Clarice Lispector – Hour of the Star

Een roman? Of toch een lang kort verhaal. Het is in ieder geval een zonderlinge vertelling van zo’n 78 paginas. Ik had vorig jaar een paar verhalen van deze Joods-Oekraïnse Braziliaanse gelezen en was dus voorbereid op een niet-alledaagse stijl.

Het verhaal is op zich niet heel ingewikkeld. Een arm meisje, Macabea,  die ooit uit het noord-oosten van het land is gekomen woont in een kamer met andere meisjes die allemaal Maria heten. Ze heeft werk als typiste en is door haar verleden en situatie heel erg beperkt in haar gevoelsleven. Ze leeft bij de dag en heeft niet het vermogen om zelf te concluderen dat ze een beklagenswaardig leven leidt. Ze ontmoet een jongen, Olímpicdo met wie ze een soort relatie krijgt. Dat komt niet echt van de grond. Na een tijdje maakt Olímpico het uit en krijgt hij een relatie met Gloria, een collega van Macabea.

Macabea krijgt het advies om eens bij een waarzegster langs te gaan. Ze doet het en krijgt aan de ene kant te horen dat ze een heel beroerd leven heeft gehad,  iets waar ze zelf nog niet op gekomen was, en aan de andere dat ze een geweldige toekomst tegemoet zou gaan. Ze verlaat het huis en wordt aangereden. Even later sterft ze.

Deze plot maakt het boek niet per se tot een aanrader. Wat ik nog niet verteld heb is dat er nog een persoon dominant aanwezig is in het verhaal. Het is de verteller die soms helemaal op de voorgrond treedt. ‘I am absolutely tired of literature; only muteness keeps me company. If I still write it’s because I have nothing better todo in the world while I wait for death.’

En dan is er de stijl van het geheel. Mystificerend en dan weer recht voor z’n raap. Wat ik eigenlijk moet doen is het boek opnieuw lezen en dat zeg ik terwijl ik weet dat ik het niet doe. Hopelijk doe ik het in de toekomst toch.

Een vertaling van Benjamin Moser, net als die prachtige bundel met korte verhalen.

 

 

 

 

 

Griet op de Beeck – Vele hemels boven de zevende

Het debuut van de Vlaamse, die in de tussentijd – het kwam uit in 2013 – een BB-er is geworden. Het is een hedendaagse roman die in het heden speelt. Boven elk hoofdstuk staat de naam van de ik-persoon die in dat hoofdstuk centraal staat. Een boek dus met een handvol ik- personen die bijna allen familie van elkaar zijn. Hier volgen ze:
Het verhaal vangt aan met Eva, de zus van Elsie. Ze is tot haar spijt alleen, werkt in de gevangenis en is een grote steun voor Lou, het dochtertje van  Elsie.
Dat heb ik gedaan vandaag: door mijn stad gelopen en gekeken, stilgezeten en geluisterd. Want dat is wat je doet als je alleen bent. Denken heb ik ook gedaan. Ik denk te veel, zeggen ze. Dat zit in de familie, daar is geen ontkomen aan.
Aan de ene kant pakt ze het leven kordaat aan, aan de andere blijkt het haar te zwaar en springt ze uiteindelijk van een hoog gebouw.

Twaalf zijn is verschrikkelijk. Het enige wat nog erger is: twaalf zijn en op de middelbare school zitten.
Zo begint dus het eerste hoofdstuk waarin Lou aan het woord is. Het is een grappig tobberig tienermeisje dat dus vooral troost vindt bij Eva.

Dan is daar Casper, een kunstschilder. Een kennis van Eva en vervolgens de grote liefde van Elsie. We hadden misschien een kwartier met elkaar staan praten, maar ik ben die nacht naar huis gegaan met haar blik in de kop. Het is een man die weet dat je er zelf iets van moet maken in het leven en daarnaar leeft. Dat is trouwens ook het belangrijke thema van deze roman.

Elsie kennen we onderhand al een beetje. Ze werkt in de theaterwereld (net als de auteur dat gedaan heeft) en is getrouwd met Walter, een arts. Ze heeft naast Lou nog een zoontje. Het is een mooie spontane vrouw die veel optrekt met haar zus en niet zoveel moet hebben van haar ouders. Als Casper haar voor het eerst uitnodigt om samen te eten heeft ze het er met Eva over. ‘Op dit voorstel kan ik niet ingaan’, zeg ik. ‘Reden te meer.’ Eva straalt in mijn plaats. ‘Casper is echt geweldig’, zegt ze. Ik vrees het ook, denk ik. Ik zeg het niet. Ze gaan elkaar vaker zien, er ontstaat een heftige relatie. Casper geeft zijn vriendin de bons en tegen het einde van de roman gaat ook Elsie scheiden en kiest ze voor zichzelf en voor Casper.

We hebben ook nog te maken met Jos, de vader van Elsie en Eva. Jos is alcoholist, heeft al een eeuwigheid de balen van zijn vrouw en heeft jaren geleden het zoontje van zijn broer Karel aangereden waardoor het jongetje ernstig invalide is geworden. Dat hij onder invloed reed heeft hij nooit durven toegeven. Tijdens de roman wordt Karel ziek en gaat hij dood.
Sommige mensen vergeten niks. Ik probeer zo veel mogelijk te vergeten. Hoe mijn rug voelde na een dag in het restaurant. Hoe ik het eerste optreden van mijn kinderen gemist heb, in de muziekschool, hoe ik alle optredens van mijn kinderen overal gemist heb.

Het is een roman over het leven dat een mens zelf te leiden heeft door te kiezen en hopelijk te kiezen voor het geluk. Het is een roman die is geschreven in levendig Vlaams proza. Een mooi boek. O ja, de titel. Die lijkt eerst te gaan over het gevoel dat een kus kan geven. En dan komt de titel ook terug in de brief die Lou schrijft aan Eva wanneer zij is overleden. Voor tijdens het afscheid nemen.

Ik duim voor dromen die zo mooi zijn
dat ze eeuwig mogen duren
ik duim dat ge nu zijt waar het prachtig is
ergens hoog of ver
ik weet het niet
maar bij voorkeur alvast vele hemels boven de zevende

kusjes
Lou

Chaja Polak – De verlegen minnaars

Een roman uit 2011 van een schrijfster die misschien niet nadrukkelijk de publiciteit zoekt, maar wel wat te melden heeft. Andersom komt helaas ook voor.
Het is een bedachtzaam in elkaar gezet verhaal, of eigenlijk een roman die uitnodigt om rustig en aandachtig gelezen te worden.

Het verhaal gaat over een kortere dag dan Ulysses. Als lezer zitten we in de gedachten van Nathan, een door familiebezit zeer rijke man van middelbare leeftijd. Hij is getrouwd geweest met een Hongaarse celliste, een vriendin van zijn zus Beccy. Die heeft na een paar jaar al de benen genomen. Over zijn huwelijk met Noor komen we weinig te weten en nu is hij al weer jaren getrouwd met Alice met wie hij een tweeling heeft gekregen, een siamese tweeling. Alice heeft dit niet kunnen accepteren en zo heeft hij de opvoeding ter hand genomen op zijn geheel eigen manier. In afzondering, hij onderwijst ze zelf, ze verlaten het landgoed niet en ontvangen ook haast geen mensen meer tenzij het niet anders kan.

De hele roman leeft toe naar het diner dat aan het einde van de dag zal plaatsvinden . Een bijzondere maaltijd waar Lobatto, een studievriend die ondertussen chirurg is, bij zal zijn. Tijdens de maaltijd zal er gesproken worden over de vraag of de jongetjes van elkaar gescheiden zullen worden. Nathan voelt daar helemaal niets voor, Alice en Lobatto dus juist wel.

Het is een roman waarin met weinig woorden veel wordt gezegd. Regelmatig hebben zinnen geen werkwoord en wat naar mijn smaak niet zo mooi is, is dat zinnen met een zekere regelmaat beginnen met een zelfstandig naamwoord. ‘De kinderstemmen schudden hem wakke.’ Er wordt veel niet gezegd, in het midden gelaten. Hoe zat het met die familie die de oorlog niet heeft overleefd. De ziekelijke moeder van Nathan? De haat-liefde verhouding met Beccy? Is deze Nathan wel goed bij zijn hoofd? Moeten we niet meer sympathie voor Alice hebben?

De verlegen minnaars, zo noemt Beccy de jongetjes zoals ze met het hoofd gedraaid naar elkaar proberen te kijken. Een mooi boek.