Quintilianus – Istitutio Oratora, ofwel, de opleiding tot redenaar, fragmenten

Toen de Biep meldde dat het boek was gearriveerd verwachtte ik een kloek boek mee te krijgen. Dat was dus niet het geval; ik ontving een boekje met een selectie dat is uitgegeven voordat het complete boek in vertaling verscheen. Een beetje jammer dus, maar ook wel handig want nu heb ik toch even kunnen kennismaken met Quintilianus terwijl ik de complete editie waarschijnlijk toch niet uit had gekregen.
Quintilianus (ongeveer 40 tot na 95) was de eerste bezoldigde rethoricadocent na eeuwen van traditievorming op dit vlak. Het was een heel belangrijke vaardigheid met het oog op de rechtspraak en de politiek, eigenlijk zoals dat nu nog steeds het geval is. De fragmenten uit het boekje (Inleiding, uiteenzetting van feiten, argumentatie, het gebruik van argumenten, slotwoord, verwoording, Mnemotechniek en de voordracht) hebben vooral betrekking op de rechtspraak. Goed leesbaar, boeiend.

Vertaald door Piet Gerbrandy en in 2000 uitgegeven door de historische uitgeverij te Groningen.

Marcus Aurelius – Overpeinzingen

De keizer uit de tweede eeuw, een paar na Hadrianus, had naast de keizerlijke beslommeringen ook nog tijd om wat filosofische bespiegelingen op papier te zetten. Het resultaat is een bundeling in twaalf ‘boeken’ van wijsheid in de lijn van Plato en Seneca alleen nu niet in een dialoogvorm of een doorgaand betoog, maar in de vorm van korte opmerkingen, soms niet meer dan een zin, soms een halve pagina lang.
De nadruk ligt dan op een wijs en verstandig, een rechtvaardig leven in overeenstemming met de Natuur en de goden. Ik heb het idee dat die twee wat in elkaar overlopen. Leven in het heden, niet bang zijn voor de dood, daar is geen reden voor, zorgvuldig, in overeenstemming met de rede; aandachtig leven in de gemeenschap, je niet laten gek maken door het bezit of het kunnen van mensen om je heen. Heel modern allemaal als je het zo op een rijtje ziet staan.

De half uit elkaar hangende pocket die ik nu bijna uit heb is uitgegeven bij De Driehoek in Amsterdam; zonder jaartal of vertaler te vermelden staat er: Copyright en vertaling: Stichting School voor filosofie/Amsterdam. Bij nader inzien een instituut dat zich niet beperkt tot de westerse filosofie.

Fik Meijer – Macht zonder grenzen; Rome en zijn imperium

Een heel toegankelijk overzicht van de geschiedenis van Rome tot de ondergang in de vijfde eeuw met daarmee de overgang naar de middeleeuwen. De tijd van de koningen wordt kort aangestipt en dan begint het met de Republiek, de eerste groei, Samnitische en Punische oorlogen, onrust en dictators, verdere veroveringen en uitbreidingen van het rijk. De ontwikkeling van en de organisatie van het leger krijgen aandacht en natuurlijk de godsdienst en de fascinatie voor de griekse cultuur.
Dan volgt de ondergang van de Republiek en de overgang naar een systeem van een Caesar die samen met de senaat en een tweetal consuls – een overblijfsel uit de tijd van de Republiek – het rijk bestuurt.
Het gaat in redelijk tempo langs de vaak dubieuze keizers die enorme legers op de been moesten brengen en houden om het rijk uit te breiden of in ieder geval te beschermen tegen invallen.
Natuurlijk is er aandacht voor het ontstaan van een joodse secte waaruit de Christelijke kerk zou voortkomen met als belangrijk scharniermoment het Keizerschap van Constantijn. Enfin, dat was natuurlijk al wel wat bekend.
De teloorgang van het rijk is wat mij betreft net zo boeiend of boeiender dan de opbouw. Opmerkelijk zijn dan vooral de foto’s waarin al zichtbaar wordt dat de kunst verandert. Kón men geen beelden meer maken als tijdens de start van de keizertijd (p. 314 en 349)? Of koos men een andere weg?

Het aardige aan dit boek is de leesbaarheid en het feit dat er door citaten heel wat stemmen van toen aan het woord komen.

Tacitus – Historiën

Alweer een kloek boek van Tacitus. Nu over de roerige periode na de dood van Nero waarin het Romeinse rijk een opeenvolging kende van keizers en waarin door het uitblijven van een helder bestuur de onrust enorm was. Eerst was daar Galba, toen Otho, vervolgens Vitellius en ten slotte Vespasianus. Ondertussen was daar de opstand der Batavieren met Civilis en wordt ook de strijd tegen de Joden beschreven. Tacitus laat zich overigens kennen als een antisemiet avant la lettre. Vanaf onderaan blz. 309 begint Tacitus met wat achtergronden over de Joden die volgens zijn bronnen afkomstig waren van Kreta…
Ondertussen zullen er wel jaren en jaren beschreven zijn. Nee hoor, het boek begint in 69 en eindigt in 70.

Het boek staat boordevol grote en kleine politiek en intriges, beschrijvingen en wijsheden. Ik las het in de pocketeditie van Pandora (1995); de vierde druk van de vertaling van Meijer die eerder was uitgegeven in de Ambo-Klassiek reeks (1991).

Ondertussen ben ik de gelukkige bezitter geworden van de nieuwe vertaling uitgekomen bij Atheneüm enz, Amsterdam, 2010; een vertaling door de Sallustiusvertaler Vincent Hunnik. Een prachtig boek met in ieder geval een mooie inleiding want verder ben ik op wat flarden na niet gekomen.

Cicero

De conservatieve staatsman, schrijver, filosoof mag natuurlijk niet ontbreken in dit romeinenproject. Om te beginnen heb ik ‘Over de ouderdom’ gelezen; een gesprek tussen Cato en twee jongeren die nauwelijk aan bod komen. Cicero verplaatst het decor dus zo’n hondert jaar terug in de tijd en behandelt al converserend en puttend uit de Griekse en Romeinse geschiedenis de volgende deelvragen: ‘Maar ter zake. Wanneer ik mijn gedachten erover laat gaan, zie ik vier argumenten waarom men de ouderdom ongelukkig kan vinden. Ten eerste dat zij het verrichten van je normale werk onmogelijk maakt. Ten tweede dat zij het lichaam verzwakt. Het derde argument is dat de ouderdom je van bijna alle genoegens van het leven berooft. En het vierde dat zij niet ver verwijderd meer is van de dood. Laten wij nu eens stuk voor stuk al deze argumenten onderzoeken in hoeverre ze van belang en juist zijn. Akkoord?’
De behandeling die dan volgt put uit vele bronnen waaronder Plato en is zeker niet droevig of hopeloos.
Bovenendien, zoals ook wel blijkt uit het korte citaat is het prima leesbaar. Goed vertaalwerk dus van W.A.M. Peters en Amob/Kritak (Leuven/Amsterdam 1999).

Plinius – De Wereld; Naturalis historia

Een kloek boek van bijna 900 pagina’s en dan te bedenken dat het een selectie is. Plinius was in de tweede helft van de eerste eeuw als een bezetene kennis gaan verzamelen om een soort encyclopedisch werk na te laten. Dat is redelijk gelukt. Een greep uit de onderwerpen:
Kosmologie, geografie, antropologie, zoölogie, botanica, geneeskunde, delfstoffen, kunst, de wereld. Dat levert dan zonderlinge, maar uiterst serieuze verhandelingen op die vaak veraf staan van onze huidige kennis – soms ook niet. Tussendoor laat Plinius wat los over zijn tijd en wat hij daar zelf van vindt. Al met al kostelijk om te lezen hoewel niet bij uitstek iets om van voor tot achter door te lezen als een roman. Hoogtepunt is wel wanneer er onder het kopje antropologie de meest wonderlijke mensen worden beschreven. Wat te denken van de volgende passage: ‘Dezelfde schrijver noemt een soort mensen, Monocoli (Eenvoeters) genaamd, die maar één been hebben en wonderbaarlijk behendig kunnen springen. Ze heten ook wel Sciapoden (Schaduwvoeters) omdat ze als de hitte het grootst is op hun rug op de grond gaan liggen en beschutting zoeken in de schadeuw van hun voet’ (blz. 146). Deze bladzijden deden me denken aan Baudolino van Umberto Eco wanneer een middeleeuws reisgezelschap richting het oosten op weg is en steeds meer wonderlijke wezens tegenkomt. Dat moet ik dus eens napluizen. Hoe dan ook, Plinius is dol op de bijzonderheden en drijft soms aardig door. Soms zegt hij erbij dat een verhaal te fantastisch is om te geloven, maar genoemd citaat passeert in volle ernst…
Het werk is vertaald door Joost van Gelder, Mark Nieuwenhuis en Ton Peters en in 2005 in Amsterdam uitgegeven door Athenaeum – Polak & Van Gennep.

Suetonius – Keizers van Rome

Na Livius en Tacitus was Suetonius dan aan de beurt. Wat droger en zakelijker, niet per se minder bloedig. Vanaf Julius Caesar tot Domitianus worden de wetenswaardigheden per keizer op een rijtje gezet. Afkomst, keizerschap, goede en slechte eigenschappen, fysiek voorkomen en sterven. Dat is het zo’n beetje. Met zegt dat het vergeleken met Tacitus saai en droog zou zijn, maar dat vond ik reuze meevallen.
De editie die ik gelezen heb is vertaald door D. den Hengst en in 2000 uitgegeven bij Atheneum – Polak & Van Gennep te Amsterdam.