Meesters der Jiddische vertelkunst

Een deeltje van de Meulenhofserie die men natuurlijk louter aantreft in de tweedehands boekenwinkel of het Kringloopbedrijf. Deze verhalen zijn verzameld en vertaald door L. Fuks. De eerste druk kwam uit 1959, de derde die ik hier heb uit 1965ee. Het gaat om een verzameling verhalen uit Oost-Europa. Het ene speelt zich lang geleden af, de laatste paar in de vorige eeuw. Alle verhalen zijn onmiskenbaar joods en vaak treurig. Hoofdpersonen zijn vaak arm en ontredderd. Soms passeert er in die ontreddering een gelovig geluk , soms is zelfs daarvan geen sprake. Hier volgt een opsomming van de opgenomen schrijvers:
Mendele Moicher Sforim(sjolem Jakow Abramowitsj)
Jitschok Leib Peretz
Sjolem Aleichem
Sjolem Asch
Josef Opatoshu
David Bergelson
Jitschok Meï Weissenberg
Zalman Sneur
Efraïm Kaganowski
Mosje Koelbak
Itzik Manger
Jitschok Bashevis
Jesaja Sjpigel
Riwka Rubin

Om te zien een onbduidend boekje. Misschien haalt het regelmatig de verkoop niet meer. Het is een getuigenis van een wereld die voorbij is en daarom alleen al het bewaren (en aanschaffen en lezen) waard.

Advertenties

Alice Munro – Twee verhalen

The bear came over the mountian. Een kort verhaal; menselijk en actueel. Voor mij was dit weer eens kennis maken met een voor mij nieuwe auteur. Wel een bekende naam natuurlijk, ze kreeg in 2013 de Nobelprijs. Dit verhaal komt uit de bundel Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, marriage (2001).
Het is een verhaal over Grant, een voormalig docent in Anglo-saksische en Noordse talen. Zijn vrouw Fiona, oorspronkelijk IJslands en eigenzinnig links, is in de war aan het raken. Ze wordt opgenomen in een verzorgingstehuis. Ondertussen leren we Grant in kleine dingen beter kennen. Ook hoe hij vroeger kleine affaires had met vrouwen. Eenmaal in het verzorgingshuis krijgt Fiona een soort affaire met Aubrey die daar tijdelijk is. Ze trekt steeds met hem op en herkent Gant niet meer.
En dan wordt ze ziek en verhuist ze naar een andere afdeling. Aubrey blijkt naar huis te zijn en Fiona van slag. Grant zoekt contact met Aubrey’s vrouw, Marian, een bij de hante dame die Aubrey naar huis heeft genomen om niet in de financiële problemen te komen. Grant was juist langs gegaan om te vragen of Aubrey niet af en toe naar het verzorgingshuis kan komen; zijn vrouw zou daar van opknappen. Ze ziet dat helemaal niet zitten.
Als Grant dan thuis is staat er een bericht van de Marian op het antwoordapparaat. Ze klinkt anders en zoekt toenadering. Grant denkt over deze vrouw en vrouwen in het algemeen en ziet scenario’s. Hij bezoekt zijn vrouw die hem weer herkent en adequater reageert.

Het aardige van dit verhaal is de heldere Hotz/ Elschottaal in combinatie met veel open ruimte en een open slot. En er wordt ondanks het kleine bestek veel nuance toegevoegd. Als dit verhaal exemplarisch is voor het oeuvre van Munro, dan heb ik heel prettig een nieuwe schrijver leren kennen.

Hateschip,Friendship, courtship, loveship, marriage is een verhaal dat in de jaren na de oorlog speelt. Joanna past op de kleindochter van Mr. McCouley, Sabitha,  en woont daar in. Ze heeft contact met de vader van het meisje die een wat losgeslagen leven leidt in het westen van Canada waar het verhaal zich afspeelt. Het is duidelijk niet de bedoeling dat ik als lezer de indruk krijg dat we met een aantrekkelijke vrouw te maken hebben. Ze blijkt uitermate praktisch te zijn.

Sabitha heeft brieven van Joanna aan haar vader en van haar vader aan Joanna onderschept en met haar vriendin daar van alles aan toegevoegd. Als gevolg daarvan denkt Joanna dat hij belangstelling voor haar heeft. Duidelijk is dat hij geld nodig heeft. Dat stuurt ze niet, ze stuurt zijn meubelen en komt zelf om te ontdekken dat hij in een vervallen hotel woont midden in het niets. Hij is doodziek bovendien.

Uiteindelijk, als McCouley is overleden, blijkt dat ze zijn getrouwd en zelfs een kind hebben. Afloop en wendingen zijn in dit verhaal niet voorspelbaar. Karakters zijn zeer aannemelijk. Het leven is nooit oppervlakkig. Hulde aan Munro.

Clarice Lispector – Complete Stories

Ja, ik ben dankzij de Volkskrant ook een keertje bij de tijd. Heb de dit jaar uitgegeven verhalen van Lispector in huis. Wie, zeg je? Nou Clarice Lispector (1920-1977) die al jaren wereldberoemd was in Brazilië en nu de rest van de wereld postuum aan het veroveren is.

Ze is als Chaya Lispector, als Joodse dus,  in Oekraïne geboren waar ze vanwege de burgeroorlog al snel weg moesten en zo zijn ze via Hamburg naar Brazilië getrokken. Daar raakte ze betrokken bij een modekrant en ondertussen is ze gaan schrijven. Romans, columns, Kinderboeken en dus ook meer dan tachtig verhalen.

Daar heb ik er nu dus een aantal van gelezen. Ze zijn compact geschreven, het is wel opletten geblazen. Er gebeuren soms wonderlijke dingen en ik werd op aangename wijze aan het denken gezet. Het schijnt dat er al wel ooit iets in het Nederlands was vertaald van Lispector, maar er gaat meer volgen. Dat gaan we dus in de gaten houden. Ondertussen kan ik alleen maar zeggen: Koop ook die verhalen en stap een universum binnen dat je nog niet kende.

Tales of the Marvellous….

IMG_1239

Bij Donner werd mijn aandacht getrokken door een titel die me onbekend en intrigerend voorkwam: ‘Tales of the Marvellous and News of the Strange; a medieval arab fantasy collection’. Het is een deel uit de Penguin Classics uitgegeven in 2014. In 1933 maakte de Duitse arabist Hellmut Ritter zijn vondst bekend tijdens een conferentie van oriëntalisten. Hij had in een bibliotheek te Istanboel een manuscript gevonden met wonderlijke verhalen. De bundel is niet compleet. Het betreft verhalen uit de tiende eeuw terwijl het manuscript waarschijnlijk uit de 16e eeuw afkomstig is. Er blijkt een relatie te zijn met de verhalen uit duizend-en-één-nacht; dat wil zeggen, sommige verhalen komen in beide bundels voor. Bovendien bestaan beide bundels uit een bonte collectie aan verhalen. Er zijn ook verschillen. Zo is deze bundel geen raamvertelling en wordt in deze verhalen Ali vaak genoemd. Ali?Ja, die schoonzoon van Mohammed. Hierdoor lijkt het boek meer uit de Sjiietenhoek te komen. Natuurlijk moeten we dan niet denken aan de ayatolla’s van onze tijd. Enfin, dat zijn een paar opmerkelijke dingen uit de inleiding van Robert Irwin. De vertaling is van  Malcolm C. Lyons die voor de PC ook The  Nights vertaalde. Overigens heb ik het negende verhaal gelezen over een eenvoudige wever die ondanks zichzelf en op aanraden van zijn vrouw furore maakt als waarzegger. Een grappig verhaal dat toch meer is dan alleen maar een grappig verhaal.

Flannery O’Connor – Complete Stories

IMG_0968

Eigenlijk was ik op zoek naar de bundel ‘Everything that rises must converge’, de bundel die naar het schijnt recent in het Nederlands is vertaald. De verhalen die in die bundel staan zijn ook opgenomen in deze Complete Stories. Daar lees ik er nu een aantal van. Voor mij is dit een kennismaking met O’Connor(1925-1964).

Als eerste las ik Greenleaf. Een verhaal dat zich afspeelt op het platte land. Mrs. May woont met haar volwassen zoons op een soort boerderij en verderop woont de familie Greenleaf. Mr. Greenleaf is in dienst bij Mrs. May. Het blijkt dat zijn zoons een stier hebben die op haar gronden ronddwaalt en de boel vernielt. Als ze er niets aan doen zegt ze dat hij de stier moet doodschieten. Dat doet hij nadat de stier haar heeft gedood. Een gruwelijk slot. Een verhaal met een kop en een end geschreven in een wat afstandelijke stijl wat bijdraagt aan de dreiging.

A view of the woods gaat over een familie waar het niet echt gezellig toegaat. Grootvader Fortune woont met zijn dochter en schoonzoon – Pitt – en hun kinderen buiten de bebouwde kom van een klein plaatsje. Hij vindt al die Pitt-lui vreselijke mensen en heeft vanaf haar geboorte een bijzondere band met het jongste kleinkind, Mary Fortune. Ze lijkt op hem en is onderhand negen jaar oud.

De grootvader heeft besloten om weer eens een stukje land te verkopen. De koper is een mannetje die al in allerlei bedrijvigheid zit en tegenover het huis van de Pitts een pompstation wil beginnen. Grootvader ziet het al helemaal zitten maar Mary zegt dat daar nu juist het vee van haar vader graast en dat ze het uitzicht op het bos niet kwijt willen.

Voor het eerst keert ze zich tegen haar grote bondgenoot. De grootvader neemt haar de volgende dag mee als hij de zaak definitief gaat regelen. Als hij in de zaak van nieuwe eigenaar de transactie afhandelt is daar ineens Mary die met flessen gaat gooien. Grootvader neemt haar mee in de auto naar de plek waar ze vaak door haar vader werd geslagen. Voor het eerst wil hij haar ook slaan maar zij valt hem aan terwijl ze zich solidair verklaart met haar familie. Natuurlijk is hij uiteindelijk sterker. ‘With his hands still tight around her neck, he lifted her head and brought it down once hard against the rock that happened to be under it. Than he brought it down twice more.’ Even later lijkt hij een hartaanval te krijgen. Opnieuw een rauw verhaal zonder aantrekkelijke mensen. Een verhaal dat wordt voortgedreven door haat, koppigheid en eigenzinnigheid.

In Enduring chill is Asbury, een student die schrijver wilde worden en vanuit het platte land naar NY was getrokken om te studeren teruggekomen naar zijn ouderlijk huis. Om te sterven. Het idee om dood te gaan vindt hij niet erg meer, wel het idee om in deze omgeving dood te gaan. Zijn vader is er gelukkig al niet meer en aan zijn moeder en zus heeft hij een grote hekel. Hij heeft een lange brief aan haar geschreven zoals Kafka ooit aan zijn vader schreef om na zijn dood te lezen. De huisarts heeft wat bloed afgenomen en komt tegen het einde van het verhaal met het heugelijke nieuws dat hij niet zal sterven. Opnieuw geen opwekkend verhaal; wel fascinerend en goed geschreven.

The comforts of home. Een volwassen man van 35 jaar oud woont bij zijn 75 jaar oude moeder; hij is historicus. De moeder is erg begaan met een jonge vrouw, nymphomaan, aan de drank en niet te handhaven en neemt haar tijdelijk in huis op. De man vindt het afschuwelijk en dit leidt opnieuw tot een dramatische ontknoping. De trend in deze fascinerende verhalen is de afwezigheid van sympathieke personages en een dramatisch slot. Haat en afkeer speelt ook een grote rol.

Everything that rises must converge. Het titelverhaal van de bundel waar alle hierboven besproken verhalen ook toe behoren. Opnieuw hebben we te maken met een  zoon en een moeder. De moeder is meer dan een beetje gezet en gaat naar een soort afvalclubje. Haar zoon moet mee  want ze durft niet alleen met de bus. Het verhaal gaat over rascisme en de teloorgang van standing. Natuurlijk gaat het opnieuw ook over de relatie tussen de zoon en de moeder. Een relatie die vanuit de zoon wordt beschreven, hij ergert zich kapot.

The Lame shall enter first. In dit verhaal hebben we te maken met een bewogen vader, een zoon, Norton,  van tien jaar oud en en dan is er Johnson, een tienerjongen regelmatig in contact is met de politie en blijkbaar geen ouderlijk huis heeft. Wel een klompvoet. De vader wil zich over hem ontfermen waar hij natuurlijk nooit om heeft gevraagd. Ondertussen heeft de vader geen oog voor het verdriet van zijn eigen Norton om de dood van zijn moeder.Inderdaad, dat kan niet goed gaan.

Revalation is naar mijn idee een verhaal over religieuze hoogmoed en zelfgenoegzaamheid. Het speelt zich grotendeels af in de wachtkamer van de huisarts waar we meekijken door de ogen van Mrs. Turpin. Een meisje dat later met een ambulance wordt afgevoerd gooit plotseling haar boek naar Mrs. Turpin die daar overigens met haar wat sullige man zit en maakt haar uit voor Knobbelzwijn uit de hel. Iets wat haar als gelovige keurige vrouw erg treft. Het verhaal eindigt een keer niet in een bloederig drama, maar met een visioen.

In Parker’s back hebben we weer een verhaal met louter onsympathieke personages. Parker weet zelf niet goed waarom hij nog niet zo lang geleden is getrouwd met de oerlelijke Sarah Ruth. Hij is een eenvoudige landarbeider met een liefde voor tattoo’s. Die zitten dan ook overal behalve op zijn rug. En dat gaat hem meer en meer beheersen…

Ten slotte is daar Judgement Day. In dit verhaal komt de Amerikaanse rassenproblematiek wat meer op de voorgrond. Tanner woont in een bouwval en destileert. Een kleurling koopt alle grond en wil hem wel voor zich laten werken. Tanner gaat naar zijn dochter in NY en heeft een incident met de nieuwe negerbuurman in het appartementengebouw. Hij wil terug maar is zwak en sterft als hij probeert weg te komen

Siegfried Lenz – Jäger des spotts

Het was dus tijd geworden om kennis te maken met het werk van Lenz. Een tijd geleden heeft er een artikel over hem in Trouw gestaan wat ik overigens niet heb gelezen. Mijn conclusie was dat er belangstelling was voor deze schrijver van wie ik ook wel eens dunne vertaalde werkjes had gezien.
Wat ik nu te pakken heb is een verhalenbundel die voor het eerst in 1958 is uitgegeven bij Hoffman und Campe Verlag te Hamburg. Ik heb een DTV- editie uit 1966.

Het eerste verhaal, ‘Lukas, sanftmütiger Knecht’ speelt in Afrika. De ik-persoon wordt heel dreigend benaderd door zijn knecht Lukas en zijn stamgenoten. Hij woont een soort initiatie bij en moet dan terwijl zijn auto onbruikbaar is geworden door het donker wadend door de rivier naar huis zien te komen. De buurboerderij is verlaten en zijn eigen huis blijkt afgebrand. Een verhaal met een geweldige opbouw in spanning en mooi onderkoeld geschreven.

‘Das Wrack’ gaat over een arme visser die een wrak ontdekt als hij terugkeert van de visvangst in de riviermonding. Hij keert vele malen terug met zijn zoon om te duiken want hij wil er wat aan overhouden. Zijn hele denken wordt onderhand door het wrak in beslag genomen. Dat duiken lukt niet en hij verkoopt zijn buitenboordmotor om duikspullen te kopen. Als hij dan eindelijk bij en zelfs in het schip kan komen blijkt het geladen te zijn geweest met paarden.

In ‘Ein haus aus lauter liebe’ gaat een student oppassen in een gezin waar de man heel bezorgt overkomt, iemand belt, de vrouw ik ineens belt en de grootvader boven blijkt te vertoeven en te voorschijn komt. Het is daar niet pluis…

‘Der Läufer’ gaat over een hardloper die op zijn vijendertigste in de landenwedstrijd zijn laatste wedstrijd loopt. Tijdens die wedstrijd gaat het over die wedstrijd maar ook over hoe hij na de oorlog bij toeval is gaan lopen. In de laatste meters raakt hij zijn tegenstander en wordt hij gediskwalificeerd. Een prachtig verhaal.

‘Der Grosse Wildenberg’ handelt over een ik-persoon die heeft gesolliciteerd en op gesprek kan komen. Hij moet zich van de één na de ander een weg banen als het ware en komt dan bij de eenzame direkteur, Wildenberg, waar hij heel genoeglijk mee praat. Om aangenomen te worden moet hij toch weer ergens anders zijn…

Het volgende verhaal heet ‘Drüben auf den Inseln’ en lijkt te spelen op een soort waddeneiland. Een vader ziet tijdens het jagen op zeehonden zijn dochter met een jonge man die niet oorspronkelijk van het eiland komt. Hij wil haar niet meer zien. De jongen neemt met de dochter de boot en terwijl het erg stormt slaat hij overboord…

Dan ‘Der Seelische Ratgeber. De ik-persoon gaat hier solliciteren. Het betreft de redactie van een tijdschrift waar iemand heel fijn alle brieven beantwoordt. De ik-persoon mag wat klusjes komen doen en komt er achter dat vroegere relaties niets met die man te maken willen hebben.

‘Jäger des Spotts’ is opnieuw een droevig verhaal dat in een eskimo-achtige omgeving speelt. Atoq is bespot en gepest omdat hij zo’n slecht jager is. Het gaat op pad en schiet onder anderen een beruchte buffel of zoiets. Hoe overnacht in een hut met een soort omheining. ’s nachts weten ijsberen daar binnen te dringen. Ze nemen het vlees mee en hem ook bijna. De volgende dag keert hij terug met wat resten en zonder vlees.

‘Nurauf Sardinien’ is een soort Maffia- verhaal met beschuldiging van moord en jacht door de politie…

Daarmee heb ik niet alle verhalen genoemd maar ze wel allemaal gelezen. Een heel prettige kennismaking met Lenz en dat smaakt beslist naar meer.

The collected stories of Lydia Davis

CIMG4766

Er is de laatste jaren wat werk van Lydia Davis in het Nederlands vertaald en daarom is er wat aandacht geweest voor haar persoon en werk. Voldoende aandacht om mijn nieuwsgierigheid te wekken. Ik heb me nu een aantal dagen vermaakt met deze verhalen die vaak zonderling zijn, soms heel kort en geschreven in een beknopte stijl; er staat geen woord te veel in. Dat heeft toch nog geleid tot 733 pagina’s. De verhalen zetten mij als lezer vaak op het verkeerde been en zijn regelmatig een beetje bevreemdend. De titels zijn bovendien zo gekozen dat je na lezing van een verhaal en terwijl je hebt voorgenomen het boek vervolgens weg te leggen, toch het volgende verhaal in getrokken wordt. Zo verging het mij althans. Ik vind het een heel kostbare aanwinst.