Hilary Mantel – Wolf Hall

Een dikke historische roman waarmee Mantel in 2009 de Man Booker Prize won. Het verhaal wordt verteld vanuit de persoon van Cromwell, beginnend met een scene in Putney, aan de Engelse kust , waar de jonge Thomas voor de zoveelste keer in elkaar is geslagen door zijn vader. Hij ontvlucht het land en we komen hem in 1527 weer tegen wanneer hij de assistent is van kardinaal Wolsey.

De kardinaal en Cromwell kunnen het prima vinden. Toch zorgt Cromwell er wel voor dat hij niet wordt meegetrokken in de val van de kardinaal, die het niet voor elkaar heeft gekregen dat het huwelijk van de koning ongeldig verklaard kon worden zodat deze kon trouwen met Anna Boleyn.

Als de kardinaal weg en dood is wordt Cromwell meer en meer de machtige man van het land en trouwt Hendrik VIII met Anna. Thomas More, de vriend van Erasmus, speelt een belangrijke rol in het boek. More blijkt niet alleen de schrijver van Utopia, maar ook een fervent vervolger van ketters. Op de achtergrond spelen in dit verband Tyndale, Luther en zelfs de toestanden in Münster een rol.

Cromwell wordt steeds machtiger en het tij keert in de samenleving, hoewel niet zo radikaal als in delen van Duistland. Nu worden meer en meer de Katholieken de ketters en zo wordt uiteindelijk More terechtgesteld omdat hij niet wilde tekenen voor de de nieuwe situatie: Henry als hoofd van de kerk.

Dat is heel grof de verhaalde geschiedenis en dat maakt de roman niet meteen bijzonder. Wat dat wel doet is de manier waarop het verhaal wordt verteld. Levendig, gebruik makend van een heel rijke taal. Als lezer zitten we in de ervaring van Cromwell zonder dat dit de ik-persoon is. Dat is even wennen. Is er zomaar sprake van he, dan gaat het haast altijd over Cromwell tenzij de context een andere optie biedt. Omdat we zo dicht op deze persoon zitten gaan het soms ook alle kanten op. Iets over het weer, de ruimte waarin een gesprek plaatsvindt, een flard herinnering, een deel conversatie, een andere herinnering.

De Cast of characters voorin is geen overbodige luxe. Sterker, zoiets is mijn redding want het zijn er veel en er zijn er meerdere die Thomas, Mary of Anne heten. En dan worden mensen soms alleen met hun titel of professie genoemd. Alle reden om te blijven opletten.

De titel komt overeen met de laatste twee woorden van het boek. We zitten in een soort coda en Cromwell bespreekt met zijn assistent het reisschema voor de komende tijd. “Now here, before we go to Winchester, we have time to spare, and what I think is, Rafe, we shall visit the Seymours”. He writes it down. Eary September. Five days. Wolf Hall.

We kijken met die titel dus uit naar wat vrije dagen en naar de volgende episode in het leven van Henry en Cromwell, waar we als romanlezer nog niets van weten…

Jonathan Israel – De Republiek 1477-1806

Reden om dit boek te lezen was om context te verwerven over de reformatie in de Nederlanden. Maar ja, en passant heb ik veel meer meegekregen, want dit is een geweldig boek dat de geschiedenis van deze streken heel prettig uit de doeken doet.

Samenvatten gaat natuurlijk niet lukken, maar ik noem wel zaken en namen die me opvielen. Zo is er aandacht voor het feit dat de Vlaamse steden in het begin van de 16e eeuw allemaal groter waren dan die in Noordelijker streken en steden als Dordrecht, Haarlem en Amsterdam pas daarna zijn gaan groeien. Opmerkelijk was toen al, en dat gold voor het hele gebied der Nederlanden, dat er zovéél steden zo dicht bij elkaar lagen. Zoals er aandacht is voor de steden, zo is er ook aandacht voor de economische ontwikkeling van die steden, en die was aanzienlijk en soms enorm. In het Zuiden was de textielindustrie van groot belang, in het Noorden was er landbouw, er werd haring gevangen en er werden bulkgoederen uit het Ooszee gebied gehaald.

En hoe zat het met de godsdienst? Wessel Gansfort en Rudolf Agricola worden genoemd als figuren tussen de Moderne Devotie en het bijbels humanisme in. De vroege reformatie in de jaren ’20 was een beweging van onderaf. Er was geen organisatie en vervolging kwam laat op gang.

En dan gaat de reformatie vaart krijgen en raakt deze onlosmakelijk verbonden met de opstand tegen het Spaanse gezag. Er was aversie tegen de Katholieke kerk, maar ook tegen nog meer belasting betalen. In 1566 ontstaat er een wanordelijke opstandige situatie waarbij vernielingen worden aangericht in en aan kerken. Beelden en wat maar doet denken aan de Katholieke eredienst moeten het ontgelden. Een beweging die in het Zuiden start en gaandeweg uitwaaiert naar het Noorden wanneer de opstand verder komt.

Willem van Oranje komt met andere notabelen zoals Hoorne en van Egmond in beeld. Zij vertegenwoordigen de Koning (immers, de Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd…). Ze proberen het harde beleid van Spanje te temperen maar moeten het ontgelden of zich gedeisd houden. Willem had op dat moment nog niet zo duidelijk voor de Calvinisten, een kakelnieuwe, richting, gekozen en wilde zeker niet heel ferm tegen de Katholieken. kiezen.

Dat werd allemaal anders met de inname van Den Briel in 1672. Daarmee ging de opstand echt los, ook al was het geen helder doordacht gebeuren. Nu kreeg Willem als belangrijke edele meer invloed en koos hij de kant van de opstand. En dan gaat het hard. Steden worden veroverd op de Spanjaarden, en in 1579 de Unie van Utrecht waarmee de staatsvorming vaart krijgt en is gesteld dat de kerk van de reformatie daarbij hoort.

Rond 1590 is de aanwezigheid van Spanje even minder nadrukkelijk en dat leidde tot een keerpunt. De republiek-achtige staat in aanbouw kreeg meer zelfvertrouwen en boerde ook heel goed. De ontwikkeling van ‘Rijke handel’ ,handel in kostbare fabricaten in plaats van bulkgoederen als graan en hout kwam tot ontwikkeling en leidde tot een geweldige aanzwengeling van de economie. Spanje en Portugal stelden een embargo in voor spullen zoals zout en zo kwam men in de Nederlanden op het idee om dan zelf maar op pad te gaan om goederen in Indië te gaan halen. In 1602 werd de VOC opgericht. De Amersfoorter Pieter Both wordt de eerste Gouverneur van Indië.

Het is opmerkelijk dat de Opstand in het Zuiden anders verliep dan in het Noorden waar het primaat als snel bij Holland kwam te liggen. Volgens Israel kwam het doordat steden, maar ook de samenwerking tussen steden in de Noordelijke provincies beter was georganiseerd. Het was ook wel een enorme overlegtoestand met vroedschappen, burgermeesters, de provinciale statenvergaderingen en de Staten Generaal die nu niet in Brussel maar in Den Haag bijeen komt. In deze wereld van staatvorming en opstand komt van Oldebarneveld bovendrijven als zeer invoedrijke kracht.

Ondertussen gaat ongeveer 10% van de bevolking naar de nieuwe kerk. Dat is dus nog opmerkelijk weinig. Veel regenten zijn helemaal niet zo’n fan van Calvijn, ze verwijzen liever naar Erasmus. En dan is er Arminius, professor aan de nieuwe universiteit van Leiden, die niet meegaat in de leer van de uitverkiezing. Zijn directe tegenstrever is Gomarus en en volgeling van Arminius is Uyttenbogaert. De controverse wordt groot en groter. van Oldebarneveld heeft ook meer sympathie voor de denkbeelden van Arminius en dat geldt ook voor Hugo de Groot, die aanvankelijk niet wilde kiezen.

Door de inzet van van Oldebarneveld is er in 1609 een bestand gesloten met de Spanjaarden. Het lijkt wel of het land eindelijk de handen vrij had, niet alleen voor handel, maar ook voor controverse. Willem was al lang en breed vermoord (1574) en opgevolgd door Maurits die een klapje ambitieuzer lijkt. Hij was op weg geholpen door van Oldebarneveld, maar tijdens het bestand worden dit meer en meer politieke tegenstanders. Ondertussen hebben de Arminianen de remonstrantie uitgeroepen en wordt het land verdeeld tussen remonstranten en contra-remonstranten. Die remonstranten zijn verre van marginaal. Steden als Kampen (nb), Gouda, Alkmaar en Oudewater waren Remonstrands. Ondertussen wil Maurits een Nationale Synode om voor eens en altijd wat te doen aan de verdeeldheid. Steden en staten zijn tegen en er komt geen synode. Nou ja, in 1618 pleegt Maurits een soort staatsgreep waarbij grof gezegd de regenten eruit worden gezet en de edelen in het bestuur komen. van Oldebarneveld en Hugo de Groot worden gevangen gezet en de eerste wordt ter dood veroordeeld. Arminianen uit de stadsbesturen, contraremonstranten op belangrijke posities. Zo doe je dat. En toen kon er een Synode komen in Dordrecht 1618/19. Er werd niet alleen gekozen voor een Nieuwe Nederlandse vertaling van de bijbel (Statenvertaling), maar ook vóór de contra-remonstranten en dus tégen de remonstranten. De jaren erna waren jaren van zuivering. Arminianen moesten zich rustig houden of namen, zoals de Groot en Uyttenbogaert, de benen. En toen was niet alleen het bestand voorbij maar had Maurits ook invloed op de start van een heftige oorlog in Duitsland.

Het jaar 1629 was een kanteljaar. Frederik Hendrik was ondertussen stadhouder en legeraanvoerder en probeerde Den Bosch in te nemen. Als afleidingsmanoeuvre vielen de Spanjaarden het oosten van het land binnen waarbij Amersfoort tijdelijk voor twintig dagen onder Spaans kwam. Doordat Wezel op de Spanjaarden werd veroverd moesten ze de actie staken. Na een beleg van 5 maanden werd Den Bosch veroverd en dat was een enorme klapper. Ondertussen nam de invloed van de remonstranten in vooral de grote steden van Holland weer toe en ontstond er weer discussie over vrede. Het ging een beetje lijken op de situatie rond 1618.

De vrede van Münster was vooral profijtelijk voor Holland. De periferie ging er niet op vooruit onder andere omdat er lekker verdiend was met al die garnizoenen en forten vol met soldaten. Er ontstond zelfs een soort landbouwcrisis die in de tweede helft van de 17e leidde tot de introductie van een nieuw gewas: tabak.

Ondertussen hadden we hier te maken met Willem II, een soort voortzetting van Maurits, die in 1750 een soort staatsgreep pleegde door Amsterdam te bezetten. Even later werd hij ziek en stierf hij. Willem III was nog een kind en zo ontstond het eerste stadhouderloze tijdperk met Johan de Wit als bepalende politicus.

De tweede helft van de eeuw was een periode waarin staatsgezinden en orangisten tegenover elkaar stonden. In de internationale politiek stonden Engeland en de Republiek tegenover elkaar en werden er drie zee-oorlogen uitgevochten over handel en invloed. Op het kerkelijk erf werd de stijd tussen remonstranten en contraremonstranten vervangen door een strijd tussen Voetius en zijn aanhangers – de ware gereformeerden – en de Coccejanen, de aanhangers van Cocceüs. Maar er kwam een ander gevaar opzetten voor de kerk en de synagoge: Descartes, Spinoza, Koerbachg en nog een sleep aan denkers waarmee de vroege verlichting inzette. Los hiervan, maar natuurlijk ook in relatie met deze ontwikkelingen speelde het tolerantiedebat rond de vraag hoe tolerant men kon zijn ten aanzien van andersdenkenden.

In Frankrijk werd Lodewijk XIV steeds machtiger, aan de oostgrens roerden Münster en Keulen zich. Er ontstond een grote anti-Republiek coalitie die uiteindelijk in 1672 het land binnenviel. Ondertussen was de publieke opinie fel gekant tegen Johan de Wit en zijn broer en ze werden dus in Den Haag door het volk vermoord. Willem III, die ondertussen de 18 was gepasseerd werd legeraanvoerder en stadhouder en zo werd toch snel de strijd tegen de invallers gestart.

De oorlog heeft aanvankelijk een flinke economische terugval veroorzaakt, maar uiteindelijk viel het toch wel weer mee en kon de handel een paar jaar later toch weer toenemen. Willem trouwde een Engelse prinses, Mary Stuard, en zo kon hij heel vanzelfsprekend het land binnenvallen met een leger waarmee de Republiek flinke risico’s liep. The Glorious Revolution.

Het boek behandelt naast deze politieke verwikkelingen ook nog de ontwikkelingen in de cultuur, de enorme productie aan schilderwerken, de literatuur. Daarnaast gaat het over de ontwikkelingen binnen de VOC en de WIC, de bouw van forten en handelscentra, de strijd met Portugal om Brazilië, de start van een kolonie in Zuid-Afrika en in Indië, de deelname aan de slavenhandel en de start van de suikerplantages in Suriname en het gebruik van Curacao als handelsknooppunt, waar, net als in Suriname opmerkelijk veel Joden zich vestigden.

Enfin, dit is gewoon een geweldig boek.

De Reformatie; breuk in de europese geschiedenis en cultuur.

Een A4 formaat boek met prachtige illustraties uitgegeven door de Walburgpers in 2017. Een uitgave bij een jubileum onder redactie van Huib Leeuwenberg, Henk Slechte en Theo van Staalduine.

Ook dit boek riep bij mij in eerste instantie weerstand op. Zo van een boek vol plaatjes, dat kan niet deugen. Ik ben over dit snobistische standpunt heengestapt en heb ontdekt dat dit een prachtig boek is dat zeker gemaakt is voor een groter publiek, maar ook grondig in onderwerpen duikt. Eerst wordt de historische context neergezet met ook aandacht voor de hervormingsaanzetten die er al waren geweest. Dan is er aandacht voor het Lutherverhaal met meteen ook de Lutheranen in de Lage Landen waar blijkt dat in eerste instantie Antwerpen het grote centrum was. Vervolgens gaat het verrassend over joden en de Reformatie en dan over de radicalisering van de reformatie. Vervolgens komt Engeland in beeld en dan gaat het naar Calvijn en met name Calvijn in de Nederlanden. Verrassende hoofdstukken zijn die over spotprenten, de muziek en de godsdienststrijd in Vlaanderen. Daarmee is niet de hele inhoudsopgave opgedist, wel de hoofdzaak ervan.

Het boek sluit af met een prima literatuurlijst en een register. Een puike introductie in deze boeiende eeuw.

Balke, Klok, van ’t Spijker – Johannes Calvijn, zijn leven, zijn werk

2009 was een soort Calvijnjaar; de man was 500 jaar daarvoor geboren in Noyon. In de aanloop tot dit voor de liefhebber feestelijke jaar is dit boek tot stand gekomen. Het is zo’n A-4 formaat rijk geïllustreerd boek dat niet meteen vertrouwen inboezemt. Bovendien is het, als ik het zo inschat tot stand gekomen onder redactie van heuse calvinisten dus ik ben er met een beetje tegenzin aan begonnen.

Het boek heeft een doorlopend biografisch deel en is voort voorzien van een hele rits excursen die ik lang niet allemaal heb gelezen. Ik moet eerlijk zeggen, het boek viel me geweldig mee. Het biografische deel is erg informatief en zeker geen hagiografie. Bovendien is het degelijk voorzien van noten, een zaak- en een naamregister.

Natuurlijk was het regelmatig merkbaar dat dit boek vooral het werk is geweest van mensen uit de gereformeerde hoek. Toch lag het er niet heel dik bovenop en deed dat niet af aan de informatie waarnaar ik op zoek was, namelijk het verhaal over Calvijn.

Dat verhaal begon met een jongeman die opgroeide in een klimaat van humanisten en uiteindelijk afstudeerde als jurist. Ondertussen waren er wat signalen van reformatie in Frankrijk, aanvankelijk in Meaux (Gillaume Briconmet, Jacques Lefèvre d’ Estaples en Farel). De Koning Frans I stond ambivalent ten opzichte van de beweging omdat hij de renaissance graag beschermde maar geen zit had in Duitse toestanden. Calvijn was slim en handig in latijn en grieks en later ook Hebreeuws. Begin jaren ’30 veranderde zijn oriëntatie richting theologie en bleek hij al gauw deel uit te maken van de beweging van de reformatie. Dat was in Frankrijk steeds lastiger en zo ging hij aan de zwerf. Een paar jaar was hij in Genève waar hij na werk in Straatsburg terugkeerde in 1541 om er tot zijn dood in 1564 te werken. Er ontstond daar een vluchtelingengemeenschap met alle problemen van dien. Calvijn was hier met Farel en anderen bezig een gereformeerde samenleving op te bouwen met een publieke- en kerkelijke overheid, vragen over de inrichting ervan, vragen over tucht, over het avondmaal en onderwijs. De juridische achtergrond moet van pas zijn gekomen in al het organisatorische gedoe. Bovendien ging het hem erom God op rechte wijze te eren.

Het was daar een komen en gaan van gereformeerden uit vele hoeken en gaten van Europa. Zeker ook toen er een predikantenopleiding was gestart met al snel studenten uit andere landen. De invloed van Calvijn zat ‘m in de eerste plaats in zijn preken. Vervolgens in zijn onderwijs waarbij hij systematisch bijbelboeken doornam volgens een zorgvuldige (humanistische) exegetische methode. Dat leverde meteen stof voor zijn commentaren. Daarnaast leverde hij zijn bijdrage in discussie’s over avondmaal en geloofsbelijdenissen én schreef hij eindeloos veel brieven. Ik kwam het getal van 1369 tegen. Ten slotte was daar nog de Institutie, de verheldering van het geloof bedoeld om de vroomheid te bevorderen. Zo wilde hij het graag zien en niet als ingewikkelde dogmatiek. De eerste editie was er in 1536, de volgende in 39 en de definitieve in 1559.

En dan nog even over de genoemde excursen. Ik noem er een aantal om een idee te krijgen: De eerste werken van Calvijn: De Clementia en Psychopannychia; Calvijn en de rede van Nicolas Cop; De brief aan koning Frans I; Calvijn en Bucer; Het triumveraat: Calvijn, Farel en Viret; Calvijn en Bullinger; Calvijns bijdrage aan de universiteit van Genève; Calvijn en de vluchtelingenkerken.

Ik moet eerlijk zeggen, ook al hoor ik niet tot de beweging der gereformeerden, ik heb het boek met plezier doorgenomen. Toch ben ik ook nog wel benieuwd naar de biografie van Bernard Cottret. Dat komt misschien nog… Ondertussen ben ik bezig geweest met deze biografie uit 1995 en in vertaling uitgekomen bij Kok (Kampen 2005). Het is een in de tegenwoordige tijd geschreven tegenvaller in de zin dat het erg vanuit een gelovige inborst lijkt geschreven. Zo is Wolmar op een voorzienige wijze door God op de weg van Calvijn geplaatst (38). En God heeft Calvijn gekozen, nog meer dan dat Calvijn God gekozen heeft… (79). Dat was niet de benadering waar ik op zat te wachten.


De Geschiedenis van Europa 1300-1600 Karsten Alnaes

Het is even geleden, maar ik kan me herinneren dat ik de recensie las van dit eerste deel van een serie. Nu heb ik het deel van de biep geleend en grotendeels gelezen met het idee context te verwerven met betrekking tot de reformatie. Dat is prettig gelukt.

Dit is een prettig toegankelijk boek dat de geschiedenis niet alleen benadert vanuit de hoofdpersonen zoals pausen, koningen en keizers. Er is aandacht voor het dagelijkse menu door deze periode heen, voor de pest, ontdekkingsreizen, voor economische ontwikkelingen en culturele zaken. En dan wordt er ook nog terecht melding gemaakt van filosofische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Copernicus, Kepler en Gallileï worden behandeld.

Als voorlopers voor de reformatie komen Wiclife en Hus prima aan bod. Er is ruim aandacht voor Erasmus en Loyola.

Kortom, een heel toegankelijke inleiding in deze periode. Leuk is ook dat de schrijver een Noor is waardoor er soms dingen net anders worden weergegeven dan vanuit een Nederlandse context. Zo was ik als Nederlander als het om de tweede helft van de 16e eeuw ging uiteraard vooral bezig met de opstand tegen de Spanjaarden. Eigenlijk had ik nooit goed door dat de Spanjaarden bezig waren met een veel groter project: De strijd tegen het Engeland van Elisabeth I met Francis Drake als veel grotere zeeheld dan de Ruyter een eeuw later. De burgeroorlog in Frankrijk heb ik ook nooit zo helder voor ogen gehad ook al wist ik natuurlijk wel van de Bartelomeüsnacht. Veel Europeanen, zowel katholieken als protestanten, wendden hun gezicht in afschuw af. Waardoor kon het tot zulke catastrofes komen? ….De vrome christenen keerden niet hun andere wang toe, maar trokken het zwaard. Mensen in heel Europa dachten over dit soort dingen na en gingen twijfelen aan de waarde van het geloof in God. Daarmee was de kiem van het secularisme gelegd (589). Die had ik nog niet eerder gehoord en ik vraag me af of dit een breed gedeelde mening is. Kan me er wel wat bij voorstellen.

Deel II van het boek heet: Negen verhalen uit Europa. Heel aardig, door middel van deze verhalen, close-ups eigenlijks, wordt de geschiedenis voorzien van illustraties. Fijn, maar die heb ik niet allemaal gelezen. Het maakt het boek des te toegankelijker voor de medemens die eigenlijk helemaal niet zit te wachten op op de dik boek over deze periode…

Michael Wood – In de sporen van Shakespeare

Een boek uit 2003, oorspronkelijk gepubliceerd door de BBC. Een lekker leesbare biografie van Shakespeare. Het aardige is dat het boek net als die van Bryson en Shapiro de tijd tot leven brengt. Een tijd waarin Engeland definitief protestans werd, een tijd van terugkerende pestepidemiën en een tijd waarin Londen een geweldige groei meemaakte net als het toneel.

Terwijl de in de Lage Landen de opstand tegen de Spanjaarden gaande was schreef Shakespeare het ene na het andere toneelstuk. Er moest gewoon productie geleverd worden voor het eigen gezelschap waar hij v.aak ook in meespeelde. Shakespeare liet zich inspireren door de Engelse geschiedenis (Monmoth), maar ook door vertalingen van Ovidius, Plutarchus, en Vergilius. Daarnaast las hij ook Cervantes en Montaigne en natuurlijk de Bijbel die in zijn tijd een waardige Engelse vertaling kreeg, de King James Version. Naast deze bronnen was hij rondhangend in herbergen en pubs heel gevoelig voor wat er speelde in de samenleving.

Het boek voorziet de belangrijkste stukken van een context. Het effect: Ik krijg zin om meer stukken te lezen of te zien en om meer te lezen over die context. Natuurlijk wil ik ook weer gaan kijken naar die andere klassieke schrijvers. Het moet natuurlijk leuk zijn om die met een Shakespeare-bril te lezen….

Erasmus – Lof der Zotheid

De zotheid is aan het woord en toont aan hoeveel er niet tot stand komt op deze wereld door haar inbreng. Dat gebeurt op een vrolijke toon en met aanhalingen naar tal van klassieken. Gaandeweg wordt de toon wat minder jolig en worden tal van mensen (geleerden, filosofen, theologen, monniken) op de hak genomen evenals de bijbehorende instituten. Een pleidooi voor zotheid dus, maar aan de andere kant en gevoed door een goede dosis ironie ook een aanklacht tegen de dwaasheid van deze lieden en instellingen. Erasmus hoorde overigens tot al de genoemde categorieën en had er geen moeite mee om ook met zichzelf de spot te drijven. Overigens wordt de toon in het laatste deel wat meer theologisch  en zou dat voor sommigen een reden kunnen zijn om daar dan maar af te haken. Dat lijkt me helemaal geen probleem want ben je eenmaal daar beland, en zo’n klus is dat niet, dan heb je al ten volle kunnen genieten van de geestigheid en eruditie van deze man.

Voor ons is dit nu de bekendste titel van Erasmus. Ook toegankelijk zijn de brieven die worden uitgegeven door Ad Donker (12 delen!) en de colloquiums waarvan ik alleen de Engelstalige versie van Thompson heb. Dit zijn dialogen, kleine toneelstukjes geschreven voor het onderricht in het latijn. Daarnaast zijn het koddige en soms scherpe dialogen waar niet iedereen blij mee was. Hij is er steeds aan blijven werken en zo is het geheel flink uitgedijd. Je zou bijna vergeten dat Erasmus toch gewoon een soort theoloog was.

Overigens las ik de vertaling van Harm-Jan van Dam, uitgegeven door Atheneum – Polak & van Gennep uit 2001

Johan Huizinga – Erasmus (1469-1536)

IMG_1261

De editie die ik gelezen heb was de tweede druk uit 1925 uitgegeven door Tjeenk Willink te Haarlem. De laatste twee pagina’s van het register zijn nooit  opengesneden. Zo’n boek dus met uiteraard de bijbehorende spelling. En toch vond ik het een prachtig en goed leesbaar boek.

Een biografie dus over Erasmus. Over zijn opgroeien in de regio Rotterdam-Gouda, schoolgang in Deventer en Den Bosch en de intrede in het klooster van Steyn waarnaar het parkje genoemd is dat eind jaren ’80 is aangelegd aan de Oostkant van de nieuwbouw van Gouda: Het Steynse Groen. Dat moet er even in omdat ik het parkje heb zien opgroeien. Ik heb er illegaal een berk aan toegevoegd, maar dat allemaal terzijde.

Erasmus had helemaal geen zin in dat kloostergedoe; hij wilde studeren en schrijven. Zo kreeg hij toestemming om naar Parijs te gaan maar was hij nog jaren lang formeel verbonden aan Steyn en afhankelijk van beschermheren en vrouwen; mecenassen. Die laatste term bestond misschien nog niet in deze context, maar het moet Erasmus deugd hebben gedaan dat-ie in het Nederlands is ingeburgerd. Erasmus was enorm fan van het Latijn, publiceerde in die taal en ging zich gaandeweg ook in het Grieks verdiepen. Een echte man van ‘ad fontes’, zou je kunnen zeggen en iemand die gebruik maakte van moderne technieken. Gaandeweg was hij kind aan huis bij een heel aantal drukkerijen, uiteindelijk het meest bij Froben in Bazal.

Het was een veelbelovende tijd vond Erasmus aan het begin van de 16e eeuw, maar het bleek een moeilijke tijd te worden. Erasmus was fel tegen de kerk waar het ging om macht en pracht. Hij was bezig met Hiëronymus (Jeromius) en een nieuwe Griekse editie van het NT. Stond hij daarmee aan de kant van de Reformatie die vanaf 1517 onder stoom kwam? Van alle kanten werd er druk op hem uitgeoefend om te kiezen, maar hij wilde en kon niet kiezen. Erasmus wilde studerend en schrijvend zijn bijdrage leveren en vooral verder met rust gelaten worden.

Ondertussen was Erasmus een rondtrekkende beroemdheid geworden. In Engeland, waar hij een aantal keer verbleef was hij bevriend met Colet en Thomas More, in Duitsland werd hij  met alle egards ontvangen. Hij is in Italië geweest maar vond dat niet zo aantrekkelijk. Verder was hij vaak in Parijs en Leuven. De laatste stad werd hem te conservatief en zo kwam hij naar Bazel waar dus ook die drukkerij van Froben gevestigd was. Maar ja, tegen het einde van zijn leven kwam de onrust van de reformatie ook naar Bazel en is hij naar Freiburg vertrokken. Overigens hadden de verplaatsingen niet alleen te maken met zijn werk maar ook met de angst voor de pest.

Erasmus heeft als een malle gepubliceerd. Theologische werken, het genoemde NT, de Adagia (spreekwoorden met meestal op de klassieke oudheid gebaseerd commentaar), de Colloquiums (Conversaties met als doel Latijn te leren, maar eigenlijk korte scenes met grappige of kritische observaties), een enorme collectie brieven waar Huizinga rijkelijk uit heeft geput (de uitgaven van P.S. Allen) en natuurlijk de ‘Lof der Zotheid’. De meerderheid van deze werken was werk in uitvoering. Er werden steeds nieuwe en uitgebreidere edities uitgebracht, soms buiten zijn weten om. Ondertussen is het zo dat het minder serieuze en misschien wel persoonlijker werk nog gelezen wordt en leuk is voor ons nu: Adagia, Colloquiums, Lof en misschien ook de brieven. De rest is misschien heel fijn voor de ware Erasmusvorsers maar niet per-se voor normale burgers.

Erasmus was ergens een tragische figuur. Hij heeft enorm moeten werken en leuren voor hij een beetje financieel zelfstandig was. En dan riep zijn tijd om een stellingname voor of tegen de reformatie wat hij niet wilde. Dat hing samen met zijn aanpak en kijk. Altijd was er wel een nuance te vinden, altijd kon je iets ook nog van een andere kant zien. Erasmus wilde tolerantie, begrip, vrede en vooral ook rust, rust  om te kunnen studeren. Je kunt hem laf noemen, maar het valt ook wel weer te prijzen dat hij heeft vastgehouden aan deze keus.

Ondertussen valt er in het Nederlands heel wat te lezen van Erasmus. Bij Atheneum- Polak& van Gennep is er het verzameld werk uitgekomen (al klaar?) en Ad. Donker heeft zich op de brieven gestort, een enorm project. Overigens zie ik nu dat bij deze zelfde uitgever het boek van Huizinga in 2001 de 10e druk heeft beleefd. Met recht.

Karl Mittermaier – Niccolò Machiavelli; denker en cynicus

Inderdaad, een biografie. Het leven van Machiavelli was nauw verweven met het politieke leven in Florence en Italië als groter gebied en zo komen de politieke ontwikkelingen vanaf het einde van de 15e eeuw tot 1527, het sterfjaar van Machiavelli, grondig aan de orde. Dat maakt het boek er niet makkelijker op want het was een ingewikkeld gebeuren destijds. Je had een aantal stadstaatjes zoals Florence, Pisa, Venetië en Milaan. Dan had je de Paus, in die tijd vaak meer wereldlijk vorst dan iets anders, en vervolgens had je Frankrijk aan de ene kant en Duitsland/Spanje aan de andere. En waren daar nog de Borgia’s en de De Medici’s.

Tijdens de eerste helft van zijn werkzame leven had Machiavelli een functie als diplomaat en raadgever. Dat bood hem de gelegenheid om overal zijn ogen de kost te geven en zich een idee te vormen over de politiek, het uitoefenen van macht, de organisatie van legers en zo meer. Daarnaast zat hij graag met zijn neus in de boeken om in de klassieke oudheid voorbeelden te vinden van verstandige politieke besluiten.

Toen de politieke constellatie in Florence veranderden was Machiavelli zijn baan kwijt en trok hij zich noodgedwongen terug op het landgoed van de familie. Nu had hij alle tijd om wat op papier te zetten. Il Principe is het bekendst gebleven, maar als ik Mittermaier moet geloven zijn de Dioscuri, een werk over de republiek, minstens zo interessant. In opdracht schreef hij ook nog een geschiedenis van Florence en daarnaast blijspelen, gedichten  en natuurlijk heel veel brieven. Machiavelli is dus meer dan Il Principe. Hij was sowieso een vernieuwer in de zin dat hij het politieke denken los maakte van de kerk. Waar in de middeleeuwen het vertrouwen de basis was voor de samenleving ging hij eerder uit van de tot slechtheid geneigde mens en het streven om voor de staat – in zijn geval natuurlijk Florence – het beste te bereiken. En inderdaad, om dat doel te bereiken kon de heerser – als het niet anders kon – gebruik maken van alle denkbare methoden. Overigens was het de goede heerser die dat gepast wist te doen zonder bekend te staan als wrede dictator want daar moest hij ook weer niets van hebben. Tijdens zijn sterfjaar hebben de Duitsers geweldig huisgehouden in Italië, Rome is voor het eerst sinds de teloorgang van het Romeinse rijk weer radicaal geschonden; het moet een wreed gebeuren zijn geweest. Opnieuw veranderde de politieke omstandigheden en Machiavelli keerde terug naar de stad om er dus te sterven op 21 juni 1527.

Mittelmaier presenteert Machiavelli als een politiek denker, misschien wel de uitvinder van het politieke denken, die zich baseert op Aristoteles, geschiedenissen uit de klassieke tijd en de zeer recente geschiedenis. De vertaling van dit boek (Tirion 1992, Baarn) door C.W. van de Wal vond ik niet altijd meevallen. Is dit een Vlaming? Ik kwam Vlaams aandoende constructies tegen maar niet de Vlaamse soepelheid in de taal die juist zo aangenaam kan zijn.

Machiavelli – De Vorst (Il Principe)

Misschien we de eerste moderne  verhandeling over politiek, over de vraag hoe je de zaken als heerser nou het beste kan aanpakken. Het werkje is overigens gericht aan Lorenzo de Medici zoals blijkt uit inleiding en nawoord.

Machiavelli gaat een hele reeks onderwerpen af die hem belangrijk leken voor het verkrijgen en vooral handhaven van de staatsmacht. Is het handig gebruik te maken van hulp- of huurtroepen (niet doen, daar komt ellende van)? Hoe bezet je een ander land (Eiigen mensen er laten wonen)? Zo komt er een hele lijst aan betrekkelijk praktische onderwerpen voorbij die soms nog behoorlijk actueel lijken. Bij Machiavelli denken we al gauw aan een nietsontzienende wreedheid. Dat lijkt me niet terecht. Ik krijg wel de indruk dat hier een realist, overtuigd van de slechtheid van mensen, aan het woord is die op zijn doel afgaat. Is het van belang om het volk te vriend te houden? Dan moet je dat vooral doen. Dient het een hoger belang om mensen uit de weg te ruimen? Dan moet je dat vooral doen. Per onderwerp geeft Machiavelli niet alleen zijn adviezen maar staaft hij die met voorbeelden uit de klassieke oudheid en de recente geschiedenis (15e, begin 16e eeuw) van de Italiaanse koninkrijkjes. Dat maakt het interessant en ergens ook overtuigender. Verder kijkend door de geschiedenis heen zou hij nog heel veel voorbeelden van zijn gelijk kunnen vinden. Ik vind dat eigenlijk wel schokkend.

Overigens  las ik de vertaling van J.F. Otten die er ook een ruime inleiding bij deed. Die vertaling is naar mijn idee niet perfect maar prima leesbaar. Dat zit ‘m denk ik niet per sé in de vertaling maar in het feit dat Machiavelli in zijn tijd al leesbaar heeft geschreven. Het is uitgegeven door J.H. Bussy te Amsterdam (1983).