Boelgakov – De Meester en Margarita

Nu had ik al wel een kort verhaal gelezen van Bulgakov over een hond die in een mensen verandert en toch weer hond wordt (of zo). Ik was dus gewaarschuwd. Toch overviel de hier en daar absurde aard van dit boek mij regelmatig.

Het is een complexe roman waarvan heel lang onduidelijk blijft waar het nu allemaal om gaat. Het begint al met de ongelukkige dood van een letterkundige, Berlioz.

In het tweede hoofdstuk zitten we ineens bij de procurator Pilatus rond de kruisiging van Jezus die Al Nosri wordt genoemd. Wat we als lezer dan nog niet weten is dat we in een vertelling zitten van ‘De Meester’, die ondertussen in een soort inrichting is beland.

Er is een zonderling gezelschap in Moskou dat zijn intrek neemt in het appartement waar Berlioz woonde. Het blijken satan en handlangers te zijn in de vorm van Wolant, een soort buitenlandse professor en zijn onderdanen. Langzaamaan spitst de roman zich toe op Margarita en haar minnaar, de schrijver van dat werk over Pilatus. Het gaat er steeds meer op lijken dat dit de reden is waarom dat Wolant naar Moskou is gekomen. Margerita maakt ondertussen een soort bal mee in laat ik zeggen de onderwereld. Er vinden tal van absurde zaken plaats. Uiteindelijk verlaten de Meester en Margerita in dode staat, als dode geesten misschien wel samen met Wolant het Moskou dat wordt weggevaagd.

Het is spijtig; het lijkt net of ik mijn vinger er niet achter kan krijgen. Wat wel duidelijk is; het is prachtig geschreven, licht en luchtig. Opmerkelijk ook dat de stijl binnen het boek ontwikkelt. Logisch ook, het boek is over een hele periode en met merkbaar plezier geschreven. Een absurde satire die moeilijk na te vertellen valt.

Bulgakov leefde tijdens de periode van terreur in de Sovjetunie en zo zijn er wel verwijzingen. We krijgen sowieso een blik in de wereld van schrijvers, redacteuren en dergelijke.

Advertenties

Svetlana Alexijevitsj – Het einde van de rode mens; leven op de puinhopen van de Sovjet-Unie

Inderdaad, een kennismaking met de Nobelprijswinnares van het jaar 2015. Ik had nog nooit van deze (ondertussen) Wit-Russische auteur gehoord en dat gold en geldt denk ik voor meer mensen. Alexijevitsj schrijft geen romans, wat we hier hebben is een uitwerking van een hele reeks interviews. Gesprekken met mensen uit de voormalige Sovjet-Unie over hun land, over hoe ze zich verhouden tot hun verleden, over hun leven in de Sovjet-Unie, de Gorbatsjov- tijd, de omwentelingen van ’91 en ’93 en wat er daarna gebeurde. Geen gesprekken met historici of analisten, nee, heel persoonlijke verhalen van burgers.

Ik moest denken aan de Goelag Archipel van Solsjenitsjin. Ook geen roman, ook eerder een uit de hand gelopen journalistiek werk waarin velen aan het woord komen over die verschrikkelijke kampen ver weg in Siberië. Alexijevitsj noemt het boek meermalen. Ik had altijd ‘De Goelag Archipel’ onder mijn arm en sloeg die dan meteen open. Op mijn ene arm een zieltogend kind en in mijn andere hand Solzjenitsyn. Boeken veranderden ons leven. Dat was onze wererld.

Wij hebben, als we iets ouder zijn ten minste, de periode die beschreven wordt ook deels meegemaakt vanuit Westers perspectief. De Breznjev- tijd, Andropov en Tsjernenko en toen Gorbatsjov, het uiteenvallen van het Sovjet-rijk, Jelsin en Poetin. De mensen die in dit boek aan het woord komen kijken verschillend terug op deze tijd. Toch zijn er veel die met weemoed en liefde terugdenken aan de Sovjet-Unie. Sommigen zien een tijd van warmte, gemeenschap en boeken. Anderen zien wel degelijk de wrede kanten van het regime. Wat ze erna kregen was ook wreed. Ineens kwamen ze in een kapitalistisch ieder voor zich universum, dat meedogenloos en hard bleek.

Een bundeling interviews dus waarvan ik verbaast was dat het een Nobelprijs had opgeleverd. Ook ben er ook blij mee, want eerlijk is eerlijk, zonder die prijs was dit boek misschien nooit in het Nederlands vertaald en had ik het dus nooit gelezen. En nu? Toch Solzjenitsyn weer eens opzoeken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Andrej Platonov – De bouwput

Dit is een bijzonder boek om minstens twee redenen.

Platonov (1899-1951) was schrijver in de nog betrekkelijk jonge Sovjetunie en hij heeft een novelle, tsja, wat is dit eigenlijk, waarin hij de vorming van de socialistische samenleving en vooral de collectivisatie belachelijk maakt. ‘De Unie raakt alleen maar achterop met dat geslampamper van jou. De hele regio had al lang in de kollektivisatie gegooid kunnen zijn, en jij zit nog maar stedds met één kolchoze te tobben (158).‘ Het is een wat plotloos verhaal dat begint met Wosjtsjev die zijn baan in een machinefabriek is kwijtgeraakt. Hij raakt betrokken bij de bouw van een proletarisch gebouw. Ze komen vooralsnog niet verder dan een enorme bouwput. In een naburig dorp moet de collectivisatie ter hand worden genomen en daarvan wordt verslag gedaan. Het komt redelijk absurd over. Uiteindelijk wordt de bezittende klasse op een vlot gezet om de rivier af te zakken tot ze bij zee zijn.

De tweede reden waarom dit boek bijzonder is, is gelegen in het feit dat het geschreven is in de tijd van die collectivisatie. Niet dat het een verslag is. Toch komen taal en beleving uit dezelfde tijd en dat komt anders over dan wanneer we vandaag een verhaal over die collectivisatie zouden schrijven. Wat ook bijzonder is, is het feit dat, hoewel dit boek niet gepubliceerd kon worden in die tijd, Platanov zelf niet ten onder is gegaan in de orgie van zuiveringen die tijdens de jaren ’30 heeft plaatsgevonden.

Het boek is als een droom. De structuur is onvast en er is geen duidelijke hoofdpersoon. Er gebeuren soms onbegrijpelijke dingen. Wie wakker wordt na het dromen van deze droom weet dat het socialistisch ideaal en die collectivisatie niet van de grond gaan komen.

Ik heb de uitgave uit 1990 van van Oorschot vertaald door Kees Verheul.

 

 

 

Maxim Gorki – De Moeder

In afwachting van de nieuwe vertaling van ‘De Moeder’ heb ik de vertaling uit 1928 gelezen; die van Gerard Vanter. Als je eenmaal in het verhaal zit is zo’n oude vertaling van een boek uit 1906/7 wat mij betreft helemaal geen bezwaar.

Het is een ontroerend boek over een vrouw, inderdaad, de moeder. Aan het begin van de roman overlijdt haar man en daarmee is ze dan verlost van een hoop ellende. Haar zoon Pawel blijkt dan al tot over zijn oren in revolutionaire activiteiten te zitten. Er komen kameraden aan huis in het voorstadje waar ze wonen en de moeder luistert mee, schenkt thee en raakt een beetje betrokken. Ze vindt het ook allemaal van die aardige mensen. Op zeker moment wordt Pawel gevangengenomen en neemt zijn moeder zijn klus in de fabriek over: het uitdelen van pamfletten onder de arbeiders. Pawel wordt weer vrijgelaten maar tijdens een 1 mei optocht weer opgepakt. Ondertussen reist de moeder naar het platte land om daar ook lectuur uit te delen. Er volgt een rechtzaak en Pawel wordt met anderen verbannen naar Siberië. Wanneer de moeder met een koffer pamfletten met de redevoering van tijdens de rechtszaak op het station staat om de stad te verlaten ziet ze dat er spionnen zijn en weet ze dat ze gepakt gaat worden. Ze gebruikt de gelegenheid om snel pamfletten uit te delen en de mensen toe te spreken. En dan wordt ze met harde hand onderbroken.

Een misschien wat al te zoete, belerende en stereotype roman. Aan de andere kant is het toch een bijzonder boek als je bedenkt dat dit geen sovjetpropaganda is. Die Sovjetunie was er helemaal nog niet. De roman is een weerslag van de revolutionaire gisting aan het begin van de eeuw en dat maakt het boek toch interessant.

Een vergelijk met de nieuwe vertaling zit er nog niet in. Dat volgt misschien nog. Ik ben benieuwd of de distantie die de oude vertaling met zich meebrengt met de nieuwe helemaal verloren zal zijn. Immers, in tijd zat de vertaling niet lang na het boek. Dat boek is geschreven in de taal van 1906. Dat is naar ik aanneem een wat ouderwets soort Russisch. Zal dat verloren gaan in de nieuwe vertaling? Of toch niet? Ik ben benieuwd.

Anna Achmatova

IMG_0875

De band met Shostakovitsj was niet intens, maar in het boek van Volkov dat ik ooit las werd Achmatova wel genoemd. Ik wist dus van het bestaan van deze dichteres en heb nu haar biografie gelezen: Anna Akhmatova; poet & Prophet door Roberta Reeder  (Allison & Busby, London 1994). Ik had nog nooit een gedicht van haar gelezen, maar was vooral nieuwsgierig omdat ze een tijdgenoot was van Shostakovitsj, Pasternak en Mandelstam. Die laatste twee komen uitgebreid aan bod net als Alexander Blok en Brodsky. Natuurlijk passeren er nog veel en veel meer schrijvers en kunstenaars.

Het is een prachtig boek dat natuurlijk ook een bijzondere kijk biedt op de russische geschiedenis van de afgelopen eeuw tot in de jaren ’60. Het boek begint vóór de eerste wereldoorlog en dus voor de revolutie. Akhmatova wordt beschreven als een mooie jonge vrouw van goede komaf. Als ze net een beetje aan het dichten is krijgt ze een relatie met de dichter Gulmilyov met wie zo ook trouwt. Eigenlijk is het een soort lat- relatie, en dat lijkt ook in haar latere leven de trend te worden.

Het boek gaat grondig in op haar ontwikkelingen op het dichterlijk vlak en de ontvangst van haar werk. Opmerkelijk is het hoe veel er werd voorgelezen en gememoriseerd. Opmerkelijk is ook hoe het leven van Achmatova bestond uit verhuizingen en omzwervingen. Waar heeft ze níet gewoond? Ze kwam uit het huidige Oekraïne, maar Leningrad was haar stad en daar heeft ze ook een deel van de oorlog meegemaakt tot het niet meer kon.

Natuurlijk gaat het boek ook over de Stalinistische terreur van voor en na de oorlog. In tegenstelling tot anderen heeft ze er altijd voor gekozen om in het land te blijven. Vlak na de oorlog is ze een periode uit de gratie geweest – haar zoon Lev is gevangen genomen en verbannen geweest. Na de dood van Stalin in 1953 en het partijcongres een paar jaar later toen Chroetsjov wat afstand nam van Stalin werd het allemaal iets makkelijker.

Op het einde van haar leven is ze aan alle kanten geëerd als een van de grote dichters van Rusland.  Eind goed al goed? Het boek geeft een kijk in de literaire- en artistieke wereld van de Sovjet-Unie en bespreekt ook nog de ontwikkeling van Achmatova als dichter. Het is prima leesbaar, wat zeg ik, het is een mooie studie.

Andrej Bjelyj [Bely] (Boris Nicolajevitsj Boegajev) – Petersburg

Dit boek heb ik door stom toeval verworven. Zonder enige voorkennis viel mijn oog erop en was ik vooral nieuwsgierig geraakt. De flaptest had ik toen nog niet gelezen. Trouwens, wat moet je nu met flapteksten? Hoe dan ook; ik heb het boek gelezen en het is bijzonder, niet heel toegankelijk, maar erg de moeite waard.

De roman speelt in het jaar 1905 in het onrustige Petersburg. Hoofdpersonen zijn de voorname ambtenaar Apollon Apollonovitsj en zijn zoon Nicolai. Nicolai heeft geen heel goede relatie met zijn vader. Hij is student en vaag betrokken bij revolutionaire lieden. Hij krijgt een pakketje en een brief met de opdracht om een bomaanslag op zijn vader te plegen. Iets dergelijks zou hij eerder eens toegezegd hebben. De tijdbom in een sardinenblikje wordt meer en meer onderwerp van het boek terwijl de stad dit op een bepaalde manier ook is. Aan het eind van het boek ontploft de bom wel degelijk, maar zonder slachtoffers te maken. De oude ambtenaar, onderhand uit staatsdienst, overleeft het in ieder geval en dat terwijl hij het blik zelf had meegenomen naar zijn studeervertrek.

Overigens maakt deze plot en de andere die ik hier niet noem het boe niet bijzonder. Dat komt door de wonderlijke stijl en compositie. Het verhaal wordt op een complexe wijze verteld, je krijgt als lezer veel expressieve waarnemingen mee en geraakt soms in een andere werkelijkheid dan die van het verhaal. Beschrijvingen van gebouwen, artikelen en verschijnselen zijn heel ervaringsgekleurd. Daarmee heb ik me nog steeds niet duidelijk uitgedrukt. Dat gaat me ook niet lukken. Het advies is: zelf lezen dit boek:

Image

Overigens is het vertaald door Charles B. Timmer en voor het eerst in het Nederlands uitgegeven in 1979 (Grote ABC); ik heb een derde druk uit 1981 uitgegeven door de Arbeiderspers te Amsterdam. De oorspronkelije uitgave is gebaseerd op de zogenaamde Berlijnse editie uit 1922 bij Epocha uitgegeven. Daarvóór waren er al een paar andere versies verschenen, de eerste als tijdschriftredactie uit 1911/1912. Deze versie is nooit gepubliceerd.

 

 

 

Bulgakov

Mijn kennismaking met deze schrijver uit de eerste helft van de vorige eeuw. Ik las uit het tweede deel van het verzameld werk uitgegeven door van Oorschot en vertaald door Marko Fondse om te beginnen de novelle Hondenhart. Geweldig geschreven en geweldig verhaal. Het speelt in Moskou waar een zwerfhond wiens gedachten in het begin ook beschreven worden wordt meegenomen door een welgestelde heer. Hij wordt goed gevoed en is helemaal gelukkig. De weldoener blijkt chirurg te zijn en opereert de hond. Hij haalt de hypofyse en de testikels eruit en vervangt deze door menselijke. Gevolg is dat de hond naderhand vergroeide tot een soort mens waar ze vervolgens de grootste problemen mee hadden. Dat kwam ook omdat de hypofyse afkomstig was van een soort aan de drank geraakte misdadiger. Uiteindelijk besluit de arts om hem opnieuw te opereren en zo wordt hij weer hond. Iedereen blij.

Dit hele verhaal speelt zich af in de context van de sovjetunie en dat blijft niet onopgemerkt. Ook niet dat daar af en toe mild de spot mee wordt gedreven. Dit hele verhaal is niet alleen mooi maar ook humorvol en volgens mij puik vertaald. Een heel prettige kennismaking met deze schrijver.

CIMG5104