Hilary Mantel – Wolf Hall

Een dikke historische roman waarmee Mantel in 2009 de Man Booker Prize won. Het verhaal wordt verteld vanuit de persoon van Cromwell, beginnend met een scene in Putney, aan de Engelse kust , waar de jonge Thomas voor de zoveelste keer in elkaar is geslagen door zijn vader. Hij ontvlucht het land en we komen hem in 1527 weer tegen wanneer hij de assistent is van kardinaal Wolsey.

De kardinaal en Cromwell kunnen het prima vinden. Toch zorgt Cromwell er wel voor dat hij niet wordt meegetrokken in de val van de kardinaal, die het niet voor elkaar heeft gekregen dat het huwelijk van de koning ongeldig verklaard kon worden zodat deze kon trouwen met Anna Boleyn.

Als de kardinaal weg en dood is wordt Cromwell meer en meer de machtige man van het land en trouwt Hendrik VIII met Anna. Thomas More, de vriend van Erasmus, speelt een belangrijke rol in het boek. More blijkt niet alleen de schrijver van Utopia, maar ook een fervent vervolger van ketters. Op de achtergrond spelen in dit verband Tyndale, Luther en zelfs de toestanden in Münster een rol.

Cromwell wordt steeds machtiger en het tij keert in de samenleving, hoewel niet zo radikaal als in delen van Duistland. Nu worden meer en meer de Katholieken de ketters en zo wordt uiteindelijk More terechtgesteld omdat hij niet wilde tekenen voor de de nieuwe situatie: Henry als hoofd van de kerk.

Dat is heel grof de verhaalde geschiedenis en dat maakt de roman niet meteen bijzonder. Wat dat wel doet is de manier waarop het verhaal wordt verteld. Levendig, gebruik makend van een heel rijke taal. Als lezer zitten we in de ervaring van Cromwell zonder dat dit de ik-persoon is. Dat is even wennen. Is er zomaar sprake van he, dan gaat het haast altijd over Cromwell tenzij de context een andere optie biedt. Omdat we zo dicht op deze persoon zitten gaan het soms ook alle kanten op. Iets over het weer, de ruimte waarin een gesprek plaatsvindt, een flard herinnering, een deel conversatie, een andere herinnering.

De Cast of characters voorin is geen overbodige luxe. Sterker, zoiets is mijn redding want het zijn er veel en er zijn er meerdere die Thomas, Mary of Anne heten. En dan worden mensen soms alleen met hun titel of professie genoemd. Alle reden om te blijven opletten.

De titel komt overeen met de laatste twee woorden van het boek. We zitten in een soort coda en Cromwell bespreekt met zijn assistent het reisschema voor de komende tijd. “Now here, before we go to Winchester, we have time to spare, and what I think is, Rafe, we shall visit the Seymours”. He writes it down. Eary September. Five days. Wolf Hall.

We kijken met die titel dus uit naar wat vrije dagen en naar de volgende episode in het leven van Henry en Cromwell, waar we als romanlezer nog niets van weten…

Advertenties

De Reformatie; breuk in de europese geschiedenis en cultuur.

Een A4 formaat boek met prachtige illustraties uitgegeven door de Walburgpers in 2017. Een uitgave bij een jubileum onder redactie van Huib Leeuwenberg, Henk Slechte en Theo van Staalduine.

Ook dit boek riep bij mij in eerste instantie weerstand op. Zo van een boek vol plaatjes, dat kan niet deugen. Ik ben over dit snobistische standpunt heengestapt en heb ontdekt dat dit een prachtig boek is dat zeker gemaakt is voor een groter publiek, maar ook grondig in onderwerpen duikt. Eerst wordt de historische context neergezet met ook aandacht voor de hervormingsaanzetten die er al waren geweest. Dan is er aandacht voor het Lutherverhaal met meteen ook de Lutheranen in de Lage Landen waar blijkt dat in eerste instantie Antwerpen het grote centrum was. Vervolgens gaat het verrassend over joden en de Reformatie en dan over de radicalisering van de reformatie. Vervolgens komt Engeland in beeld en dan gaat het naar Calvijn en met name Calvijn in de Nederlanden. Verrassende hoofdstukken zijn die over spotprenten, de muziek en de godsdienststrijd in Vlaanderen. Daarmee is niet de hele inhoudsopgave opgedist, wel de hoofdzaak ervan.

Het boek sluit af met een prima literatuurlijst en een register. Een puike introductie in deze boeiende eeuw.

Balke, Klok, van ’t Spijker – Johannes Calvijn, zijn leven, zijn werk

2009 was een soort Calvijnjaar; de man was 500 jaar daarvoor geboren in Noyon. In de aanloop tot dit voor de liefhebber feestelijke jaar is dit boek tot stand gekomen. Het is zo’n A-4 formaat rijk geïllustreerd boek dat niet meteen vertrouwen inboezemt. Bovendien is het, als ik het zo inschat tot stand gekomen onder redactie van heuse calvinisten dus ik ben er met een beetje tegenzin aan begonnen.

Het boek heeft een doorlopend biografisch deel en is voort voorzien van een hele rits excursen die ik lang niet allemaal heb gelezen. Ik moet eerlijk zeggen, het boek viel me geweldig mee. Het biografische deel is erg informatief en zeker geen hagiografie. Bovendien is het degelijk voorzien van noten, een zaak- en een naamregister.

Natuurlijk was het regelmatig merkbaar dat dit boek vooral het werk is geweest van mensen uit de gereformeerde hoek. Toch lag het er niet heel dik bovenop en deed dat niet af aan de informatie waarnaar ik op zoek was, namelijk het verhaal over Calvijn.

Dat verhaal begon met een jongeman die opgroeide in een klimaat van humanisten en uiteindelijk afstudeerde als jurist. Ondertussen waren er wat signalen van reformatie in Frankrijk, aanvankelijk in Meaux (Gillaume Briconmet, Jacques Lefèvre d’ Estaples en Farel). De Koning Frans I stond ambivalent ten opzichte van de beweging omdat hij de renaissance graag beschermde maar geen zit had in Duitse toestanden. Calvijn was slim en handig in latijn en grieks en later ook Hebreeuws. Begin jaren ’30 veranderde zijn oriëntatie richting theologie en bleek hij al gauw deel uit te maken van de beweging van de reformatie. Dat was in Frankrijk steeds lastiger en zo ging hij aan de zwerf. Een paar jaar was hij in Genève waar hij na werk in Straatsburg terugkeerde in 1541 om er tot zijn dood in 1564 te werken. Er ontstond daar een vluchtelingengemeenschap met alle problemen van dien. Calvijn was hier met Farel en anderen bezig een gereformeerde samenleving op te bouwen met een publieke- en kerkelijke overheid, vragen over de inrichting ervan, vragen over tucht, over het avondmaal en onderwijs. De juridische achtergrond moet van pas zijn gekomen in al het organisatorische gedoe. Bovendien ging het hem erom God op rechte wijze te eren.

Het was daar een komen en gaan van gereformeerden uit vele hoeken en gaten van Europa. Zeker ook toen er een predikantenopleiding was gestart met al snel studenten uit andere landen. De invloed van Calvijn zat ‘m in de eerste plaats in zijn preken. Vervolgens in zijn onderwijs waarbij hij systematisch bijbelboeken doornam volgens een zorgvuldige (humanistische) exegetische methode. Dat leverde meteen stof voor zijn commentaren. Daarnaast leverde hij zijn bijdrage in discussie’s over avondmaal en geloofsbelijdenissen én schreef hij eindeloos veel brieven. Ik kwam het getal van 1369 tegen. Ten slotte was daar nog de Institutie, de verheldering van het geloof bedoeld om de vroomheid te bevorderen. Zo wilde hij het graag zien en niet als ingewikkelde dogmatiek. De eerste editie was er in 1536, de volgende in 39 en de definitieve in 1559.

En dan nog even over de genoemde excursen. Ik noem er een aantal om een idee te krijgen: De eerste werken van Calvijn: De Clementia en Psychopannychia; Calvijn en de rede van Nicolas Cop; De brief aan koning Frans I; Calvijn en Bucer; Het triumveraat: Calvijn, Farel en Viret; Calvijn en Bullinger; Calvijns bijdrage aan de universiteit van Genève; Calvijn en de vluchtelingenkerken.

Ik moet eerlijk zeggen, ook al hoor ik niet tot de beweging der gereformeerden, ik heb het boek met plezier doorgenomen. Toch ben ik ook nog wel benieuwd naar de biografie van Bernard Cottret. Dat komt misschien nog… Ondertussen ben ik bezig geweest met deze biografie uit 1995 en in vertaling uitgekomen bij Kok (Kampen 2005). Het is een in de tegenwoordige tijd geschreven tegenvaller in de zin dat het erg vanuit een gelovige inborst lijkt geschreven. Zo is Wolmar op een voorzienige wijze door God op de weg van Calvijn geplaatst (38). En God heeft Calvijn gekozen, nog meer dan dat Calvijn God gekozen heeft… (79). Dat was niet de benadering waar ik op zat te wachten.


De Geschiedenis van Europa 1300-1600 Karsten Alnaes

Het is even geleden, maar ik kan me herinneren dat ik de recensie las van dit eerste deel van een serie. Nu heb ik het deel van de biep geleend en grotendeels gelezen met het idee context te verwerven met betrekking tot de reformatie. Dat is prettig gelukt.

Dit is een prettig toegankelijk boek dat de geschiedenis niet alleen benadert vanuit de hoofdpersonen zoals pausen, koningen en keizers. Er is aandacht voor het dagelijkse menu door deze periode heen, voor de pest, ontdekkingsreizen, voor economische ontwikkelingen en culturele zaken. En dan wordt er ook nog terecht melding gemaakt van filosofische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Copernicus, Kepler en Gallileï worden behandeld.

Als voorlopers voor de reformatie komen Wiclife en Hus prima aan bod. Er is ruim aandacht voor Erasmus en Loyola.

Kortom, een heel toegankelijke inleiding in deze periode. Leuk is ook dat de schrijver een Noor is waardoor er soms dingen net anders worden weergegeven dan vanuit een Nederlandse context. Zo was ik als Nederlander als het om de tweede helft van de 16e eeuw ging uiteraard vooral bezig met de opstand tegen de Spanjaarden. Eigenlijk had ik nooit goed door dat de Spanjaarden bezig waren met een veel groter project: De strijd tegen het Engeland van Elisabeth I met Francis Drake als veel grotere zeeheld dan de Ruyter een eeuw later. De burgeroorlog in Frankrijk heb ik ook nooit zo helder voor ogen gehad ook al wist ik natuurlijk wel van de Bartelomeüsnacht. Veel Europeanen, zowel katholieken als protestanten, wendden hun gezicht in afschuw af. Waardoor kon het tot zulke catastrofes komen? ….De vrome christenen keerden niet hun andere wang toe, maar trokken het zwaard. Mensen in heel Europa dachten over dit soort dingen na en gingen twijfelen aan de waarde van het geloof in God. Daarmee was de kiem van het secularisme gelegd (589). Die had ik nog niet eerder gehoord en ik vraag me af of dit een breed gedeelde mening is. Kan me er wel wat bij voorstellen.

Deel II van het boek heet: Negen verhalen uit Europa. Heel aardig, door middel van deze verhalen, close-ups eigenlijks, wordt de geschiedenis voorzien van illustraties. Fijn, maar die heb ik niet allemaal gelezen. Het maakt het boek des te toegankelijker voor de medemens die eigenlijk helemaal niet zit te wachten op op de dik boek over deze periode…

Michael Wood – In de sporen van Shakespeare

Een boek uit 2003, oorspronkelijk gepubliceerd door de BBC. Een lekker leesbare biografie van Shakespeare. Het aardige is dat het boek net als die van Bryson en Shapiro de tijd tot leven brengt. Een tijd waarin Engeland definitief protestans werd, een tijd van terugkerende pestepidemiën en een tijd waarin Londen een geweldige groei meemaakte net als het toneel.

Terwijl de in de Lage Landen de opstand tegen de Spanjaarden gaande was schreef Shakespeare het ene na het andere toneelstuk. Er moest gewoon productie geleverd worden voor het eigen gezelschap waar hij v.aak ook in meespeelde. Shakespeare liet zich inspireren door de Engelse geschiedenis (Monmoth), maar ook door vertalingen van Ovidius, Plutarchus, en Vergilius. Daarnaast las hij ook Cervantes en Montaigne en natuurlijk de Bijbel die in zijn tijd een waardige Engelse vertaling kreeg, de King James Version. Naast deze bronnen was hij rondhangend in herbergen en pubs heel gevoelig voor wat er speelde in de samenleving.

Het boek voorziet de belangrijkste stukken van een context. Het effect: Ik krijg zin om meer stukken te lezen of te zien en om meer te lezen over die context. Natuurlijk wil ik ook weer gaan kijken naar die andere klassieke schrijvers. Het moet natuurlijk leuk zijn om die met een Shakespeare-bril te lezen….

Erasmus – Lof der Zotheid

De zotheid is aan het woord en toont aan hoeveel er niet tot stand komt op deze wereld door haar inbreng. Dat gebeurt op een vrolijke toon en met aanhalingen naar tal van klassieken. Gaandeweg wordt de toon wat minder jolig en worden tal van mensen (geleerden, filosofen, theologen, monniken) op de hak genomen evenals de bijbehorende instituten. Een pleidooi voor zotheid dus, maar aan de andere kant en gevoed door een goede dosis ironie ook een aanklacht tegen de dwaasheid van deze lieden en instellingen. Erasmus hoorde overigens tot al de genoemde categorieën en had er geen moeite mee om ook met zichzelf de spot te drijven. Overigens wordt de toon in het laatste deel wat meer theologisch  en zou dat voor sommigen een reden kunnen zijn om daar dan maar af te haken. Dat lijkt me helemaal geen probleem want ben je eenmaal daar beland, en zo’n klus is dat niet, dan heb je al ten volle kunnen genieten van de geestigheid en eruditie van deze man.

Voor ons is dit nu de bekendste titel van Erasmus. Ook toegankelijk zijn de brieven die worden uitgegeven door Ad Donker (12 delen!) en de colloquiums waarvan ik alleen de Engelstalige versie van Thompson heb. Dit zijn dialogen, kleine toneelstukjes geschreven voor het onderricht in het latijn. Daarnaast zijn het koddige en soms scherpe dialogen waar niet iedereen blij mee was. Hij is er steeds aan blijven werken en zo is het geheel flink uitgedijd. Je zou bijna vergeten dat Erasmus toch gewoon een soort theoloog was.

Overigens las ik de vertaling van Harm-Jan van Dam, uitgegeven door Atheneum – Polak & van Gennep uit 2001

Johan Huizinga – Erasmus (1469-1536)

IMG_1261

De editie die ik gelezen heb was de tweede druk uit 1925 uitgegeven door Tjeenk Willink te Haarlem. De laatste twee pagina’s van het register zijn nooit  opengesneden. Zo’n boek dus met uiteraard de bijbehorende spelling. En toch vond ik het een prachtig en goed leesbaar boek.

Een biografie dus over Erasmus. Over zijn opgroeien in de regio Rotterdam-Gouda, schoolgang in Deventer en Den Bosch en de intrede in het klooster van Steyn waarnaar het parkje genoemd is dat eind jaren ’80 is aangelegd aan de Oostkant van de nieuwbouw van Gouda: Het Steynse Groen. Dat moet er even in omdat ik het parkje heb zien opgroeien. Ik heb er illegaal een berk aan toegevoegd, maar dat allemaal terzijde.

Erasmus had helemaal geen zin in dat kloostergedoe; hij wilde studeren en schrijven. Zo kreeg hij toestemming om naar Parijs te gaan maar was hij nog jaren lang formeel verbonden aan Steyn en afhankelijk van beschermheren en vrouwen; mecenassen. Die laatste term bestond misschien nog niet in deze context, maar het moet Erasmus deugd hebben gedaan dat-ie in het Nederlands is ingeburgerd. Erasmus was enorm fan van het Latijn, publiceerde in die taal en ging zich gaandeweg ook in het Grieks verdiepen. Een echte man van ‘ad fontes’, zou je kunnen zeggen en iemand die gebruik maakte van moderne technieken. Gaandeweg was hij kind aan huis bij een heel aantal drukkerijen, uiteindelijk het meest bij Froben in Bazal.

Het was een veelbelovende tijd vond Erasmus aan het begin van de 16e eeuw, maar het bleek een moeilijke tijd te worden. Erasmus was fel tegen de kerk waar het ging om macht en pracht. Hij was bezig met Hiëronymus (Jeromius) en een nieuwe Griekse editie van het NT. Stond hij daarmee aan de kant van de Reformatie die vanaf 1517 onder stoom kwam? Van alle kanten werd er druk op hem uitgeoefend om te kiezen, maar hij wilde en kon niet kiezen. Erasmus wilde studerend en schrijvend zijn bijdrage leveren en vooral verder met rust gelaten worden.

Ondertussen was Erasmus een rondtrekkende beroemdheid geworden. In Engeland, waar hij een aantal keer verbleef was hij bevriend met Colet en Thomas More, in Duitsland werd hij  met alle egards ontvangen. Hij is in Italië geweest maar vond dat niet zo aantrekkelijk. Verder was hij vaak in Parijs en Leuven. De laatste stad werd hem te conservatief en zo kwam hij naar Bazel waar dus ook die drukkerij van Froben gevestigd was. Maar ja, tegen het einde van zijn leven kwam de onrust van de reformatie ook naar Bazel en is hij naar Freiburg vertrokken. Overigens hadden de verplaatsingen niet alleen te maken met zijn werk maar ook met de angst voor de pest.

Erasmus heeft als een malle gepubliceerd. Theologische werken, het genoemde NT, de Adagia (spreekwoorden met meestal op de klassieke oudheid gebaseerd commentaar), de Colloquiums (Conversaties met als doel Latijn te leren, maar eigenlijk korte scenes met grappige of kritische observaties), een enorme collectie brieven waar Huizinga rijkelijk uit heeft geput (de uitgaven van P.S. Allen) en natuurlijk de ‘Lof der Zotheid’. De meerderheid van deze werken was werk in uitvoering. Er werden steeds nieuwe en uitgebreidere edities uitgebracht, soms buiten zijn weten om. Ondertussen is het zo dat het minder serieuze en misschien wel persoonlijker werk nog gelezen wordt en leuk is voor ons nu: Adagia, Colloquiums, Lof en misschien ook de brieven. De rest is misschien heel fijn voor de ware Erasmusvorsers maar niet per-se voor normale burgers.

Erasmus was ergens een tragische figuur. Hij heeft enorm moeten werken en leuren voor hij een beetje financieel zelfstandig was. En dan riep zijn tijd om een stellingname voor of tegen de reformatie wat hij niet wilde. Dat hing samen met zijn aanpak en kijk. Altijd was er wel een nuance te vinden, altijd kon je iets ook nog van een andere kant zien. Erasmus wilde tolerantie, begrip, vrede en vooral ook rust, rust  om te kunnen studeren. Je kunt hem laf noemen, maar het valt ook wel weer te prijzen dat hij heeft vastgehouden aan deze keus.

Ondertussen valt er in het Nederlands heel wat te lezen van Erasmus. Bij Atheneum- Polak& van Gennep is er het verzameld werk uitgekomen (al klaar?) en Ad. Donker heeft zich op de brieven gestort, een enorm project. Overigens zie ik nu dat bij deze zelfde uitgever het boek van Huizinga in 2001 de 10e druk heeft beleefd. Met recht.