theun de Vries – Het meisje met het rode haar

De oorlogsroman die geschreven is in de tijd van de Hongaarse opstand (1956); een gegeven dat voor Theun de Vries niet onbelangrijk was gezien het feit dat hij dit vermeldt in het nawoord bij de zesde herziene druk uit 1977. Daar zegt hij ook dat hij de roman toch nog flink heeft aangepakt voor deze uitgave.

Het gaat in de roman om het verzetsleven van Hannie Schaft. Ik vond het een mooi boek dat een beeld geeft van het communistisch verzet tijdens de oorlog. Overigens lijkt het net of er iets spannends gaat gebeuren in verband met de ‘Velzer affaire’, maar dat blijft bij wat vage signalen. Vrijheid en anti-fascisme zijn belangrijke thema’s. De stijl is eigentijdser dan in de Wiarda- en van Gogh-roman. Mooi. Een enorme plot zit er overigens niet in. Wat betreft het verhaal zou je kunnen zeggen: Het meisje breekt studie af en komt in het verzet. Dan volgen er geslaagde aanslagen en eindigt het met een ontmaskering en het einde.
Opmerkelijk dat de Vries ook hier weer vanuit een vrouw schrijft; eigenlijk is hij wel een soort van feministische schrijver. Kijk naar Kenau, naar de middeleeuwse Wiarda novellen, De Merrie, de Lantaarn en zo zal ik niet verbaasd zijn wanneer ik nog andere voorbeelden tegenkom.

Wilde lantaarns (1940) – Theun de Vries

Een roman spelend in dezelfde periode als de Wiarda-romans. Het verhaal speelt in het veengebied; het grensgebied tussen Friesland, Groningen en Drente. Eigenlijk een liefde die eerst onmogelijk lijkt door stand- klasseverschil met daar doorheen de emancipatie, bewustwording en opstand van de landarbeiders tegen laten we maar zeggen de bovenbazen.
Op een enkele plek wordt ook de naam Domela weer genoemd…

Ziet, een mens! Theun de Vries

Theun de Vries is vaker in de weer geweest met kunstenaars. Rembrandt heb ik al klaar liggen en er is ook een boek over Haydn. Dit is eigenlijk een fragment uit het leven van Vincent van Gogh. Het gaat over de periode dat hij in Den Haag woonde (1882-1883). Hij was toen na zijn carrière als evangelist en medewerker in de kunsthandel nog maar kort echt als kunstenaar aan de slag en werd min of meer op de been gehouden door zijn broer Theo.

Overigens heb ik naast de Vries ook wat gebladerd in de brieven van van Gogh (Vincent van Gogh; een leven in brieven, keuze, inleiding en toelichtingen: Jan Hulsker, 6e druk van de Meulenhof pocket editie uit 1989) en geconstateerd dat de Vries dat ook moet hebben gedaan.

Het is een treurige periode. van Gogh woonde samen met een vrouw die al een kind had en er een kreeg. Hij had gehoopt haar wat te verheffen, maar ze bleef trekken naar haar asociale milieu zoals we dat nu zouden zeggen. Hij werkt hard, geeft meer geld uit dan hij krijgt, wordt een beetje gemeden door Mauve en Breitner en heeft enorm veel belangstelling voor eenvoudige werkende mensen. Hij is veel op pad om schetsen en tekeningetjes te maken en ziet er ondertussen uit als een vogelverschrikker. Met zijn vriendin, Sien Hoornik, loopt het steeds moeizamer.
Velen oefenen druk op hem uit om haar te laten zitten. Daar verzet hij zich aanvankelijk fel tegen tot de situatie aan alle kanten onhoudbaar wordt. Hij besluit haar te verlaten. Zij vindt het allang best en hij besluit naar Drente te vertrekken waar het rustig is en goedkoop…

Theun de Vries heeft het leven van van Gogh in dit boek uit 1963 op een aannemelijke manier tot leven gebracht. Hij heeft de brieven wel zo’n beetje gevolgd en heeft de armoedige toestanden mooi beschreven. Het nadeel van zo’n biografische roman is wel dat je ook wat gebonden bent aan het leven van van Gogh. Er is dus weinig ruimte voor een bijzondere plot of zo.

Dat was dan opnieuw een deel uit de bekende Keuromnibus…

De Merrie – Theun de Vries (1966)

Dit verhaal van zo’n 39 pagina’s trof ik aan in de jubileumbundel uitgegeven bij de 60e verjaardag van Theun de Vries uit 1967. Het verhaal speelt ergens in Rusland op het landgoed van de grootgrondbezitter en weduwnaar Kankrin, de hoofdpersoon Het gaat naar mijn idee over macht, onmacht, begeerte en vrijheid, leven en dood. Het verhaal moet even op gang komen, maar dan is het een heel mooi verhaal.

In dit verhaal spelen twee merries een rol; het paard van Kankrin en de onbekende jonge vrouw die zich ineens onder zijn lijfeigenen bevindt en in de gedachten van Krankin ook zo wordt genoemd. Het verhaal gaat over zijn vergeefse poging om haar in zijn macht te krijgen…

De vrijheid gaat in ’t rood gekleed – Theun de Vries

‘De vrijheid gaat in Parijs noch in de West zonder gewaad: zij is in het rood gekleed! –

Hij had de tekening weer neegegooid, en liep op en neer, de handen ruksgewijs bij zijn betoog bewegend.

– Rood is haar kleur: de kleur van het bloed der volksvijanden, waarin ze haar mantel gedrenkt heeft… Begrijp je dat, David?’

Daarmee is dan de titel van dit boek toegelicht. Het gaat over de nasleep van de Franse Revolutie niet in Frankrijk maar op  het slaveneiland Guadolupe, waar hoofdpersoon David huisslaaf was in het huis bij een plantage. De Engelsen hadden de Franse revolutiegetrouwen van het eiland verdreven, maar er was een nieuwe aanval geweest en daarbij hadden de slaven met de Fransen hun vrijheid gekregen.

David bleek al op jonge leeftijd heel goed te kunnen tekenen en zijn blanke bazen hadden hem in de stad bij een kunstenaar op tekenles gedaan. Hierdoor kwam hij tussen de culturen in te staan en dat leverde rond de dagen op opstand wel problemen op. De andere opstandelingen twijfelden aan zijn loyaliteit.

De leider van de Franse republikeinen geeft hem de kans om nb in het huisje van de dan al lang overleden kunstdocent te wonen en terwijl het eiland nog in revolutionaire wanorde is mag hij per schip richting Parijs om daar van de beroemde David verder les te krijgen.

Het is een fraai boek (1945) dat erg over loyaliteiten gaat. Daarnaast handelt het natuurlijk over vrijheid. Niet alleen voor negers maar bijvoorbeeld ook voor negervrouwen ten opzichte van de mannen. Zou dat toen echt een thema zijn geweest of doemen hier de anachronismen op die in dit soort historische romans sowieso op de loer liggen. Op zich is dat niet erg als  je er rekening mee houdt.

Theun de Vries – Het rad der fortuin

Dit is echt een vervolg op ‘Stiefmoeder aarde’ Hier zijn Tjalling en Renou de hoeders van de Wiarda-stam. Ze hebben twee zonen en een dochter die wat buiten beeld blijft. Herre werkt zich omhoog als speculant en in de melkindustrie; Rudmer kan leren en gaat uiteindelijk theologie studeren en promoveren in Amsterdam. Beiden zijn in tegenstelling tot hun vader ambitieus. 

Herre is vanwege het geld getrouwd; Rudmer wel uit liefde met de zus van een studievriend. Hij wordt predikant in Friesland en zijn vrouw, Antje, sterft na de geboorte van hun dochter. Dit grijpt Rudmer zo aan dat hij zijn geloof, dat al niet diep zat, vaarwel zegt en aan de zwerf gaat; het dochtertje gaat naar zijn schoonzus.

Dan wordt er nog een derde lijn gevolgd, die van Ekke, de zoon van Jarig en dus een neef van Herre en Rudmer. Deze Ekke heeft na de dood van Jarig een tijd bij Tjalling gewoond maar als deze stopt met boeren moet Ekke terug naar zijn moeder Regina in de buurt van Sneek. Hierover is hij zeer verbitterd en met die moeder in het kleine huisje loopt dat helemaal niet. Ze is vijandig, net als Ekke en houdt er een illegale drankverkoop op na. Ekke vindt zijn draai als stroper, Regina gaat er met stoere man vandoor en Ekke trouwt met een goede vrouw, At, en kan net leven. Dan staat na vijf jaar Regina weer op de stoep.

De titel duikt op in een uitspraak van Herre als hij met zijn zoontje speelt en net contracten heeft getekend voor zijn nieuwe bedrijf.

Zo naverteld is dit een fraaie streekroman, maar er speelt meer. Af en toe duikt het thema van het socialisme op en de tegenstelling tussen arm (Regina) en rijk (Herres). De sociaal-economische ontwikkeling van rond de eeuwwisseling passeert en de tegenstelling vrijzinnig en orthodox en die tussen geloof en ongeloof.

De stijl is beeldend vol wonderlijke woorden. Soms omdat het boek op zich ook al wat ouder (1938) is; soms omdat de Vries naar mijn idee ook aandacht heeft gegeven aan de taal van die periode.

Theun de Vries – Stiefmoeder Aarde

‘Stiefmoeder Aarde’ is een boek uit 1936; een boerenverhaal dat opnieuw speelt in Friesland. Wychman Wiarda heeft vroeger zijn vrouw tot een huwlijk gedwongen. Er zijn twee zoons, Tjalling en Jarig, en een dochter Tet die gebrouwd en wel ver weg woont.
Wychman is ruw en de plaatselijke dictator. Hij verhangt zich o.a. omdat hij het oud worden niet kan verwerken. Jarig neemt dan de dictatuur over…
De broers zijn het er over eens dat er een vrouw nodig is op de boerderij. Tjalling heeft tijdens een paardenwedstrijd waarbij Jarig heeft gewonnen de vrouw ontmoet waar Jarig ook naar keek. Tijdens de terugweg rijdt Jarig de koets aan waarin Tjalling en die vrouw zitten; zij sterft en Jarig moet 15 jaar in de gevangenis.
Tjalling verkoopt de boerderij aan zijn zwager, trouwt en boert in de Friese Wouden verder.
Jarig komt na 15 jaar vrij, gaat van het geld van de boerderij geweldig aan de boemel tot het op is. Dan breekt een depressie aan met veel armoede. Jarig ontmoet een soort communist en gaat de samenleving ook door de ogen van de arbeider bezien. Samen trekken ze van klus naar klus en komen zo in de veenstekerij terecht. Ondertussen is de situatie voor Tjalling ook lastig, maar hij besluit toch dat er een zoon mag doorleren. De andere zoon Herre wordt een gewiekste ondernemer.

Jarig trouwt een twintig jaar jongere vrouw die meer lijkt te voelen voor zijn socialistenvriend Karel en misschien wel voor veel meer andere mannen. Terwijl ze in het veen werken komt er met het gegeven van de socialistische bewegingen een bekend figuur om de hoek kijken:Domela Nieuwenhuis.

Na de dood van zijn schoonmoeder erft Jarig wat geld waarmee hij een woonboot koopt en uiteindelijk melkrijder kan worden in de buurt van Sneek. Heel langzaamaan gaat het hem beter. Als hij 60 is raakt hij opnieuw betrokken bij een ongeluk met paard en wagen terwijl het bar winterweer is. Nu sterft hij zelf en daarmee eindigt dit boeiende boek. Waarom boeiend? De stijl is mooi; soms wat ouderwets op een leuke manier en vaak heel dichterlijk.

Het gegeven van de socialistische zaak brengt hij aan de ene kant wel met verve naar voren, maar toch ook weer niet op een dominante wijze; heel aannemelijk.

In de personen zitten interessante ontwikkelingen en bewegingen. Tegelijkertijd komen er Wiarda-trekjes ook wel terug.

Hier tot slot de recensie van Menno ter Braak

Theun de Vries

De vakantie is voorbij, hoogste tijd om de cultuurstudie weer ter hand te nemen. Voor het najaar betekent dat Theun de Vries . Dat is een wonderlijke keuze want wie leest er Theun de Vries? Ik ken ze niet en dat is dan meteen al een deel van de motivatie. Deugen die boeken niet meer? Was Theun de Vries eigenlijk geen grote schrijver? Of juist wel maar bleef men een beetje in de maag zitten met zijn communistische sympathieën?

Toen ik een paar jaar geleden ‘Land, land…’ van Sandór Marai las beschreef hij in dit autobiografische boek hoe hij op een gegeven moment ook de wat vergeten schrijvers uit de eigen literatuur is gaan lezen. Dat trof me. In dit project zit dus ook een klein beetje navolging van de Hongaar.

Tot nu toe ben ik een redelijk onbeschreven blad als het gaat om Theun de Vries . Ik heb ‘Kenau’ (over het beleg van Haarlem tijdens de opstand tegen de Spanjaarden) en de eerste twee delen van ‘1848’, dat gaat over dit revolutionaire jaar waarin ook het Communistisch Manifest werd gepubliceerd, gelezen. Daarna pas kwam ik erachter dat er nog een deel moet zijn…

Ik heb behalve wat krantenartikelen bij het overlijden van Theun de Vries eigenlijk nooit iets over hem gelezen en weet dus niet meer dan iedereen kan weten.

Wat ga ik doen? Heel simpel; ik wil zoveel mogelijk en zo breed mogelijk van Theun de Vries lezen en mogelijk ook over hem. Is er een recente biografie? In ieder geval is er van Hans van de Waarsenburg, Theun de Vries; Voetsporen door de tijd. Amsterdam: Meulenhoff, 1984.

Noorderzon – Theun de Vries

Dit is dan het eerste deel van de trilogie ‘Het geslacht Wiarda’ wat samen met ‘Het meisje met het rode haar’ het boek is wat ik bij het kringloopcentrum het meest tegenkom. Ik heb geen idee of de drie delen waaruit het Geslacht bestaat ooit los in de handel zijn geweest. Wanneer ik voorin mijn editie uit 1980 kijk, krijg ik zelfs de indruk de verschillende hoofdstukken op heel verschillende momenten zijn gepubliceerd.
Het eerste hoofdstuk, ‘wind en avondrood’ (1958) gaat over de Wiarda’s als heidens volk in een uithoek van wat we nu Friesland noemen tussen het moeras en het wad. De Franken zijn bezig het land te kerstenen en de Noormannen zijn rovend actief en nog niet gekerstend. Dit hoofdstuk zal dus ergens in de achtste eeuw spelen. De schrijver probeert dat te benadrukken door het gebruik van oude woorden en wonderlijke uitdrukkingen wat natuurlijk een slag in de lucht moet zijn want wat weten we van de taal uit die tijd? Dat is toch bar weinig tot niets?
Het verhaal gaat dus over oprukkende Christenen en Noormannen en de keuzen die daarom gemaakt moeten worden. Het dorp daar aan het wad wordt geleid door een mannenraad die wordt aangevoerd door een vrouw, Una, de dochter van de vorige aanvoerder. Zij is een groot tegenstander van de Christenen. Wanneer een groep Denen, waaronder haar ooit weggelopen broer, in het dorp woont en het dorp terroriseert kiest zij ervoor het dorp met de Denen te verlaten en dan komt de gemeenschap langzaamaan onder de invloed van de Christenen.

Het tweede hoofdstuk, ‘De Freule’ komt uit 1940 en speelt rond 1599. Hier weer spelen vrouwen een grote rol. Minne Wiarda heeft goed geboerd, koopt een burcht en sterft. Er blijven twee dochters over; een sterke voortvarende die doet denken aan Una en een vrouwlijker type. De laatste raakt zwanger zonder de man bekend te maken en de eerste komt met het kind de kerk binnen en eist dat het gedoopt wordt. Zo wordt de voortgang van het geslacht veilig gesteld. Nadat de moeder aan de pest is gestorven voedt de andere zus het kind, Justus, op en wordt op een gekke manier naijverig; een jaloezie die eindigt in krankzinnigheid.

In het volgende en laatste hoofdstuk, ‘De bijen zingen’ (1938), dat rond 1681 speelt ontstaat er een vete tussen twee families, een vete die door een opbloeiende liefde, maar vooral door listig ingrijpen van de ooit door een hersenboelding getroffen oma na 17 jaar wordt opgelost waarbij ze zelf sterft door een afgedwaalde kogel, de enige die is afgevuurd.