Albert Martin Steffe – De Hugenoten; tragiek en lijden omwille van een eigen geloof.

Een vertaalde uitgave van Tirion (Baarn) uit 1994 van een boek dat oorspronkelijk in ’89 met deze titel uitkwam: Macht des Geistes gegen der Geist der Macht. Het is een heel informatief boek dat een beetje vanuit een geloofshoek geschreven is (De kerk moge voor enige tijd een gewillig werktuig zijn – op den duur laat God niet toe dat ze voor andermans karretje wordt gesprannen. blz. 124). Dat stoort niet en blijft behoorlijk onder te oppervlakte. De verhandeling begint met voorlopers, om te beginnen met de Katharen (waar het woord ketter van afkomstig is), die weer hun wortels hebben in Zoroastergeloof en Manicheërs, kortom in dualisme, geloof in een goede en slechte macht. Daarnaast wordt ook de beweging van de Waldenzen in Zuid-Frankrijk en Italië besproken.

Heel behulpzaam is het hoofdstuk met hoofdpersonen uit de Franse reformatie. Zo worden genoemd: Jacques Lefèvre d’ Étaple, Farel, Briconnet, Bèze en natuurlijk Calvijn. Belangrijke opmerking in verband met Étaple: Als men dus vooral leven en werken van Jacques Lefèvre beziet wordt duidelijk hoe zelfstandig de Franse reformatie ontstond en verliep; zeker niet als loot van de Duitse hervorming (blz. 128).

Heel prettig is ook het chronologische overzicht van de ontwikkelingen in de 16e eeuw en wat verder op de gedetailleerde toelichting bij het edict van Nantes. En dan is er ook nog aandacht voor de Jansenieten, de beweging uit de 17e eeuw, een stroming van terug naar het genadebegrip van Augustinus waar de Katholieke kerk heel nerveus van werd.

Wat mij opviel:

  • De beweging in Frankrijk, die veel later op gang kwam dan in Duitsland – in 1555 is er voor het eerst sprake van een protestante gemeente in Frankrijk – is veel massaler geweest dan ik me ooit had voorgesteld. Grote delen van het zuiden waren al snel overwegend protestant.
  • Frankrijk heeft geen bloedige dertigjarige oorlog gekend, maar de steeds terugkerende strijd is wel heftig en ontwrichtend geweest. Daar speelde ook buitenlandse politiek doorheen en andere belangen dan louter Godsdienstige. Bovendien speelde het onderscheid tussen stad en platte land een rol.
  • Frankrijk verkeerde bovendien in een economische crisis. Oorlog voeren – de schrijver telt 10 Godsdienstoorlogen tussen 1562 en 1629 – kost vreselijk veel geld en bovendien was er steeds sprake van stijgende kosten en inflatie door het zilver en goud dat de Spanjaarden uit Zuid-Amerika haalden.
  • De politieke situatie met de Guises die aan de kant van de Monarchie, maar vooral aan die van het eigen geslacht stonden, de Ligue, een stroming die politieke macht tegenover de monarchie vertegenwoordigde. Hervormden waren niet per sé tégen de monarchie, wel vaak voor een monarchie ten dienste van het volk. Overigens wordt ook melding gemaakt van de invloed van de democratische structuur van de gereformeerde gemeente op de samenleving.
  • De rol van Henry IV die voor de lieve vrede Katholiek werd en in 1598 met het Edict van Nantes kwam wordt heel positief beschreven. Het is ook wel indrukwekkend; een vorst die alle reden tot wraak lijkt te hebben, zeker na de Bartholomeusnacht van 1572, en juist inzet op verzoening en vreedzaam samenleven met een heel pak aan afspraken.

Hans Küng – Het Jodendom; wezen, geschiedenis en toekomst.

Hans Küng schreef een soort trilogie over Jodendom, Christendom en Islam. Dit deel verscheen in 1999 en deze vertaling pas in 2010, ik zie zelfs een nawoord uit 2011 bij de Nederlandse vertaling. Bijzonder.

Het is een fascinerend, raar en veel te dik boek.

Laat ik met het fascinerende beginnen. Deze theoloog heeft zich heel grondig verdiept in het jodendom. Het boek begint met een uiteenzetting vanaf bijbelse tijden en komt tot een indeling in paradigma’s. Het stammenparadigma, dat van de monarchale tijd, het na-exilisch jodendom, het rabbijns-synagogaal paradigma, dat van de moderniteit en ten slotte, na de holocaust dat van de na-moderniteit. Het middendeel van dit boek vond ik het meest boeiend. Hier gaat het over stromingen en ontwikkelingen in het moderne- en post-moderne jodendom. Het gaat ook over Duitsland de holocaust en de verhouding tot de joden. Küng onderzoekt aan alle kanten het begrip vergeving en onderzoekt hier ook weer de joodse geluiden. Het gaat ook over de verhouding tussen christendom en Jodendom en dus over de Jood Jezeus. Hier gaat het over de eerste joodse christelijke gemeente die via Paulus een christelijke kerk werd die zich juist ook richtte op niet-joden. Hier gaan de theologische registers wijd open. Küng schrijft met onmiskenbaar respect voor het joodse denken. Toch moet wel duidelijk worden dat hier, ondanks de voorzichtige historisch-kritische werkwijze, de wegen scheiden.

In het laatste deel van het boek gaat het over het jodendom – orthodox, conservatief en liberaal – en de staat Israël. Hier blijkt wel dat Küng zich goed kan vinden in het denken van Buber. Een denkwijze die ver af staat van de huidige Israëlitische politiek. Want Küng is kritisch over de nationalistische powerweg die Israël is ingeslagen en over het feit dat de kansen om een Palestijnse staat naast de Israëlitische te creëren niet heeft willen benutten. De politiek ten aanzien van de Palestijnen wordt uitvoerig besproken en bekritiseerd. Küng komt uit bij een pleidooi voor een ‘land voor vrede’ route.

In dit laatste deel gaat het een beetje mis. Hier is een theoloog aan het woord die ineens van alles zegt over Israël, over wereldpolitiek, over het Midden-Oosten. Ik vind het niet overtuigend overkomen en dat wordt allemaal erger doordat ik het boek veel te laat heb geleend. Het is een boek van voor 9/11, voor de tweede golfoorlog, oorlog in Afganistan, vermeende revolutie in de Arabische wereld, burgeroorlog in Syrië en opkomst van IS.

Een daarbij heeft dit boek een wonderlijke didactische stijl. Belangrijke woorden zijn vet gedrukt en regelmatig komen er opsommingen voor. Dat is eigenlijk best handig (zeker ook voor de lezer die eens wat wil overslaan…), maar komt soms ook wat schools over.

Hoe zou dit boek nu door joden zijn gelezen? Het moet duidelijk zijn dat hier niet iemand ongeïnformeerd uit zijn nek staat te zwammen. Maar ik kan me toch ook wel voorstellen dat Küng hier en daar wat pedant kan overkomen.

Calvijn – Institutie

Het aardige van de vertaling van Sizoo (2e druk uit 1949) is de vormgeving die naar ik aanneem overgenomen is van de eerste uit 1931. Het gaat om de uiteindelijke versie uit 1559, nadat er eerdere en dunnere versies waren verschenen. Vooralsnog heb ik deel I doorgenomen waarbij ik eerlijk moet bekennen dat ik ook passages heb overgeslagen. Dit deel bestaat uit boek 1. Over de kennis van God de schepper, en boek 2. Over de kennis van God de verlosser in Christus, welke eerst aan de vaderen onder de wet, daarna ook ons in het evangelie geopenbaard is.

Het werk is gericht op de gelovige medemens uit Calvijns tijd, bewoners en studenten in Genève. Maar ja, Genève was toen een centrum voor vluchtelingen en studenten en zo verspreidde dit denken zich over Europa. Het boek wil het Christelijk geloof zoals Calvijn dat begreep stapje voor stapje uiteenzetten waarbij hij rustig ingaat op gevolgen van een verkeerd verstaan en tegenwerpingen uit heden (Osiander, Servet) en verleden (Pelagius). Tegelijkertijd weet hij regelmatig steun te vinden bij Augustinus wat ook niet verbazingwekkend is. Het bouwwerk begint, na een voorwoord en een langdradige opdracht aan Koning Frans I van Frankrijk, aldus:

Nagenoeg de ganse hoofdinhoud van onze wijsheid, die verdient voor de ware en hechte wijsheid gehouden te worden, bestaat uit twee delen, de kennis van God en de kennis van onszelf. Maar hoewel deze twee door vele banden onderling verbonden zijn, is het toch niet gemakkelijk te onderscheiden, welke van beide aan de andere voorafgaat en haar uit zichzelf voortbrengt.

Wat mij opviel was de hechtheid en grondigheid van het geheel. We kunnen schamperen over Calvijn en zijn volgelingen, maar dit is wel een dijk van een werk dat met een juridische logica voortgaat. Natuurlijk , het is dogmatisch, maar de toon is gek genoeg niet stoffig (als je even door de wat verouderde vertaling heen kijkt…), de lezer wordt aan de ene kant bij de hand genomen, maar waar nodig ook getrakteerd op exegetische toelichtingen en ingewikkelde weerleggingen.

Pratend over de zonde wordt de lezer ook gewoon in een hoek geduwd. Nadat we gezien hebben, dat de heerschappij der zonde, sinds zij de eerste mens aan zich geknecht heeft, net alleen in het ganse geslacht woedt, maar ook in haar geheel iedere ziel afzonderlijk bevangen heeft, blijft ons nu over nader te onderzoeken, of wij, sinds wij in deze slavernij geraakt zijn, van alle vrijheid beroofd zijn, en indien nog enig deeltje daarvan oer is, heover de kracht daarvan gaat (blz254). Je moet er even tegen kunnen…

Als gezegd, er wordt in dit boek heel wat weerlegd en dat maakt sommige passages ronduit polemisch. Ik heb wat heftige taal – en natuurlijk hebben we steeds te maken met de vertaling van Sizoo – bijgehouden en hier volgt een kleine bloemlezing:

Grove raaskallerijen, windbuilen, klinklare babbelarij, beuzelachtige wijsheid, ijdele verzinsels (Osiander 176), dwaze praat van krankzinnigen, vermetele bemoeizucht, duivelse inbeelding van Servet, het geblaf van die onzuivere hond, een niet minder verderfelijk monster…

Sprekend over het gebod om niet te stelen kwam ik de volgende passage tegen: Wij zullen dus naar behoren aan het gebod gehoorzamen, wanneer wij, met ons lot tevreden, geen andere winst pogen te behalen dan die betamelijk en rechtmatig is; wanneer wij niet met onrecht begeren rijk te worden en onze naaste niet van zijn vermogen zoeken te beroven, opdat het onze daardoor aangroeie; wanneer wij niet er naar streven om wrede rijkdommen, die uit het bloed van anderen geperst zijn, op te stapelen, wanneer wij niet onmatig van alle kanten, door recht en onrecht, bezittingen samenschrapen om daardoor onze hebzucht te vervullen of onze lust tot verkwisting te bevredigen. Leefden bestuurders van de VOC met dit gedeelte? Wordt het wel eens voorgedragen tijdens een CDA- congres!?

Wat een kerel, die Calvijn. Voor mij is het heel voorstelbaar geworden (ook al geloof ik niet in zijn verhaal) dat hij in die roerige 16e eeuw, een tijd waarin iedereen op de een of andere manier aan een kerk verbonden was, een enorme invloed moet hebben gehad.

En dan heb ik nog niet de passages over de uitverkiezing doorgenomen. Opmerkingen daarover gaan nog volgen…

H. Bonger – Leven en werk van Dirk Volckertz. Coornhert

Coornhert werd in het jaar 1522 geboren, zijn ouders woonden in de Warmoesstraat 111 te Amsterdam. Toen hij in 1590 overleed was zijn adres Oosthaven 51 te Gouda. Hij werd in de St. Janskerk begraven. Er zullen heel wat mensen zijn geweest die blij waren dat deze scherpe polemist er niet meer was.

Het is een naam voor schoolnamen en adressen, Coornhert. Ik wist helemaal niets van hem, maar was wel jaren geleden tegen dit boek aan gelopen, vermoedend dat het toch wel belangrijk zou zijn om kennis te nemen van deze man. En nu, in het kader van mijn onderzoek van de Reformatie, heb ik het boek gelezen. Een schot in de roos. Niet vanwege de stijl van het boek, maar wel vanwege de inhoud.

Coornhert was een kritische scherpe man die dus opgroeide in de tijd dat de reformatie de Nederlanden binnendruppelde en de tijd dat de opstand begon. Hij had contact met Willem van Oranje met wie hij wel op één lijn zat wat betreft een milde houding ten opzichte van de Katholieke kerk. Hij was zelf Katholiek, maar wel met bedenkingen en zonder diensten te bezoeken. In deze tijd heeft hij als gevolg van zijn houding kort gevangen gezeten en in afwachting van een proces is hij toen tijdelijk het land (!) ontvlucht.

Coornhert was niet een man van de opstand maar veeleer een man van Godsdienstvrijheid, een tegenstander van uitverkiezing en erfzonde (en dus van de gereformeerde schare) en een perfectist. Een nieuw woord.

Omdat Coornhert een zonniger mensebeeld had dan Calvijn en diens navolgers, hij geloofde niet in de totale verdorvenheid van de mens, geloofde hij dat het mogelijk was om (met Gods genade, dat dan weer wel) goed te leven en dat het ook belangrijk was daarnaar te streven. Zo was hij stiekem een volgeling van Pelagius en een voorloper van Arminius en later ook Wesley.

Aanvankelijk had Coornhert in Vianen gewoond, later was hij notaris in Haarlem. Hij was vooral schrijver van boeken en pamfletten. Een aantal keer raakte hij ook in debatten verzeild wat meestal niet echt fijn was. Op latere leeftijd heeft hij Latijn geleerd en is hij ook gaan vertalen. Onder anderen Boëtius. Eigenlijk wilde hij in Leiden gaan studeren, maar daar kwam het niet van. Wel van het schrijven van gedichten en toneelstukken.

Het boek bestaat uit twee delen en begint met de biografie van Coornhert. Die leest niet heel makkelijk omdat de hoofdpersoon heel regelmatig in het Nederlands van de 16e eeuw aan het woord komt. Geinig is dat wel, maar het vergt wel een extra inspanning om die teksten te lezen: Wie heeft oock van alle diemen ewangelische noemt, bewesen, dat hare kercke en de religie alleene de ware zy: Ende alle d’andere kercken ende religien valch.

Het tweede deel gaat over Coornherts denkbeelden en kent de volgende hoofdstukken: 1. Denkbeelde over de volmaakbaarheid. 2. De strijd voor de Godsdienstvrijheid. 3. Bestrijding van de dogma’s der erfzonde en predestinatie. 4. Coornherts plaats in het Godsdienstig leven van zijn tijd. De kritiek op de ‘vergodete’ profeten. 5. De maatschappij en politieke denkbeelden. 6. Het creatieve werk. Toneel en poëzie. 7. De vertalingen. 8 De Coornhertstudie.

In dat laatste en misschien wel aardigste hoofdstuk gaat het op zeker moment over Bruno Becker, een letterenstudent die geschiedenis ging studeren en via Troelssch op het spoor kwam van de ‘stiefkinderen van de reformatie. Deze Becker is Coornhert gaan lezen en heeft op die manier Nederlands geleerd. In 1913 is hij naar Nederland gekomen om naar bronnen te komen spitten en zo is hij een groot Coornhert-authoriteit geworden.

Dit boek is in 1978 in Amsterdam bij van Oorschot uitgegeven. Dat is al weer best een tijd geleden en ik vraag me af wat ondertussen het standaardwerk is over deze boeiende en belangrijke man. Daar mogen van mij best nog wat scholen, bibliotheken en straatnamen bij.

En toen vond ik de ‘Werken’ in de biep van de UVA!

Jonathan Israel – De Republiek 1477-1806

Reden om dit boek te lezen was om context te verwerven over de reformatie in de Nederlanden. Maar ja, en passant heb ik veel meer meegekregen, want dit is een geweldig boek dat de geschiedenis van deze streken heel prettig uit de doeken doet.

Samenvatten gaat natuurlijk niet lukken, maar ik noem wel zaken en namen die me opvielen. Zo is er aandacht voor het feit dat de Vlaamse steden in het begin van de 16e eeuw allemaal groter waren dan die in Noordelijker streken en steden als Dordrecht, Haarlem en Amsterdam pas daarna zijn gaan groeien. Opmerkelijk was toen al, en dat gold voor het hele gebied der Nederlanden, dat er zovéél steden zo dicht bij elkaar lagen. Zoals er aandacht is voor de steden, zo is er ook aandacht voor de economische ontwikkeling van die steden, en die was aanzienlijk en soms enorm. In het Zuiden was de textielindustrie van groot belang, in het Noorden was er landbouw, er werd haring gevangen en er werden bulkgoederen uit het Ooszee gebied gehaald.

En hoe zat het met de godsdienst? Wessel Gansfort en Rudolf Agricola worden genoemd als figuren tussen de Moderne Devotie en het bijbels humanisme in. De vroege reformatie in de jaren ’20 was een beweging van onderaf. Er was geen organisatie en vervolging kwam laat op gang.

En dan gaat de reformatie vaart krijgen en raakt deze onlosmakelijk verbonden met de opstand tegen het Spaanse gezag. Er was aversie tegen de Katholieke kerk, maar ook tegen nog meer belasting betalen. In 1566 ontstaat er een wanordelijke opstandige situatie waarbij vernielingen worden aangericht in en aan kerken. Beelden en wat maar doet denken aan de Katholieke eredienst moeten het ontgelden. Een beweging die in het Zuiden start en gaandeweg uitwaaiert naar het Noorden wanneer de opstand verder komt.

Willem van Oranje komt met andere notabelen zoals Hoorne en van Egmond in beeld. Zij vertegenwoordigen de Koning (immers, de Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd…). Ze proberen het harde beleid van Spanje te temperen maar moeten het ontgelden of zich gedeisd houden. Willem had op dat moment nog niet zo duidelijk voor de Calvinisten, een kakelnieuwe, richting, gekozen en wilde zeker niet heel ferm tegen de Katholieken. kiezen.

Dat werd allemaal anders met de inname van Den Briel in 1672. Daarmee ging de opstand echt los, ook al was het geen helder doordacht gebeuren. Nu kreeg Willem als belangrijke edele meer invloed en koos hij de kant van de opstand. En dan gaat het hard. Steden worden veroverd op de Spanjaarden, en in 1579 de Unie van Utrecht waarmee de staatsvorming vaart krijgt en is gesteld dat de kerk van de reformatie daarbij hoort.

Rond 1590 is de aanwezigheid van Spanje even minder nadrukkelijk en dat leidde tot een keerpunt. De republiek-achtige staat in aanbouw kreeg meer zelfvertrouwen en boerde ook heel goed. De ontwikkeling van ‘Rijke handel’ ,handel in kostbare fabricaten in plaats van bulkgoederen als graan en hout kwam tot ontwikkeling en leidde tot een geweldige aanzwengeling van de economie. Spanje en Portugal stelden een embargo in voor spullen zoals zout en zo kwam men in de Nederlanden op het idee om dan zelf maar op pad te gaan om goederen in Indië te gaan halen. In 1602 werd de VOC opgericht. De Amersfoorter Pieter Both wordt de eerste Gouverneur van Indië.

Het is opmerkelijk dat de Opstand in het Zuiden anders verliep dan in het Noorden waar het primaat als snel bij Holland kwam te liggen. Volgens Israel kwam het doordat steden, maar ook de samenwerking tussen steden in de Noordelijke provincies beter was georganiseerd. Het was ook wel een enorme overlegtoestand met vroedschappen, burgermeesters, de provinciale statenvergaderingen en de Staten Generaal die nu niet in Brussel maar in Den Haag bijeen komt. In deze wereld van staatvorming en opstand komt van Oldebarneveld bovendrijven als zeer invoedrijke kracht.

Ondertussen gaat ongeveer 10% van de bevolking naar de nieuwe kerk. Dat is dus nog opmerkelijk weinig. Veel regenten zijn helemaal niet zo’n fan van Calvijn, ze verwijzen liever naar Erasmus. En dan is er Arminius, professor aan de nieuwe universiteit van Leiden, die niet meegaat in de leer van de uitverkiezing. Zijn directe tegenstrever is Gomarus en en volgeling van Arminius is Uyttenbogaert. De controverse wordt groot en groter. van Oldebarneveld heeft ook meer sympathie voor de denkbeelden van Arminius en dat geldt ook voor Hugo de Groot, die aanvankelijk niet wilde kiezen.

Door de inzet van van Oldebarneveld is er in 1609 een bestand gesloten met de Spanjaarden. Het lijkt wel of het land eindelijk de handen vrij had, niet alleen voor handel, maar ook voor controverse. Willem was al lang en breed vermoord (1574) en opgevolgd door Maurits die een klapje ambitieuzer lijkt. Hij was op weg geholpen door van Oldebarneveld, maar tijdens het bestand worden dit meer en meer politieke tegenstanders. Ondertussen hebben de Arminianen de remonstrantie uitgeroepen en wordt het land verdeeld tussen remonstranten en contra-remonstranten. Die remonstranten zijn verre van marginaal. Steden als Kampen (nb), Gouda, Alkmaar en Oudewater waren Remonstrands. Ondertussen wil Maurits een Nationale Synode om voor eens en altijd wat te doen aan de verdeeldheid. Steden en staten zijn tegen en er komt geen synode. Nou ja, in 1618 pleegt Maurits een soort staatsgreep waarbij grof gezegd de regenten eruit worden gezet en de edelen in het bestuur komen. van Oldebarneveld en Hugo de Groot worden gevangen gezet en de eerste wordt ter dood veroordeeld. Arminianen uit de stadsbesturen, contraremonstranten op belangrijke posities. Zo doe je dat. En toen kon er een Synode komen in Dordrecht 1618/19. Er werd niet alleen gekozen voor een Nieuwe Nederlandse vertaling van de bijbel (Statenvertaling), maar ook vóór de contra-remonstranten en dus tégen de remonstranten. De jaren erna waren jaren van zuivering. Arminianen moesten zich rustig houden of namen, zoals de Groot en Uyttenbogaert, de benen. En toen was niet alleen het bestand voorbij maar had Maurits ook invloed op de start van een heftige oorlog in Duitsland.

Het jaar 1629 was een kanteljaar. Frederik Hendrik was ondertussen stadhouder en legeraanvoerder en probeerde Den Bosch in te nemen. Als afleidingsmanoeuvre vielen de Spanjaarden het oosten van het land binnen waarbij Amersfoort tijdelijk voor twintig dagen onder Spaans kwam. Doordat Wezel op de Spanjaarden werd veroverd moesten ze de actie staken. Na een beleg van 5 maanden werd Den Bosch veroverd en dat was een enorme klapper. Ondertussen nam de invloed van de remonstranten in vooral de grote steden van Holland weer toe en ontstond er weer discussie over vrede. Het ging een beetje lijken op de situatie rond 1618.

Diarmaid Macculloch – Roformation; Europe’s house devided 1490-1700

Een dikke Penguin met betrekkelijk kleine lettertjes. Desalniettemin een prachtig boek uit 2003. Eigenlijk is het een geschiedenis van Europa in de 16e en 17e eeuw met wat extra aandacht voor reformatie en contra-reformatie. Het is niet mogelijk naar Europa in deze periode te kijken zonder ook naar wat er in de kerken gebeurde omdat de kerk, komend uit de Middeleeuwen, gewoon een enorm belangrijke rol speelde. Of je het leuk vind of niet, je kan er niet omheen.

In dit boek ga je er zeker niet omheen, maar dat maakt het niet tot saaie stof. Deze Macculloch kan het allemaal smaakvol en soms grappig vertellen en probeert het beeld heel breed te houden. Dat begint al met het voorspel. Natuurlijk noemt hij Wiclyfe en Hus – ik wist niet dat er een link was tussen deze bewegingen – maar hij noemt ook andere hervormingsneigingen binnen de kerk van vóór 1517. Bij het voorspel hoort ook de renaissance, de pest, de strijd tegen het Ottomaanse rijk en de Islamangst.

En dan is er aandacht voor de politiek, de Habsburgers met Karel V en Philips II, Engeland met Hendrik de VIII, zijn opvolgers waar onder Elisabeth I en Jacobus, de tijdgenoot van Shakespeare en de man van de King James Version. Frankrijk en de Hugenoten komen natuurlijk aan bod met de Bartelomeüsnacht (1572), het edict van Nantes (1598) en het einde ervan onder Lodewijk XIV.

Het aardige is dat de focus niet op de Nederlanden ligt, maar er is toch ook veel gedetailleerde aandacht voor de rol die deze streek speelde. Zo was Amsterdam samen met Londen toch wel een plaats waar je terecht kon met rare meningen, uiteraard tot op zekere hoogte en afwijkende sexuele voorkeuren. En dat brengt me tot het laatste deel van het boek, Patterns of life, waarin het levensgevoel aan de orde komt en dus ook – naast merkwaardige heksenmanie – sexualiteit.

En dan heb ik het nog niet gehad over ontwikkelingen in Polen en Transsylvanië, over de Dertigjarige oorlog, de grote invloed van Erasmus, de synode van Dordrecht, de anabaptisten, Cromwell, de Toestanden in Spanje, Schotland en Ierland of de nieuwe koloniën in wat later de VS is geworden…

Dan nog een toevoeging een paar maanden nadat ik dit boek uit had. In het Amsterdamse ABC trof ik Christendom destroyed; Europe 1517-1648, door Mark Greengrass. Ik ben er bladerend en lezend doorheen gegaan. Het is duidelijk dat dit boek voor een groot deel over dezelfde periode gaat. Natuurlijk is het ook weer anders, worden er andere details besproken en zo is het een heel prettige aanvulling.

Karel V

1.Gerben Graddesz Hellinga – Karel V; bondgenoten en tegenstanders. Een populair wetenschappelijk boek in 2010 uitgegeven door de Walburgpers te Zutphen. Het is een mooi uitgegeven en rijk geïllustreerd boek dat de biografie van Karel V bevat, maar ook en vooral ingaat op de politieke geschiedenis van de eerste helft van de 16e eeuw.

Het boek gaat in op de dynastieke toestanden in Europa die leidden tot het grote rijk waarvan Karel uiteindelijk Keizer werd – het Duitse deel – en dat hem verplichtte tot een oeverloze reeks aan oorlogen die vrijwel nooit tot enig resultaat leidden. Daarnaast is er aandacht voor de opvoeders van Karel, de toestanden in de Lage Landen, Frankrijk onder Frans I, het Engeland van Hendrik VIII en de Turken. Het boek heeft geen register, wel een beknopte bibliographie.

2. Wim Blockmans – Karel V; Keizer een werelrijk 1500-1558. Een op het oog wat zakelijker (geen foto’s, wel noten, bibliografie en register) boek uit 2000; ik heb de 3e druk uit 2017 gelezen (Omniboek, Utrecht). Dit boek geeft een nog beter beeld van de treurnis van de in Gent geboren Karel. Treurnis omdat hij geen rust wist te bereiken in zijn enorme rijk, omdat hij de paus en de zuidelijke landen niet in beweging kreeg tegen de reformatie en omdat – maar dat heeft hij niet geweten – zijn rijk na zijn dood zo ongeveer ophield te bestaan.

Karel leefde nog half in een fictieve ridderwereld wat naast ridderspelen ook rare hoofsheid met zich meebracht. Waarom liet hij Frans I zomaar, na een flutverdrag weer vrij? Hij heeft zich ook uitgeput met rondreizen en oorlogvoeren. Daarmee was een deel van de administratie ook steeds op reis en was de besluitvoering heel traag wat enorme ergernis opleverde. En rond 1520 zelfs een heuse en serieuze opstand in Spanje. Steeds was Karel aan het oproepen tot een concilie en geld & manschappen bijeen aan het lobbyen voor de strijd tegen de Turken. Toen het concilie er eindelijk kwam was het te laat; de kerk was al definitief gesplitst. In wezen was Karel, met zijn vasthoudend streven naar de interne herorming van de Kerk en zijn verdediging van de christenheid in haar geheel, katholieker dan de pausen van zijn tijd.

Dit was de tijd dat er enorm veel geplunderd zilver uit Zuid- en midden Amerika naar Spanje kwam. Toch was er een constant geldgebrek. Ondanks al het zilver moest er bij Fuggers, in Antwerpen en elders veel geld geleend worden en nog was er niet genoeg. Hele streken zijn verarmd door de oorlogen en door de steeds toenemende belastingdruk.

Een reuze informatief en leesbaar boek. Ik las het in het kader van de reformatie, bij wijze context en in die zin was het heel nuttig. Te meer wordt duidelijk dat de reformatie tot wasdom kon komen omdat het de pausen nauwelijks interesseerde en door de politieke structuur van de Duitse streken. Daar was Karel dan wel de keizer, maar machtelozer dan bijvoorbeeld in de Nederlanden waar zijn gezag, zeker toen de strijd tegen Karel van Gelre erop zat, veel directer. En dan had Karel zoals al bleek ook nog zijn handen vol met Frans I, de Turken en al het dynastieke gekonkel.