Paul Griffiths – Componisten van deze tijd

Een aardig boekje over muziek van de 20e eeuw met veel aandacht voor de vraag hoe de stap van de tonale romantische muziek van de 19e eeuw naar de moderne muziek de eerste decennia van deze eeuw is ontwikkeld. Eigenlijk onderscheidt Griffiths drie stappen: Met Debussy verdween de vaste vorm, met Stravinsky het regelmaitge ritme en met Schönberg verdampte de tonaliteit.
Natuurlijk was dit niet de enige ontwikkeling. Naast de atonale beweging gingen sommigen lekker verder op de romantische weg. Anderen kozen de weg van het neo-classicisme. Mensen als Stravinsky en Messiaen gingen hun eigen weg hoewel de eerste ook zijn twaalftoonsexperimenten heeft gedaan. In de jaren 50 waren het de leerlingen van Messiaen, waaronder Stockhousen, die de seriële muziek een stap verder brachten door ook het ritme op deze manier te behandelen. In die tijd begonnen ook experimenten met electronische muziek en toeval.
Het laatste hoofdstuk behandelt ontwikkelingen in Nederland. Een leuk boek dus, hoewel danig gedateerd (1978, nederlandse vertaling 1980 bij Unieboek – Bussum)

A History of Western Music – Donald Jay Grout

Daar heb ik door de jaren heen al heel wat in zitten lezen, maar ook heel wat overgeslagen. Alle reden om het boek van voor tot achter door te nemen en dat heb ik nu gedaan. Zoals verwacht leidde dat tot het herstel van een aantal hiaten. Sommige dingen blijven hiaat trouwens. De middeleeuwse notatiemethoden die ook nog steeds veranderden; die kan ik nu echt niet reproduceren.
Hoe dan ook; voor mij is dit een prima overzicht en een stimulans om allerlei bekende en onbekende stukken te beluisteren. Het blijft een prachtig boek hoewel mijn editie uit 1979 onderhand wel wat oud is. Op internet ontdek ik een anthology, een boek vol partituurflarden. Dat is natuurlijk ook leuk…

Een luisterverslag

Bij de nieuwe oriëntatie op de muziekgeschiedenis hoort natuurlijk ook luisteren. Vandaar dat ik deze pagina ga gebruiken om de voor mij nieuwe stukken te melden met misschien wat kort commentaar.

Ik ben aan de voorkant en de achterkant van de muziekgeschiedenis begonnen:

– De Missa Maria Zart van Obrecht
– De Missa ‘de plus en plus’ en chansons van Ockeghem.
Eerder had ik al werk van Lassus, Palestrina en Monteverdi in huis. Deze Obrecht en Ockeghem vind ik eigenlijk leuker omdat deze muziek nog vreemder, modaler klinkt.

Aan de ‘achterkant’ ben ik bezig met
Messiaan; het quator pour la fin du temps en pianowerk
Schönberg: Strijkkwartetten (de eerste nog tonaal, de volgende atonaal)
Kammersymfonie en Pierrot Lunaire (klein ensemble met sprechstimme). Boeiend vind ik dat.
Rihmm – Gesungene zeit – daar kan ik nog niet zoveel mee.
Daan Manneke – La melodie passagère
John Adams – Complete piano music
Kurtag

Iets minder in moderne sferen maar ook mooi:
De preludes en fuga’s van Shostakovitsj. Die had ik jaren geleden al eens een aantal keer beluisterd. Nu vond ik een aantal ervan helemaal niet zo aardig als dat ik het in mijn hoofd had. Eigenlijk vind ik door de hele reeks heen de kwaliteit nogal wisselend…
Stijkkwartetten van Bax (doet me denken aan die van Ravel en Debussy), Nielsen en Enescu.

Overigens ben ik terwijl ik dit schrijf aan het luisteren naar Michel van der Aa.

Nu ben ik aan het kennismaken met het complete piano-solo-werk van Ton de Leeuw. Dat is prachtig, divers en spannend. Sommige delen doen denken aan Sjostakovitsj, sommige een beetje aan Messiaan, soms schemert Bach erdoor als het gaat om de polyfonie en dan is het weer ruig atonaal. Dat laatste komt minder voor overigens.

Niet nieuw voor mij, maar wel weer leuk om te horen zijn de strijkkwartetten van Bartok die ik nu dus ook aan het beluisteren ben.

Wel nieuw voor mij zijn de strijkkwartetten van Petris Vasks; een Letse componist die niet alleen regionaal maar ook muzikaal in de hoek van Pärth lijkt te zitten. De muziek is eigenlijk wel een soort van tonaal, er worden vaak zinnen herhaald en daardoor heeft ook deze muziek iets meditatiefs…

Daar is nu ‘De Staat’ van Louis Andriessen door het Nederlands Blazersensemble olv Lucas Vis bijgekomen. Geleend bij de biep in Amersfoort. Tot mijn schande misschien moet ik erkennen dat ik het nooit van voor tot achter had gehoord. Het is een soms woest stuk met blokken die herhaald worden; vaak unisono. Het heeft wat weg van minimal music en moet in 1976 overweldigend zijn overgekomen.

Ondertussen kwam ik via Radio4 de link tegen naar het festival van Donauschingen met een aantal interessante interviews. Ik zet ‘m erop, maar het is natuurlijk maar de vraag hoelang die link in stand blijft.

De CD’s die ik gisteren in de biep van Amersfoort haalde: Symfoniën van Mathijs Vermeulen; 3,10 en 14 van Henk Badings,complete pianomuziek van Escher door Sepp Grotenhuis; Cello sontates van Pijper, Ponse en Escher; kamermuziek van Elliot Carter en fugabewerkingen voor strijkkwartet van Bach.

13 jan. 2011
Voor het eerst kennisgemaakt met muziek van Morton Feldman op de radio. Rothka Chapel 1971; life op de radio vanuit het Muziekgebouw. Koor, altviool en andere instrumenten…

Dit dus in het kader van het doen van wat achterstallig onderhoud…

Muziekgeschiedenis

Nu komt er weer iets heel anders in beeld. Een half jaar muziekgeschiedenis. Tijdens dat half jaar wil ik wat kijken naar de grote lijn en tegelijkertijd inzoemen op een paar componisten of periodes. Daarbij wil ik vooral was hiaten of beter gezegd totale blanco gebieden aan de orde hebben. Wat weet ik bijvoorbeeld van de Ars Nova, of van Otto Ketting? Tegelijk ga ik veel voor mij onbekende muziek luisteren en daartoe heb ik dan eindelijk een MP3- speler gekocht. Een heel eenvoudig exemplaar dat precies doet wat ik graag wil: Radio luisteren, eventueel zelfs opnemen en overige muziek luisteren. Op dit moment heb er onder anderen strijkkwartetten op van Schönberg, Bax, Enescou, Nielsen, Beethoven en Shostakovitsj op staan. Daarnaast staat er Beethoven, Bach, Messiaan en Scarlatti op. Het is een mirakel dat dat kan met zo’n klein ding…