Het Stedelijk Museum

Eigenlijk is museumbezoek niets voor mij. Ik krijg er vaak hoofdpijn van en weet vaak ook niet wat ik er nou mee moet, met al die kunst. Enfin, het Stedelijk is geopend en ik ben er denk ik voor het laatst geweest toen ik zo’n veertien, vijftien jaar oud was. Misschien een paar jaar later nog eens, maar dat was het dan wel.

Wat mij overigens wél altijd interesseert is architectuur en daar was met de aangebouwde badkuip natuurlijk sprake van. Daar is ook de entree en vanmorgen dus ook een aanzienlijke rij die overigens wel een acceptabel tempo had. En zo stonden we dus na zo’n tien minuten in de heel lichte hal met witte ronde zuilen, een grote museumwinkel met veel boeken, de kassa’s en wat je verder nodig hebt bij de binnenkomst van een museum.

In mijn beleving heb ik vier dingen gezien. Een afdeling met de klassieke modernere kunst beginnend bij Sluyter, Breitner en van Gogh. Toen ging het verder via Mondriaan, van Doesburg, Malevitsj (ook tekeningen), Picasso, Beckmann tot we uitkwamen bij wat Cobralieden en Karel Appel. Een soort feest van de herkenning.

Dat gold op een andere manier ook voor de afdeling met ontwerpen van gebruiksvoorwerpen op nieuw vanaf de eeuwwisseling tot bijna heden. Het ging dan om meubels, servies, bestek, enz. En zo zagen we allerhande zaken van Copier, Rietveld, en vele grootheden – zeker niet alleen Nederlanders – en dat was heel aardig om te ondergaan.

Vanaf de eerste verdieping – dat denk ik tenminste – is er een roltrap in een soort koker waar muziek in klonk en die roltrap komt dan uit in de kelder van de nieuwbouw. Hier kwam ik in een experimentele wereld terecht met veel opstellingen, bewegende beelden en gangen die door middel van tekst zelf tot een statement waren geworden.

Opnieuw boven in het gebouw gekomen – dit was misschien wel de tweede verdieping – kwam ik door zalen met bijna hedendaagse kunst. Laten we zeggen de al bijna klassieke hedendaagse kunst. Soms overweldigend, soms bevreemdend, dan weer vragen stellend. Nee, dat laatste moet ik terugnemen. Misschien is het wel waar, maar de vragen kwamen bij mij in ieder geval niet door.

Dan het gebouw. Ik vind het een prachtig gebouw. De ruimte voor het gebouw met de overhangende dakrand is fijn. Bij warm weer kan dat een leuk onderdeel van het museumplein worden. Binnen is het vooral heel erg licht. In het oude deel is alles ook heel erg wit gemaakt. Je ziet overigens wel aan alles dat je in het oude deel bent. Een fijn gebouw om in te verkeren. Woonde ik dichterbij dan zou ik daar veel vaker rondhangen.

 

 

 

 

Advertenties

Het Persmuseum te Amsterdam

Dat is niet een museum waar je een tijd in de rij staat voor je binnen bent. Het is een klein museum met een vaste collectie en een tijdelijke expositie.
De vaste tentoonstelling ging vooral over de geschiedenis van het fenomeen courant. Er hingen dus allerlei oude exemplaren vanaf 1616. Daarnaast was er wat te zien aan bewegende beelden en waren er wat gezellige ornamenten uit het krantenverleden. Een oud redactiebureau en een drukpers uit de tijd toen er nog letterlijk geperst werd.

De tijdelijke expositie ging over Peter van Straten en Jo Spier. De laatste was als Jood in Zutphen geboren en voor de oorlog in Amsterdam aan het werk als illustrator. Tijdens de oorlog is hij met zijn gezin in Theresiënstadt geweest en teruggekeerd. In de jaren 50 is hij naar Amerika gegaan. Peter van Straten was een bewonderaar van Spier en er waren vroege prenten van hem te zien waarin wel enige overeenkomst zichtbaar was. Later is hij in de meer krasseringe bekende stijl gaan tekenen terwijl die vroege tekeningen iets hadden van de strakkere stijl van Spier. Naar aanleiding van dit bezoek heb ik de twee Spier- boeken die we hebben weer eens bekeken. Het zijn knappe prenten. Soms een landschap, soms een spotprent en regelmatig series die je erop wijzen dat je dingen van meer kanten kan bekijken…

Cobramuseum in Amstelveen

Ja hoor, eindelijk eens in het Cobra geweest. Een mooi open gebouw van Quist met een vriendelijke introductie in de wereld van de cobra-kunstenaars; de deels Nederlandse avant-garde van na de oorlog. Corneille, Appel, maar ook voor mij onbekendere lieden als Pedersen, Alechinski en Jan Elburg. Expressieve dingen; vaak geïnspireerd op andere culturen en kinderwerk. Gek genoeg komt het over als een klein museum in een zeer ruim gebouw.
Het vlakbij gelegen stadsplein was voor mij een openbaring; echt een heel geslaagd project met mooie culturele instellingen, uitspanningen en winkels. Helemaal goed!

Van Matisse tot Malevits in Hermitage

Ja, we waren vrijdag weer in de Hermitage. Ik vind dat een heerlijk overzichtelijk museum. Enfin, nu was de ontwikkeling aan het begin van de eeuw zichtbaar gemaakt. Matisse, Picasso, van Dongen, de Vlamink en nog een aantal tijdgenoten. Toppers waren wat schilderijen van Kandinski. Gaandeweg verwachtte ik net zoveel Malevits als Matisse maar daar kwam ik toch bedrogen uit want er was haast geen Malevitsj. Dat houden ze misschien voor een andere keer. We houden het in de gaten…

Hermitage Amsterdam

Afgelopen zaterdag de Amsterdamse Hermitage bekeken na er genoeg van gehoord te hebben. Het was niet zozeer de tentoonstelling over het Russische hof – jurken, sabels, uniformen, schilderijen en wat niet al aan pracht en praal uit de St. Petersburgse 19e eeuw – die ons naar Amsterdam heeft gelokt. Het ging in de eerste plaats om het museum op zich.
Het verhaal is waarschijnlijk bekend. Tot 2007 was dit eigenlijk een bejaardenhuis maar dan wel een die al 300 jaar bestond. Dat moest nu dus ergens anders gevestigd worden en zo kon hier een soort dependance van het St. Petersburgse museum worden gevestigd. Het gebouw bestaat uit een strakke, sobere carré rond gras. Twee evenwijdige zijden – twee verdiepingen – bestaan uit expositieruimte waarvan de onderste een geweldige lange zaal vormt. De andere zijden zijn ontvangst, winkel, voormalige kerk en zo meer.

De expositie voldeed aan onze niet gespannen verwachtingen, maar was wel heel mooi gepresenteerd. Dat belooft heel veel voor komende exposities. Dat moeten we dus in de gaten gaan houden.

Kade en het Mondriaanhuis

Met A. een belofte ingelost; een culturele trip naar Amersfoort.

Eerst ging het – uiteraard op de fiets – naar het nieuwe KADE (Kunst aan de Eem). Dat ging deels om het gebouw; deels om de inhoud. Voor we in het expositiedeel belandden hebben we bij de buren gekeken. De formele naam weet ik niet meer maar daar is een landelijke club voor cultuurgoederen en archeologie gevestigd. Zij zitten aan de glazen kant van het gebouw. Prachtig al dat licht en dat in combinatie met blank hout. Het is een open toegankelijke ruimte; het is een prachtig gebouw.
Dan de expositieruimte. Dat gaat om een paar etages waar zonder eigen vaste collectie wordt geëxposeerd. Nu geïnspireerd door Alice in wonderland. We vonden het geen van beiden heel bijzonder maar dit KADE is wel iets om in de gaten te houden.

Daarna dus naar het vernieuwde Mondriaanhuis. Op de begane grond een ruimte met vroeg werk. Heel mooi. Dan een ruimte met een toelichting bij Mondriaans leven en carrière. Vervolgens is er de gelegenheid een bezoek te brengen aan het nagebouwde Parijse atelier van Mondriaan. Heel leuk gedaan. De rest van het mooie lichte pand is smaakvol ingericht met reacties op het werk van Mondriaan, onder anderen van scholieren uit Amersfoort. Leuk.