Vigoleis Thelen – De Zwarte heer Bazetub

Het gebeurt zelden dat we nieuwe boeken kopen. Tweede hands valt er altijd veel voor weinig geld te verwerven en de biep is er ook nog altijd. En toen stond er ineens een recensie in de krant over de vertaling van die andere dikke roman van Albert Vigoleis Thelen. Ik had er al wat over gehoord, dat het boek vertaald zou worden, maar was dat eigenlijk vergeten. We zijn dus meteen op de fiets gestapt op weg naar de boekhandel want sinds we ‘Het eiland…’ hebben gelezen zijn we onvoorwaardelijke Thelenfans. De boekverkoper was duidelijk verbaasd over ons volstrekt onkritische Thelenenthousiasme maar was natuurlijk blij met de deal.

En dan het boek dat nu dus uit is. Dat is niet zomaar gegaan, het is me voorgelezen, iets waar het zich prima voor leent. Maar ja, wat is het voor boek? Het is een buitengewoon eigenaardig plotloos boek dat net als het ‘Eiland’ vol staat met prachtige zinnen, zonderlinge en soms absurde vondsten en schier eindeloze uitweidingen. Die kunnen zo voortduren dat je geen idee meer hebt hoe de uitweiding was begonnen.

Terwijl Vigoleis in de bovenwoning aan de derde Helmerdwarsstraat 65, waar hij met Beatrice woont, bezig is het eiland te schrijven komt hij via zijn vrouw in contact met een zwarte man, een rechtsgeleerde uit Brazilië. Het verzoek is of hij hem wil begeleiden gezien het feit dat hij goed Portugees spreekt. Dat is dan ook wat hij doet en waar de roman over gaat. Ze zwerven door Amsterdam, even door Utrecht en belanden ook nog een paar dagen in Den Haag voor een bezoek aan het Vredespaleis. De vraag die steeds terugkomt is wat er nu uit de dikke duim van Thelen komt en wat niet. Dit boek noopt tot waarheidsvragen. Is die zwarte man werkelijk een rechtsgeleerde, gespecialiseerd in het internationale recht? Dat Thelen een rijke fantasie had weet iedere lezer van het Eiland

En dan de hamvraag. Is dit nu een nog mooier boek dan het Eiland? Even mooi misschien of toch minder. Ik vond het letterlijk een fantastisch boek en ben heel blij dat Cossee de moeite heeft genomen het te laten vertalen en het uit te geven. Het is een volstrekt uniek boek, maar naar mijn idee iets minder verhalend dan het eiland. Ik zeg er eerlijk bij dat mijn eilandervaring ondertussen al wat langer geleden is en dat maakt het vergelijk toch lastig. Ik heb echter het idee dat er ondanks alle omwegen en gedachten in het eiland iets meer werd vastgehouden aan het verhaal. Maar ja, sommige van die uitweidingen zijn ook wel weer briljant. Kortom, voor wie dit leest: gun jezelf op zijn minst één Thelenervaring, het kan je leven veranderen. Zo, is dat niet wat overdreven? Hoe is jouw leven dan veranderd? Welnu, mijn taal is opnieuw verrijkt en wat belangrijker is, ik laat me graag beïnvloeden door het gelaten optimisme dat naar mijn overtuiging vanachter de tekst doorsijpelt.

Advertenties

Nina Polak – Gebrek is een groot woord

Een zeer eigentijdse roman van 238 pagina’s die ook nog regelmatig wat aan wit bevatten. Een roman over vrijheid en binding, over een geordend leven in Amsterdam met een vriend en een kind, of toch weer aan de zwerf om schepen van rijke burgers naar de zonnige plaats van bestemming te zeilen.

Het is een levendig boek waarin grote dingen snel kunnen gebeuren. ‘Terug op de Inktvis boek ik voor zeventig euro een ticket naar Sardinië. Ik haal de losse strips met pillen uit de plastic envelop en neem onmiddellijk het eerste paar in, zonder gedachten, zonder ceremonie, met een verschrikkelijke slok Dr. Pepper uit Loods geheime voorraad.’ Ziezo, besloten toch weer te gaan varen en een abortus in gang gezet. Ik bedoel maar.

Hoofdpersoon is Nynke die ook wel Skip wordt genoemd. Ze heeft jaren geleden een relatie gehad met Borg die ondertussen aan de Universiteit les geeft. Hij blijkt een novelle te hebben geschreven over deze liefde die onder de titel ‘De onschuldige; een liefdesgeschiedenis’ is opgenomen in de roman. Skip heeft gevaren en gevaren en is teruggekeerd in Amsterdam om te logeren in het tuinhuis van Nico en Mascha en hun slimme zoon Juda. Met deze jongen die in zijn eindexamenjaar zit heeft ze regelmatig appcontact en die appjes zijn een beetje typografisch weergegeven als in een app-programma. Geinig.

Eenmaal terug in Amsterdam ontmoet ze Borg opnieuw en lijkt het opnieuw dikke mik. Ze raakt zwanger en denkt veel terug aan haar moeder die ook min of meer onbedoeld zwanger was. En ze leest dus stiekem het manuscript van Borg waar ze enorm boos van wordt. Resultaat: Opnieuw zeilen en abortus.

Of ze opnieuw terug gaat naar Borg blijft open. Wat wel steeds duidelijker wordt is het beeld van de moeder, Nellie, die tijdens de eerste periode met Borg was overleden. Dat geeft ruimte voor allerhande psychologische invullingen, maar die worden gelukkig niet volbracht en dat is sterk.

O ja, dan de titel nog. Het is geen titel die er dik bovenop licht en als ik goed heb opgelet is het ook geen letterlijk citaat. Het zou een opmerking kunnen zijn van Nynke over zichzelf. Over haar neiging om de voorkeur te geven aan een zwerend en zeilend bestaan. Nou ja, gebrek, gebrek. Dat is een groot woord…

Stefan Zweig und Joseph Roth – Jede Freundschaft mit mir ist Verderblich

Een prachtig boek dat ik nog niet van voor tot achter heb gelezen. Daar nodigt het niet toe uit wanneer je de zoveelste noodkreet van Roth leest met de zoveelste vraag om een financiële bijdrage. Of de zoveelste reactie van Zweig met het advies minder te drinken en wat verstandiger te leven.

Hoe dan ook; het boek is nu vertaald door Else Snik en uitgegeven als 300-ste deeltje uit de privé-domein serie. Mooi is dat.

Wieslaw Mysliwski – De horizon

Een Poolse roman uit 1996, in 2017 in een vertaling door Karol Lesman in het Nederlands uitgekomen bij Querido. We zijn het boek voorlezend begonnen, maar dat betrof ruim de eerste honderd pagina’s. Het is een wonderlijk boek dat in Polen speelt tijdens de oorlog (een beetje) en vooral de jaren erna.

Het verhaal dat begint en eindigt met een foto, wordt in de ik-persoon, Pjotrius, verteld, maar wel op een bijzondere manier. Sprongen door de tijd vinden heel abrupt plaats op een manier die of vervreemdend of betoverend werkt. Scènes kunnen lang zijn en langdradig worden. Het effect is wel dat ze daardoor goed ingepeperd worden en een deel van mijn geheugen innemen, een groter deel dan menig passage uit andere boeken.

Zo is er de dan nog grote familie die op het platte land in één huis woont en kip eet. Ze eten, zuigen, rommelen tot alles op is. Zo’n beschrijving van een maaltijd had ik nog niet meegemaakt.

Later is de familie verhuisd naar een souterrain aan de rand van een stadje op een berg. Ze wonen niet aan een straat maar aan een trap die naar dze stad leidt. Boven hen wonen de zusters Ponka, twee tangoliefhebbers die gaandeweg prositiuees blijken te zijn. De vader is officier geweest, maar sinds terugkeer uit de oorlog niet meer gezond geweest. Hij sterft voordat Pjotr gaat studeren.

Onderhand is het land onder Sovjetsfeer gekomen en er is een verhaal dat daar over gaat. Piotrek moet vanuit school een voordracht houden in een fabriek ter ere van de verjaardag van Stalin. Volwassenen vinden het stom dat hij zoiets doet en zelf is hij te jong om hier kritische vragen over te stellen.

Ghislain de Diesbach – Proust

Deze biografie van Proust is niet zo dik als Verloren Tijd, maar met ruim 700 pagina’s toch een kloek boek. Ik heb de lectuur van het boek afgewisseld met die van de van de Verloren Tijd. Dat maakte het bij elkaar wel een bijzondere ervaring, maar heeft er ook toe geleid dat het niet zal meevallen om details uit het eerste gedeelte van de biografie uit mijn geheugen te diepen. Mijn geheugen is niet zoals dat van Proust was, die hele passages kon opdreunen terwijl hij met vrienden, kunstenaars en adelijke lieden aan een diner zat. En het bleef dan niet bij het citeren van roerende passages, hij kon uitermate onderhoudend praten en deed dat dan ook.

Proust kwam uit de provincie, zijn vader was arts net als later zijn broer. Op zeker moment is het gezin in Parijs komen wonen waar Proust ook heeft gestudeerd. Dat heeft niet geleid tot een professie. Proust kreeg steeds meer belangstelling voor de literatuur; hij schreef niet alleen artikelen voor de kranten, maar heeft zich ook een tijd lang bezig gehouden met de kunstkenner John Ruskin van wie hij werk heeft vertaald.

Net als in de Verloren Tijd komen we de Dryfus-affaire tegen net als WO I. Proust had toen de neiging, als velen trouwens, de stad te verlaten, maar is niet heel lang weg geweest. Al tijdens de oorlog komt het culturele leven weer op gang. Voor Proust was dat een leven van salons, adellijke heren en dames, schrijvers en aantrekkelijk mannen. En zo verzamelt hij stof voor de roman die geen autobiografie is, maar in zekere zin parallel loopt aan de biografie van Proust. Sommige vrienden of bekenden leveren duidelijk inspiratie op voor personages uit de roman. Zo is er een verband tussen Charles de Haas en Swann, tussen Alfred Agostinelli en Albertine en tussen Montesquiou en M. de Charlus, Mw. Strauss en Mme de Guermantes.

Proust is eigenlijk een nare verwende vent geweest. Extreem gevoelig, ziekelijk en ziekte voorwendend, stronteigenwijs, een moederskind. Maar ook geniaal met taal. Een man met compassie die graag financieel te hulp schoot en vooral overdreven fooien gaf, soms ook om mannen aan zich te binden. Hij was een waanzinnige brievenschrijver en kon tegen middernacht zonderling gekleed in extra jassen van twintig jaar terug op een feestje binnenvallen. Wat betreft die ziekte, hij had astma, maar liet zich niet normaal behandelen. Hij rotzooide zelf maar wat aan met medicatie, at de laatste dertig (!) jaar van zijn leven niet normaal en steeds slechter. Waar hij ook een meester in was, dat was het compliceren van bijna alles. Zo vergde het wel wat om een vriend van Proust te zijn. De man die hem financieel adviseerde – hij had een belegd vermogen – heeft dat met engelengeduld gedaan. Proust gooide niet alleen geld over de balk, hij leefde op te grote voet en belegde in foute dingen zonder te overleggen en verloor zo kapitalen. Het uitbreken van de oorlog leverde ook nog financiële pech op, hoewel Proust nooit aan de bedelstok raakte.

In 1913 wordt De kant van Swann gepubliceerd door Grasset. Later stapt Proust over naar de NRF van Gallimard. Eigenlijk leeft Proust vervolgens om zijn roman te voltooien. Altijd in de weer met drukproeven, correcties, toevoegingen, klachten over drukwerk, vertraging en zetfouten. Steeds is er strijd met Gallimard, steeds gaan er brieven heen en weer. En ondertussen zijn er ontmoetingen tijdens soirees, mannen die zijn belangstelling trekken, artikelen in de kranten, manipulaties van redacteuren om goed voor de dag te komen in artikelen. Op zeker moment is er zelfs de Prix de Goncourt en begint Proust – de oorlog is dan al voorbij – een beroemde schrijver te worden. Wat een man.

J.M. Coutzee, The childhood of Jesus

Wat is dit nu weer voor een boek? Een sprookje? In dat geval kunnen we beter spreken van een sprook. Ik kom op het idee door het feit dat het boek qua tijd en plaats onbestemd is. Het zou zo kunnen beginnen:
Er kwamen een man en een jongen aan in het land waar de mensen Spaans spraken. Ze kwamen als een soort vluchtelingen een nieuw leven beginnen. De man heette Simon en de jonge jongen David. Hij was niet de vader, maar voelde zich erg verantwoordelijk voor de jongen en wilde zijn moeder vinden.
Het was een wonderlijk land waar ze terecht waren gekomen. Een land van platonisten waar verstand dominanter was dan passies. Het eten was er zonder zout. Simon werd havenarbeider en had heel sympathieke collega’s waarvan er ééntje op een filosofiecursus zat.

Simon vond de vrouw die David’s moeder wilde zijn. Ínez. Ze vereert hem en verwent hem eindeloos. Zo gaat het boek ook over opvoeding en onderwijs. Op zeker moment moest David echt naar school wat een drama werd. Hij paste totaal niet in het systeem en moest naar een soort internaat. Hij had wel leren lezen met behulp van een kinderversie van Don Quichote, de held uit het anti-ridderverhaal die de sociale orde op z’n kop zette. Over m’n lijk, zei de moeder. Desnoods vluchten we weg. En dat gebeurde uiteindelijk ook. Simon, die het eigenlijk allemaal niet zag zitten ging toch mee en zo vertrok er een wonderlijk gezelschap, inclusief de hond Bolivár op weg naar een nieuw leven. Ze pikten ook nog een lifter op, Juan.

Een verhaal met hints naar de evangeliën, vooral Johannes (yo soy la verdad. Een jongetje dat begaafd en eigenzinnig is en iedereen om zijn vinger windt. Aan de ene kant kan het boek werken als een pleidooi voor de Jezus figuur, de Don Quichote. Aan de andere kant wekt David zoveel ergernis dat je alle begrip krijgt voor de mensen die staan aan de kant van de saaie orde.

Murat Isisk – Wees onzichtbaar

Ineens kom ik de naam Murat Isik regelmatig tegen tot in plaatselijke media aan toe. En toevallig heb ik nu zijn tweede boek gelezen, de roman over de Bijlmer. Net als het eerste boek, Verloren grond, is ook deze roman sterk biografisch, maar de schrijver wist mij ook wel op het verkeerde been te zetten.

Verloren grond eindigt wanneer een verarmd berooid boerengezin zich vestigt in Izmir. Ouders, twee broers en een zus. In deze roman gaat het over één van de twee broers. Het lijkt wel of de karakters van de broers nu zijn omgewisseld en de bedachtzame teruggetrokken broer is ontwikkeld tot een zelfzuchtig communistisch projectiel.

Deze Harun is jong getrouwd en laat moeder en jonge kinderen achter om zich in Hamburg te vestigen. Moeder en kinderen komen wat later ook en het blijkt een flop. Zo reizen ze door richting Amsterdam en belanden ze in de Bijlmer, in Fleerde. Het verhaal wordt verteld door de dan nog jonge zoon en gaat zowel over de Bijlmer als over zijn jeugd in een problematisch gezin. Nou ja, een gezin met een problematische vader die geen tegenspraak duldt, de handen los heeft zitten, de uitkering vergokt en verzuipt en niet aanspreekbaar is op zijn gedrag. Gevolg is dat de moeder werk zoekt en zowaar carrière zal maken als voedingsassistente in het AMC.

Het gaat dus over de Bijlmer, over de vader, over de wijk en over migrant zijn in die wijk en in Nederland. De verteller gaat dankzij dreigingen van Harun op school VWO doen en wordt daar de eerste jaren gepest. Dan verschijnt er een andere Turkse jongen in de klas, Kaja, en ze worden vrienden. Kaja is wat de verteller niet is. Vrij en niet bang.

Als de verteller rechten studeert op de UVA gaan ze eindelijk verhuizen naar Reigerbos. De Bijlmer gaat op de schop en zo eindigt het boek wanneer de verteller terug is in de wijk om te zien wat er nog staat en wat totaal vernieuwd is.

Het boek is zo geschreven dat het niet meevalt om het weg te leggen. Het leest makkelijk, maar geeft toch te denken. Bijvoorbeeld over de vraag of dit literatuur is. Dat komt omdat ik aanvankelijk de indruk kreeg dat het niet meer dan een smaakvolle vertelling is. Ondertussen neig ik ertoe om te erkennen dat er meer aan de hand is en dat het winnen van de Librisprijs misschien wel heel terecht was.