Soma Morgenstern – De zoon van de verloren zoon

De kennismaking met Soma (Salomo) Morgenstern (1890-1976), het moest er natuurlijk van komen, zeker omdat hij een vriend was van Joseph Roth (en andere beroemde lieden zoals Alban Berg. Dat valt trouwens allemaal hier te lezen.

Dit is het eerste deel van een trilogie, Funken im Abgrund, die in 1996 (pas) als trilogie uitkwam bij Klampen Verlag. Deze vertaling is gemaakt door Marion Offermans en in 2001 uitgegeven door de Arbeiderspers. Oorspronkelijk is dit deel in 1935 uitgekomen.

Morgenstern is een echt verteller die doet denken aan zijn tijdgenoot Stefan Zweig (en W.G. van der Hulst, ha, ha). Het verhaal gaat over Welwel, een gelovige Jood uit landheer uit Drobropolje die samen met zijn rentmeester Jankel naar Wenen reist voor een congres van orthodoxe Joden. Ooit trok zijn broer naar Wenen waar hij afstand nam van zijn geloof. Hij is omgekomen bij het begin van WO I en zo bleef zijn zoon, Alfred, achter met zijn moeder en een voogd, dr. Frankl

Alfred studeert in Berlijn en is teruggekeerd nadat hij in aanraking is gekomen met zionistische Joden en voor het eerst is hij gefascineerd door zijn eigen achtergrond waar hij eigenlijk niets van weet. Met dr. Frankl. bezoekt hij een concert, maar ook het concres en als gevolg van een wonderlijk incident komt hij in contact met Welwel, zijn oom.

Uiteindelijk gaat hij mee naar Drobropolje voor de vakantie of misschien wel voor altijd…

Een roman over de botsende culturen van het Westen en het Galicische Jodendom van oude gebruiken en kaftans. Een personele verteller gaat licht en aangenaam te werk, grappig ook vaak.

Wat ik niet wist; Soma Morgenstern was niet alleen een vriend van Joseph Roth, hij heeft ook over hem geschreven: Joseph Roths Flucht und Ende. De jacht is geopend…

Sandro Veronesi – De Kolibrie

Voor het eerst heb ik dus een boek van Veronesi gelezen en dat is mij goed bevallen. Het boek is in 2019 uitgekomen en in 2020 in het Nederlands vertaald beschikbaar. Ik ben eindelijk weer eens bij de tijd. Dat vertaalwerk is gedaan door Welmoet Hillen. Het boek leest heel prettig, dus dat is waarschijnlijk goed gedaan.

Hoofdpersoon is de oogarts Marco Carrera, wiens leven zich ontvouwt in hoofdstukken die door de tijd springen en steeds verder door de tijd springen, beginnend in 1960-1970 – Marco is in 1959 geboren – en eindigend met de zelfgekozen dood van Marco, in gezelschap van een aantal ondertussen bekende personen, in 2030. Toch bestaat het allerlaatste hoofdstuk uit een gedicht dat Luisa Lattes – de vrouw op wie Marco vanaf haar 15e verliefd was – in 1997 stuurde, want ja, dit is ook een soort liefdesroman. De hoofdstukken waar het louter om hun contact gaat bestaan uit brieven. De roman begint in 1999 met de personale verteller die aan het woord is als er geen brieven, mails of berichtjes worden gestuurd. In dit eerste hoofdstuk neemt die verteller mij als lezer nadrukkelijk bij de hand.

De wijk Trieste in Rome is, kun je gerust zeggen, een middelpunt in dit verhaal met vele andere middelpunten….Laat ik het zo zeggen: een van de dingen die gebeuren in dit verhaal met vele andere verhalen gebeurt in de wijk Trieste, in Rome….

Marco is als kind onnatuurlijk klein en komt door een hormoonkuur alsnog tot een gewone lengte. Hij tennist goed, kan goed skiën en heeft een gokvriend. Als ze al in het vliegtuig zitten om in Lublijana te gaan gokken wil die vriend er op het laatst toch uit, hij wilde al niet vliegen. Het vliegtuig stort vervolgens neer. Marco komt in contact met de stewardes die in de media had verteld dat ze eigenlijk ook in dat vliegtuig had moeten zitten, wat achteraf niet waar bleek. Ze krijgen contact, trouwen, krijgen een kind en scheiden. Zij blijkt wat depressief en labiel en gaat met een piloot in de buurt van München wonen. Marco blijft in Rome en voedt zijn dochter Adele op. Een meid die in sferen van bergsport en surfen gaat verkeren.

Ondertussen weten we dat Marco’s ouders het niet heel tof hadden samen en dat zijn zus Irene waar altijd zorgen om waren zelfmoord pleegde toen ze in hun vakantiehuis bij zee waren. Marco gaf zijn broer Giacomo de schuld en dat was het einde van hun relatie, die later nog een wending zou krijgen toen bleek dat ook Giacomo zijn leven lang gefascineerd van door Luisa, die vanaf haar kindertijd het naburige vakantiehuis bezocht met haar ouders.

Op zeker moment sterven de beide ouders van Marco snel na elkaar en stuurt hij een aantal emails naar Giacomo over de afhandeling van de spullen.

Als Adele 21 jaar oud is en een zeer zelfstandig leven leidt met haar vriendelijke sportieve vriendenclub blijkt ze zwanger te zijn zonder dat ze vertelt wie de vader is. Ze blijft gewoon bij Marco wonen, ook nadat het meisje, Miraijin is geboren. Die naam is Japans en betekent iets als de nieuwe man. Het is een bijzonder meisje dat een haast messiaanse invloed krijgt. Een invloed ten goede wat blijkt uit het zonderlinge aanstekelijke hoofdstuk dat gaat over haar ontwikkeling. Je zou kunnen zeggen dat dit hoofdstuk – De nieuwe mens (2016-2029) – wat afwijkt van de rest. Dit hoofdstuk loopt uit in een uniek lange zin waarin het unieke van Miraijin wordt duidelijk gemaakt en er gebeurt nog iets…

… zullen jij, Miraijin, en de mensen zoals jij, ten slotte worden geronseld en getraind om de oorlog te voeren die niemand eerder wilde voeren, ookal zal het inmiddels allang duidelijk zijn waar het om ging, een oorlog, een meedogenloze oorlog tussen waarheid en vrijheid, jij, de mensen zoals juliie hele gevolg met kinderen, tieners (een heleboel), jongen en meisjes (veel), volwassenen (weinig) en ouderen (erg weinig), scharen zich aan de kant van de waarheid, want vrijheid is inmiddels veranderd in een vijandig, agressief en, onvergeeflijk, meervoudig concept – en dan volgt er een enorme opsomming van vrijheden waar je niet blij mee kan zijn. Daarmee komt dan ineens het hele boek in een ander licht te staan.

De titel kolibrie slaat op Marco. De term is naar voren gekomen in de correspondentie met Luisa. Als een kolibrie is hij krachtig in beweging, maar toch steeds op één plek. Anderen bewegen daaromheen. De meest extreme is Miraijin die door Marco wordt grootgebracht omdat Adele is verongelukt.

Maar waar gaat deze roman waarin psychoanalyse, Dr. Zjivago en (groot)ouderschap een rol spelen nu over? Ik denk vooral over de werking van relaties. Zo hebben we de ouders van Marco, Marco’s huwelijk, zijn relatie met Luisa die grotendeels Platonisch was, en de relatie die Miraijin had met haar ‘volgelingen’, die zo invloedrijk was dat de wereld er beter van werd…

Jens Christian Grondahl – Veranderend licht

Een roman die aanvankelijk lijkt te gaan over een repeterende breuk van mislukte huwlijken en relaties. Hoofdpersoon is Irene Beckman, 56 jaar oud. Ze is scheidingsadvocaat in Kopenhagen. Haar moeder is lang geleden gescheiden, haar man gaat binnenkort van haar scheiden. Thomas, de man met wie ze tien jaar eerder een korte relatie had gaat ook scheiden. Zijn vrouw belt haar om haar als advocaat in te huren. De dochter van Irene heeft om de haverklap een andere vriend en dat is ook de aanpak van Irene’s vriendin. Voorlopig is Peter, Irene’s zoon wat bestendiger, maar ja, die is nog niet zo lang getrouwd.

Het verhaal wordt niet rechtuit verteld, er zijn veel terugblikken. Zo weten we dat Irene als jonge vrouw, voor ze ging studeren, naar Parijs trok, waar ze de aandacht trok van Martin, met wie ze dus uiteindelijk heel lang samen is geweest. Ze was weggegaan, weg van haar Moeder Vivian. Later pas komen we te weten dat deze moeder wel haar moeder is, maar Martin niet haar vader. Ze heeft ook pas laat vernomen dat ze ook nog een tweelingbroer heeft gehad.

Waar zou de titel nu op slaan? Op het licht dat bij wijze van spreken verandert als een relatie ophoudt te bestaan? Ik denk dat de roman gaat over de grote politieke gebeurtenissen die kleine mensenlevens beslissend kunnen beïnvloeden. Het veranderde politieke klimaat is als een veranderd licht. En dat heeft dus invloed.

De echte vader van Irene verliet met zijn ouders de Sovjet Unie omdat het centrale gezag verzon dat ze naar de Krim moesten verhuizen. Daar pasten ze voor en dus trokken ze naar Kopenhagen.

De nazi’s zorgden ervoor dat joden het land ontvluchtten, zo ook Samuël en zijn familie nadat hij Vivian nog net zwanger had gemaakt. Hij vestigt zich later in Tel Aviv als gevierd cellist maar verlaat het land toch weer omdat het hem niet aanstaat, dit ingepikte strookje land en de strijd met de palestijnen. Hij verhuist naar Wenen, de stad van Hitler en Mozart. Daar woont hij wanneer Irene hem voor het eerst van haar leven ontmoet, ook al vindt dit plaats in Lubliana.

Trouwens, eenmaal in Israël komt toch de oorlog weer om de hoek kijken wanneer Samuel trouwt met een vrouw die de kampen heeft overleeft. Hun zoon komt om door een actie met het leger en in de periode daarna pleegt deze vrouw zelfmoord.

Als ze vervolgens op de terugweg naar Kopenhagen is pikt ze een van de Balkan afkomstige vluchteling op, die ook als gevolg van de situatie in zijn land op drift is geraakt.

En dan is er nog een zijlijn met de nieuwe vriendin van Thomas, een vrouw uit Servië die ook getekend is door de gebeurtenissen aldaar ook al krijg ik daar als lezer niet het fijne van te weten.

Natuurlijk kan de titel net zo goed gaan over het veranderde licht in het leven van deze Irene. Haar hele leven is veranderd, in een ander licht komen te staan doordat Martin weg is. Iets waar ze helemaal niet verdrietig om is. Misschien heeft ze het er wel naar gemaakt, denkt ze. Ze ziet zichzelf anders en dat wordt nog versterkt doordat ze dus te weten komt dat ergens haar vader nog kan leven…

De stijl is dan weer redelijk kort aan en feitelijk, dan weer meer poëtisch. De beeldspraak slaat wel ergens op. Zo eindigt een hoofdstuk met Boven op de berg is de muur te zien rond een burcht, gesloten en middeleeuws met zijn grof gehouwen stenen. Het volgende stuk gaat dan over de vrouw van Samuel die waarschijnlijk als gevolg van haar kamptijd en de mensen die ze heeft verloren zwijgzaam en ontoegankelijk is.

Herman Melville – Moby-Dick

Het moest er een keer van komen. Ik weet niet hoe oud ik was toen ik nog dacht dat dit een kinderboek was. Op zeker moment begreep ik dat het helemaal geen kinderboek was, maar een classic die waarschijnlijk niet al te vaak wordt (uit)gelezen.

Het is een boek uit 1860 geschreven door iemand die zelf gevaren heeft en zich rondig heeft verdiept in de walvisvisserij. De roman is geschreven in de ik- vorm; het verhaal begint met call me Ismael, maar de ik raakt gaandeweg uit beeld om weer terug te keren in de epiloog.

Het verhaal begint met deze Ismael die op weg gaat naar Nantucket, het Amerikaanse walvisvaartplaatsje bij uitstek om daar met zijn zonderlinge nieuwe vriend Queequeg aan te monsteren voor een lange tocht met de Pequod.

De roman is ruim 100 pagina’s op streek wanneer de Pequod eindelijk uitvaart. In korte hoofdstukjes gaat het dan verder en dan hebben we nog steeds niet kennisgemaakt met Ahab, de zonderlinge kapitein die één kunstbeen heeft van walvisivoor.

En dan komt hij eindelijk eens uit zijn kajuit en houdt hij op zeker moment een toespraak waaruit blijkt waar de reis om gaat. Tijdens een eerdere tocht is hij op jacht geweest naar de witte potvis, Moby-Dick die tijdens het tumult zijn been eraf gehapt heeft. Immers, een potvis heeft in tegenstelling tot een gewone walvis een bek vol tanden. De Pequod gaat op reis om op zoek te gaan naar deze Moby-Dick om wraak te nemen, om hem toch eindelijk te vangen. Na deze toespraak is er één bootsman, Starbuck, die bezwaar maakt tegen het plan. Hij kan niet terug maar kan wel zeggen wat hij ervan vindt.

En dan gaat het verhaal verder. Niet recht-toe-rechtaan, want het verhaal wordt heel regelmatig onderbroken door informatieve hoofdstukken over de walvisvangst. Als je dit boek uit hebt dan heb je ook het idee dat je iets meer weet over die zonderlinge bedrijfstak en over walvissen. Hierdoor is de vaart uit het boek. Nou ja, die vaart was er al niet. In een mooie stijl, gelardeerd met voor mij veel onbekende woorden , ontwikkelt het verhaal verder en reizen we de hele wereld over terwijl heel langzaam met subtiele signalen de spanning toeneemt.

Ondertussen worden er walvissen gevangen en ontmoeten ze soms een ander walvisjagend schip. Zo horen ze van de aanwezigheid van Moby-Dick als ze in de zee ten zuiden van Japan zijn beland en dan komen we in de apotheose terecht. Er zijn al twee vergeefse pogingen gedaan om de potvis te vangen wat al een dode walvisjager en een kapotte boot heeft opgeleverd. En dan zegt Starbuck (p. 648) wat hij ervan vindt: Never, never wilt thou capture him, old man – In Jesus’ name no more of this, that’s worse than devil’s madness. Two days chased; twice stove to splinters; thy very leg once more snatched from under thee; thy evil shadow gone – all good angels mobbing thee with warnings: – what more wouldst thou have? – Shall we keep chasing this murderous fish till he swamps the last man? Shall we be dragged by him to the bottom of th sea? Shall we be towed by him to the infernal world? Oh, oh, – impiety and blasphemy to hunt him more!

Het boek gaat over Ahab die vast zit in zijn monomane haat en zijn voornemen om Moby-Dick te doden en zich te wreken. Over zijn onvermogen om los te laten, na twee mislukte pogingen zijn verlies te nemen. Dit is een lange literaire weg vol met scheepvaartjargon en andere lastig idioom, om dit thema onder de aandacht te brengen en zo hoop ik de roman ook te onthouden.

Lidewijde Paris – Hoe lees ik?; met inspirerende voorbeelden uit de literatuur.

Een heel geinig boek uit 2016 dat dus gaat over het lezen van romans en korte verhalen. Het gaat over veel van wat je je kan afvragen tijdens het lezen. Over de structuur, over wie er eigenlijk aan het woord is, over de tijd en waar het verhaal eigenlijk begint. In het midden of gewoon aan het begin? En dan; zijn er vergelijkingen of metaforen? Speelt de context een rol? Is er sprake van intertextualiteit of intratextualiteit?

Wat zo aardig is, is dat deze vragen heel vriendelijk en enthousiasmerend worden besproken aan de hand van fragmenten die soms best een aantal pagina’s voortduren.

De voorkant van het boek zegt eigenlijk al veel….

Annet Schaap – Lampje

Huh, een kinderboek!? Jazeker, het is me op prachtige wijze voorgelezen en ik heb intens meegeleefd met het verhaal dat in 2018 de Woutertje Pieterse prijs heeft opgeleverd.

Het is een prachtig en ontroerend verhaal over de dochter van de vuurtorenwachter; een man die voorheen piraat was, maar in een gevecht om een vrouw – de latere moeder van lampje – zijn been heeft verloren om vervolgens om te scholen. En daar hebben we meteen een leuk ding aan dit boek. Hier kom je als lezer pas veel later achter. Het is dus een boek met aanvankelijk veel open ruimte, die later door effectieve flash-backs wordt ingevuld.

De taal is eigentijds en gedetailleerd. Het verhaal speelt in een onbepaald land aan zee en in een onduidelijk verleden. Je kunt concluderen dat het zo’n dikke honderd jaar geleden moet zijn geweest, maar eigenlijk doet dat er niet toe.

Wat betreft emoties komen de lezer en de luisteraar voldoen aan hun trekken. Het gaat om droefenis, angst, loyaliteit, vriendschap, boosheid, compassie en vast nog meer. En waar het boek dan verder over gaat? Nee zeg, lees het zelf maar.

Bijzonder dat iemand die bekend is geworden als illustrator zo’n fijn boek bleek te kunnen schrijven.

Sándor Márai – De nacht voor de echtscheiding

Dat was voor mij weer een tijd geleden dat ik iets van Márai tot me heb genomen. Het begon uiteraard ooit met Gloed en hoewel dat dunne boekje nog steeds als reus in mijn hoofd staat, was dit toch ook weer een herkenbare Marai.

Het gaat om de rechter Kristov Komives en de arts Greiner die met Anne is getrouwd. De volgende dag zal Komives als echtscheidingsrechter dit huwelijk ontbinden. En dan blijkt dat hij hen vaag van vroeger kende. Zelf is hij getrouwd met Hertha, ze hebben kinderen en hij is eigenlijk wel content.

De roman diept de persoon van Komives uit en zo blijkt hij vroeger wel een sprankje van belangstelling van Anne te hebben gehad. Er is verder niets van gekomen en hij heeft daar ook geen moeite voor gedaan.

De climax van de roman zet in wanneer Greiner ’s avonds laat bij Komives op bezoek komt, de nacht voor de scheiding. Er ontstaat een enorm gesprek dat zo ongeveer begint met dat Greiner vertelt dat hij zijn vrouw heeft vermoord. Later begrijpen we pas dat ze zelfmoord heeft gepleegd, maar dat hij niet heeft ingegrepen, wat hij als arts wel had kunnen en moeten doen.

Ze wilden scheiden omdat er zo’n vier jaar daarvoor een soort verkoeling was ingetreden. Voorafgaand aan de rechtszaak was Anne een half jaar weg geweest en bij terugkomst was Greiner er achter gekomen dat zij ook een sprank van belangstelling voor Kristof Komives had gehad. Dat was altijd meer dan een sprank geweest. Ze was dus in het verkeerde huwelijk terecht gekomen en de vraag waar je als lezer mee blijft zitten is of dat niet eigenlijk ook geldt voor Kristof. Ja dus.

Het is de rustige afgewogen stijl met een onderliggende spanning die het boek weer mooi maakt. Er wordt veel bespiegeld, maar de voortgang blijft erin zitten.

Een roman uit 1935 die al in 1939 is vertaald door L. Székely en M.H. Székely- Lulofs en voor de in 2006 door de Wereldbibliotheek gemaakte uitgave is herzien.