Nir Baram – Aan het einde van de nacht

Een roman verteld door een alwetende verteller die het meest vanuit de hoofdpersoon, Jonathan, vertelt. Ik vond het trouwens een wat taai boek met soms prachtige passages en ook momenten die vroegen om even stug door te bijten. Het is ook een treurig boek. Het treurigste is misschien wel dat het einde van de nacht nog niet heel overtuigend in beeld komt.

De roman begint als Jonathan en Israëlische schrijver getrouwd met Sjira, ergens in de derdig en vader van de nog jonge Itamar in Mexico-Stad is voor een soort schrijverscongres. De roman gaat ook over schrijven. Gaandeweg het verhaal keren we nog een aantal keer terug naar Mexico waar het congres allang is afgelopen en waar Jonathan wat blijft hangen; hij wil nog niet naar huis, probeert wat te schrijven en maakt er eigenlijk een zooitje van.

De roman gaat over de relatie tussen Jonathan en Joël. Ze zijn vanaf de kindertijd onafscheidelijk en leven samen in een enorm verhaal dat ze hebben verzonnen. Er is ook iets met de wadi nabij de flats waar ze wonen. Daar hebben ze hele graafprojecten voltooid, maar daar heeft in de mist ook een raar incident plaatsgevonden met Joël. Vanaf de tienertijd komt de vriendschap regelmatig onder druk te staan en nadat ze hebben gestudeerd blijkt Joël depressief te zijn.

Wat ook nog speelt is de moeizame relatie tussen Jonathan en zijn moeder die kanker heeft en op zeker moment daaraan overlijdt. Tegen het einde van de roman, als Jonathan nog in Mexico is pleegt Joël zelfmoord. Is dat het einde van de tunnel? Voor hem wel misschien en ook voor deze vriendschap waar een weeffout in lijkt te zitten.

Het is een wat weerbarstige roman die speelt in de huidige tijd. Echt sympathieke personages kom je niet tegen of worden weinig uitgewerkt. De kracht van het boek zit ‘m naar mijn smaak in de vele open ruimtes die er zijn.

Dave Eggers – The Circle

De roman van Eggers uit 2013 over een Google-achtig bedrijf, The Circle. Mae had na haar studie eerst een ander baantje gehad, maar is via haar studievriendin Annie bij de Circle komen werken, aanvankelijk bij het klantencontact, of eigenlijk cliënt experience. Zoals vaker bij bedrijven hebben we met een taalspel te maken en zo is het bedrijf ook ingericht: als een geweldige plek om te zijn voor alle medewerkers. Aan alles is gedacht. Er zijn feesten, lezingen, presentaties en dat in een super prettige omgeving. Wie wil daar niet werken?

Op haar eerste werkdag wordt Mae rondgeleid door Annie, die een belangrijke positie heeft verworven in het bedrijf, en ze valt van de ene in de volgende verbazing. Het is een bedrijf van controle. Alle scores in het klantcontact worden bijgehouden. Bovendien wordt Mae gestimuleerd om op sociale media – onderdeel van het bedrijf – heel actief te zijn. Wat ze dan ook doet. Er komen reacties en volgers en zo wordt ze erin gezogen. Ze gaat zelfs als een van de eerste met een camera lopen zodat iedereen alles van haar kan volgen en dat gebeurt dan ook .

Maar er komt tegengas. Haar ouders zijn aanvankelijk trots en blij, later niet meer en haar vroegere partner is heel kritisch. En dan is er de mysterieuze Kalden. Hij lijkt een soort collega te zijn, maar niemand lijkt hem te kennen en hij is meestal onvindbaar.

Gaandeweg wordt de wereldwijde invloed van het bedrijf steeds groter en gaat Mae steeds onvoorwaardelijker mee. En dan blijkt deze Kalden de oprichter van het bedrijf te zijn, de nerd die ondertussen is overvleugeld door zijn kompanen. Hij heeft oog voor de grote gevaren van The Circle en probeert Mae hiervan te overtuigen zodat ze een proclamatie kan voorlezen en ze samen de benen kunnen nemen. Dat zou een prachtige apotheose zijn. Alleen, ze doet het niet.

Een roman met een boodschap; dat kan geen goede roman zijn. L’ art pour l’art. Er valt iets voor de stelling te zeggen, maar hier hebben we misschien met een uitzondering te maken. Eggers had het met What is the What eerder gedaan en ook toen heb ik me laten meenemen. Dat gebeurde nu dus ook.

Olf Praamstra – Busken Huet; een biografie

Een verhaal over de in 2007 door SUN uitgegeven biografie van Busken Huet. Die naam was ik wel eens tegengekomen als schrijver van ‘Het land van Rembrandt‘ en recent terwijl ik de biografie van Multatuli las. En toch, ik was bij aanvang van de lezing van dit boek een volslagen onbeschreven blad.

Conrad Busken Huet (Den Haag 1826-1886, Parijs) komt uit een familie van Waalse predikanten. Zijn vader was dan wel een soort ambtenaar; theologiestudie was in de familie iets normaals. Het was ook voordelig want er kon een beurs van de Waalse kerk aan vastzitten. Zo is de jonge Huet in Leiden theologie gaan studeren. Dat deed hij met bijzondere belangstelling voor de ontluikende moderne theologie (Tübingen) die werd gedoceerd door hoogleraar J.H. Scholten. Zo kreeg Huet ook werk van Baur en Strausz onder ogen waar hij van smulde. Overigens had hij als student ook belangstelling voor het Saint-Simonisme, een soort proto-socialisme.

Busken Huet was welbespraakt, vaak geestig en heel geregeld onhandig in zijn uitspraken. Zo stond hij dikwijls op andermans tenen zonder dat zo goed door te hebben, maar vaak ook uit volle overtuiging. Dit maakte dat zijn aanstelling als predikant vertraging opliep. In 1850 werd hij eerst hulppredikant in Utrecht en een jaar later predikant in de Waalse kerk van Haarlem waar hij ik contact kwam met de uitgever Kruseman. Hij werd lid van de Haarlemse debatclub en leerde Anne vd Tholl kennen, met wie hij in 1859 trouwde. Voor die tijd schreef hij Brieven over de Bijbel, brieven aan Anne waarin hij de moderne theologie uiteen zette. Doordeweeks hield hij hierover ook avonden in zijn kerk. Het doel van het boek en de lezingen was om gewone kerkgangers bekend te maken met dit nieuwe denken en zo een soort nieuwe reformatie te ontketenen. Het boek werd door Kruseman uitgegeven terwijl hij voor hem ook bezig was met de correctie van het verzamelde werk van Bilderdijk.

In 1860 deed Huet samen met Vosmaer mee aan De Nederlandse Spectator. Hij onderging nu grote invloed van Sainte-Beuve en wilde kritieken leveren door een intensieve inleving in auteur en onverbloemd zeggen waar het op staat. Zo ontwikkelde hij zich steeds meer richting de literatuurkritiek en weg van de kerk waar zijn boek slecht was ontvangen. Hij verliet de kerk in 1862 en ging door de betrokkenheid van zijn vriend Potgieter aan de slag bij De Gids én bij de Opregte Haarlemsche Courant. Ondertussen bleef hij nog tot in 1864 maandelijks preken verzorgen, leerde hij Sarphatie, een soort Amsterdamse sociaal werker kennen en waarderen en werd hij eindredacteur van De Gisds. Nu kon hij helemaal los in zijn denken over literatuur en begon hij zoals hij in de kerk had huisgehouden nu ook in het literatuurbedrijf vooral af te breken. Zo moest veel poëzie (huiselijke rijmelarij) en ontgelden. Hij was eerder al van leer gegaan tegen het werk van de zeer vereerde Bilderdijk naar aanleiding van het verschijnen van diens biografie. Ook de eigentijdse romans waren beneden niveau in vergelijking met zijn standaard, het werk van George Eliot.

Schrijvend over die Nederlandse romans zegt hij dat hij niet begrijpt hoe iemand de betrekkelijk zeldzame gaven bezitten kan, noodig om zulke boeken te schrijven, en te gelijkertijd verstoken kan zijn van de uiterst gericht hoeveelheid doorzigt die mij toeschijnt gevorderd te worden om ze ongeschreven te laten (blz 333).

Als criticus heeft Huet een taak te vervullen. Hij wil door middel van zijn kritieken het niveau van de literatuur omhoog brengen. De auteur die een doel heeft buiten de kust ‘pleegt geweld aan de kunst’. Die opvatting verkondigt Huet keer op keer: of het nu gaat om godsdienstige, economische, vrijdenkers- of sociale ideeën (334).

Ondertussen is Huet met Potgieter als twee handen op een buik en beiden hebben ze geen gevoeligheid voor de gevolgen van sommige artikelen. Huet was bezig met het uitroeien wat de ontwikkeling van de literatuur in de weg stond. Dit leidde tot het einde van de samenwerking met Kruseman en uiteindelijk tot weerstand binnen de redactie van de Gids en het opstappen van Potgieter en Huet.

Huet stortte zich nu volledig op zijn werk voor de Haarlemse Courant, maar werd daar niet gelukkig van. Hij schreef een roman, Lidewijde, volgens zijn eigen principes. Realistisch en naturalistisch als Zola terwijl deze nog bekend moest worden. Briljant zou je zeggen, maar het zou duidelijk worden dat Huet vooral een heel goed criticus was en geen romanschrijver.

Ondertussen had Huet het geloof helemaal verlaten en dat gold ook voor zijn vriend Allard Pierson. Het moet eene wet in Nederland worden, dat geenerlei kerkelijke belijdenis de waarde van iemands karakter bepaalt; of laat mij liever zeggen, want ook die formule is nog voor tweederlei uitlegging vatbaar, onkerkelijkheid moet in Nederland eene aanbeveling worden even goed als kerkelijkheid en, bij voorkeur, meer dan deze (uit Ongevraagd advies p. 404).

Er verscheen een felle afkeurende recencie van Klaasje Sevenster, een roman van van Lennep, er was gedoe over een mogelijke terugkeer naar de Gids en de relatie met Potgieter kwam onder druk te staan.

En toen, in 1868 ging Busken Huet met Anne en Gideon naar Indië om voor de Java bode te gaan werken. De overtocht was door de regering betaald op voorwaarde dat hij van de bode een meer conservatieve krant zou maken. Eigenlijk had niemand hier een goed woord voor over, ook Potgieter niet.

Huet heeft tot 31 januari 1873 voor de Javabode gewerkt die ondertussen was overgenomen. Na gedoe begint hij een eigen courant; Algemeen Dagblad van Nederlands Indië. Onderhand was de Atjee-oorlog begonnen en de verslagen in het AD leken op die van het regeringsorgaan. Wat betreft politieke ideeën was Huet in ieder geval geen meeloper. Hij was onder de indruk van Napoleon III en van Bismarck, voor de sterke man dus, en tegelijkertijd voor algemeen kiesrecht. Voor Nederland zag hij wel een staatsgreep onder leiding van Willem III zitten om vervolgens het land goed te organiseren. Hierover ging het o.a. in zijn Nationale vertogen. Latere aanhaners van het Nationaal Socialisme in Nederland zagen in Huet een waardige voorloper (p. 563). En toch had hij ook sympathie voor Domela Nieuwenhuis.

Het contact met Nederland bestond voornamelijk uit een enorme correspondentie met Potgieter, ondanks het feit dat de relatie een deuk had opgelopen. Naast het AD gaf hij ook De Reisbibliotheek uit en keerde hij meer en meer terug tot waar hij goed in was: de literaire kritiek. Over George Eliot was hij heel enthousiast, de Nederlandse literatuur stond er volgens Huet treurig voor met Majoor Frans van Bosboom Toussaint als lichtpuntje. Met haar schreef hij ook regelmatig. Huet deed met Robert Bruces leerjaren nog een poging om zelf een roman te schrijver. Het boek is niet af en de conclusie helder: Huet is geen romanschrijver

Het AD van Nederlands Indië werd geen zakelijk succes ondanks het feit dat hij weer meer over literatuur schreef. Huet keert terug naar Europa, mede met het oog op Gideon die naar een degelijke school moet. Zijn neef wordt redacteur van het AD en zelf blijft hij betrokken bij dit bedrijf waar nog steeds schulden op drukken. Huet geniet een best inkomen, maar leeft chronisch op te grote voet en dus altijd in schulden.

Ze keren dus terug naar Europa, bezoeken Nederland weer, maar vestigen zich in Parijs, waar Gideon naar school gaat. Vanuit Parijs gaat Huet door met waar hij mee bezig was. Kritieken schrijven voor het AD en ook voor het tijdschrift Nederland. Hij gaat ook door met het op tenen staan waar hij maar tenen treft, ook al wordt hij gaandeweg wel iets milder. Over de staat van de Nederlandse literatuur blijft hij droevig gestemd terwijl hij meer en meer oog krijgt voor het talent van Zola hoewel deze naar de smaak van Huet regelmatig te expliciet is in zijn naturalisme. En dan verschijnen er artikelen over oude en nieuwe klassiekers met als topper Byron. Enthousiasmerende wegwijzers. Huet komt in 1880 terug bij de Gids onder anderen met een artikel over P.C. Hooft. En hij publiceert nu ook bij de Amsterdammer (die nog niet groen was). Ondertussen is Huet kritisch over de jonge generatie die bekend zou worden als die van ’80. De club van Perk, Kloos, van Eeden, Verweij en van Deijssel.

Huet wordt naast criticus steeds meer cultuurhistoricus en is zich erg bewust van de breedte en diepte van de Franse en de Duitse cultuur. Eigenlijk is hij een voorstander van aansluiten bij de de Franse taal en cultuur met Renan en Taine als grote voorbeelden. Dit is weer een voorbeeld van de driest plan waar hij geen handen voor op elkaar krijgt.

En toen begon hij aan een project waarmee hij nog steeds bekend is: Het land van Rembrandt (Nadat hij eerder Het land van Rubens schreef), een cultuurhistorische studie over Nederland in de 17e eeuw. Deel 1. was in 1882 af en deel twee in 1884. Het boek wordt redelijk goed ontvangen waar Huet heel blij mee is want het was ook wel een monsterklus.

Daarna keert hij terug naar zijn oude stil. Het schrijven van kritieken, in ieder geval voor de Indische krant, maar daarnaast voor andere kranten en bladen. Voor het eerst was er enthousiaste aandacht voor Tolstoi en Dostojevski en er ontstond meer waardering voor Zola. In 1885 verschijnt het eerste nummer van de Nieuwe Gids, het clubblad van 80. Hij vindt er niet veel aan. Op 1 mei 1886 sterft Huet plotseling terwijl hij aan het doen was wat hij altijd deed. Lezen en schrijven. Het leverde veel Nederlandse reacties op, waaronder een zure van Multatuli.

Een prachtige biografie waarmee veel inzicht ontstaat -bij mij dan- in het Nederlandse literaire leven van de 19e eeuw.

M.L. Rijneveld – De avond is ongemak

Marieke Lucas Rijneveld heeft een paar weken geleden een internationale literaire prijs voor vertaald werk gekregen samen met de vertaalster. Heel stoer natuurlijk. Toevallig hadden we de roman recent verworven en dit was de aanleiding het boek maar meteen te lezen.

De roman begint met de eenvoudige zin: Ik was tien jaar en deed mijn jas niet meer uit. De roman speelt in een boerengezin waarvan een zoon, Matthies, door het ijs zakt en verdrinkt. De kinderen die overblijven, de ik-persoon, het zusje Hanna en Obbe, de grotere broer, zijn ontredderd en de ouders net zo goed, zodanig dat er geen echte aandacht is voor deze kinderen.

En dan breekt ook nog de MKZ- crisis uit; de koeien moeten geruimd worden wat natuurlijk ook een drama is. Het hele gezin begint langzaamaan te ontsporen en dat gaat van kwaad tot erger.

Het is een erg kerkelijk gezin en zo wordt de taal in deze roman aan de ene kant gelardeerd met tale Kanaäns en complete bijbelteksten en aan de andere kant gebruikt de schrijfster het boerenleven en het boerenerf als bron voor vergelijkingen.

Ik vond het een heftig boek dat ook heftig eindigt. Het lukte me niet om achter elkaar door te lezen en dat overkomt.

Paulo Coelho – De Alchemist

Een esoterische bestseller uit 1988, dat is ouder dan ik had gedacht. Een boek trouwens waar ik altijd de neus voor het opgehaald en dat kwam door de enorme populariteit en niet per sé onder literaire lezers.

Enfin, het is er dan toch van gekomen en ik moet zeggen dat de roman tegemoet komt aan mijn vooroordelen. Trouwens, is het wel een roman? In het verhaal gaat het er vaak om dat je je eigen legende leeft. Is dit boek ook een legende. Of is het een sprookje, of liever een sprook? Iets in die hoek zou ik zeggen.

Het is een verhaal met veel verwijzingen naar Godsdiensten en om te beginnen naar de bijbel. Zo heeft de hoofdpersoon, die overigens alleen in de pro- en de epiloog zo wordt genoemd Santiago. Jacobus dus, de apostel die op reis ging. In het verhaal zelf heeft hij steeds ‘de jongen’. Hij is herder en er wordt even verteld hoe hij eens achter een weggelopen schaap aan ging, een onmiskenbare verwijzing naar Jezus. En dan komt hij Melchizedek (Gen. 14) tegen die een priesterlijk borstschild blijkt te hebben en dan krijgt de jongen, die op weg wil om een schat te zoeken, een Urim en Tummim mee, de stenen die we kennen uit de borstschilden van de OT- priesters.

Hij gaat op weg naar Noord-Afrika, want de schat die hij zoekt – hij is door een waarzegster op het idee van de schat gekomen – moet bij de piramides van Gizeh liggen. Eerst werkt hij in Fez bij een kristalhandelaar en dan kan hij mee met een karavaan die door een oorlog blijft steken in een oase. Dan kan hij met een Alchemist mee voor het laatste stuk. Bij de piramides blijkt dat de schat in de grond moet liggen waar waar hij zijn reis begon, tussen de resten van een vergane kerk.

Een boek over de ziel van het heelal en de ziel van de wereld. Dat zijn dingen waar ik niet zoveel mee kan. Het gaat echter ook over het volgen van je eigen legende, op stap gaan, open staan voor richtingaanwijzers. Verder is het eigenlijk ook een heel lief, wijs en optimistisch boek.

De stijl vond ik niet bijzonder maar het is wel knap dat het boekje compact is gebleven. Immers, wat er is verteld had uitgesmeerd kunnen worden tot een enorme roman en dat is dus niet gebeurd.

Sandro Veronesi – XY

Borgo San Giudo was zelfs geen dorp meer, het was een gehucht. Zo begint deze wonderlijk roman die voor een groot deel in dit Dolemietendorp speelt. Hoofdpersonen zijn Giovanna, een beginnend psychotherapeute die net een punt achter haar relatie heeft gezet en de pastoor van San Giudo. Beide zijn afwisselend ik-persoon. Een vondst die ik niet eerder tegenkwam, of als dat toch wel het geval is geweest heeft het geen indruk gemaakt.

Tijdens een verschrikkelijke sneeuwstorm heeft er in het bos bij San Giudo een bloedige ramp plaatsgevonden op hetzelfde moment dat bij Giovanna een vijftien jaar oud litteken weer is opengegaan. De groep die met paard en slede op weg was is op onverklaarbare wijze gedood en de sparrenboom die normaal helemaal bevroren is, is nu rood van het bloed.

De overheid zit al gauw zodanig met het gebeuren in de maag dat er een verhaal bij wordt verzonnen. Een terroristische aanslag. Giovanna hoort van haar voormalige vriend het ware verhaal dat te wonderlijk voor woorden is en de pastoor hoort dit verhaal ook min of meer vanuit een biecht en heeft bovendien de bloedboom zelf gezien.

Toevallig ontmoet de pater Giovanna in het ziekenhuis in het dal en ze besluit mee te gaan om de getraumatiseerde dorpsgenoten te helpen. De roman bestaat vervolgens uit gesprekken met dorpsgenoten waaruit blijkt dat dit dorp al getraumatiseerd was voor het onzegbare ongeluk had plaatsgevonden. En dan zijn er de intense gesprekken tussen de pastoor en Giovanna en bovendien de telefoongesprekken die Giovanna met haar manipulerende moeder heeft.

Een roman over geloof en wetenschap, over het verklaarbare en het onverklaarbare. Het eindigt ermee dat Giovanna en de pater er beiden voor kiezen om hun leven een nieuwe wending te geven en het heftige ongeluk, tsja, wat daar is gebeurd wordt dus niet duidelijk.

Tolstoi – De dood van Ivan Iljitsj

‘De russen’ kunnen geweldig afschrikken. Dikke boeken, dicht proza uit het Rusland van de 19e eeuw… Dit is een novelle van nog geen honderd pagina’s uit de tweede helft van Tolstoi’s leven; de periode dat hij niet in de eerste plaats bezig was een groot schrijver te worden maar meer om een groot mens te worden geïnspireerd door zijn religieus/sociale ideeën.

Ik heb de vertaling van Tom Eekman gelezen. Achterin deze Meulenhofeditie (Amsterdam 1988) volgt eerst een niet al te bijzonder nawoord van Geert Bremer en vervolgens nog een bewerking van een fijne lezing van August Willemsen, de Zuid-Amerikaman, onder de titel Het voorbeeldige boek.

Terug naar de novelle. In de tweede helft van zijn leven was Tolstoi meer bezig met toegankelijk schrijven. Juist geen enorm lange zinnen maar juist strakker en helder proza. Na deze zin te hebben geschreven kijk ik nog eens en moet ik zeggen dat het nog geen Nescio is, maar zeker prima leesbaar. Daarmee is dit boek een prachtig startpunt voor wie eens in de Russen wil duiken. Nou ja, je zit dan wel meteen in een heftig thema. De onvermijdelijk naderende dood en de daarbij horende terugblik. In het geval van Ivan Iljitsj, lid van het gerechtshof, is het een pijnlijke terugblik. Hij heeft een burgerlijk leven geleid, is getrouwd, heeft kinderen en heeft het goed. En dan realiseert hij zich dat hij helemaal niet het goede leven heeft geleefd. Hij zat in een keurslijf van hoe het hoort, leefde boven zijn stand en in bijna voortdurende onmin met zijn vrouw. Verkeerd. Alles waarin je geleefd hebt en nog leeft, is leugen en bedrog, die leven en dood voor je verborgen houden (p.93).

Als hij zieker wordt ervaart hij weinig troost en ondersteuning en bedenkt hij niet dat het voor zijn omgeving ook lastig is. Met het vergeef me, vlak voor zijn dood, treedt er toch een ommekeer in.

Rosamund Bartlett – Tolstoy, a russian life.

Een biografie uit 2010 uitgegeven in Londen door Profile Books. Naar mijn smaak een heel geslaagde biografie die begint met de aristocratische voorouders van Tolstoy en natuurlijk echt onder stoom komt met de geboorte van Leon in 1828.

De familie woont op het landgoed Jasnaya Poliana dat eigenlijk een van de hoofdpersonen is van het boek. Tolstoi zou er een groot deel van zijn leven doorbrengen en na zijn dood in 1910 zou het als een soort museum min of meer in tact blijven. Trouwens, hij is op het landgoed begraven. Maar nu ga ik wat snel.

Na een wat ongerichte jeugd en een goede opleiding is het niet meteen duidelijk wat hij zal gaan doen in het leven. Hij trouwt met de veel jongere Sonya en ze krijgen een boel kinderen terwijl ze zelf gaan leven op Jasnaya Poliana.

Tolstoi blijkt een man te zijn met een hoop energie, ook intellectueel. Op zeker moment besluit hij serieus te gaan schrijven en zijn eerste roman is meteen oorlog en vrede, de roman over de oorlog met Napoleon, een roman die als feuilleton is verschenen. Een aantal jaar later werkt hij aan Anna Karenina en dat gaat flink moeizamer.

Ondertussen komt er een tweede lijn naar voren. Onderwijs. Tolstoi sticht op het landgoed tijdelijk een school en heeft zeer specifieke ideeën over onderwijs. En zo begint hij te werken aan ABC, een onderwijsmethode waar hij ook eenvoudige verhalen voor schrijft.

Wanneer Anna Karenina is afgerond is het al gedaan met de grotere roman. Er zullen later nog wel verhalen of novellen volgens zoals De Kreuzersonate of De dood van Ivan Ilich.

Na Anne Karenina verschuift de aandacht opnieuw en nu naar het religieuze leven. Tolstoi verdiept zich in de dogmatiek van de kerk en gaat kloosters bezoeken om met vermeende heiligen te praten. Hij komt meer en meer tot een eigen interpretatie van het Christelijk geloof en moet concluderen dat de kerk er flink naast zat en zit. Wat er overblijft voor hem is een horizontaal evangelie met een nadruk op de Bergrede.

Het bijzondere is vervolgens dat hij doet wat hij zegt. Wanneer er een enorme hongersnood is gaat hij samen met twee dochters keukens oprichten voor de uitgemergelde boerenbevolking. Ondertussen organiseert zijn Sonya een soort van internationale inzemelingsactie.

Over Sonya gesproken, zij is net als de vrouw van Dostojevski actief betrokken bij het schrijfwerk door manuscripten over te schrijven. Ze heeft wel een zwaar bestaan met deze man. Dat wordt wat makkelijker wanneer ze vanaf zeker moment tijdens de winters in Moskou wonen. Hoe ouder ze worden, des te moeizamer het wordt tussen deze twee mensen en Sonya heeft meermalen op het punt gestaan er vandoor te gaan.

Ondertussen krijgt Tolstoi een belangrijke medestander in ene Chertkov. Nou ja, er waren best meer medestanders en het werden er steeds meer, zeker toen Tolstoi meer ging publiceren over religieuze en maatschappelijke thema’s zoals vegetarisme, geweldloosheid en de doodstraf. Sonya vond dat allemaal maar niets en dat gold zeker ook voor de overheid en de kerk. Hij werd in de gaten gehouden en aanhangers liepen het risico verbannen te worden. Zo kwam Chertkov voor jaren in Engeland terecht van waaruit hij de zaken van Tolstoi behartigde. Tijdens de NEP pas keerde hij terug.

Ik heb nooit geweten dat Tolstoi in de aanloop naar de revolutie zo veel invloed had in Rusland en gaandeweg ook daarbuiten (er is een linkje naar Ghandi…). Ze zaten enorm met hem in hun maag.

Toen Tolstoi eenmaal dood was ontstond er een strijd over de auteursrechten en de uitgave van het verzameld werk. Aanvankelijk was het een strijd tussen Sonya en Chertkov plus Alexandra, een dochter van Tolstoi. Na de dood van Sonya, we zijn al in het Sovjetregime, werd het opnieuw allemaal anders want de Lenin en Stalin vonden het steeds lastiger worden met al die Tolstojanen. Alexandra heeft het eens aangezien en is via Japan richting Amerika gegaan om daar uiteindelijk te blijven. Pas na de Perestroika kon er een start gemaakt worden met de uitgave van een wetenschappelijk verantwoord verzameld werk dat meer dan 100 delen zal gaan bevatten. En dat komt doordat Tolstoi een enorme brieven en dagboekenschrijver was naast alle artikelen, korte verhalen en boeken.

Sandro Veronesi – In de ban van mijn vader

Een roman uit het jaar 2000 vertaald door Rob Gerritsen. De roman is in de ik- persoon van een kinderboekenschrijver geschreven. Hij heeft net een prijs ontvangen voor zijn werk en overigens meteen weggegeven. Als hij – Gianni – terug komt in Rome is er bij de taxistandplaats een man in een auto; hij kan meerijden met de man die meer van hem weet en een pistool blijkt te hebben en weet de auto te ontvluchten.

Eenmaal thuis besluiten ze dat zijn vrouw Anna en hun zoontje bij wijze van veiligheidsmaatregel naar de kust gaan. En dan komt de man langs met een tas die in de auto was blijven liggen. Dan probeert hij Gianni te overtuigen van het feit dat zijn vader Russisch spion was die aan het einde van de oorlog in het leven van een Italiaan is gestapt. De man is een oud-collega en vriend van zijn overigens kort daarvoor overleden vader geweest.

Na meer verwikkelingen en ontmoetingen met deze man zit hij op zijn Vespa en verleent geen voorrang. Hij raakt redelijk ernstig verwond en belandt in een verkeerd ziekenhuis waar hij door deze man uit wordt gered. Hij is voor hem als een vader. En dan begint hij geloof te hechten aan het absurde verhaal over zijn vader.

Een virtuoos geschreven boek over waarheid. Niet alleen de waarheid over zijn vader, maar ook over zijn vrouw die een verhouding met een ander bleek te hebben gehad.

Veronesi – Kalme Chaos

Een roman uit 2006 die ook in dat jaar vertaald door Rob Gerritsen in het Nederlands uitkwam bij Prometheus.

De Roman speelt vooral in Milaan in de tijd waarin deze is geschreven. Mensen hebben mobiele telefoons en de moderne cultuur komt ruim aan bod. Hoofdpersoon is Pietro Paladini, een veertiger die een belangrijke positie heeft bij een mediabedrijf.

De roman begint onstuimig. Pietro is met zijn broer aan zee, ze zien dat er iets gaande is, er blijken twee vrouwen in nood te zijn. De broers duiken in zee en redden de vrouwen om vervolgens in het tumult te verdwijnen. Tegelijkertijd is Lara, de partner van Pietro, voor haar huis met een fataal aneurisma ineen gezakt terwijl hun tienjarig dochtertje Claudia erbij was.

Na de begrafenis besluit Pietro om nadat hij Claudia naar school heeft gebracht daar te blijven tot ze ’s middags uit is. Ondertussen lijkt het eigenlijk best goed te gaan met hem en met haar.

En dan beginnen allerlei mensen hem daar bij die school te ontmoeten. Mensen van het werk, zijn mooie schoonzus, de vrouw die hij heeft gered, directeuren van zijn bedrijf dat in een wereldwijde fusie terecht is gekomen. Eigenlijk vertellen ze allemaal lijdensverhalen. Het heeft iets hilarisch. En dan blijkt dat Claudia hier na een paar maanden helemaal niet zo blij mee is. Ze wordt er zelfs om gepest. Dat is dan het einde van het verblijf bij de school en bijna ook van het boek dat over van alles gaat, maar zeker ook over rouw. En over dingen die toch anders blijken te zijn dan ze zich lieten aanzien.

Het boek is in de ik-vorm vanuit Pietro geschreven in eens soort actuele vorm. De schrijver doet vermoeden dat ik lees wat er die dag is gebeurd. En dan de titel die voor het eerst voorkomt wanneer de chaos bij zo’n basisschool ontstaat als er kinderen opgehaald gaan worden. Een eindje verderop beschrijft Pietro hiermee ook zijn eigen situatie én dat die kalme chaos aanwezig is zoals ieder ogenblik in het hart van kinderen in de hele wereld. Het is deze kalme chaos die Claudia erdoor helpt, maar die haar ook lijkt tegen te werken.

Een virtuoze roman waarin rare dingen gebeuren; ik vond het geweldig.