Stefan Zweig – De wereld van Gisteren; herinneringen van een Europeaan

http://www.dieterwunderlich.de/Zweig_gestern.htm

Een vertaling uitgegeven in 1948 door Allert de Lange te Amsterdam, misschien wel de eerste in het Nederlands. Mijn exemplaar had wat reparatie met leukoplast nodig, maar toen kon ik er ook lekker doorheen.

Het is geen autobiografie, het is ook geen historisch werk. Het zijn herinneringen doorspekt met pleidooien voor schrijvers, componisten – in de allereerste plaats Beethoven – , vrede en Europa.

Het boek is fascinerend omdat het zo dicht op de beschreven gebeurtenissen is geschreven, tijdens de oorlog en niet wetend wat erop zou volgen. Twee keer maakt Zweig een radicale en onverwachte breuk met het verleden mee. Eerst is daar de periode van voor de eerste wereldoorlog. Het hele leven was geordend, de laatste oorlog was lang geleden (!) en alles zag er gezapig voorspelbaar uit. Daarbij was er alle ruimte voor cultuur en geestelijke ontwikkeling. En toen stortte dat met de hele dubbelmonarchie in. Eigenlijk herhaalde zich dit na de jaren van verschrikkelijke inflatie die op de oorlog waren gevolgd. Ook toen was er een besmettelijke zorgeloosheid. Een prachtig boek dus. Niet om heel veel meer over het intieme leven van Stefan Zweig te weten te komen, niet om een historisch werk over de eerste helft van de vorige eeuw te lezen, maar wel om het appèl, de stijl en de nabijheid van wat hij beschreef.

Voor een uitgebreide bespreking klikke men hier. Beter nog is het om het boek gewoon maar te lezen.

 

 

Over Stefan Zweig….

Ik kwam twee aardige websites tegen over deze interessante man:

De internationale Zweig website

En de Nederlandse variant waarvan ik dacht dat-ie al heel lang bestond. Nou, die is er dus sinds 2007.

Dan nog een toevoeing. Ik kwam vandaag (1-06-2014) het bericht tegen van een nieuwe biografie die juist ook aandacht heeft voor de Amerikaanse jaren. Hier een recentie.

Stefan Zweig – Kaleidoskop

Een bundel van Zweig met verhalen in 1936 uitgegeven bij Herbert Reichner Verlag (Wien – Leipzig – Zürich). Misschien is het wel een eerste druk; er staat in ieder geval niets over drukken in. Dat moet ik dus eens opzoeken.

Je kunt je zo enorm vergissen in mensen die je zomaar tegenkomt en daar al hele verhalen bij verzinnen. Daar gaat het eerste verhaal, Unvermutete Bekanntschaft mit einem Handwerk, over. De ik-persoon heeft wat tijd te verlummelen rond de Boule Strassbourg en ziet dan een zonderling persoon waarover hij eerst verzint dat het een detective moet zijn. Even later weet hij het zeker, het is een zakkenroller. Een prachtig verhaal waar je als lezer heel soepel ingelokt wordt.

Overigens kwam ik het bestaan van een Stefan Zweig Genootschap tegen. Wie had dat gedacht? Ik niet. Hoewel, dacht ik toen, waarom ook eigenlijk niet…

Leporella is een prachtig verhaal over een Tiroler dienstmeisje, we zouden nu misschien wel van een autiste speken, dat uiteindelijk bij een adelijk paar in Wenen terechtkomt. De Baron maakt haar medeplichtig als het gaat om zijn amoureuze avonturen. Zij wil dat overigens graag want ze bewondert de Baron op zo’n wijze dat het haar persoon verandert. Als gevolg van een steeds verder toegenomen verwijdering pleegt de vrouw zelfmoord. Dat is tenminste het oordeel van de politie. De schrijver laat ruimte voor ons om het voor mogelijk te houden dat het dienstmeisje, dat door de Baron Leporella wordt genoemd, haar zou hebben gedood. Na dit incident slaat de waardering van de Baron voor Leporella om in een haat die hij lichamelijk ervaart. Wanneer ze is ontslagen wordt blijkt ze in het Donaukanaal te zijn gesprongen.
Als gezegd een heel mooi verhaal door de onderhuidse spanning en de ontwikkelingen in de personen. Daarbij is het ook heel mooi verteld.

Dan Die Unsichtbare Samlung; Eine Episode aus der deutschen Inflation.. Het is een raamvertelling waarbij twee heren elkaar ontmoeten in de trein naar Dresden. Een is kunstkenner en vertelt dat hij op bezoek was bij een man die een enorme collectie tekeningen van Rembrandt en Dürrer moest hebben. De man bleek blind te zijn en zijn hele collectie was in deze tijd van inflatie door zijn vrouw en dochter voor veel te weinig geld verkocht. De man weet daar niets van en ‘bekijkt’ met de gast, die ondertussen is bijgepraat door de dochter, zijn bijzondere verzameling.

Episode am genfer See speelt zich af in een dorpje aan de rand van het meer van Geneve waar een visser iemand zo ongeveer naakt en roeiend op wat planken tegenkomt. Het blijkt een russisch soldaat te zijn die tijdens de oorlog, het verhaal speelt in 1918, na een enorme omzwerving op weg is naar huis. Als blijkt dat dat eigenlijk heel lastig is verdwijnt hij en wordt hij door diezelfde visser dood aangetroffen.

Buchmendel bestaat uit de nagedachtenis aan Jacob Mendel die dagelijks in een café te vinden was en door Jan en alleman werd geraadpleegd vanwege zijn waanzinnige bibliofiele kennis. Hij handelde bovendien in boeken en deed dat allemaal in dit café. De ik-persoon is daar jaren later en dan herinnert hij zich eindelijk deze bijzondere man. Wat is er van hem geworden? Alleen de toiletjuffrouw weet meer en vertelt over arrestatie als vermeend Russich spion. Wanneer hij een paar jaar later terugkeert is hij gebroken. Dat wordt nog erger wanneer hij, het café is dan in andere handen overgegaan, een caféverbod krijgt opgelegd. Opnieuw een prachtig weemoedig verhaal dat gaat over het verleden en het vergeten. En over boeken.

Het kostte me net even wat meer moeite om in het verhaal Angst te komen. Het gaat over een Irene, welvarend en getrouwd met iemand die bij de rechtbank werkt. Ze blijkt er al een tijdje een geliefde op na te houden en wanneer ze daar vandaan komt start er een chantage door een vrouw die zegt de vorige geliefde van de betreffende man te zijn geweest. De chantage neemte steeds grotere vormen aan en pas wanneer ze pillen koopt om zelfmoord te plegen is haar man er om haar tegen te houden. Hij blijkt de chantage met een toneelspeelster in scene te hebben gezet…

Stefan Zweig – Ungeduld des Herzens

Van dit boek bestaan verschillende Nederlandse vertalingen waaronder naar ik meen een redelijk recente. De verzie die ik een aantal jaar geleden las, ‘Edith’, was een soort verkorte uitgave; dat scheelt toch ruim 150 pagina’s. De versie die ik nu heb gelezen is in 1943 in Stockholm uitgegeven door Bermann – Fischer-Verlag. Bijzonder. De eerste uitgave: Bermann-Fischer, Stockholm / Allert de Lange, Amsterdam, 1939, 443 S.

Wat dus niet duidelijk werd in die Nederlandse vertaling is dat het eigenlijk een halve raamvertelling is. Het begint met het raam, maar eindigt met de vertelling. Dat is dan wel een beetje vreemd.
In de vertelling vertelt de hoofdpersoon aan de ik-persoon van het raam een verhaal over een bijzondere periode van zijn leven toen hij als vijfentwintigjarige luitenant vlak voor de eerste wereldoorlog in een stadje in Oostenrijk-Hongarije woonde.
Na een uitnodiging komt hij geregeld op het kasteel van Kekesvalva. Daar wonen een oude steenrijke vader, een deels verlamde dochter en een nichtje. De ik-persoon raakt uit medelijden en geen nee kunnen zeggen steeds meer betrokken bij het kasteel en haar bewoners. Er is een druk om dagelijks te komen waar niet onderuit te komen valt. Het verlamde meisje heet Esther en is heel gevoelig, een beetje borderline en het Ungeduld heeft deels betrekking op haar verlangen naar genezing. Het Ungeduld van de vader mag er trouwens ook wezen.
Verderop ontmoeten we Condor, de arts uit Wenen die Esther behandelt en de ik-persoon bijpraat over het verleden van de vader wat een verhaal op zich is.
De ik-persoon is een zwakke stemmingsgevoelige beïnvloedbare figuur die door deze dokter nog wat in het gareel wordt gehouden. Door verschrikkelijke draaikonterij werkt de ik-figuur zich dusdanig in de nesten – ondertussen verloofd met Esther – dat hij zelfmoord wil plegen. De commandant weet dit om te draaien in een acute overplaatsing. Het gevolg is dat hij na zijn reis verneemt dat Esther van de toren van het kasteel gesprongen is waar ze al mee had gedreigd.
Het is een prachtige psychologische roman die zich in een rustig tempo zorgvuldig ontrolt en eindigt met de zin: ‘Aber zeit jener Stunde weiss ich neuerlings: keine Schuld ist vergessen, solange noch dat Gewissen um sie weiss.’

Stefan Zweig – Schachnovelle

Opnieuw gelezen, voor het eerst jaren geleden en het is zo’n mooi klein fijn boekje. Het heeft alles; diepgang, mooie taal, psychologie, historische achtergrond en spanning.
Het gaat over een ik-persoon die op de boot van New York naar Argentinië hoort dat de wereldkampioen schaken aan boord is. Het blijkt een ontoegankelijk boers figuur te zijn die één gave bleek te hebben: Schaken. Om met hem in contact te komen gaat de ik-persoon met een aantal mensen schaken en ja hoor, hij toont belangstelling en is tegen betaling over te halen om te komen schaken; hij tegen de rest. Na een paar partijen komt er iemand meekijken. Hij gaat zich gaandeweg met het spel bemoeien en zo loopt de partij op een spectaculaire remise uit.
De ik-persoon gaat nader kennismaken met deze man; een verfijnde Oostenrijker die rond de overname door de Duitsers van Oostenrijk een delicate functie had als beheerder van fondsen van de Keizer en Kloosters. De Gestapo wilde daar meer van weten en hebben hem opgesloten in een soort sober hotel waar hij langzaam tussen de verhoren door wegzakte in het niets. Tot hij uit de zak van een uniformjas die in de wachtkamer voor het verhoor hing een boek kon bemachtigen. Het bleek een schaakboek te zijn en zo leert hij 150 schaakpartijen uit zijn hooft, hij leert helemaal in zijn hoofd schaken en gaat uiteindelijk tegen zichzelf schaken tot hij er helemaal van doordraait en in het ziekenhuis bijkomt. Zijn gevangenschap loopt snel daarna af; hij moet wel het land verlaten en de dokter adviseert niet meer te schaken.
Hij besluit toch één partij te spelen tegen de wereldkampioen en wint. Tijdens de tweede partij dreigt hij opnieuw door te slaan en wordt de partij gestaakt…

Stefan Zweig – Triomf en tragiek van Erasmus van Rotterdam (1934)

Een Meulenhofpocket uit 1959, destijds vertaald door Reinier P. Sterkenburg. Zweig schreef wollig en breedsprakig en dat is in deze vertaling helemaal overeind gebleven. Een lofzang over Erasmus waarin hij geprezen wordt voor zijn streven naar vrede, eenheid, een groot Europa, doordachte bedachtzaamheid. Daarbij komt natuurlijk ook zijn inzet voor het humanisme, zijn schrijfdrift en tomeloze studielust.
De tragiek zit ‘m volgens Zweig in zijn strijd met Luther, of in ieder geval Luthers strijd met hem. De tegenstelling in karakters wordt breed uitgemeten. Erasmus als gezegd bedachtzaam, niet te verleiden tot radicale eenzijdige uitspraken. Dan Luther. Die gaat als een olifant door de porseleinkast en zo ziet Erasmus van alles misgaan in Duitsland en in Europa.
De tragiek zit ‘m ook in het feit dat Erasmus er op beslissende ogenblikken voor kiest om te blijven schrijven en niet om zijn invloed ter plekke te doen gelden.

Natuurlijk een gedateerd boekje. Mooie barokke zinnen vol enthousiasme. Zweig heeft zich helemaal met Erasmus geïdentificeerd, zo lijkt het en dat doet hij heel mooi en aannemelijk. Een eigentijdse vertaling zou misschien nog wel eens een idee zijn.