Revolte is leven; biografie van Theun de Vries – Jos Perry

Opnieuw een biografie van Theun de Vries gelezen. Wat is dat toch met mijn Theun de Vries- fascinatie? Het is geen briljante schrijver die een taal gebruikt die thuishoort in de negentiende eeuw en bovendien bleef hij een verstokt CPN lid toen weldenkende mensen de partij al lang en breed de rug toe hadden gekeerd.

Dat is waar dit boek nu juist grondig op ingaat. Die relatie tussen Theun de Vries en de Communistische Partij Nederland. Hij was lid geworden om zijn baan als bibliotheekmedewerker in Sneek vaarwel te kunnen zeggen en in Amsterdam voor een partij-orgaan te kunnen schrijven. Daarvóór was hij al wel overtuigd communist en Marxist.

Het boek laat zien hoe zijn overtuiging meeklinkt in zijn literaire werk. Wat ik niet wist was dat de partij zich ook daadwerkelijk bemoeide met zijn werk. Zo kreeg hij na afronding van het eerste deel van 1848 het advies om in de volgende delen de accenten wat te verleggen zodat de boodschap van de partij nog wat duidelijker zou kunnen doorklinken. Dit advies heeft hij gelukkig wel aan zijn laars gelapt.

Omdat de CPN innig verbonden was met de Sovjet-Unie kreeg Theun de Vries alle gelegenheid om dit land dat hem mateloos boeide te bezoeken. Aanvankelijk was hij  enorm enthousiast en leende hij zijn talent voor allerlei propaganda. Hij kwam ook in Tsjechoslowakije en na de oorlog in de DDR.

Toen Chroetsjov begin jaren ’50 afstand nam van Stalin ging er een golf van verbijstering door de CPN. Met de Hongaarse opstand van 1956 vond er een breekpunt plaats voor veel partijleden maar niet voor Theun de Vries die in de literaire wereld steeds meer alleen kwam te staan. Hij bleef met overtuiging de Sovjet-Unie steunen. Begin jaren ’60 was hij er weer eens en toen begon hij toch bezwaren te zien en dat was ook de laatste keer dat hij het land bezocht. Pas in 1971 heeft hij de CPN vaarwel gezegd zonder overigens zijn communistische veren af te schudden. Ondertussen kreeg hij wel meer waardering als schrijver en had hij in 1963 de P.C. Hoofd – prijs gekregen.

Als bekend heeft de Vries enorm veel geschreven. ‘Het meisje met het rode haar’ is natuurlijk heel bekend. Eerst was dat niet zo’n succes en werd het vooral in eigen kring gewaardeerd hoewel er daar inhoudelijke bedenkingen waren over wat details. Later werd het toch een bekender boek en werd het zelfs verfilmd met René Soutendijk. Hij heeft een aantal enorme pillen geschreven. Wat te denken van het al genoemde 1848? En ‘Februari’ of ‘Baron’. Zelf vond hij ‘Motet voor de Kardinaal’ het meest geslaagd.

Theun de Vries is als bekend heel oud geworden en is tot op hoge leeftijd blijven schrijven. Poëzie schreef hij zoals andere mensen dagboeken schreven en daarnaast maakte hij nog wat kortere romans zoals de ‘Bergreis’. Dit was ook de periode dat hij wat milder werd en terugkwam van zijn wel heel stramme houding in eerdere periodes.

Het is een lang leven, en toch wel een treurig leven. Deze man heeft gehunkerd naar literaire erkenning die hij vaak meer kreeg in de DDR en Tsjechoslowakije dan in eigen land. Wat zijn privé leven betreft is het opmerkelijk dat hij trouwde met Aaf Vernes. Voor de oorlog zijn ze gescheiden en na de oorlog zijn ze weer getrouwd. Tijdens die oorlog was de Vries een beetje betrokken geweest bij het verzet en in Kamp Amersfoort terecht gekomen. Hij is er met een list weer uitgehaald. Het boek maakt dan duidelijk hoe de bezetting en het verzet niet alleen bij Theun de Vries maar vooral ook in de CPN een grote rol blijft spelen.

Een geweldig boek; in 2013 uitgegeven door Ambo te Amsterdam.

Advertenties

Theun de Vries; een schrijversleven 1907-1945 – Jan van Galen

Kwam ik bij toeval dit dikke boek (Aspekt 2011) in de biep van Amersfoort tegen. En dan te bedenken dat dit nog maar de helft is. Ik kan het me niet permitteren om hier heel langzaam doorheen te gaan maar ja, het is ook wel weer leuk en noodzakelijk in het leven van een Theun de Vries- lezer (waarvan er niet al te veel meer bestaan).

Het boek is helder geschreven en begint zoals het een biografie betaamt met de afkomst en jonge jaren in de Vriese Wouden. Zijn vader zat in de zuivelhandel en heeft zelfs tijdelijk een zuivelfabriekje op Texel gehad, De Vries deed de MULO en heeft daarna op het Gymnasium gezeteng. Ondertussen was hij begonnen met het schrijven van gedichten. Dat Gymnasium heeft hij  niet afgemaakt. Hij is in het bibliotheekwerk terecht gekomen, heeft daar opleidingen voor gedaan en kwam na omzwervingen door het land Sneek terecht. Onderhand had hij een vriendin met wie hij uiteindelijk is getrouwd: Aafke Maria Vernes. De Vries probeerde contacten te krijgen met allerhande schrijvers uit zijn tijd als Bloem,  Coster, Marsman, ter Braak. Na de publicatie van Rembrandt (1931) barst er discussie los over zijn schrijverschap en hoe dat te plaatsen. Door ter Braak en du Perron (Forum) wordt hij wat denigrerend in de hoek van Coster gedrukt. Overigens was de Vries in deze periode wel een soort linksig, hij had de Doopsgezinde kerk al vaarwel gezegd en was er van overtuigd dat er in de literatuur niet allen een esthetisch maar ook een ethisch element moest zitten. Tegenwoordig zouden we spreken van een hang naar geëngageerde literatuur.
We kennen Theun de Vries als de communistische schrijver die pas heel laat afstand deed van zijn verering voor de Sovjetunie. Rond 1933 noemde hij zich voor het eerst communist. Dat had te maken met de crisis die sinds 1929 door het land ging, met de berichten uit Duitsland, en het daarmee samenhangende ontluikende anti-fascisme, Sovjetliteratuur (Solochov, Gorki) en de invloed van Jef Last die als Sovjetpropagandeur door het land trok. De roman Eroica uit 1934 ging over een fantasie-revolutie en betekende zijn literaire comming-out als communist. Het boek kreeg het overigens zwaar te verduren in de kritieken (193). Hierna pas is hij zich wat grondiger in Marx gaan verdiepen. In 1937 ging de Vries voor de Tribune werken, de krant van de CPN en daarvoor was het nodig dat hij lid werd. En zo werd hij dus lid van de partij in een tijd dat ‘Stiefmoeder aarde’ uitkwam en wat later een biografie over van Oldebarneveld. Ondertussen had Gide na een reis door de SU kritiek op een aantal ontwikkelingen waar Jef Last wel begrip voor had. Theun de Vries niet en ook tijdens de processen van 37 en 38 bleef de Vries achter de partijlijn staan wat een breuk opleverde met Jan Romein. Overigens zou de Vries in deze jaren en ook tijdens de oorlog heel veel samenwerken met J.L van Tricht, direkteur van uitgeverij Van Loghum Slaterus te Arnhem.

Tijdens de bezetting werd al gauw de kultuurkamer ingesteld met voor elke kunstrichting een soort gilde. de Vries heeft getwijfeld of verzet van binnenuit effectief zou kunnen zijn, maar heeft evenals de meeste bekende schrijvers bedankt voor de eer. In de eerste helft van de oorlog was hij minder met de partij berzig die hard werkte aan een illigale tak. Eigenlijk was hij veel aan het schrijven; er werd nog uitgegeven en er werden nog boeken gekocht. de Vries had veel contact met Vestdijk die zoals bekend is op zeker moment werd opgesloten in St.Michelsgestel. Hij moest wel in een milde onderduik en zo zwerfde hij wat door het land en voltooide ‘Sla de wolven, herder’, dat na de oorlog uitkwam. Ondertussen was hij al getrouwd geweest en gescheiden; hij had hij een zoon, René, en onderhield contact met zijn ex- vrouw, Aafke Vernes.
Toen de communistische gelederen wat waren uitgedund werd de Vries gevraagd mee te werken aan ‘De vrije Katheder’, een studentenblad en zo raakte hij betrokken bij acties uit de studentenwereld.
In 1944 kwam de Vries door een onbenulligheid met illigale blaadjes in Kamp Amersfoort terecht. Op 5 maart 1945 werd hij vrijgelaten na een omkoopactie vanuit het verzet. Hij keerde terug naar Amsterdam en keerde ook terug naar Aafke en René waarmee dit eerste deel een beetje eind goed al goed eindigt.

Theun de Vries – Sint-Petersburg

In tegenstelling tot de gelijknamige roman van Bely speelt deze niet tijdens het revolutiejaar 1905 maar tijdens dat van 1825, het  jaar van de Dekabristenopstand. Een historische roman dus. Iets anders valt er eigenlijk ook niet te verwachten bij Theun de Vries. Wanneer je informatie over de Dekabristen doorneemt heb je de context van de roman te pakken en meer dan dat omdat zelfs een aantal namen terugkeren.

De roman bestaat uit drie delen. In het eerste wordt de hoofdpersoon Sergej nog Serjotsja genoemd. Hij is dan nog een kind van zo’n twaalf jaar, zoon van een vooraanstaand officier. We zien hem zwerven door Sint-Petersburg, bezoeken brengen aan iconenschilders en in verwarring raken door een mooi maar zonderling meisje.

In het tweede deel is hij volwassen en getrouwd met een mooie vrouw die koel en afstandelijk blijkt en zich meer en meer terugtrekt op haal landgoed. Sergej schaakt opnieuw een opmerkelijk mooie vrouw, Nina, die hem zeer toegedaan is. Hij is ondertussen nog steeds getrouwd en zijn vrouw wil daar zeker geen eind aan maken. Nina kan bij zijn moeder logeren. Terwijl dit allemaal speelt raakt Sergej meer en meer betrokken bij een soort republikeinse, democratische revolutionaire club die vanuit de kazernes een soort opstand organiseert die plaatsvond op 14 december 1825 en jammerlijk mislukt.

Deel drie bestaat uit een Theun de Vries-truc. We zijn zo’n 15 jaar later en er arriveert bij Sergejs zus Katja een pak papier, een memoriaal van Sergej. Haar zoon leest voor en zo vernemen we wat er vanaf de dag van de opstand tot en met een deel van de verbanning is gebeurd.

Een mooie roman die een beetje Bassie en Adriaan-achtig begint. Daarmee bedoel ik dat er wel heel veel informatie wordt meegegeven. Het tweede en derde deel vond ik veel sterker en overtuigender. Het lijkt wel een russische roman. De stijl is wat archaïsch. Terwijl ik dit zo schrijf bedenk ik wel dat dit in de romans van Theun de Vries eigenlijk vaak het geval is. Doet hij dit expres juist omdát het historische romans zijn? Een minder historische roman van Theun de Vries is naar mijn idee ‘WA man’, een novelle die zich afspeelt tijdens de jaren voor de oorlog en geschreven is in 1944. Ik heb eens gekeken en heb de indruk dat de stijl minder historiserend is met kortere zinnen. Ik zeg er maar met nadruk bij dat ik deze conclusie na lezing van een paar pagina’s heb getrokken en dus zelf niet heel serieus neem.

De roman is in 1992 uitgegeven door Querido (Amsterdam).

Theun de Vries – Ketters

Het staat me nog vaag voor de geest; het moment in 1982 dat dit boek uitkwam bij Querido. Het was duidelijk een gebeurtenis van belang; de verschijning van dit werk. Ondertussen heb ik heel wat van Theun de Vries gelezen, maar steeds ging het om romans over verhalen. Nu een verhandeling over ketters waarvan ik de eerste 152 pagina’s heb gelezen.
Het boek begint zo’n beetje bij het begin van het Christendom en vertelt zo het verhaal van de beginnende kerk, de dogma’s die tot ontwikkeling komen en de afwijkingen van gnostiek, Marcionisme, Montanisme, Manischeïsme tot Paulinisme en dan noem ik alleen de ketterbewegingen die me zo te binnen schieten waarvan overigens de laatste nieuw voor me was. Het is kerkgeschiedenis en bovendien het verhaal van de ondergang van het Romeinse rijk, de opkomst van de ‘barbaren’ en het begin van de middeleeuwen. En dat alles dan door de Marxistische bril van de Vries waar hij geen doekjes om windt.
Het is een knappe onderneming geweest, maar het resultaat is nu al redelijk onleesbaar, in tegenstelling tot de romans van de Vries. Hier gebruikt hij onnodig moeilijke woorden en weet hij zinnen te maken met veel te veel bijzinnen en andere franje. Daardoor is het boek al redelijk ontoegankelijk en over een paar decennia volstrekt onleesbaar terwijl en niet bedoeld was voor een louter academisch publiek. Ondertussen blijft de inhoud uniek en de moeite waard.

Theun de Vries – 1848

Dit boek is nu als compleet en heel dik boek in de biep aanwezig (tot het in de verkoop gaat…). Zo is het niet begonnen. In 1948 begon Theun de Vries met deze trilogie. Het eerste deel dat al snel uitkwam bij de Republiek der Letteren heet ‘Een spook waart door Europa’, de halve eerste zin van het Communistisch Manifest en dat is ook waar het boek over gaat. Marx die in Brussel met zijn vrienden is en werkt aan de afronding van dit geschrift. Deel twee heet ‘Nieuwe Rivieren’ en gaat verder met waar deel één was opgehouden in de bespreking van dit revolutiejaar. Deze twee delen heb ik jaren geleden gevonden en gelezen als losse boeken en toen ik het tweede deel  uit had kwam ik pas tot de ontdekking dat er ook nog een derde was. Dat deel heb ik een paar maanden geleden pas gevonden. Het is in 1954 uitgegeven bij Pegasus in Amsterdam. Daar is iets gebeurd met de eerdere uitgever waar ik nog niet van weet. Dat komt misschien nog. Dat laatste deel, ‘Hagel in het graan’ heb ik nu net uit. Het is misschien het treurigste deel omdat hierin duidelijk wordt hoe de revolutie van februari uiteindelijk stukloopt.

Het is een grote roman met veel verschillende perspectieven. De lezer volgt Marx, Engels, maar ook generaal Cavaignac, de generaal die in juni de opstand in Parijs neersloeg. Daarnaast een student die juist deelneemt aan die barricadenopstand, maar ook de adjudant van Cavaignac, die uiteindelijk onder gewetensbezwaren zelfmoord pleegt. Dan is er nog een informant/spion van de Russische Tsaar, er zijn opstandelingen in Duitsland en een groepje Russische intellectuelen probeeert op hun manier te begrijpen wat er gaande is in Parijs.

De taal is misschien wat gedateerd, maar niet op een bezwaarlijke wijze wat mij betreft; het boek  leest als een trein. Natuurlijk heeft de schrijver sympathie voor de zaak van de revolutionairen; hij doet dat wel innemend.

Solzjenitsyn – Een dag van Ivan Denisovitsj

Dit boek verscheen in 1962 in ‘Novy Mir’ tijdens in de periode dat Chroetsjov wat afstand nam van de overleden Stalin. Toen Chroetsjov een paar jaar later uit de gratie was was dat met het boek en de schrijver ook het geval. In Nederland kreeg de CPN prompt ook weer moeite met het boek. In 1972 kwam het boek uit in een bewerking van Theun de Vries. Ik krijg de indruk dat er al een eerdere Nederlandse editie was.

Het boek beschrijft een dag in een strafkamp van ontwaken tot het weer naar bed gaan. Dat gebeurt in een levendige taal die soms wel wat gedateerd overkomt. Dat maakt de indruk van die dag niet minder sprekend. Het is een dag met een aantal kleine verhaaltjes en biografische aanzetten. Je kan je haast niet voorstellen dat er tot het hoogste niveau vergaderd is over de vraag of dit boek uitgegeven kon worden of niet. Dat wordt duidelijk in ‘Het kalf stoot de eik; twintig jaren van strijd tegen de macht’, een soort autobiografie van Solzejenitsyn uit uit 1975 en net als het eerste boek uitgegeven bij De Boekerij te Baarn. Dit was een leuke aanleiding om ook wat met dit boek bezig te zijn en ik moet zeggen; dat leest nog steeds als een trein. S. overleed in 2008 in Rusland na verbannen te zijn geweest als nationalistische brompot. Wat mij betreft blijft het een fascinerende figuur. Ik las in de jaren 80 de ‘Goelag archipel en schrok me jaren later een hoedje toen er nog twee delen bleken te zijn. Een zelfde ervaring had ik met het Kankerpaviljoen. Zo’n 6 jaar geleden las ik ‘In de eerste circel’, ook een kamproman, maar veel uitgebreider en misschien ook wel langdradiger. Ook met meer plot als ik het me goed herinner…

Theun de Vries – Nabetrachting

Het zit erop. Mijn toeven met Theun de Vries was heel erg de moeite waard. Het heeft me langs kunstenaars, boeren en verzetsstrijders geleid, door de tijd vanaf de klassieke grieken door de middeleeuwen en de 17e eeuw via de 19e eeuw tot in de 20e eeuw.
Ik ben mooie taal tegengekomen en strijdbaarheid. Strijd voor vrijheid van onderdrukking, uitbuiting en dogmatisme. Daarnaast was er vaak een pleidooi voor de sterke zelfstandige vrouw. Er was mededogen met armen en soms verzet tegen de oorzaak ervan. En dan waren er de kunstenaars die op de voet werden gevolgd. Rembrandt, van Gogh, Hercules Seghers, Torrentius, Haydn, Josquin, Guy de Maupassant, Moliere… Dat deed hij mooi, maar hier zat ook wel een beetje de zwakte. Door die levens in een romanvorm te volgen bleven sommige boeken als eerder gezegd een beetje plotloos en qua structuur wat saai. Een mooie uitzondering hierop was het boekje over Torrentius. Toch vond ik het project als geheel zeer de moeite waard en zo zal Theun de Vries een plekje blijven innemen. Ik ben lid geworden van het geheim genootschap: ‘Theun de Vries mag niet vergeten worden’.