalen ook op een afstandje. Van enorme geëngageerdheid is geen sprake. Eigenlijk gaat hij in het bovenstaande gedicht al vrij ver als het hierom gaat. En toch is het fascinerend; misschien wel omdat Borges met die afstand en met andere elementen zoals het noemen van al die mensen uit zoveel tijden zo’n typische stijl heeft gevonden.

Literatuur
De Borges Bibliotheek in 2003 uitgegeven door de Bezige Bij te Amsterdam

Barber van de Pol; Alles in de wind; esseys en verhalen, Querido, 1997, Amsterdam. Hieruit de verhandelingen over Borges: ‘Borges in duel met de tijger’, Borges en de tango: een mythologie van dolken’ en ‘No? Twee interviews met Jorge Luis Borges.

Robert Lemm; De literator als filosoof; de innerlijk biografie van Jorge Luis Borges; Aspekt, 2005, Soesterberg.

The Jorge Luis Borges Center for Studies & Documentation te Århus waarvan de website de moeite waard was.

Toegevoegd na afloop van het project:
Edwin Williamson; Borges, een leven
1 Dit is een radicale samenvatting van de chronologie van Lemm
2 Uit “La Cifra” (1981); onderdeel van “Het geheimschrift en andere gedichten”, vertaald door Robert Lemm.
3 Uit ‘Het verslag van Brodie’ 1970
4 Barber van der Pol zegt hierover op blz.99: “ De citaten, de namen, de toespelingen zijn ingelast ter versterking van de raadselachtige sfeer. Dat ze stammer uit heel uiteenlopnede culturen en tijden en in reeksverband een zeer incongruent geheel vormen, onderstreept Borges’ scepsis. Op zijn indirecte wijze levert hij aanhoudend cultuurcritiek, want hij kritiseert de min of meer vaste ideeën die wij hebben.”

Franz Kafka – Verhalen

CIMG4619

De verhalen maken eigenlijk een groot deel uit van het oeuvre van Kafka, maar behalve over die Verwandlung hoor je mensen daar niet over. Overigens las ik er een aantal in het door Querido uitgegeven verzameld werk uit 1989, de dertiende druk. Het gaat dan om de vertalingen van Nini Brunt.

In de Gids van september 2012 (jaargang 175 nr. 6) stond een artikel van Willem Otterspeer met de titel: ‘De nacht dat de moderne literatuur begon’ dat ‘Het Vonnis’ aanmerkte als het begin van de moderne literatuur. Daar ben ik dus mee begonnen. Het is een verhaal over een vader, een zoon en een ver weg in St. Petersburg wonende vriend. Eerst zie je het leven vanuit de zoon. Moeder is overleden, vader zit nog wel in de zaak maar doet het rustiger aan en het contact met de vriend is beperkt. Nu schrijft hij weer eens en twijfelt hij of hij van zijn verloving zal schrijven. Daar begint hun conversatie mee en dan blijkt dat de zoon – volgens de vader dan – zijn leven heel anders ziet dan de vader die er een ongemeen oordeel over velt en hem veroordeelt tot de dood tot verdrinking…

‘In de Strafkolonie’ is een gruwelijk verhaal met vier personages: Een officier, een soldaat, een veroordeelde en een reiziger. Het verhaal speelt zich af op een eiland dat dan wel de strafkolonie moet zijn. De officier heeft het beheer over een macabere executie-machine en legt de werking ervan enthousiast uit aan de reiziger. Hij blijkt het hele justitiële apparaat te vertegenwoordigen inclusief de executie. Eigenlijk weet hij wel dat op het eiland het enthousiasme voor dit verschijnsel inclusief het apparaat tanende is. Als de reiziger heeft verklaard dat hij de methode helemaal niets vindt laat de officier de veroordeelde los en stapt zelf in of onder het apparaat om zo een vreselijke dood te sterven. Het verhaal eindigt ermee dat de reiziger het eiland verlaat.

Een hongerkunstenaar
Onder deze titel zijn vier verhalen bijeengebracht:
1. Eerste smart. Een trapezewerker is alleen gelukkig als hij zoveel mogelijk in de trapeze kan blijven vertoeven. Dat levert wat praktische problemen op, maar de impressatio heeft dat er wel voor over. De smart komt als de trapezewerker vraagt om een tweede trapeze vraagt wat ook toegezegd wordt. Naverteld een onaannemelijk verhaal. Al lezend moet je met de impressario concluderen dat er iets grondig mis is met de trapezewerker.
2. Een klein vrouwtje. Een ik-persoon denkt dat een vrouw zich geweldig aan hem ergert en zelfs tot woedeuitbarstingen komt. Hij heeft er duidelijk last van; het is maar de vraag of het iets met hem te maken heeft…
3. Een hongerkunstenaar. Een verhaal over een man die opgesloten in de openbare ruimte 40 dagen vast. Eigenlijk te kort naar zijn mening. De belangstelling wordt minder en zo komt hij in een circus terecht, of eigenlijk ernaast op de route naar de dierenverblijven. Men vergeet hem en hij sterft.
4.Jozefine de zangeres, of het muizenvolk. Josephine staat onder het muizenvolk bekend als zangeres hoewel het onduidelijk is of haar gefluit, want dat is het eigenlijk, nu meer voorstelt dan het algemene gefluit. Toch houdt ze met haar performance het idee van een zangeres in stand en ze vindt zelfs dat vrijstelling van haar werk vanwege haar kunsten op zijn plaats zou zijn (een autobiografische grap van Kafka, die erg leed onder het feit dat hij naast het schrijven ook moest werken?). Als ze er niet meer is maakt dat voor het muizenvolk eigenlijk niet zo veel uit…
Max Brod wijst er op p. 193 van de Nederlandse ‘Open Domein’ uitgave (AP 2e druk, 1983, vertaald door van Nieuwstadt) van zijn biografie op dat Kafka met het muizenvolk het Joodse volk op het oog had. Josephine wordt dan een soort profeteet.

Overigens vond ik deze laatste 4 verhalen minder sterk dan die ik ervoor las.