Ghislain de Diesbach – Proust

Deze biografie van Proust is niet zo dik als Verloren Tijd, maar met ruim 700 pagina’s toch een kloek boek. Ik heb de lectuur van het boek afgewisseld met die van de van de Verloren Tijd. Dat maakte het bij elkaar wel een bijzondere ervaring, maar heeft er ook toe geleid dat het niet zal meevallen om details uit het eerste gedeelte van de biografie uit mijn geheugen te diepen. Mijn geheugen is niet zoals dat van Proust was, die hele passages kon opdreunen terwijl hij met vrienden, kunstenaars en adelijke lieden aan een diner zat. En het bleef dan niet bij het citeren van roerende passages, hij kon uitermate onderhoudend praten en deed dat dan ook.

Proust kwam uit de provincie, zijn vader was arts net als later zijn broer. Op zeker moment is het gezin in Parijs komen wonen waar Proust ook heeft gestudeerd. Dat heeft niet geleid tot een professie. Proust kreeg steeds meer belangstelling voor de literatuur; hij schreef niet alleen artikelen voor de kranten, maar heeft zich ook een tijd lang bezig gehouden met de kunstkenner John Ruskin van wie hij werk heeft vertaald.

Net als in de Verloren Tijd komen we de Dryfus-affaire tegen net als WO I. Proust had toen de neiging, als velen trouwens, de stad te verlaten, maar is niet heel lang weg geweest. Al tijdens de oorlog komt het culturele leven weer op gang. Voor Proust was dat een leven van salons, adellijke heren en dames, schrijvers en aantrekkelijk mannen. En zo verzamelt hij stof voor de roman die geen autobiografie is, maar in zekere zin parallel loopt aan de biografie van Proust. Sommige vrienden of bekenden leveren duidelijk inspiratie op voor personages uit de roman. Zo is er een verband tussen Charles de Haas en Swann, tussen Alfred Agostinelli en Albertine en tussen Montesquiou en M. de Charlus, Mw. Strauss en Mme de Guermantes.

Proust is eigenlijk een nare verwende vent geweest. Extreem gevoelig, ziekelijk en ziekte voorwendend, stronteigenwijs, een moederskind. Maar ook geniaal met taal. Een man met compassie die graag financieel te hulp schoot en vooral overdreven fooien gaf, soms ook om mannen aan zich te binden. Hij was een waanzinnige brievenschrijver en kon tegen middernacht zonderling gekleed in extra jassen van twintig jaar terug op een feestje binnenvallen. Wat betreft die ziekte, hij had astma, maar liet zich niet normaal behandelen. Hij rotzooide zelf maar wat aan met medicatie, at de laatste dertig (!) jaar van zijn leven niet normaal en steeds slechter. Waar hij ook een meester in was, dat was het compliceren van bijna alles. Zo vergde het wel wat om een vriend van Proust te zijn. De man die hem financieel adviseerde – hij had een belegd vermogen – heeft dat met engelengeduld gedaan. Proust gooide niet alleen geld over de balk, hij leefde op te grote voet en belegde in foute dingen zonder te overleggen en verloor zo kapitalen. Het uitbreken van de oorlog leverde ook nog financiële pech op, hoewel Proust nooit aan de bedelstok raakte.

In 1913 wordt De kant van Swann gepubliceerd door Grasset. Later stapt Proust over naar de NRF van Gallimard. Eigenlijk leeft Proust vervolgens om zijn roman te voltooien. Altijd in de weer met drukproeven, correcties, toevoegingen, klachten over drukwerk, vertraging en zetfouten. Steeds is er strijd met Gallimard, steeds gaan er brieven heen en weer. En ondertussen zijn er ontmoetingen tijdens soirees, mannen die zijn belangstelling trekken, artikelen in de kranten, manipulaties van redacteuren om goed voor de dag te komen in artikelen. Op zeker moment is er zelfs de Prix de Goncourt en begint Proust – de oorlog is dan al voorbij – een beroemde schrijver te worden. Wat een man.

Advertenties

J.M. Coutzee, The childhood of Jesus

Wat is dit nu weer voor een boek? Een sprookje? In dat geval kunnen we beter spreken van een sprook. Ik kom op het idee door het feit dat het boek qua tijd en plaats onbestemd is. Het zou zo kunnen beginnen:
Er kwamen een man en een jongen aan in het land waar de mensen Spaans spraken. Ze kwamen als een soort vluchtelingen een nieuw leven beginnen. De man heette Simon en de jonge jongen David. Hij was niet de vader, maar voelde zich erg verantwoordelijk voor de jongen en wilde zijn moeder vinden.
Het was een wonderlijk land waar ze terecht waren gekomen. Een land van platonisten waar verstand dominanter was dan passies. Het eten was er zonder zout. Simon werd havenarbeider en had heel sympathieke collega’s waarvan er ééntje op een filosofiecursus zat.

Simon vond de vrouw die David’s moeder wilde zijn. Ínez. Ze vereert hem en verwent hem eindeloos. Zo gaat het boek ook over opvoeding en onderwijs. Op zeker moment moest David echt naar school wat een drama werd. Hij paste totaal niet in het systeem en moest naar een soort internaat. Hij had wel leren lezen met behulp van een kinderversie van Don Quichote, de held uit het anti-ridderverhaal die de sociale orde op z’n kop zette. Over m’n lijk, zei de moeder. Desnoods vluchten we weg. En dat gebeurde uiteindelijk ook. Simon, die het eigenlijk allemaal niet zag zitten ging toch mee en zo vertrok er een wonderlijk gezelschap, inclusief de hond Bolivár op weg naar een nieuw leven. Ze pikten ook nog een lifter op, Juan.

Een verhaal met hints naar de evangeliën, vooral Johannes (yo soy la verdad. Een jongetje dat begaafd en eigenzinnig is en iedereen om zijn vinger windt. Aan de ene kant kan het boek werken als een pleidooi voor de Jezus figuur, de Don Quichote. Aan de andere kant wekt David zoveel ergernis dat je alle begrip krijgt voor de mensen die staan aan de kant van de saaie orde.

Murat Isisk – Wees onzichtbaar

Ineens kom ik de naam Murat Isik regelmatig tegen tot in plaatselijke media aan toe. En toevallig heb ik nu zijn tweede boek gelezen, de roman over de Bijlmer. Net als het eerste boek, Verloren grond, is ook deze roman sterk biografisch, maar de schrijver wist mij ook wel op het verkeerde been te zetten.

Verloren grond eindigt wanneer een verarmd berooid boerengezin zich vestigt in Izmir. Ouders, twee broers en een zus. In deze roman gaat het over één van de twee broers. Het lijkt wel of de karakters van de broers nu zijn omgewisseld en de bedachtzame teruggetrokken broer is ontwikkeld tot een zelfzuchtig communistisch projectiel.

Deze Harun is jong getrouwd en laat moeder en jonge kinderen achter om zich in Hamburg te vestigen. Moeder en kinderen komen wat later ook en het blijkt een flop. Zo reizen ze door richting Amsterdam en belanden ze in de Bijlmer, in Fleerde. Het verhaal wordt verteld door de dan nog jonge zoon en gaat zowel over de Bijlmer als over zijn jeugd in een problematisch gezin. Nou ja, een gezin met een problematische vader die geen tegenspraak duldt, de handen los heeft zitten, de uitkering vergokt en verzuipt en niet aanspreekbaar is op zijn gedrag. Gevolg is dat de moeder werk zoekt en zowaar carrière zal maken als voedingsassistente in het AMC.

Het gaat dus over de Bijlmer, over de vader, over de wijk en over migrant zijn in die wijk en in Nederland. De verteller gaat dankzij dreigingen van Harun op school VWO doen en wordt daar de eerste jaren gepest. Dan verschijnt er een andere Turkse jongen in de klas, Kaja, en ze worden vrienden. Kaja is wat de verteller niet is. Vrij en niet bang.

Als de verteller rechten studeert op de UVA gaan ze eindelijk verhuizen naar Reigerbos. De Bijlmer gaat op de schop en zo eindigt het boek wanneer de verteller terug is in de wijk om te zien wat er nog staat en wat totaal vernieuwd is.

Het boek is zo geschreven dat het niet meevalt om het weg te leggen. Het leest makkelijk, maar geeft toch te denken. Bijvoorbeeld over de vraag of dit literatuur is. Dat komt omdat ik aanvankelijk de indruk kreeg dat het niet meer dan een smaakvolle vertelling is. Ondertussen neig ik ertoe om te erkennen dat er meer aan de hand is en dat het winnen van de Librisprijs misschien wel heel terecht was.

 

Murat Isik – Verloren grond

Een treurige roman uit Turkije. Het begint in het dorpje Sobyan in het Oosten van het land waar Zaza wonen. Zaza spreken Zazaki. Het verhaal wordt verteld door Mehmet, zoals hij door een verturkingactie was gaan heten. Het gezin leeft van extensieve veeteelt en bestaat uit ouders een oudere broer en een jonger zusje. Het gezin is groter geweest, maar er zijn kinderen jong overleden.

Op een dag krijgt de vader een zware steen op zijn scheenbeen terwijl hij iemand met bouwen aan het helpen was. Hij wordt gespalkt door Atilla de slager die het op zijn vee heeft gemunt. Het been is veel te strak afgebonden en zo komt hij in het ziekenhuis van Mouce als het al te laat is. Het been wordt afgezet, ze verkopen het vee aan Atilla voor te weinig geld en zonder dat het beloofde bedrag wordt betaald en vertrekken naar het geboortedorp van de vader.

Daar zijn ze helemaal niet welkom en dreigen ze weggepest of vermoord te worden. Dan wordt het dorp getroffen door een aardbeving en verandert de sfeer iets. Via de regering krijgen ze geld en zo vertrekken ze naar Izmir, waar ze via een relatie van een oom in een huisje kunnen wonen.

Yusef, de oude broer, was altijd al tegendraads en raakt aan de drank waardoor het gezin opnieuw in de problemen dreigt te komen.

En zo ben ik als lezer ineens in het Turkije van de jaren 60 geweest, wat me trouwens niet in het bijzonder enthousiast heeft gemaakt voor het land. De heftige omgang van mensen onderling is echt anders in deze roman, anders dan ik het gewend ben en gewenst vind. waar ik mee blijf zitten is of dit literatuur is. Dat is lastig, want dan moet ik dus meteen gaat zeggen wat dan wél literatuur is en moet het gaan over stijl, thema’s en gelaagdheid. Ach, wat doet het er toe? Misschien geen literatuur, wel een mooi boek.

Kamel Daoud – Moussa; of de dood van een Arabier.

In het Frans heeft de roman een heel andere titel: Meursault, contre-enquête, een term die letterlijk zo in de roman voorkomt. Zo geeft de Franse titel meer weg dan de Nederlandse en dat is zeker in dit geval opmerkelijk. In l’Étranger van Camus ging het over deze Meursault die een zinloze moord pleegt en ter dood wordt veroordeeld. In deze roman zit de broer van het slachtoffer van die moord in een café te praten tegen iemand voor wie Camus een held was.

Zo vertelt hij over hun moeder, wiens man al eerder was verdwenen en die nu ook een zoon heeft verloren. Als Algerije onafhankelijk is geworden weten ze het huis van de mensen waar zij werkte over te nemen (in te pikken). Daar zwerft op een nacht een blanke man rond die hij heeft doodgeschoten. Opnieuw een volstrekt onnodige moord. Hij wordt tijdelijk opgepakt, eigenlijk vooral omdat hij niet had deelgenomen aan het verzet tegen de Fransen.

En dan staat de mooie Meriem op de stoep. Ze doet onderzoek naar de eerste moord uit 1942 en wil er een scriptie over schrijven. En dan lijkt het of Meurault ook een boek heeft geschreven over de affaire: Le titre en était L’autre, le nom de l’assanssin était écrit en lettres noires et stricte, en haut à droite: Meursault.

Daoud speelt een spel van intertextualiteit. Aan de ene kant is er de reactie op het boek van Camus. Als boek, maar eigenlijk als weergave van feiten. Heeft camus zich destijds gebaseerd op een werkelijk gebeurd nieuwsfeit? Ook al zou dat zo zijn, toch reageert deze roman op die van Camus alsof die feiten beschreef. En dan wordt er een andere roman genoemd.

Een boek dat de ideeën van Camus globaal lijkt te onderschrijven – het leven is absurd – en een boek dat mij als lezer een andere kijk geeft op kolonialisme en dekolonialisme.

Hagar Peeters – Malva

Een roman uit 2015. Pablo Neruda heeft terwijl hij consul was op Java een Nederlandse vrouw leren kennen, Maria Antoinette Hagenaar, en is in 1930 met haar getrouwd. Daarna trekken ze via Buenos Aires naar Madrid en ondertussen begint Neruda zijn vrouw al behoorlijk te negeren. Toch raakt ze zwanger in 1933 en zo wordt Malva geboren, de ik-persoon van de roman. Malva blijkt een waterhoofd te hebben, iets waar in die tijd niets aan gedaan kon worden. Wanneer de situatie in Spanje slechter wordt gaan Malva en haar moeder naar Gouda. Dat kwam Neruda goed uit, in feite leefde hij al met zijn tweede vrouw. Malva wordt onder gebracht bij een pleeggezin en haar moeder huurt een kamer in Den Haag. Op 8- jarige leeftijd sterft Malva.

Zo, dat is de historische omlijsting van de roman. We komen deze dingen als gezegd te weten omdat we in de gedachten van Malva zitten. Ze is dan wel dood, maar leeft in een bijzondere toestand in het hiernamaals los van tijd en plaats. Ze ontmoet daar trouwens andere schrijvers – Roald Dahl en  Szymborska –  maar ook kinderen van schrijvers en een personage, Oskar uit de blecktrommel. Zo kijken we mee in het leven Neruda en zijn tijdgenoten waaronder Lorca, maken we het begin van de burgeroorlog mee, maar ook de start van de junta van Pinochet in 1973.

En dan gebeurt er nog iets eigenaardigs. Hagar Peeters was al door Malva aangesproken als de notulist. Nu komt haar vader, de linkse socioloog Peeters het verhaal binnen. Hij was toevallig in het land tijdens de begrafenis van Neruda. Het blijkt een familie waarvan veel leden tijdens de oorlog zijn afgevoerd en vermoord. Ook Hagar is opgegroeid zonder vader, ze was 11 jaar toen hij Chili niet meer in mocht en zij eindelijk een vader kreeg.

Het boek gaat dus over vaderschap, het belang van een vader, het idee dat hij zijn zoon of dochter ziet en belangrijk vindt. Het boek stelt ook de vraag of het verwerpelijk is dat begaafde mensen hun gave achterna gaan en daarmee hun familie in de steek laten. Of moeten we blij zijn dat ze dat deden en daardoor de mensheid konden laten meegenieten van de resultaten van hun briljante geest?

Daarnaast is het boek ook nog eens een pleidooi voor poëzie en dat is niet verbazingwekkend als je bedenkt dat de schrijver een dichter is.

Kazuo Ishiguro – The remains of the day

Sinds het vorige boek van Ishiguro dat ik afgelopen zomer kreeg voorgelezen is Ishiguro een forse klap bekender geworden. Hij heeft de nobelprijs voor de literatuur toegekend gekregen. En terecht. Hoezo eigenlijk?

In deze roman hebben we te maken met Mr. Stevens, butler van Darlington Hall. Tegenwoordig is het huis in bezit van de Amerikaan Mr. Farraday. Voor de oorlog was Lord Darlington de eigenaar van het huis en toen was er nog een hele huishouding om te bestieren. Mr. Stevens nam de taak van Butler héél serieus.

Mr. Farraday doet iets wat Mr. Stevens niet eerder meemaakte. Hij krijgt vakantie en mag de auto van Mr. Farraday gebruiken voor een trip door Engeland. Hij gaat op weg om ook Miss. Kenton te ontmoeten. Ze zijn vroeger voor jaren collega’s geweest. Daar gaat het boek vooral over. Hij heeft het idee om haar te vragen terug te keren naar Darlington nu ze het er met een heel klein team moeten doen. Tijdens de reis raakt de lezer geïnformeerd over hoe het toe ging op Darlington.

Wat ook passeert is de schimmige inzet van Lord Darlington om het verdrag van Verailles van na WOI te verzachten om de Duitsers niet al te grimmig te stemmen. Zo komen er regeringsleiders en diplomaten over de vloer om dit te bespreken. Eén keer is er een heuse conferentie. Was Darlington een verapte Nasi? Ik denk dat in ieder geval heel goed is weergegeven hoe dit leefde in sommige kringen. Natuurlijk kijken wij er met de kennis van nu naar terwijl de roman speelde in het interbellum.

Uiteindelijk vindt er een ontmoeting plaats met de onderhand wat oudere Mrs. Kenton. Waren ze verliefd geweest? Het knappe van dit boek is dat je dit zeker wat haar betreft mag aannemen. Hun omgang was echter steeds zo vormelijk en de taal zo weinig suggestief dat er heel veel open ruimte bleef. Iets dergelijks is ook het geval met de vermeende hang naar Duitsland van Mr. Darlington.

Wat het boek daarnaast heel geslaagd maakt is de prachtige taal. Een ideaal boek om te horen in plaats van te lezen…

En dan de titel. Die slaat op de rest van het leven, het leven na pensionering. Mrs. Kenton is uiteindelijk gelukkig geworden met haar man. Mr. Stevens spreekt op de pier bij zee een man die ook zo content is met zijn ‘remains of the day’. Als lezer denk je dan: ‘Ja goed plan voor die Stevens om ook eens een punt achter zijn perfectionistische carrière te zetten.’ De gedachte wordt niet ontwikkeld en dat is weer zo’n gevalletje van open ruimte waar het gezien de titel misschien wel om ging in deze roman.