Popper – The open society and its enemies (en ‘Captain fantastic’)

Het werd hoog tijd om kennis te maken met Popper, ik heb me voorbereid op een serieuze klus. Dat is het ook wel, maar er zit een zonnige kant aan deze klus want de stijl van Popper, die dit boek overigens tijdens de oorlog schreef, is heel helder en deel I. is hier en daar zelfs spannend. Ik had helemaal geen idee wat voor boek dit is behalve een classic op het vlak van politieke filosofie.

Het is een grote weerlegging van filosofen die hij ‘historisists’ noemt. Lieden dus die uitgaan van een wetmatige ontwikkeling van de geschiedenis, ten goede of ten kwade. Deel I. gaat over Plato die graag terugkeek op een soort oertijd van tribalisme en oligargie. Met Perickles en de invoering van een soort democratie is er iets vreselijk mis gegaan. In de Staat en Wetten wordt impliciet en soms expliciet geageerd tegen democratie, de open samenleving, en voor een dictatuur van de filosofen, een gesloten samenleving die wat weg had van Sparta. Het is een pleidooi voor een gesloten beheerst collectief tegenover vrije individuen. Onrecht is in dit denken geen onrecht tegen een ander mens, maar onrecht tegen de staat. Fijn voer voor Platoliefhebbers (ha, ha…). Zeker ook fijn met deze Popperbril op naar de samenleving en de wereld om ons heen te kijken.

Het tweede deel van het boek gaat over Hegel (1770-1831. Opnieuw een historicist (dat woord hebben we geloof ik niet) maar nu met de blik naar de toekomst of in ieder geval het heden. Hegel is de staatsfiloof van Pruissen geworden en heeft in lijn met Plato de basis gelegd voor een soort Pruissisch nationalisme, iets wat vrij nieuw was in die tijd. Een nationalisme dat uitgaat van de staat, oorlog propageert als het de staat goed zal doen en het individu negeert. Filosofisch wordt Hegel door Popper weggezet als een zeer invloedrijke gevaarlijke prutser en daarin was in ieder geval Schopenhouer hem voorgegaan. Hegels invloed heeft ook Marx bereikt en over hem gaat het derde deel.

We must admit that Marx saw many things in the right light. If we consider only his prophesy that the system of unrestrained capitalism, as he knew it, was not going to last much longer, and that its aplolgists who thought it would last forever were wrong, then we must say that he was right (458). Popper gaat mee in de analyse en de morele verontwaardiging. Zijn bezwaar heeft te maken met de ‘historisitische’ visie van Marx,  de historische wetmatigheid die zegt dat het proletariaat in opstand gaat komen, dat de klasse van de bourgeoisie zal verdwijnen. Ondertussen heeft de geschiedenis al aangetoond, alsdus Popper in 1945, dat deze profetie niet is uitgekomen. Kortom, ‘scientific Marxism is dead. Its feeling of social responsibility and its love for freedom must survive (480).

Al met al een pleidooi tegen tyrannie, tegen utopisme en ‘historicisme’, voor verbeteringen in de samenleving als gevolg van het democratisch proces en voor een open samenleving.

Ondertussen zijn we bij ‘Captain fantastic’ geweest, een film van Matt Ross met Vigo Mortensen. Een vader voedt zijn kinderen op in de wildernis van de Rocky Mountains (denk ik). De moeder van het gezin is manisch depressief en blijk op zeker moment zelfmoord te hebben gepleegd. Aan de ene kant was er een voorbeeld genomen aan Chomsky, aan de andere kant was de vader de dictator-filosoof naar het voorbeeld van Plato. Het resulteerde in een alternatief, maar streng en strak regime dat nog redelijk uitpakte. De vader kwam er op tijd achter dat hij onverantwoord bezig was geweest. Ontroerend, thought provoking en mooi om te zien.

Griet op de Beeck – Vele hemels boven de zevende

Het debuut van de Vlaamse, die in de tussentijd – het kwam uit in 2013 – een BB-er is geworden. Het is een hedendaagse roman die in het heden speelt. Boven elk hoofdstuk staat de naam van de ik-persoon die in dat hoofdstuk centraal staat. Een boek dus met een handvol ik- personen die bijna allen familie van elkaar zijn. Hier volgen ze:
Het verhaal vangt aan met Eva, de zus van Elsie. Ze is tot haar spijt alleen, werkt in de gevangenis en is een grote steun voor Lou, het dochtertje van  Elsie.
Dat heb ik gedaan vandaag: door mijn stad gelopen en gekeken, stilgezeten en geluisterd. Want dat is wat je doet als je alleen bent. Denken heb ik ook gedaan. Ik denk te veel, zeggen ze. Dat zit in de familie, daar is geen ontkomen aan.
Aan de ene kant pakt ze het leven kordaat aan, aan de andere blijkt het haar te zwaar en springt ze uiteindelijk van een hoog gebouw.

Twaalf zijn is verschrikkelijk. Het enige wat nog erger is: twaalf zijn en op de middelbare school zitten.
Zo begint dus het eerste hoofdstuk waarin Lou aan het woord is. Het is een grappig tobberig tienermeisje dat dus vooral troost vindt bij Eva.

Dan is daar Casper, een kunstschilder. Een kennis van Eva en vervolgens de grote liefde van Elsie. We hadden misschien een kwartier met elkaar staan praten, maar ik ben die nacht naar huis gegaan met haar blik in de kop. Het is een man die weet dat je er zelf iets van moet maken in het leven en daarnaar leeft. Dat is trouwens ook het belangrijke thema van deze roman.

Elsie kennen we onderhand al een beetje. Ze werkt in de theaterwereld (net als de auteur dat gedaan heeft) en is getrouwd met Walter, een arts. Ze heeft naast Lou nog een zoontje. Het is een mooie spontane vrouw die veel optrekt met haar zus en niet zoveel moet hebben van haar ouders. Als Casper haar voor het eerst uitnodigt om samen te eten heeft ze het er met Eva over. ‘Op dit voorstel kan ik niet ingaan’, zeg ik. ‘Reden te meer.’ Eva straalt in mijn plaats. ‘Casper is echt geweldig’, zegt ze. Ik vrees het ook, denk ik. Ik zeg het niet. Ze gaan elkaar vaker zien, er ontstaat een heftige relatie. Casper geeft zijn vriendin de bons en tegen het einde van de roman gaat ook Elsie scheiden en kiest ze voor zichzelf en voor Casper.

We hebben ook nog te maken met Jos, de vader van Elsie en Eva. Jos is alcoholist, heeft al een eeuwigheid de balen van zijn vrouw en heeft jaren geleden het zoontje van zijn broer Karel aangereden waardoor het jongetje ernstig invalide is geworden. Dat hij onder invloed reed heeft hij nooit durven toegeven. Tijdens de roman wordt Karel ziek en gaat hij dood.
Sommige mensen vergeten niks. Ik probeer zo veel mogelijk te vergeten. Hoe mijn rug voelde na een dag in het restaurant. Hoe ik het eerste optreden van mijn kinderen gemist heb, in de muziekschool, hoe ik alle optredens van mijn kinderen overal gemist heb.

Het is een roman over het leven dat een mens zelf te leiden heeft door te kiezen en hopelijk te kiezen voor het geluk. Het is een roman die is geschreven in levendig Vlaams proza. Een mooi boek. O ja, de titel. Die lijkt eerst te gaan over het gevoel dat een kus kan geven. En dan komt de titel ook terug in de brief die Lou schrijft aan Eva wanneer zij is overleden. Voor tijdens het afscheid nemen.

Ik duim voor dromen die zo mooi zijn
dat ze eeuwig mogen duren
ik duim dat ge nu zijt waar het prachtig is
ergens hoog of ver
ik weet het niet
maar bij voorkeur alvast vele hemels boven de zevende

kusjes
Lou

R. en E. Skidelsky – Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven.

Opnieuw een filosofisch-economisch boek over geld, over de vraag wanneer we er genoeg van hebben – van geld dus – en over het goede leven. Een boek dat een economie die wordt gedreven door ongebreidelde hebzucht aan de kaak stelt. Dat gebeurt door nog eens terug te keren naar Aristoteles, maar ook naar Keynes die dacht dat een periode van kapitalisme zou leiden tot een breed gedeeld goed leven en meer vrije tijd. Hier komt Faust even om de hoek kijken. Een tijdelijke overgave aan het kwaad waarna het allemaal goed zou komen.

Het boek is al een eind gevorderd wanneer de schrijvers komen tot hun eigen opsomming van wat het goede leven moet inhouden en wat dus volgens hen veel belangrijker is dan meehollen in de ratrace van consumentisme. Eerst de criteria waaraan basisgoederen moeten voldoen: Ze moeten universeel zijn, ze zijn goed in zichzelf en daarom eindstadiun, ze zijn geen onderdeel van een ander goed en onmisbaar. Hier volgen ze:
– Gezondheid
– Geborgenheid, een leven dat ‘niet in de war wordt gestuurd door oorlog, misdaad, revolutie of grote maatschappelijke of economische verstoringen.’
– Respect; er wordt rekening gehouden met je standpunt en je doet hetzelfde met mensen om je heen die waarschijnlijk heel andere standpunten hebben.
– Persoonlijkheid; ‘smaak, temperament en opvattingen over wat goed is moeten tot uiting komen.’ ‘Persoonlijkheid impliceert ruimte voor jezelf, “een kamer achter de winkel” zoals Montaigne het noemde…’
– Harmonie met de natuur
– Vriendschap in de vertaling van het Griekse filia. Dat is dus breder dan onze vriendschap.
– Vrije tijd.

Dit hoofdstuk begint met een prettig en heel toepasselijk citaat van Omar Khayyam:

Geef me een kruik wijn en een bundel gedichten
En een half brood met wat vijgen
Dan zijn jij en ik, op ons eigen plekje,
Rijker dan een sultan met al zijn schatten

Met deze korte indruk heb ik geen recht gedaan aan dit boek; ik denk een beetje de intentie te hebben aangegeven. En die spreekt me aan.

 

Chaja Polak – De verlegen minnaars

Een roman uit 2011 van een schrijfster die misschien niet nadrukkelijk de publiciteit zoekt, maar wel wat te melden heeft. Andersom komt helaas ook voor.
Het is een bedachtzaam in elkaar gezet verhaal, of eigenlijk een roman die uitnodigt om rustig en aandachtig gelezen te worden.

Het verhaal gaat over een kortere dag dan Ulysses. Als lezer zitten we in de gedachten van Nathan, een door familiebezit zeer rijke man van middelbare leeftijd. Hij is getrouwd geweest met een Hongaarse celliste, een vriendin van zijn zus Beccy. Die heeft na een paar jaar al de benen genomen. Over zijn huwelijk met Noor komen we weinig te weten en nu is hij al weer jaren getrouwd met Alice met wie hij een tweeling heeft gekregen, een siamese tweeling. Alice heeft dit niet kunnen accepteren en zo heeft hij de opvoeding ter hand genomen op zijn geheel eigen manier. In afzondering, hij onderwijst ze zelf, ze verlaten het landgoed niet en ontvangen ook haast geen mensen meer tenzij het niet anders kan.

De hele roman leeft toe naar het diner dat aan het einde van de dag zal plaatsvinden . Een bijzondere maaltijd waar Lobatto, een studievriend die ondertussen chirurg is, bij zal zijn. Tijdens de maaltijd zal er gesproken worden over de vraag of de jongetjes van elkaar gescheiden zullen worden. Nathan voelt daar helemaal niets voor, Alice en Lobatto dus juist wel.

Het is een roman waarin met weinig woorden veel wordt gezegd. Regelmatig hebben zinnen geen werkwoord en wat naar mijn smaak niet zo mooi is, is dat zinnen met een zekere regelmaat beginnen met een zelfstandig naamwoord. ‘De kinderstemmen schudden hem wakke.’ Er wordt veel niet gezegd, in het midden gelaten. Hoe zat het met die familie die de oorlog niet heeft overleefd. De ziekelijke moeder van Nathan? De haat-liefde verhouding met Beccy? Is deze Nathan wel goed bij zijn hoofd? Moeten we niet meer sympathie voor Alice hebben?

De verlegen minnaars, zo noemt Beccy de jongetjes zoals ze met het hoofd gedraaid naar elkaar proberen te kijken. Een mooi boek.

Confusius – De gesprekken

Vertaald en toegelicht door Kristofer Schipper. Een prachtige manier om eens kennis te maken met deze Chinese leraar. Ja, zo zag hij zichzelf, een leraar die het heel belangrijk vond dat mensen investeerden in leren. Wat moest er dan geleerd worden? In vertaling is er hier sprake van ‘kinderlijke piëteit’, respect dus voor de voorouders. Dan zijn er traditionele zaken als muziek. Ten slotte gaat het om morele onderwerpen met medemenselijkheid als steeds terugkerend onderwerp. Opmerkingen in deze hoek zijn voor mij als lezer van zo’n 2500 jaar later nog goed te plaatsen. Het gaat om waardigheid, verdiend respect, goed bestuur.

Het boek bestaat uit vaak korte opmerkingen verzameld door leerlingen van Confusius. Bijvoorbeeld deze: ‘Wat iemand zegt mag zeer consequent en aannemelijk klinken, maar de vraag is: is hij wel een hoogstaand mens? Of doet hij maar alsof?’ De opmerking wordt dan gevolgd door een kort commentaar van de vertaler waardoor context en woordgrappen duidelijk worden. Het zijn geen lange en ingewikkelde betogen en dat maakt dit boek niet ingewikkeld en veel toegankelijker dan die van tijdgenoot Plato.
‘Wat je zelf niet wilt ondergaan, doe dat ook anderen niet aan’. De gulden regel – grofweg 500 jaar voor de Evangelieschrijvers ermee op de proppen kwamen – en de gulden middenweg waren belangrijk.

Het boek eindigt met ‘Het leven van Confusius’ door Sima Qian (145-86 BCE) en een verhandeling over de tekst. En dan volgt er een bibliografie.

Covey – De zeven stappen van effectief leiderschap

Het begon ermee dat mijn dochter op de middelbare school lessen kreeg over Covey. Ze vond het drie keer niks maar dat zei nog niet zoveel. Ik was gevoelsmatig ook niet enthousiast. Hoezo kinderen lastig vallen met doelen en succes. Waarom niet wat meer doen aan bildung? En toen zat ik in een cursus Job-coaching en daar werd als toetje een pleidooi voor Covey gehouden. Weet je wat, ik geef het een kans, dacht ik, en zo heb ik nu het boek dus gelezen.

Het komt op mij over als een samenhangend systeem van eigenschappen waar je naar kunt streven, de eerste hebben met de persoon te maken de laatste hebben te maken met het in relatie staan tot anderen. Daarbij is het streven om van afhankelijkheid te komen tot onafhankelijkheid en van daaruit tot wederzijdse afhankelijkheid. Hier volgen ze dan, die eigenschappen:
1. Wees proactief, ofwel, zelf verantwoordelijk zijn voor je leven en je niet laten leiden door de omstandigheden of stemmingen. Op zich geen heel nieuwe gedachte; ik moest denken aan Seneca en Montaigne. Covey verwees naar anderen en gebruikt trouwens wel citaten zonder literatuurverwijzing en dat is jammer.
2. Begin met het einde voor ogen.
3. Belangrijkste zaken eerst. Hier passeerden vier kwadranten; waarin belangrijk en urgent werden gecombineerd. Het is volgens Covey zaak om juist aandacht te geven aan wat niet urgent is en wel belangrijk. Logisch eigenlijk.
Deze eerste drie eigenschappen hebben betrekking op de persoon, terwijl de volgende drie meer gaan over samenwerking:
4. Denk in termen van win/win
5. Probeer eerst te begrijpen voordat je begrepen wil worden
6. Werk synergisch, ofwel, streef naar creatieve samenwerking.
7. Hou de zaag scherp. Zorg dat je mentaal lichamelijk en geestelijk in conditie bent.

Verstandige zaken waar je niet tegen kan zijn. Het is bovendien een enthousiast verhaal. Waar ik wel tegen ben is de presentatie van het geheel. Met heel veel anekdotes en zwamverhalen. Ik kan me goed voorstellen dat het boek werkt voor mensen die erbij passen. Mensen die houden van orde, plannen en projecten. Ik betwijfel of het boek aanslaat bij mensen die helemaal niet zo in het leven staan. Gaan alle bakens verzet worden na het lezen van dit boek? Dat lijkt me echt bijzonder.

Voor mij niet het boek dat de revolutie gaat ontketenen. Ik ben blij dat ik het heb gelezen en heb er zeker dingen uit meegepikt.

 

 

 

 

 

 

Arthur Koestler – Nacht in de middag

Een Hongaarse schrijver die in het Duits schreef en later in het Engels. Deze roman gaat over Roebatsjov, één van de voormannen van de Russische revolutie, gemodelleerd naar Trotski en andere leiders van het eerste uur. Hij zit gevangen want we zitten niet meer in het eerste uur maar in de jaren van de grote terreur, eind jaren ’30. In zijn cel herinnert hij zich voorvallen waarbij mensen niet volgens de normen van de partij en de revolutie hadden gehandeld en mede door zijn verslag daarvan waren gedood.

In de gevangenis heeft Roebatsjov met twee ondervragers te maken. De eerste is een strijdmakker vanuit de eerste jaren. Hij is overtuigd van Roebatsjovs misdaden (landverraad e.d.) maar heeft ook een soort consideratie en een zelfde manier van denken. De tweede is van een latere generatie en is meedogenloos en hard. Roebatsjov tekent bekentenissen en wordt doodgschoten.

Het gaat in deze roman uit 1940 over die verhoren, de bespiegelingen en de herinneringen. De vraag is: Denken we vanuit het collectief, de partij,  of vanuit het individu?

Het boek zet aan het denken over eigen beslissingen ten nadele van het individu en ten gunste van de organisatie. Ga maar eens leiding geven, zei die eerste ondervrager, dan beslis je al heel gauw ten gunste van de organisatie en niet van het individu. En zo is dat ook.  Overigens kan ik het echte citaat niet geven, het boek is alweer terug naar de biep. Het is een zeer leesbaar boek uitgegeven door uitgeverij Schokland, in de serie Kritische Klassieken.